Verborgen bron

verborgen-bron-olvternood

We hebben weer de genade ontvangen om de Veertigdagentijd, de vastentijd, te beginnen. Getekend met het askruisje als teken van onze wens om ons te bekeren zijn wij deze heilige boetetijd begonnen. Misschien is de gehele Veertigdagentijd er wel op gericht om ons te brengen naar de bron. Hier op het heiligdom staat voor de Genadekapel de put die de Maria bron is geworden. Velen komen naar hier om heilzaam water te putten, hun flessen te vullen of het water hier te drinken. Het water in de put zien we niet. Het is verborgen onder een deksel. Steeds weer laten mensen de puts afdalen in de put in het vertrouwen dat er heilzaam water aanwezig is. We zien het niet, maar we “geloven” dat diep in de put het water aanwezig en daar beschikbaar is voor allen die vertrouw vol de emmer laten afdalen in de put. En allen worden niet teleurgesteld.

Zoals de puts moet afdalen moeten ook wij afdalen in ons gelovig leven. We moeten afdalen naar de bron van ons geloof. Zonder God, de Vader en de Zoon en de heilige Geest is ons leven leeg en zinloos. In de Veertigdagentijd krijgen we alle middelen aangereikt om dichter bij God te komen. In deze tijd worden wij uitgedaagd te vasten zowel lichamelijk door matigheid in eten en drinken, maar ook geestelijk dat wij ons verre houden van slechte gedachten en te strijden tegen hartstochten en ondeugden. Vanuit het vasten is er de weg van de barmhartigheid, aalmoezen geven. Geef weg wat je aan jezelf onthoudt. Kijk om naar je naaste, ga liefdevol om met de mens waarmee je eigenlijk moeite hebt. Leg je in deze tijd meer dan anders toe op het gebed. Ga indien mogelijk vaker naar de heilige Mis , lees de lezingen van de dag zowel op de Mariakalender als de Gerarduskalender staan de lezingen van de dag vermeld.

Alle goede voornemens worden voortdurend op de proef gesteld. Het kwaad probeert ons steeds weer te verleiden om de goede weg te verlaten, en te stoppen met onze goede werken in de Veertigdagentijd. Op de eerste zondag horen we het evangelie van Jezus die na veertig dagen en nachten in de woestijn te hebben doorgebracht door de duivel op de proef wordt gesteld. Maar ook hoe Hij door te zeggen “weg satan” de duivel afstraft en overmeesterd.

De veertigdagen van Jezus in de woestijn zijn nodig omdat Hij zich voorbereide op Zijn opdracht in de wereld. Ook wij hebben de Veertigdagentijd nodig om ons voor te bereiden op ons verdere leven als christen. Wij mogen ons verdiepen in de bron die Christus voor ons is. Soms verborgen maar altijd bereikbaar als we willen afdalen in de put waar Hij als bron te vinden is.

Van harte wens ik u een mooie en heiligende Veertigdagentijd toe.

Pastor Anton Overmars pr.

Delen

Anton Overmars is tot priester gewijd in 2001. Hij is werkzaam in het Heiligdom O.L.V. Ter Nood en in de parochies van Bergen en Schoorl.

Vorige weekbrieven