Dagelijks Brood, lezingen van de dag 23 mei – 29 mei 2021

pinksteren-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 23 mei – 29 mei 2021

Pinksteren

8e week door het jaar

Gebed tot de heilige Jozef

Tot U, Heilige Jozef nemen wij onze toevlucht in onze noden. En na de hulp van uw zeer heilige Bruid te hebben ingeroepen smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af.
Wij bidden U ootmoedig: zie met goedheid neer op het erfdeel dat Jezus Christus door zijn bloed heeft verworven en help ons in onze noden door uw machtige bijstand.
Dat vragen wij U omwille van de liefde die U heeft verbonden met de onbevlekte Maagd en Moeder van God en omwille van de vaderlijke tederheid waarmee Gij het Kind Jezus hebt aanvaard zorgzame bewaarder van het heilig Huisgezin bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus.
Liefdevolle vader, houdt ons ver van dwaling en zedenbederf.
Machtige beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis.
En zoals Gij weleer het Kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered zo verdedig nu ook de heilige Kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking neem ieder van ons in uw blijvende bescherming opdat wij naar uw voorbeeld en gesteund door uw hulp heilig leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in de hemel verkrijgen.
Amen

 

Zondag 23 mei Pinksterzondag

Eerste lezing (Hand. 2, 1-11)

Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken

Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Tussenzang (Ps. 104, 1ab+24ac.29bc-30.31+34)

Refrein:  Zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

Of Alleluia.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, wat zijt Gij groot, Heer mijn God!

Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer, de aarde is vol van uw schepsels.

Neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om, en keren terug tot de aarde.

Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan, Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels;

Mogen mijn woorden Hem aangenaam zijn, dan zal ik mij in de Heer verheugen.

Tweede lezing (Gal. 5, 16-25)

De vruchten van de Geest

Broeders en zusters, Leeft naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme. Die twee liggen met elkaar overhoop, zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet. De uitingen van zelfzucht zijn bekend genoeg: ontucht, onreinheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, twist, tweespalt, afgunst, driftbuien en partijzucht, ruzies, scheuringen, drinkgelagen, uitspattingen en zo meer. Ik waarschuw u, zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen, zullen het koninkrijk van God nooit erven. De vrucht van de Geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. Met zulke dingen heeft geen wet iets te maken. En zij die bij Christus Jezus horen, hebben hun zelfzucht gekruisigd met haar hartstochten en begeerten. Daar wij leven door de Geest, willen we ook leven volgens de Geest.

Sequens / Sequentie

Veni, Sancte Spiritus,                                 Kom, o Geest des Heren,

et emitte caelitus                             kom uit het hemels heiligdom,

lucis tuae radium.                        waar Gij staat voor Gods gezicht.

Veni, pater pauperum,                Kom der armen troost, daal neer

veni, dator munerum,                   kom en schenk uw gaven, Heer,

veni, lumen cordium.                          kom wees in de harten licht.

Consolator optime,                          Kom o trooster, Heil’ge Geest,

dulcis hospes animae,                       zachtheid die de ziel geneest,

ulce refrigerium.                            kom verkwikking zoet en mild.

In labore requies,                                        Kom o vrede in de strijd,

in aestu temperies                                 lafenis voor ’t hart dat lijdt,

in fletu solatium.                                          rust die alle onrust stilt.

O lux beatissima,                                       Licht dat vol van zegen is,

reple cordis intima                                      schijn in onze duisternis,

tuorum fidelium.                                      neem de harten voor U in.

Sine tuo numine,                                     Zonder Uw geheime gloed

nihil est in homine,                                is er in de mens geen goed,

nihil est innoxium.                                    is de ziel niet rein van zin.

Lava quod est sordidum,                         Was wat vuil is en onrein,

riga quod est aridum,                         overstroom ons dor domein,

sana quod est saucium.                          heel de ziel die is gewond,

Flecte quod est rigidum,             maak weer zacht wat is verstard,

fove quod est frigidum,                            koester het verkilde hart,

rege quod est devium.                     leid wie zelf de weg niet vond.

Da tuis fidelibus,                                     Geef Uw gaven zevenvoud,

in to confidentibus,                                   ieder die op U vertrouwt,

sacrum septenarium.                                 zich geheel op U verlaat.

Da virtutis meritum,                                 Sta ons met Uw liefde bij,

da salutis exitum,                                             dat ons einde zalig zij,

da perenne gaudium.                  geef ons vreugd die niet vergaat.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Kom, heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 26-27 + 16, 12-15)

De Geest der waarheid zal u tot de volle waarheid brengen

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wanneer de Helper komt, die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij Mij. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen; Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken, omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Al wat de Vader heeft, is het mijne. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft.

Maandag 24 mei Heilige Maria, Moeder van de Kerk – Tweede Pinksterdag

Eerste lezing (Gen 3, 9-15.20)

Vijandschap sticht Ik tussen uw kroost en dat van de vrouw

Nadat Adam in de tuin van Eden van de boom gegeten had riep God de Heer de mens en vroeg hem: ‘Waar zijt gij?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.’ Maar God de Heer zei: ‘Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw, die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.’ Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw: ‘Hoe hebt ge dat kunnen doen?’ De vrouw zei: ‘De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.’ God de Heer zei toen tot de slang: ‘Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel.’ De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.

Tussenzang (Ps. 87, 1-2.3+5.6-7)

Refrein:  Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd, Jeruzalem, stad van God!

Zijn stad op de heilige bergen: de Heer heeft haar lief;

de poorten van Sion veel meer dan alle tenten van Jakob.

Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd, Jeruzalem, stad van God!

Zij zullen dan zeggen: ‘Mijn moeder is zij, uit haar zijn wij allen geboren.’

En Hij zal het zelf verklaren, de Allerhoogste, de Heer.

Hij zal in het boek der volkeren schrijven: ‘Ook dezen horen daar thuis.’

Dan zullen zij dansen en zingen: ‘De bron van ons leven zijt Gij!’

Vers voor het evangelie

Alleluia. O gelukkige Maagd, die de Heer ter wereld heeft gebracht; heilige Moeder van de Kerk, die in ons de Geest van uw Zoon, Jezus Christus, bevordert. Alleluia.

Evangelie (Joh. 19, 25-34)

De moeder van Jezus was daar En zijn leerlingen geloofden in Hem

In die tijd stonden bij het kruis van Jezus: zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus de moeder zag en bij haar staande de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot de moeder: ‘Vrouw, zie uw zoon.’ Vervolgens zei Hij tot de leerling: ‘Zie uw moeder.’ En vanaf dat uur af nam de leerling haar bij zich op.  Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift zou worden volbracht, zei Jezus: “Ik heb dorst.” Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze staken dus een spons vol zure wijn op een hysopstengel, en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus dan van de zure wijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht”, en nadat Hij het hoofd had gebogen, gaf Hij de geest. Aangezien het voorbereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis bleven op sabbat – want het was de grote dag van die sabbat – vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen werden gebroken en zij zouden worden weggehaald. Daarop kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem was gekruisigd. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, braken zij zijn benen niet; maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans en onmiddellijk kwam er bloed en water uit.

Dinsdag 25 mei H. Maria Magdalena de’ Pazzi, maagd/Gregorius VII, paus/Beda de Eerbiedwaardige, priester en kerkleraar

Eerste lezing (Sir. 35, 1-12)

Geef met een blij gelaat en naar uw vermogen

Wie de wet houdt, brengt vele offers, wie zich houdt aan de geboden, brengt daarmee een vredeoffer, wie een weldaad bewijst, brengt een spijsoffer, en wie een aalmoes geeft, brengt een dankoffer. De Heer heeft welgevallen in het breken met de boosheid, en breken met de ongerechtigheid is verzoening. Verschijn echter niet met lege handen voor de Heer, want al deze dingen eist het gebod. Het offer van een rechtvaardige maakt het altaar vet, en de welriekende geur ervan komt voor de Allerhoogste, het offer van een rechtvaardige is welgevallig en de herinnering eraan wordt niet vergeten. Verheerlijk de Heer met een blij gelaat en onttrek niets aan de eerstelingen, die gij moet geven; toon bij al uw gaven een vrolijk gezicht, en heilig de tienden met vreugde. Geef aan de Allerhoogste naar hetgeen Hij u geschonken heeft, geef met een blij gelaat en naar uw vermogen.

Tussenzang (Ps. 50, 5-6.7-8.14.23)

Refrein:  Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

Brengt allen hier die Mij zijn toegewijd, die met een offer mijn verbond bekrachtigd hebben.

De hemelen betuigen zijn gerechtigheid: het is God zelf, die oordeelt.

Hoor nu, mijn volk, wat Ik u zeggen ga, hoor, Israël, waarvan ik u beschuldig, want Ik ben God, uw God!

Ik maak u over offers geen verwijt: uw offerdieren zie Ik aldoor branden.

Brengt liever God het offer van uw lof, volbrengt de Allerhoogste uw geloften.

Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk, wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

Vers voor het evangelie (Ps. 27, 11)

Alleluia. Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand, leid mij langs effen paden. Alleluia.

Evangelie (Mc. 10, 28-31)

Wie Mij volgt ontvangt het honderdvoud, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven

In die tijd nam Petrus het woord en zei tot Jezus: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.” Jezus antwoordde: “Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud aan huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven. Veel eersten zullen laatsten zijn en veel laatsten eersten.”

Woensdag 26 mei H. Filippus Neri, priester

Eerste lezing (Sir. 36, 1.4-5a.10-17)

Er is geen God buiten U, o Heer

Erbarm U over ons, o Heer, God van alle dingen en zie neer. Zoals Gij U voor de ogen der volkeren in ons als de heilige getoond hebt, toon zo voor onze ogen uw grootheid in hen, laten zij U kennen zoals ook wij U kennen. Verhaast het einde, de tijd van uw komst, wees uw besluit indachtig en laat men uw grote daden verhalen. Laat hem die tracht te ontkomen, door uw vurige toorn verteerd worden, en mogen zij die uw volk kwaad doen hun ondergang vinden. Verbrijzel de hoofden van de aanvoerders der vijanden, die zeggen: Er bestaat niets buiten ons. Verzamel alle stammen van Jakob en geef hun het erfdeel als vanouds. Erbarm U over het volk, o Heer, dat naar uw naam genoemd is, over Israël, dat Gij hebt gelijkgesteld met een eerstgeborene. Ontferm U over de stad van uw heiligdom, over Jeruzalem, de plaats van uw rust, vervul Sion met de faam van uw deugden en uw volk met uw heerlijkheid. Getuig voor hen, die van het begin af uw schepselen waren, en vervul de profetieën, die in uw naam zijn uitgesproken.

Tussenzang (Ps. 79, 8.9.11.13)

Refrein:  Toon ons uw barmhartigheid, Heer (Sir. 36, 1b).

Laat ons niet boeten voor vroegere zonden, kom met uw barmhartigheid ons tegemoet, want wij zijn maar zwakke mensen.

Ach help ons, God van ons heil, om uw Naam, bevrijd ons, vergeef onze zonden, laat niemand zeggen: waar is nu hun God?

Tot U stijge op het gekerm der geboeiden, bevrijd met uw macht die de dood zijn gewijd.

Maar wij zijn uw volk, Heer, uw eigen kudde, wij zullen U prijzen in eeuwigheid, uw lof van geslacht tot geslacht bezingen.

Vers voor het evangelie (Ps. 95, 8ab)

Alleluia. Luistert heden naar de stem van de Heer en weest niet halsstarrig. Alleluia.

Evangelie (Mc. 10, 32-45)

Wij gaan nu naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden overgeleverd

In die tijd trokken de leerlingen voort, op weg naar Jeruzalem en Jezus ging voor hen uit. Zij waren ontdaan en ook die Hem volgden waren bevreesd. Hij nam opnieuw de twaalf terzijde en begon hun te spreken over wat Hem zou overkomen: “Wij gaan nu naar Jeruzalem waar de Mensenzoon aan de hogepriesters en schriftgeleerden zal worden overgeleverd. Zij zullen Hem ter dood veroordelen en aan de heidenen overleveren, ze zullen Hem bespotten en bespuwen, Hem geselen en doden, maar drie dagen later zal Hij verrijzen.” Toen kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, naar Hem toe en zeiden: “Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij U vragen.” Hij antwoordde hun: “Wat wilt ge dan dat Ik voor u doe?” Zij zeiden Hem: “Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten.” Maar Jezus zei hun: “Ge weet niet wat ge vraagt. Zijt ge in staat de beker te drinken, die Ik drink en met het doopsel gedoopt te worden waarmee Ik gedoopt word?” Zij antwoordden Hem: “Ja, dat kunnen wij.” “Inderdaad – gaf Jezus toe – de beker, die Ik drink, zult gij drinken, en met het doopsel, waarmee Ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden, maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand, omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie dit is bereid.” Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze kwaad op Jakobus en Johannes. Jezus echter riep hen bij zich en sprak tot hen: “Gij weet dat zij, die als heersers der volkeren gelden, hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn, wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, moet de slaaf van allen zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen.”

Donderdag 27 mei Onze Heer Jezus Christus, eeuwige Hogepriester – Donderdag na Pinksteren                            

Eerste lezing (Jer. 31, 31-34)

Ik zal een nieuw verbond sluiten en aan hun zonden niet meer denken

Er komt een tijd – godspraak van de Heer – dat Ik met Israël een nieuw verbond sluit. Geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb, toen Ik hen bij de hand heb genomen om hen uit Egypte te leiden. Want dat verbond hebben zij verbroken, ofschoon Ik hun meester was – godspraak van de Heer –. Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israël sluit: Ik leg mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden: Leer de Heer kennen. Want iedereen, groot en klein, kent Mij dan – godsspraak van de Heer –. Dan vergeef Ik hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.

Ofwel:

Eerste lezing (Hebr. 10, 11-18)

Christus heeft door één offer voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht

Broeders en zusters, iedere hogepriester verricht dagelijks staande de dienst en draagt telkens weer dezelfde offers op, die nooit de zonden kunnen wegnemen. Christus daarentegen is voor altijd gezeten aan de rechterhand van God na één enkel offer voor de zonden te hebben gebracht, nog slechts wachtend op het ogenblik dat zijn vijanden worden gemaakt tot een voetbank voor zijn voeten. Want door één offer heeft Hij voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht. We hebben hiervoor ook het getuigenis van de Heilige Geest. Eerst zegt Hij: “Dit is het verbond dat Ik met hen zal sluiten na die dagen, zegt de Heer: Ik zal mijn wetten in hun hart leggen, Ik grif ze in hun geest.” En hieraan voegt Hij toe: “Ik zal hun zonden en ongerechtigheden niet langer gedenken.” En waar deze vergeven zijn, is geen zoenoffer meer nodig. 

Tussenzang (Ps. 110, 1b-e.2.3)

Refrein:  Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

De Heer sprak tot mijn heer: zit aan mijn rechterhand; Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten.

Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht: regeer te midden van uw tegenstanders.

Uw volk staat om u heen in blanke wapenrusting, de jongemannen op het veld als morgendauw.

Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen: Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

Vers voor het evangelie (Hebr. 5, 8-9)

Alleluia. Hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil. Alleluia.

Evangelie (Mc. 14, 22-25)

Dit is mijn Lichaam Dit is mijn Bloed

Op de eerste dag van het ongedesemde brood, de dag waarop men het paaslam slacht, nam Jezus onder de maaltijd brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun, met de woorden: “Neemt, dit is mijn Lichaam.” Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken allen daaruit. En Hij sprak tot hen: “Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen. Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt, tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van God.”

Vrijdag 28 mei                                                                                        

Eerste lezing (Sir. 44, 1.9-13)

Onze vaderen waren vrome mannen; tot in eeuwigheid blijft hun nageslacht

Laat ons beroemde mannen prijzen, de vaderen van wie wij afstammen. Toch zijn er anderen aan wie niet meer gedacht wordt en die verdwenen zijn, als hadden zij nooit bestaan, zij werden als waren zij er nooit geweest, evenals hun kinderen. De eersten echter waren vrome mannen, hun rechtvaardige daden werden niet vergeten, met hun nageslacht blijft hun naam, een goede erfenis zijn hun nakomelingen. Hun nageslacht houdt vast aan Gods verbond, en ook hun kinderen dankzij hen. Tot in eeuwigheid blijven zij bestaan, en hun roem wordt nooit meer uitgewist.

Tussenzang (Ps. 149, 1-2.3-4.5-6a.9b)

Refrein:  Onze Heer die zijn volk bemint, omkranst de verdrukte met zegekransen.

Of: Alleluia.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zijn lof weerklinke temidden der zijnen.

Israël juiche zijn Schepper toe, laat Sions zonen hun koning begroeten.

Looft zijn Naam in een heilige dans, bespeelt voor Hem harp en citer.

Want onze Heer, die zijn volk bemint, omkranst de verdrukte met zegekransen.

Jubelt dus, heiligen, om uw triomf, viert feest in uw legerplaatsen,

gaat met het lied van God in uw mond, een taak die zijn vromen tot eer strekt.

Vers voor het evangelie (Ps. 119, 18)

Alleluia. Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer, de heerlijkheid van uw wet. Alleluia.

Evangelie (Mc. 11, 11-25)

Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volkeren

In die tijd trok Jezus Jeruzalem binnen, de tempel in. Nadat Hij er alles in ogenschouw had genomen keerde Hij, omdat het al laat was, met de twaalf naar Betanië terug. Toen zij de volgende dag Betanië verlaten hadden, kreeg Hij honger. Hij zag in de verte een vijgenboom in blad staan en ging kijken of Hij er misschien iets aan kon vinden; maar bij de boom gekomen vond Hij niets dan bladeren; het was trouwens niet de tijd van de vijgen. Daarom richtte Hij zich tot de boom en zei: “Niemand zal in eeuwigheid nog vruchten van je eten!” Zijn leerlingen hoorden dat. Toen ze in Jeruzalem kwamen, ging Hij naar de tempel en begon de kopers en verkopers het tempelplein af te jagen, Hij wierp de tafels van de geldwisselaars omver en de stoeltjes van de duivenverkopers, en ook duldde Hij niet dat nog iemand enig voorwerp over het tempelplein droeg. En Hij gaf hun als verklaring: “Staat er niet geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor alle volkeren? Maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.” De hogepriesters en schriftgeleerden, die dat gehoord hadden, zochten een mogelijkheid om Hem ter dood te brengen. Ze vreesden Hem namelijk, omdat heel het volk verrukt was over zijn leer. In de avond verlieten zij de stad weer. ‘s Morgens kwamen zij langs de vijgenboom en ze zagen, dat hij tot op de wortel verdord was. Petrus dacht weer terug aan het gebeurde en zei: “Meester, kijk! De vijgenboom, die Gij vervloekt hebt, is verdord.” Jezus antwoordde hun: “Hebt geloof in God. Voorwaar, Ik zeg u: Als iemand tot deze berg zegt: Hef u op en stort u in zee, en als hij in zijn hart niet twijfelt, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, voor hem zal het werkelijkheid worden. Daarom zeg Ik u: Alles wat ge in het gebed vraagt, gelooft dat ge het al verkregen hebt en ge zult het verkrijgen. Hebt ge iets tegen iemand, terwijl ge staat te bidden, vergeeft het dan, opdat ook uw Vader in de hemel uw tekortkomingen moge vergeven.”

Zaterdag 29 mei Onze Lieve Vrouw ter Nood/Paulus VI, paus – Maria op zaterdag

Eerste lezing (Sir. 51, 12-20)

Ik heb geworsteld om de wijsheid te bezitten; door loutering vond ik haar

Heer en Koning, Gij hebt mij gered van het verderf, mij verlost van alle kwaad. Daarom zal ik U danken en loven en de naam des Heren prijzen. Toen ik nog jong was, voordat ik ging zwerven, zocht ik openlijk wijsheid in mijn gebed. Staande voor de tempel vroeg ik er om, en  tot het laatste toe zal ik haar zoeken. Wanneer zij zich ontplooide als een rijpende druif, verheugde ik mij over haar. Van mijn jeugd af volgde ik haar spoor, mijn voet betrad de rechte weg. Ik legde mijn oor maar even te luisteren en ving haar op en ik dankte aan haar veel wijze lessen. Ik maakte vorderingen in de wijsheid: Hem die mij leerde, gaf ik de eer, want ik was erop bedacht de wijsheid in praktijk te brengen. Ik zocht het goede en werd niet beschaamd. Ik heb geworsteld om wijsheid te bezitten en nauwgezet heb ik de wet onderhouden, ik strekte mijn handen ten hemel en betreurde mijn onwetendheid. Op wijsheid richtte ik mijn aandacht, en door loutering vond ik haar, met haar verwierf ik inzicht van het begin af aan, daarom zal ik niet verlaten worden.

Tussenzang (Ps. 19, 8.9.10.11)

Refrein:  Rechtmatig zijn de bevelen des Heren, bevredigend voor het gemoed.

De wet van de Heer is volkomen, zij sterkt de onzekere geest.

Zijn voorschriften zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs.

Rechtmatig zijn al zijn bevelen, bevredigend voor het gemoed.

Glashelder zijn zijn geboden, zij zijn een licht voor het oog.

Het woord van de Heer is eerlijk, het blijft in eeuwigheid waar.

Zijn uitspraken zijn waarachtig, rechtvaardig in iedere zaak.

Gezocht meer dan goud of juwelen, welsmakend als honingzeem.

Vers voor het evangelie (Ps. 119, 27)

Alleluia. Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer, dan zal ik uw daden indachtig zijn. Alleluia.

Evangelie (Mc. 11, 27-33)

Welke bevoegdheid hebt Gij om dit alles te doen?

In die tijd kwam Jezus met zijn leerlingen in Jeruzalem. Terwijl Hij rondwandelde op het tempelplein, traden de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten op Hem toe en ze vroegen Hem: “Welke bevoegdheid hebt Gij om dit alles te doen? En wie heeft U die bevoegdheid dan daartoe gegeven?” Jezus antwoordde: “Ik zal u één enkele vraag stellen en als gij Mij daar antwoord op geeft, zal Ik u op mijn beurt zeggen krachtens welke bevoegdheid Ik dit alles doe. Het doopsel van Johannes, kwam dat van de hemel of van de mensen? Geeft Mij daar een antwoord op.” Zij beraadslaagden onder elkaar: “Als wij zeggen: van de hemel, dan zal Hij antwoorden: Waarom hebt gij hem dan geen geloof geschonken? Maar zeggen we: van de mensen?…” Zij waren bang voor het volk, want iedereen hield Johannes voor een profeet. Zij gaven Jezus dus ten antwoord: “Wij weten het niet.” Toen zei Jezus tot hen: “Dan zeg Ik u evenmin krachtens welke bevoegdheid Ik zo handel.”

 

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

 

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom via Ideal op onze doneerpagina of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99 t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.

Hartelijk dank voor uw gave.

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood, Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon. Daarom komen wij vol vertrouwen tot u en wij vragen door U aan de Heer:

Bevrijd heel de wereld van de Corona-epidemie, genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen. Sta alle mensen bij die lijden onder de gevolgen van deze crises. Geef wijsheid aan onze bestuurders.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet. Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten, geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen, geef ons licht waar het donker is en geef dat wij elkaar spoedig weer in vrijheid en vreugde nabij kunnen zijn.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren, geef ons overgave aan de wil van de Vader en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon. Amen.

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen.

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Regina Caeli

℣. Regina caeli, laetare, alleluia.
℟. Quia quem meruisti portare, alleluia.

℣. Resurrexit, sicut dixit, alleluia.
℟. Ora pro nobis Deum, alleluia.

℣. Gaude et laetare Virgo María, alleluia.
℟. Quia surrexit Dominus vere, alleluia.

Oremus:
Deus, qui per resurrectionem Filii tui, Domini nostri Iesu Christi, mundum laetificare dignatus es: praesta, quaesumus; ut, per eius Genetricem Virginem Mariam, perpetuae capiamus gaudia vitae. Per eundem Christum Dominum nostrum. Amen.

Gloria Patri, et Fili, et Spiritui Sancto. Sicut erat in principio, et nunc et semper, et in saeccula saeculorum. Amen. (3x)