Wie is mijn naaste?

de-goede-samaritaan-olv-ter-nood-heiloo

Het Evangelie van vandaag, de 15de zondag door het jaar, is geen makkelijk Evangelie. Het zinnetje uit het boek Deuteronomium, in het eerste deel van het Evangelie, klinkt nog wel lekker in onze oren; het is bijna een mantra: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en met geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.”

We hebben dit zinnetje misschien iets te vaak gehoord om het werkelijk tot ons door te laten dringen. Want God beminnen met geheel ons hart, geheel onze ziel, met al onze krachten en al ons verstand is al heel wat natuurlijk. Dat geeft al genoeg stof tot nadenken bij ons gewetensonderzoek ’s avonds voor het slapen gaan. Maar het echte addertje onder het gras zit in het tweede stukje: “en onze naaste als onszelf.”

Onze naaste net zoveel liefhebben als dat we onszelf liefhebben. Hoeveel aandacht hebben we voor ons zelf dat we niets te kort komen? Dat we voldoende te eten hebben, dat we voldoende slaap hebben, dat we vrije tijd hebben om leuke dingen te doen, dat we geen pijn hebben, etc. Nu moeten we ons dus net zoveel zorgen gaan maken om iemand anders. Dat hij of zij voldoende te eten heeft, dat hij of zij een redelijk onderdak heeft om te leven, een beetje aangenaam leven, een goede gezondheid, etc.

Wanneer de ander onze partner is, onze man of vrouw, onze vader of moeder, ons kind, een vriend, vriendin, ja, dan willen we hier nog best om denken, hem of haar willen we wel liefhebben. Maar wanneer het om een wildvreemde gaat? Hoe is het dan met ons gesteld? Hoe staan we er dan voor open om de ander echt lief te hebben, gelijk onszelf? Dat kan soms heel wat moeilijker liggen. Dan kunnen we misschien soms zijn als de priester of de leviet in het Evangelie, die met een wijde boog om de geplunderde en mishandelde man heen liepen. Het kwam hen niet zo uit om te helpen, ze hadden andere dingen te doen. Ze wilden de man niet kennen, misschien waren ze ook wel een beetje bang voor hem. Maar ze lieten hun hart niet echt spreken.

De Samaritaan, de zogezegd ongelovige, wel, hij kreeg medelijden staat er in het Evangelie. Hij had de moed om echt naar de man te kijken, naar de man toe te gaan, en contact met hem te maken. Om hem te verzorgen, tijd voor hem te maken en geld aan hem te spenderen. Net zo goed, of misschien nog wel royaler, als dat hij dit aan zich zelf gedaan zou hebben. En was hij de naaste van de man op de straat? Niet echt zou je kunnen zeggen, want hij was in Joods gebied, tussen Jeruzalem en Jericho. Maar hij maakte zich tot de naaste van de ander. En daar was het Jezus om te doen.

Wie is onze naaste?

Onze Lieve Vrouw ter Nood, bid voor ons.

Rector Jeroen

Share

Jeroen de Wit is sinds september 2016 de nieuwe rector van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood. Hij is, zoals hij zelf zegt, een ’late roeping’.

De zoon van een bollenkweker uit Julianadorp studeerde bedrijfskundige economie in Rotterdam en werkte een jaartje als exporteur van bloembollen en een paar jaar in een commerciële functie bij KPN. Hij emigreerde voor een poosje naar Australië, mee met zijn broer die er een bloemenkwekerij begon.

In Australië kreeg hij op zijn 28e een ’diepe ervaring’ en keerde zich daarna tot het katholieke geloof, maar priester werd hij nog niet. De Rector had vervolgens nog een baan bij een internetbedrijfje dat actief was in de wereld van de bloementeelt. Ook deed hij jarenlang vrijwilligerswerk in vooral de verslaafdenzorg, in Nederland en in Italië. “Ik dacht dat trouwen de weg voor mij was. Tot er plots een andere deur open ging.”

Hij was toen eind dertig, dus je kunt best van een late roeping spreken. Hij ging naar het seminarie van het bisdom in Vogelenzang en werd in 2013 tot priester gewijd. Hij werkte de laatste jaren als diaken in de Alkmaarse Matthias-Laurentiusparochie en in de Petrus en Paulus/Benedictusparochie in Bergen, en na 2013 als pastor in beide parochies en in Schoorl.
Jeroen de Wit woont nu in het Julianaklooster in Heiloo.

Bron

Vorige weekbrieven