Maagdelijkheid en Celibaat

sint-jozef-olv-ter-nood-heiloo

Regelmatig worden er vragen gesteld bij het verplichte celibaat voor priesters en religieuzen. De koppeling van het celibaat en het gewijde ambt is immers niet van nature vereist. De Kerk kende in de eerste eeuwen van haar bestaan zowel gehuwde als ongehuwde priesters en tot op de dag van vandaag kennen de oosterse kerken eveneens gehuwde en ongehuwde priesters. Vanaf het begin echter is het celibaat, ofwel de maagdelijkheid, de ongehuwde staat omwille van het Rijk der hemelen (Mt. 19,12), bijzonder hooggeschat in de Kerk. Nadat het celibaat eerst aan de priesters werd aanbevolen, werd het later in de Latijnse Kerk verplicht gesteld voor allen die een heilige wijding ontvangen en voor religieuzen. Dat is zo gebleven tot op de dag van vandaag. Waar gaat het eigenlijk om?

Maagden huwen niet een mens, maar huwen Christus en zijn Kerk, Christus’ Lichaam op aarde. Zij weten zich geroepen om zichzelf onhuwbaar te maken omwille van het Rijk der hemelen en daarmee hier op aarde een levend getuigenis af te leggen van onze eindbestemming tot het eeuwig leven in de hemel, het Rijk van God, waar geen sprake meer is van huwen of ten huwelijk geven, maar waar wij zullen zijn als engelen Gods (Mt. 22,30).

Vóór de komst van Jezus op aarde was blijvende maagdelijkheid nagenoeg onbekend en gold deze burgerlijke staat binnen het joodse volk eerder als tegennatuurlijk, soms zelfs als een straf van God. Niet getrouwd zijn en geen kinderen hebben stond maatschappelijk gezien niet bepaald in aanzien. Toen de “onvruchtbare” Elisabeth, die getrouwd was met de priester Zacharias en reeds op gevorderde leeftijd was, zwanger was geworden van Johannes de Doper, sprak zij: “Dit heeft de Heer voor mij gedaan toen het Hem behaagd had mijn schande bij de mensen weg te nemen.” (Luc. 1,25). Tot op de dag van vandaag is vrijwillig gekozen blijvende maagdelijkheid onbekend in het jodendom en wordt het in de islam eveneens afgewezen als iets tegennatuurlijks, als een menselijk bedenksel dat ingaat tegen Gods scheppingsorde. Blijvende maagdelijkheid is echter niet tegennatuurlijk, maar bovennatuurlijk. Zij tilt de mens al hier op aarde in alle vrijheid uit boven zijn aards bestaan en verwijst direct naar de hemel.

Verder mogen wij ook de maatschappelijke betekenis van de maagdelijke staat in onze tijd niet onderschatten, vooral niet voor de opgroeiende jongeren. Het is belangrijk dat zij zich bewust worden van de diepere betekenis van de staat waarin zij zijn geboren. Zij zijn geroepen om hun maagdelijkheid te bewaren tot in het huwelijk of om zich open te stellen voor de roepstem van God om zich met een onverdeeld hart geheel toe te wijden aan Christus en zijn Rijk in totale dienstbaarheid aan God en aan de mensen. De Wereldjongerendagen, zoals die op initiatief van de heilige paus Johannes Paulus II (1978 – 2005) sinds 1985 regelmatig plaatsvinden, zijn voor veel jonge mensen een ware ontdekking van de betekenis en inhoud van het katholieke geloof en zijn van beslissende betekenis geworden voor hun verdere levensweg, ook al geldt die niet zelden als teken van tegenspraak in onze westerse samenleving, waar de heiligheid van het menselijk lichaam zo veelvuldig en grof wordt neergehaald.

Pater Gerard Wijers s.s.s., Amsterdam

Share

Lid van de congregatie van Sacramentijnen is pater Wijers woonachtig in de in Amsterdam bij de Begijnhof en assisteert heel regelmatig op het heiligdom.

Vorige weekbrieven