HH. Petrus en Paulus

heilige-petrus-en-paulus-handelingen-apostelen-greco-olv-ter-nood-heiloo

Morgen, maandag 29 juni 2020, vieren we het Hoogfeest van de apostelen Petrus en Paulus. Met de viering van de apostelen Petrus en Paulus vieren wij een belangrijk kenmerk van onze Kerk, namelijk haar apostoliciteit. In onze geloofsbelijdenis drukken we dat uit met de woorden: “Ik geloof in de éne, heilige, katholieke en apostolische Kerk”. Of, om het te zeggen met de woorden van Paulus tot de Efeziërs: “Zo zijt gij dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt”. (Ef. 2,19-21a) Met andere woorden: Onze verbondenheid met levende, verrezen Christus loopt via het kanaal van de apostelen. Zij zijn als het ware de grondleggers van ons christelijk geloof, elk op hun eigen manier en volgens hun eigen roeping.

De visser Petrus werd een mensenvisser door de roepstem van de Heer te volgen (Mc. 1,16-18). Hij werd de steenrots, waarop Jezus zijn Kerk bouwt (Mt. 16,18) en verkondigde de Blijde Boodschap, eerst in Palestina en later in Rome. Petrus is in Rome gebleven, niet alleen met zijn graf, maar ook in zijn opvolgers, de pausen, tot en met de huidige paus Franciscus als de 266e opvolger van Petrus.

Hoe anders is de weg van de apostel Paulus. De joodse jongeman Saulus (vroegere naam van Paulus) was in Jeruzalem ten tijde van de kruisdood en de verrijzenis van Jezus. Hij was er bezig om zich te bekwamen in bijbelstudies. In zijn vurige ijver voor de Wet des Heren meende Saulus tot meerdere eer en glorie van God de jonge Kerk te moeten vervolgen. Velen liet hij gevangennemen en vermoorden, onder andere de heilige Stefanus (Hand. 7,54-8,1). Tot Jezus zelf hem opwacht tijdens zijn reis naar Damascus. Saulus leert Jezus kennen, komt tot inkeer, wordt gedoopt en wordt als de apostel Paulus een vurig verkondiger van de gekruisigde en verrezen Heer. Hij zoekt Petrus en de andere apostelen op in Jeruzalem en weet zich met hen verenigd in het verkondigen van een en dezelfde Blijde Boodschap.

Op de pausen en de bisschoppen, als opvolgers van Petrus en de andere apostelen, zijn van toepassing de woorden die Jezus richt tot zijn leerlingen als Hij hen uitzendt naar de plaatsen waarheen Hij zelf van plan was te gaan: “Wie naar u luistert, luistert naar Mij; en wie u verstoot, verstoot Mij. Wie Mij verstoot, verstoot Hem die Mij gezonden heeft”. (Lc. 10,1.16) De apostoliciteit van de Kerk is dus een belangrijke weg waarlangs de verrezen Heer zijn Kerk op aarde zichtbaar gestalte geeft en haar wereldwijde eenheid uitdrukt. Staat Petrus garant voor de structuur en de eenheid van de Kerk; Paulus vertegenwoordigt de vele charisma’s, de grote genadegaven, die telkens weer nieuw leven geven aan diezelfde Kerk. Door beide apostelen Petrus en Paulus op één dag te vieren drukken wij uit dat de vele verschillende aspecten van het leven van de éne, heilige, katholieke en apostolische Kerk wezenlijk met elkaar verbonden zijn. Het is belangrijk om ons daarbij te blijven realiseren dat de bouwers van de Kerk niet de apostelen en hun opvolgers zijn, maar dat dat Christus zelf is. (vgl. Ps. 127,1)

 

Pater Gerard Wijers s.s.s., Amsterdam

 

Delen

Lid van de congregatie van Sacramentijnen is pater Wijers woonachtig in de in Amsterdam bij de Begijnhof en assisteert heel regelmatig op het heiligdom.

Vorige weekbrieven