Overweging zondag 29 maart 2020

lazarus-olvternood

Beste broeders en zusters in Christus, beste gelovigen,

In het evangelie gaat het vandaag over Lazarus die sterft. Het gaat over een dode, een zieke. Terwijl wij nu in de wereld geconfronteerd worden met zoveel doden. Ik meen dat gisteren in Nederland het dodental van de Coronaepidemie op 639 staat en dat zullen er al weer meer geworden zijn. En zoveel besmettingen, in Nederland al meer dan 10.000 besmettingen, tot bijna 1000 mensen op de intensive care. En dan in het evangelie van vandaag spreken we eigenlijk maar over een gestorvene, een zieke. Dat staat niet in verhouding zou je kunnen zeggen. Als Jezus, als God doden kan laten opstaan, zoals we vandaag zien in het evangelie, waarom laat Hij dan niet de gestorvenen nu opstaan? En dan is het belangrijk om te benadrukken wat we vandaag horen in het evangelie dat we zien hoe Jezus zich gedraagt als Hij hoort dat Lazarus gestorven is. God wilt de dood niet. We zien dat Jezus heel bedroefd was. Drie keer kunnen we lezen in het evangelie hoe bedroefd Jezus was. Hij onderging een huivering, diep ontroerd sprak Hij. Hij begon te wenen toen Hij dichtbij was. En nogmaals toen Hij daarna bij het graf kwam, onderging Hij weer een huivering.

Jezus, God wilt de dood niet. En toch lijkt het soms zo dat God het toelaat om mensen tot geloof te leiden. Althans, als we dit evangelie bekijken. Want als Jezus hoort dat Lazarus ziek is, blijft Hij nog twee dagen op de plaats waar Hij is. Hij gaat nog niet naar Judea terug. Hij is in Galilea om de Joden in Judea te ontlopen die Hem naar het leven staan. En Hij wacht nog twee dagen voordat Hij daar naar toe gaat. Op de ene of andere manier laat Hij toe dat Lazarus sterft. Maar Hij doet dat dus om de mensen tot geloof te brengen. We zien dat heel vaak in het evangelie. Dat is de intentie van Jezus waarom Hij dit wonder doet. Hij wacht twee dagen en dan gaat Hij naar Judea. En wanneer Jezus dan bij de gestorvene Lazarus is, dan dankt Hij God de Vader. Het is mooi te zien in het gebed van Jezus, Zijn dankbaarheid. Hoe Hij ons dat voor doet in het gebed om altijd eerst dankbaarheid te tonen. Hij dankt God de Vader omdat Hij op deze wijze, het wonder wat Hij mag doen, de mensen Gods heerlijkheid kan tonen. Dat Hij kan tonen dat Hij werkelijk de Gezondene van God is, de Zoon van God, God zelf.  En dan horen we dat Jezus zegt: Ik ben de Verrijzenis en het Leven, wie in Mij gelooft, zal niet sterven, die zal in de Eeuwigheid leven.

Bij Lazarus zien we dat hij inderdaad opgewekt wordt maar hij zal weer sterven. Omdat hij in het aardse leven wordt opgewekt. Het gaat bij hem nog niet over de Verrijzenis. Wel natuurlijk als we over twee weken Pasen vieren, de Verrijzenis van de Heer. Uiteindelijk gaat het om het eeuwig leven. Lazarus wordt opgewekt voor het aardse leven. Uiteindelijk gaat het om het eeuwig leven.

En dat is waar God ons allemaal naar toe wil leiden. Kan het zijn dat God ziekte en sterven toelaat om mensen tot geloof te brengen. Ik denk als we het evangelie van vandaag volgen dat we dit met ja mogen beantwoorden. Dat lijkt inderdaad zo te zijn. En let wel: ziekte en dood is nooit wat God wil. We zien ook dat Jezus heel bedroeft is. Ziekte en dood is in de wereld gekomen uiteindelijk door de zonde en de ongehoorzaamheid van de mens aan het begin van de mensheid. En natuurlijk door zonde die mensen zelf in hun leven hebben begaan. En het lijkt zo als we de lijn van het evangelie volgen dat God het soms toelaat, Jezus wacht twee dagen voordat Hij erheen gaat, juist om Gods heerlijkheid, Gods glorie, Gods kracht te tonen. En de mensen tot geloof te leiden. God wil Zijn glorie tonen zoals Jezus dit bij Lazarus gedaan heeft.

En nu dus kunnen we niet geloven dat God nu alle gestorvenen van deze epidemie elke dag die sterven, dat Jezus die mensen doet opstaan. Waar het God om gaat en waar het Jezus om gaat in het evangelie is om de mensen tot geloof te brengen. Geloof in Hem, dat Hij daadwerkelijk het Leven en de Verrijzenis is. Als we in Hem geloven, sterven we niet. Ja uiteindelijk wel, sterven we lichamelijk nog, maar geestelijk niet. Onze ziel gaat naar God en ons lichaam zal weer opstaan op de laatste dag  bij de Wederkomst van de Heer. Hier mogen wij erop vertrouwen door de Verrijzenis van Jezus zelf en, zoals we in de tweede lezing hoorden, door de Geest die in ons woont. Want als de Heilige Geest van God in ons woont, zal Hij ons doen opstaan net zoals Hij Jezus Christus heeft doen opstaan (Rom. 8, 11).

Is er dan zoiets ergs nodig als dat we op dit moment meemaken dat de wereld eigenlijk bijna twee maanden stil staat op veel plekken, en dat er zoveel zieken en doden en leed is. Ik weet het niet. Dat zijn vragen die ons te boven gaan. God wil de doden en de zieken niet maar misschien dat Hij het soms toelaat binnen de krachten van de aarde die er zijn om ons tot geloof te leiden. Om tot het besef te komen dat er meer is dan materie, geld, economische cijfers en plezier. Maar we moeten vast blijven houden aan dat God dit niet wil, en dat zien we aan Jezus vandaag in het evangelie. Dat zien we aan hoe treurig Hij is , bedroeft, diep ontroerd bij de dood van Lazarus en bij het leed wat Maria en Martha daar om hebben. God wil het eeuwig leven van al Zijn kinderen, van al Zijn schepselen, ons allemaal, alle zes miljard zoals we nu op aarde leven en de vele gestorvenen al daarvoor. Van hen allen wil God ons eeuwig leven. We zien ook aan het begin van het evangelie van vandaag  dat er tegen Jezus gezegd wordt: Heer, hij die Gij liefhebt is ziek. En het is niet alleen Lazarus die Jezus liefheeft, maar God heeft ons allemaal lief. Omdat we Zijn kinderen zijn, Zijn schepselen zijn.

We kunnen ook denken aan de hele mooie preek, afgelopen vrijdag van de Paus, om 6 uur ’s avonds vanuit Rome. Het was een heel aangrijpende aanblik dat de Paus in z’n eentje omhoog liep op de trappen bij het Vaticaan. Geen mensen erom heen, behalve een kardinaal, priester of diaken die hem omhoog hielp. En toen de Paus daar zat in z’n eentje, zat en bad. De preek ging over het evangelie dat de leerlingen in de boot zaten tijdens de storm. En de leerlingen waren bang dat ze zouden vergaan. En Jezus sliep heel rustig achter in de boot. De leerlingen kwamen naar Hem toe en zeiden: Maar Heer, wilt Ge dan dat wij vergaan? Nee natuurlijk wil God dat niet. Maar Hij liet ook de storm toe, Hij was rustig aan het slapen, om ze uiteindelijk het grote wonder te tonen. Om ze tot geloof in Hem te leiden.

God wil dus de dood van die mensen niet, God wil de ziekten van die mensen niet, God wil de storm niet, God wil dat we tot geloof in Hem komen. En dat we al onze nood bij Hem brengen. Ons vertrouwen in Hem leggen en door ons geloof in Hem tot het eeuwig leven mogen komen. Dat we door dat geloof in Hem de Heilige Geest in ons hebben, diezelfde Heilige Geest die ook Hem over twee weken zal opwekken uit de doden. Jezus die de Verrijzenis zelf is, dat wij op die wijze ook tot het eeuwig Leven mogen komen.

Amen

Delen

Jeroen de Wit is sinds september 2016 de nieuwe rector van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood. Hij is, zoals hij zelf zegt, een ’late roeping’.

De zoon van een bollenkweker uit Julianadorp studeerde bedrijfskundige economie in Rotterdam en werkte een jaartje als exporteur van bloembollen en een paar jaar in een commerciële functie bij KPN. Hij emigreerde voor een poosje naar Australië, mee met zijn broer die er een bloemenkwekerij begon.

In Australië kreeg hij op zijn 28e een ’diepe ervaring’ en keerde zich daarna tot het katholieke geloof, maar priester werd hij nog niet. De Rector had vervolgens nog een baan bij een internetbedrijfje dat actief was in de wereld van de bloementeelt. Ook deed hij jarenlang vrijwilligerswerk in vooral de verslaafdenzorg, in Nederland en in Italië. “Ik dacht dat trouwen de weg voor mij was. Tot er plots een andere deur open ging.”

Hij was toen eind dertig, dus je kunt best van een late roeping spreken. Hij ging naar het seminarie van het bisdom in Vogelenzang en werd in 2013 tot priester gewijd. Hij werkte de laatste jaren als diaken in de Alkmaarse Matthias-Laurentiusparochie en in de Petrus en Paulus/Benedictusparochie in Bergen, en na 2013 als pastor in beide parochies en in Schoorl.
Jeroen de Wit woont nu in het Julianaklooster in Heiloo.

Bron

Vorige weekbrieven