Leven als verrezenen

Leven als verrezenen

Zalig Pasen! We leven in de mooie Paastijd, waarin we Christus’ verrijzenis en overwinning op de dood vieren. De Veertigdagentijd is voorbij, we mogen volop paaseitjes eten en in de kerk wordt vrolijk Alleluia gezongen.

In ons enthousiasme zouden we kunnen denken: weg met dat juk wat de Veertigdagentijd ons oplegde! Dat vasten, die goede daden, minderen in schermtijd, het hoeft allemaal niet meer! Maar dan zitten we er helemaal naast. Zeker, het penitentiële aspect van de Veertigdagentijd wordt nu overstemd door het feestelijke van de Paastijd. Maar laten we eens kijken naar Jezus Zelf, aan Wie we in ons leven altijd een voorbeeld moeten nemen. Ging Jezus na Zijn verrijzenis weer terug naar Zijn oude leven, alsof er niets was veranderd? Helemaal niet! Paulus zegt het heel mooi in de brief aan de Romeinen: “wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij is gestorven, heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.”

Jezus’ leven na Zijn verrijzenis had “alleen met God van doen”. Hij leefde alleen nog maar voor God. Dat moeten wij nadoen: sterven aan de zonde en leven voor God. Met dat sterven aan de zonde hebben we een goed begin gemaakt in de Veertigdagentijd. Als het goed is, hebben we serieus gekeken naar de obstakels die er in ons leven tussen ons en God zijn, en hebben we geprobeerd die zoveel mogelijk te verwijderen. Dat betekent natuurlijk niet dat we ze nu de Veertigdagentijd voorbij is weer terug moeten zetten! Integendeel: we moeten onszelf “beschouwen als dood voor de zonde en levend voor God”. Dat zondige waarmee we hebben afgerekend in de Veertigdagentijd, blijft dood. Alleen wijzelf verrijzen om voortaan te leven voor God.

Hoe moet dat dan, dat leven voor God? We vinden een mooi antwoord in de brief aan de Kolossenzen (3,1): “Als gij nu met Christus verrezen zijt, zoekt dan wat boven is, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God.” Bij al onze keuzes moeten we onze blik gericht houden naar boven, naar de Hemel die ons te wachten staat. “Zint op wat boven is, niet op wat op aarde is.” (Kol 3,3) Ons einddoel is niet de aarde, maar de Hemel. De keuzes die we hier op aarde maken en die richting geven aan onze levensweg, moeten dus ook niet gericht zijn op de aarde, maar de Hemel. Durf je serieus af te vragen: “brengt dit mij dichter bij God of juist verder weg?” en richt daar je leven als verrezene op in.

Een bijzondere manier om steeds meer voor God te leven is door het frequent en bewust ontvangen van de H. Communie. Zo komt elke keer Jezus zelf in ons leven, zo bouwt Hij als het ware Zijn koninkrijk in ons hart, totdat we – weer met Paulus – kunnen zeggen: “Ik leef, maar niet meer ik; Christus leeft in mij.” (Gal 2,20) Dan heeft inderdaad ons leven steeds minder met het aardse en steeds meer met God van doen.

Moeilijk? Dat wel. Onmogelijk? Natuurlijk niet, anders zou God het ons toch niet vragen! En zoals u weet: bij bijzondere tijden horen bijzondere genaden. Een echte Paasgenade is om gestorven aan de zonde te leven voor God in Christus Jezus. Laten we dus van deze mooie Paastijd profiteren.

 

M. Laetitia Dei

Share

Zuster Maria Laetitia Dei is lid van de Dienaressen van de Heer en de Maagd van Matará.

Recent Sermons