Pinksteren

pinksteren-olv-ter-nood-heiloo

Vandaag, zondag 31 mei 2020, de vijftigste dag na Pasen vieren we het Hoogfeest van Pinksteren. De heilige Geest wordt uitgestort, niet alleen over Maria en de apostelen, maar ook over de vrouwen en de broeders, een hele groep van ongeveer 120 personen (Hand. 1,14-15). Bezield met het vuur van de heilige Geest wijden Petrus en de andere apostelen zich met de inzet van hun hele leven toe aan de zendingsopdracht die zij van Jezus hebben ontvangen om te verkondigen, te leiden, te dopen en zonden te vergeven. Duizenden toehoorders, allemaal joden, komen tot geloof, keren zich af van het kwaad dat ze hebben bedreven en laten zich dopen in de naam van Jezus Christus (Hand. 2,1-41). Zij vormen de eerste gemeenschappen van christengelovigen. De Kerk maakt op deze eerste Pinksterdag in Jeruzalem een begin met de vervulling van haar wereldwijde zending onder joden en onder niet-joden. Deze zending zal voortduren tot het einde der tijden.

Deze eerste Pinksterdag in Jeruzalem valt samen met het joodse Wekenfeest (Sjawoeoth), het oogstfeest dat zeven weken na Pesach (Pasen) wordt gevierd en aanvankelijk het feest was waarop de eerstelingen van de oogst aan God werden geofferd. Later heeft Sjawoeoth meer de betekenis gekregen van de herdenking van het ontvangen van de Thora (de Wet, met name de Tien Geboden) op de berg Sinaï. (Ex. 20) De duizenden joden die zich op het Pinksterfeest in Jeruzalem bekeerden en lieten dopen gelden ook wel als de “eerstelingen van de oogst”. Deze oogst onder joden en niet-joden gaat door tot het einde der tijden.

De zending van de Kerk zet vele personen en hele gemeenschappen, volkeren, talen, rassen en culturen op de weg naar het eeuwig leven. De zending van de Kerk wordt echter, evenals de zending van de Heer zelf, ook beantwoord met verzet en vervolging. De apostelen worden vervolgd door verschillende burgerlijke en religieuze overheden, voor rechtbanken gesleept, mishandeld en gevangen gezet. Maar op de vraag van de hogepriester in het Sanhedrin aan Petrus en de andere apostelen waarom zij zich niet houden aan het verbod om onderricht te geven in de Naam van de Heer Jezus, antwoorden zij vrijmoedig en helder: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen”. (Hand. 5,27-29) Uiteindelijk ondergaan alle apostelen (op Johannes na) een gewelddadige dood, de marteldood. Deze marteldood is niet het einde, maar juist de hoogste  bekroning van hun zendingsopdracht. Een bekende uitdrukking luidt: Het bloed van de martelaren is het zaad van de Kerk.

Laten wij ons bewust zijn van de kracht van de heilige Geest in iedereen van ons. Dat wij krachtens ons Doopsel en Vormsel zijn geroepen om overal te getuigen van Christus en zijn Rijk en daarbij niet te zwichten voor onbegrip en tegenwerking. Ten slotte kan de wereld ons niet de vrede en de rust geven die wij zoeken, maar wel de vervulling van de Thora (de Wet), zoals die in het Oude én in het Nieuwe Testament kernachtig wordt samengevat met de woorden: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf”. (Dt. 6,5; Lv. 19,18 en Lc. 10,27) Dit is niet alleen een zaak van individueel belang, maar ook van belang voor de gehele samenleving die in onze tijd misschien wel meer dan ooit verlangend uitziet naar de openbaring van Gods kinderen. (Rom. 8,19)

Pater Gerard Wijers s.s.s., Amsterdam

Delen

Lid van de congregatie van Sacramentijnen is pater Wijers woonachtig in de in Amsterdam bij de Begijnhof en assisteert heel regelmatig op het heiligdom.

Vorige weekbrieven