Kerk en staat

genade-kapel-kaarsen-allerzielen-olv-ter-nood-heiloo

Het beginsel van de scheiding van kerk en staat vloeit rechtstreeks voort uit onze Grondwet uit 1848, en houdt voornamelijk in dat kerk en staat zijn overeengekomen zich niet te mengen in elkaars organisatie (wetgeving, functionarissen, benoemingen en bevoegdheden) noch in elkaars inhoud (kerkelijke geloofsleer c.q. burgerlijke wetgeving, uitvoering en rechtspraak). Scheiding van kerk en staat betekent echter niet scheiding van geloof en politiek. Dit laatste wordt tot op de dag van vandaag nogal eens met elkaar verward, zeker in maatschappelijk gevoelige kwesties rond leven en dood, relaties en seksualiteit.

In onze democratische rechtsstaat staat het iedere burger vrij om deel te nemen aan het openbaar bestuur, ongeacht of hij of zij dat doet vanuit zijn of haar geloof. De scheiding tussen kerk en staat is dus nooit absoluut. Wanneer bijvoorbeeld burgers op grond van hun geloof elkaar beledigen, bestrijden en zelfs doden, of van plan zijn dat te doen, dan moet de staat met haar organisaties (politie, leger en rechterlijke macht) haar gezag doen gelden en ingrijpen. Aan de andere kant moeten kerken spreken als de staat wetten maakt die de onaantastbaarheid van het leven, het huwelijk en het gezin niet voldoende beschermen.

Scheiding tussen kerk en staat komen wij ook al tegen in het evangelie. Tegen de verwachting van veel joden in maakt Jezus duidelijk dat zijn zending om het Rijk Gods te verkondigen niet inhoudt dat Hij het joodse volk komt bevrijden van de Romeinse bezetter. “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.” antwoordt Jezus zijn leerlingen op de vraag of zij belasting zullen betalen of niet. (Mt. 22,21) Als de Romeinse landvoogd Pilatus Jezus wil vrijlaten omdat hij geen schuld vindt in Hem, antwoordt hij de hogepriesters en hun dienaren, die Jezus willen laten kruisigen: “Neemt Hem dan zelf en vonnist Hem volgens uw Wet!” (Joh. 18,31;19,6). Als de hogepriester en heel het Sanhedrin Petrus en de andere apostelen verbieden om nog langer de Blijde Boodschap van het Rijk Gods te verkondigen antwoordt Petrus: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.” (Hand. 4,19 en 5,29)

Juist dezer dagen gedenken wij enkele Nederlandse heiligen en een zalige die de marteldood stierven omwille van hun verzet tegen wettige overheden. Op 8 juli herdachten we de Bredase H. Maria Adolfina en gezellen die in 1900 het leven lieten onder de Boxeropstand in China. Een dag later was er het feest van de HH. Martelaren van Gorcum die in 1572 werden gedood om hun ongehoorzaamheid aan de Nederlandse opstandelingen tegen Spanje (Tachtigjarige Oorlog). Op zondag 26 juli 1942 stierf in concentratiekamp Dachau de zalige Nederlandse pater karmeliet Titus Brandsma (1881 – 1942), die de katholieke pers in bescherming nam tegen de antikatholieke maatregelen van de Duitse bezetter. Op 9 augustus 1942 stierven de van oorsprong joodse Duitse zussen Rosa en Edith Stein, beide zusters karmelietessen in het Nederlandse Echt (L), in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau.

Laten wij ons, geïnspireerd door deze heilige martelaren en op hun voorspraak, uitgenodigd weten om goede en trouwe burgers te zijn van het Rijk der hemelen én van het Koninkrijk Nederland.

Pater Gerard Wijers s.s.s., Amsterdam

Delen

Lid van de congregatie van Sacramentijnen is pater Wijers woonachtig in de in Amsterdam bij de Begijnhof en assisteert heel regelmatig op het heiligdom.

Vorige weekbrieven