De Almacht van God

De Almacht van God

Onze geloofsbelijdenis begint met de woorden: “Ik geloof in God, de almachtige Vader”. Verderop zeggen wij dat Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer, “zal komen oordelen de levenden en de doden”. In het besef dat wij mensen het natuurlijk nooit goed genoeg doen in Gods ogen, leidden deze woorden in het verleden, en ook nu nog, wel eens tot angst en vrees voor God, al dan niet ondersteund door een afbeelding van het “Alziend oog van God” in een driehoek.

Zonder deze geloofswaarheden ook maar enigszins te willen veranderen, of zelfs maar te relativeren, is het goed om verder te kijken. Waaruit bestaat dan wel Gods almacht, en wat houdt zijn oordeel over levenden en doden dan wel niet in? In de geloofsbelijdenis zeggen wij, nadat wij God beleden hebben als almachtige Vader, ook de “Schepper is van hemel en aarde”. Als wij heel de natuur om ons heen bezien, en ons eigen mensenbestaan, man en vrouw, als kroon op de schepping, dan kunnen wij niet anders dan concluderen dat hier een almachtige, liefdevolle Schepper aan het werk is, die onze menselijke mogelijkheden ver overstijgt. In het Oudtestamentische boek Wijsheid lezen wij al: “Want uit de grootheid en de schoonheid van de schepselen wordt men door vergelijking hun Schepper gewaar” (Wijsh. 13,5). Als de mens zich in zijn vrijheid van God afkeert, en zonde bedrijft, en heel die wonderlijke schepping vernielt, inclusief zijn eigen bestaan als beeld en gelijkenis van God, dan is het God zelf die de mensen oproept tot geloof en bekering, zodat Hij hen hun zonden kan vergeven. Uiteindelijk stuurt Hij zijn Zoon Jezus Christus naar deze wereld om zijn almacht concreet te bewijzen in zijn liefdevolle barmhartigheid en zijn genezende en verlossende kracht. Met zijn kruisdood en verrijzenis breekt God in zijn Zoon Jezus Christus definitief de macht van het Kwaad, zodat wij onze geloofsbelijdenis kunnen eindigen met de woorden: “Ik geloof in … de vergeving van de zonden, de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven. Amen.”

Vandaag horen wij bij de profeet Jesaja de voorzegging dat God de blinde weer zal laten zien, de dove laten horen, de stomme laten spreken en de lamme laten lopen. In het evangelie horen wij het concrete voorval dat de doofstomme weer hoort en spreekt. Dit alles is mogelijk op grond van het geloof van de mensen. Tot op de dag van vandaag komt het voor dat door de zonde de wonderlijke schepping, inclusief ons eigen mensenbestaan, op een leugenachtige wijze wordt vernield. De duivel wordt niet voor niets de aartsleugenaar genoemd (Joh. 8,44), die vaak rondwaart als een wolf in schaapskleren (Mt. 7,15). Denken wij maar aan de twee Wereldoorlogen in de vorige eeuw, het terrorisme in onze tijd, de chaotische situatie in Afghanistan, maar ook, in onze eigen westerse wereld, de ideologische vernieling van ons gegeven mensenbestaan als man en vrouw, zoals die gestalte krijgt in het onontbindbaar huwelijk met openheid voor kinderen. Altijd en overal klinkt in deze situaties Gods oproep tot geloof en bekering door, zodat Hij ons niet hoeft te veroordelen in zijn rechtvaardigheid, maar ons, zijn geliefde kinderen, zijn reddende almacht kan bewijzen.

Pater Gerard Wijers s.s.s., Amsterdam

Delen

Lid van de congregatie van Sacramentijnen is pater Wijers woonachtig in de in Amsterdam bij de Begijnhof en assisteert heel regelmatig op het heiligdom.

Recent Sermons