Dagelijks Brood, lezingen van de dag 6 – 12 juni 2021

heilig harten van jezus en maria olv ter nood heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 6 – 12 juni 2021

10e week door het jaar

Gebed tot de heilige Jozef

Tot U, Heilige Jozef nemen wij onze toevlucht in onze noden. En na de hulp van uw zeer heilige Bruid te hebben ingeroepen smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af.

Wij bidden U ootmoedig: zie met goedheid neer op het erfdeel dat Jezus Christus door zijn bloed heeft verworven en help ons in onze noden door uw machtige bijstand.

Dat vragen wij U omwille van de liefde die U heeft verbonden met de onbevlekte Maagd en Moeder van God en omwille van de vaderlijke tederheid waarmee Gij het Kind Jezus hebt aanvaard zorgzame bewaarder van het heilig Huisgezin bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus.

Liefdevolle vader, houdt ons ver van dwaling en zedenbederf.

Machtige beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis.

En zoals Gij weleer het Kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered zo verdedig nu ook de heilige Kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking neem ieder van ons in uw blijvende bescherming opdat wij naar uw voorbeeld en gesteund door uw hulp heilig leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in de hemel verkrijgen.
Amen

Zondag 6 juni – H. Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus, Sacramentsdag

Eerste lezing (Ex. 24, 3-8)

Dit is het bloed van het verbond dat de Heer met u sluit

In die dagen kwam Mozes en stelde het volk in kennis van alle woorden en bepalingen van de Heer. Eenstemmig betuigde het volk: “Alle woorden die de Heer tot ons gesproken heeft, zullen wij onderhouden.” Daarop stelde Mozes alle woorden van de Heer op schrift. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en stelde twaalf wijstenen op, naar de twaalf stammen van Israël. Toen gaf hij jonge Israëlieten de opdracht, stieren op te dragen als brand- en slachtoffers voor de Heer. Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, terwijl hij de andere helft uitgoot over het altaar. Toen nam hij het verbondsboek en las dit voor aan het volk. En zij verzekerden: “Alles wat de Heer zegt, zullen wij doen en ter harte nemen.” Vervolgens nam Mozes het bloed, sprenkelde dat over het volk en sprak: “Dit is het bloed van het verbond dat de Heer, op grond van al deze woorden, met u sluit.”

Tussenzang (Ps. 116, 12-13.15+16bc.17-18)

Refrein: De kelk van het heil zal ik nemen en aanroepen de naam van de Heer. Of: Alleluia.

Wat kan ik de Heer teruggeven voor al wat Hij mij gegeven heeft? De kelk van het heil zal ik nemen en aanroepen de naam van de Heer.
Want kostbaar is in het oog van de Heer het sterven van zijn getrouwen. Ik ben uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Gij hebt mijn boeien geslaakt.
U zal ik een lofoffer brengen, aanroepen de naam van de Heer. Ik zal mijn geloften volbrengen waar heel zijn volk het ziet.

Tweede lezing (Hebr. 9, 11-15)

Het bloed van Christus zal onze ziel zuiveren

Broeders en zusters, Nu is Christus gekomen, de hogepriester van het waarachtige heil. De tent van zijn priesterschap is groter en volmaakter dan de vorige; ze is niet gemaakt door mensenhand, dat wil zeggen, ze behoort niet tot onze geschapen wereld. Het bloed van zijn offer is zijn eigen bloed, niet dat van bokken en kalveren. Zo is Hij het heiligdom binnengegaan, eens voor altijd, en Hij heeft een eeuwige verlossing verworven. Want als het bloed van bokken en stieren en de gesprenkelde as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij wettelijk rein worden, hoeveel groter is de kracht van Christus’ bloed! Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd, een smetteloos offer, dat onze ziel zuivert van dode werken om de levende God te eren. En daarom is Hij middelaar van een nieuw verbond: er heeft een sterven plaatsgehad dat bevrijding brengt van de zonden die onder het eerste verbond zijn bedreven; nu kunnen zij die door God geroepen zijn, het eeuwig erfdeel ontvangen dat hun is toegezegd.

Sequens / Sequentie
Lauda, Sion, Salvatorem, lauda ducem et pastorem in hymnis et canticis.

Quantum potes, tantum aude: quia maior omni laude, nec laudare sufficis.

Laudis thema specialis, panis vivus et vitalis hodie proponitur.

Quem in sacrae mensa cenae, turbae fratrum duodenae datum non ambigitur.

Sit laus plena, sit sonora, sit iucunda, sit decora mentis iubilatio.

Dies enim sollemnis agitur, in qua mensae prima recolitur huius institutio.

In hac mensa novi Regis, novum Pascha novae legis Phase vetus terminat.

Vetustatem novitas, umbram fugat veritas, noctem lux eliminat.

Quod in cena Christus gessit, faciendum hoe expressit in sui memoriam.

Docti sacris institutis, panem, vinum in salutis consecramus hostiam.

Dogma datur Christianis, quod in carnem transit panis, et vinum in sanguinem.

Quod non capis, quod non vides, animosa firmat fides, praeter rerum ordinem.

Sub diversis speciebus, signis tantum, et non rebus, latent res eximiae.

Caro cibus, sanguis potus: manet tamen Christus totus, sub utraque specie.

A sumente non concisus, non confractus, non divisus: integer accipitur.

Sumit unus, sumunt mille: quantum isti, tantum ille: nec sumptus consumitur.

Sumunt boni, sumunt mali: sorte tamen inaequali, vitae vel interitus.

Mors est malis, vita bonis: vide paris sumptionis quam sit dispar exitus.

Fracto demum sacramento, ne vacilles, sed memento tantum esse sub fragmento, quantum toto tegitur.

Nulla rei fit scissura:signi tantum fit fractura, qua nec status nee statura signati minuitur.

Ecce panis angelorum, factus cibus viatorum: vere panis filiorum, non mittendus canibus.

In figuris praesignatur, cum Isaac immolatur, agnus Paschae deputatur, datur manna patribus.

Bone Pastor, panis vere, lesu, nostri miserere: tu nos pasce, nos tuere, tu nos bona fac videre in terra viventium.

Tu, qui cuncta seis et vales, qui nos pascis hic mortales: tuos ibi commensales, coheredes et sodales fac sanctorum civium.

Loof, o Sion, uw Verlosser, loof uw Leidsman en uw Herder in gezang en liederen.

Loof Hem luid, naar best vermogen: Hij gaat alle lof te boven, loven kunt gij nooit genoeg.

Laten wij met name heden zingen van het onvolprezen levend brood, dat leven geeft.

Dat de Heer, zoals wij weten, aan de twaalf heeft willen geven bij het heilig avondmaal.

Vol en krachtig zij ons loflied, waarin blij en schoon weerklinke heel de jubel van ons hart.

Want wij vieren heden plechtig dat de Heer dit heilig feestmaal liefdevol heeft ingesteld.

Dit nieuw paasmaal, dat de Koning van het nieuw Verbond bereid heeft, sluit het oude Pasen af.

Zo doet nieuwheid oudheid wijken, doet vervulling schaduw vluchten, drijft het licht het duister uit.

Hetgeen Christus bij die maaltijd deed, gebood Hij te herhalen tot zijner gedachtenis.

Onderricht door deze lering, heiligen wij brood en wijn tot offer van ons eeuwig heil.

’t Is geloofspunt voor de christen: hier wordt brood in ’t Vlees des Heren, wijn veranderd in zijn Bloed.

Wat gij niet begrijpt of zien kunt, wordt in diep geloof beleden, buiten de orde der natuur.

Onder tweeërlei gedaanten, die slechts tekens zijn, geen wezen, schuilt verheven werkelijkheid.

Vlees is spijs en bloed is drank, maar onder iedere gedaante blijft de Christus ongedeeld.

Door wie eet, wordt Hij ontvangen ongedeeld en ongebroken: elk ontvangt Hem heel en al.

Of er één of duizend eten, evenveel ontvangt eenieder: Hij wordt daardoor niet verteerd.

Goeden eten, bozen eten: maar hun lot is zeer verschillend: leven of verdoemenis.

Dood den bozen, goeden ’t leven: beiden nuttigen hetzelfde, maar bemerk met welk verschil.

Wordt het Sacrament gebroken, wil niet weifelen maar weten, dat in elk deel zoveel schuilgaat als er is in het geheel.

Breken kan men niet het wezen, maar alleen het zichtbaar teken. Ongeschonden blijft de staat en de gestalte van de Heer.

Zie, het brood dat Engelen eten, wordt de spijs van aardse pelgrims; waarlijk, brood der kind’ren is het, dat men niet voor honden werpt.

Voorbeduid werd het in beelden, toen eens Isaak werd geofferd, toen de Joden paasmaal vierden, toen het manna voor hen viel.

Goede Herder, brood des levens, Jezus, toon ons uw ontferming: wil ons weiden, ons geleiden naar de zalige aanschouwing in het land der levenden.

Gij, alwetend en almachtig, hier de spijs van stervelingen, maak ons daar tot disgenoten, mede-erfgenamen, mede- burgers van uw eeuwig rijk.

Vers voor het evangelie (Joh. 6, 51)

Alleluia. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald, zegt de Heer; als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid. Alleluia.

Evangelie (Mc. 14, 12-16.22-26)

Dit is mijn lichaam. Dit is mijn bloed

Op de eerste dag van het ongedesemde brood, de dag waarop men het paaslam slacht, zeiden zijn leerlingen tot Jezus: “Waar wilt Gij dat wij voorbereidselen gaan treffen, zodat Gij het paasmaal kunt houden?” Hij zond daarop twee van zijn leerlingen uit met de opdracht: “Gaat naar de stad en daar zult ge een man tegenkomen die een kruik water draagt; volg hem en zegt aan de eigenaar van het huis waar hij binnengaat: De Meester laat vragen: Waar is de zaal voor Mij, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? Hij zal u dan een grote bovenzaal laten zien, met rustbedden en van al het nodige voorzien; maakt daar alles voor ons klaar.” De leerlingen vertrokken, gingen de stad binnen, vonden alles zoals Hij het hun gezegd had en maakten het paasmaal gereed.
Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun met de woorden: “Neemt, dit is mijn Lichaam.” Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken allen daaruit. En Hij sprak tot hen: “Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen. Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van God.” Nadat zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij naar de Olijfberg.

Maandag 7 juni

Eerste lezing (2 Kor. 1, 1-7)

God troost ons in al onze tegenspoed, zodat wij in staat zijn anderen te troosten

Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en Timóteüs onze broeder, aan de kerk Gods in Korinte en aan alle heiligen in geheel Achaïa. Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus! Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader vol ontferming en de God van alle vertroosting. Hij troost ons in al onze tegenspoed, zodat wij in staat zijn anderen te troosten in al hun noden, dankzij de troost die wij van God ontvangen. Want wij delen volop in de smarten van Christus, maar door Christus gewordt ons ook overvloedige vertroosting. Worden wij verdrukt, het is voor uw troost en heil. Worden wij bemoedigd, het is om u moed en kracht te geven om standvastig hetzelfde lijden te verdragen als wij verdragen.
Onze hoop voor u staat vast: wij weten dat gij, delend in onze smarten ook zult delen in onze vertroosting.

Tussenzang (Ps. 34, 2-3.4-5.6-7.8-9)

Refrein: Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is.

De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen.
Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. lk ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.
Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur. Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.
De engel van God legt een schans om hen heen, om elk die God vreest te beschermen. Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Vers voor het evangelie (Ps. 145, 13cd)

Alleluia. Waarachtig is God in al zijn woorden en heilig in al wat Hij doet. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 1-12)

Zalig de armen van geest

Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt
en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil. Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die vóór u geleefd hebben.”

Dinsdag 8 juni

Eerste lezing (2 Kor. 1, 18-22)

Jezus was niet Ja en Neen; in Hem was slechts Ja

Broeders en zusters, God staat er borg voor: het woord dat wij tot u spreken is niet tegelijk ja en neen. De Zoon Gods, Christus Jezus, die door ons onder u is verkondigd, door mij en Silvanus en Timóteüs, Hij was niet Ja en Neen, in Hem was slechts Ja. Want alle beloften van God zijn in Hem waar gemaakt. Daarom spreken wij door Hem ook ons: “Amen. Ja, zo is het” God ter ere. En God zelf is het, die ons samen met u in Christus bevestigt en ons heeft gezalfd. Hij is het ook die op ons zijn zegel heeft gedrukt en de Geest als een handgeld aan onze harten heeft meegedeeld.

Tussenzang (Ps. 119, 129.130.131.132.133.135)

Refrein: Laat voor uw dienaar uw aangezicht stralen, Heer.

Uitstekend is alles wat Gij verordent, daarom houdt mijn geest daaraan vast. De uitleg van uw woorden geeft klaarheid, schenkt wijsheid aan wie onervaren is.
Mijn mond sper ik hijgend open, zo snak ik naar uw gebod.
Keer U naar mij toe en wees mij genadig, zoals Gij steeds zijt voor wie U bemint.
Geleid mijn schreden zoals Gij beloofd hebt; geen enkel kwaad overheerse mij.
Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, laat mij uw beschikkingen zien.

Vers voor het evangelie (cf. Hand. 16, 14b)

Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 13-16)

Gij zijt het zout der aarde

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.”

Woensdag 9 juni H. Efrem, diaken en kerkleraar

Eerste lezing (2 Kor. 3, 4-11)

Christus heeft ons bekwaam gemaakt dienaars te zijn van een nieuw verbond, niet van de letter maar van de Geest

Broeders en zusters, groot is ons Godsvertrouwen dankzij Christus. Nogmaals: dit betekent niet, dat wij uit onszelf bekwaam zijn, zodat wij ons enige verdienste kunnen toeschrijven. Heel onze bekwaamheid komt van God. Hij is het die ons bekwaam heeft gemaakt dienaars te zijn van een nieuw verbond, niet van de letter maar van de Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Welnu, de dienst van de dood waarvan de oorkonde op stenen gegrift stond, ging reeds met zulk een heerlijkheid gepaard, dat de kinderen van Israël niet konden opzien naar het gelaat van Mozes wegens de luister die ervan uitstraalde, en toch zou deze weldra weer verdwijnen. Hoeveel te heerlijker moet dan de dienst van de Geest zijn! En als het ambt dat in dienst stond van de veroordeling zo eervol was, hoeveel te meer dan het ambt dat de vrijspraak verkondigt. Wat eens heerlijkheid scheen is eigenlijk geen heerlijkheid, vergeleken bij deze alles overtreffende heerlijkheid. Als het vergankelijke zich met glorie openbaarde, hoeveel te meer zal dit gelden van het blijvende.

Tussenzang (Ps. 99, 5.6.7.8.9)

Refrein: Heilig is Hij, de Heer onze God.
Verheerlijkt de Heer, onze God, en werpt u neer voor zijn voetbank, want Hij is heilig!
Mozes en Aäron waren zijn priesters, Samuël hoorde tot zijn aanbidders, zij riepen de Heer aan, die hen verhoorde en tot hen sprak in de wolkkolom.
Zij hebben geluisterd naar zijn bevelen, naar al wat Hij hen gebood.
Heer, onze God, Gij hebt hen verhoord, Gij hebt hen genadig behandeld, maar wat zij misdreven hebt Gij gestraft.
Verheerlijkt de Heer onze God en werpt u neer voor zijn heilige berg, want heilig is Hij, de Heer onze God.

Vers voor het evangelie (Mt. 4, 4b)

Alleluia. Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 17-19)


Ik ben niet gekomen om op te heffen maar om de vervulling te brengen.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen, Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van die voorschriften, zelfs de geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”

Donderdag 10 juni

Eerste lezing (2 Kor. 3, 15 – 4, 1.3-6)


God is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid

Broeders en zusters, tot heden toe ligt een sluier over de geest van de kinderen van Israël, telkens wanneer Mozes wordt voorgelezen. Maar telkens als iemand zich bekeert tot de Heer, wordt de sluier verwijderd. De Heer nu is de Geest en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid. Ons allen is het gegeven met onverhuld gelaat de glorie van de Heer te aanschouwen en herschapen te worden tot steeds heerlijker gelijkenis met Hem; zo werkt de Heer, die Geest is. Daarom verliezen wij nooit de moed, nu wij door Gods ontferming met deze dienst zijn belast. En als er nog een sluier ligt over de boodschap, die wij verkondigen, dan alleen voor hen die verloren gaan, voor de ongelovigen, van wie de geest door de god van deze wereld zozeer is verblind, dat zij de glans niet ontwaren van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld is van God. Wij verkondigen immers niet onszelf, maar Christus Jezus, de Heer; onszelf beschouwen wij slechts als uw dienaars om Jezus’ wil. Dezelfde God, die gezegd heeft: “Licht moet schijnen uit het duister”, is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Christus.

Tussenzang (Ps. 85, 9ab-10.11-12.13-14)


Refrein: Gods glorie komt weer bij ons wonen.

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening. Een woord voor zijn volk, voor al wie Hem dient, voor elk die zijn hart voor Hem opent. Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen, zijn Glorie komt weer bij ons wonen.
Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan, als vrede en recht elkander omhelzen; dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten, en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.
Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken en draagt ons land rijke vrucht. Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan en voorspoed zijn schreden volgen.

Vers voor het evangelie (Mt. 11, 25)

Alleluia. Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen hebt geopenbaard aan kinderen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 20-26)

Al wie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Ik zeg u: Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen. Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders is gezegd: Gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar Ik zeg u: Al wie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. En wie tot zijn broeder zegt: raka, zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin; en wie zegt: dwaas, zal strafbaar zijn met het vuur van de hel. Als gij uw gaven komt brengen naar het altaar, en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw gaven voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gaven aan te bieden. Haast u het eens te worden met uw tegenpartij, zolang ge nog met hem onderweg zijt, anders zou uw tegenpartij u weleens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en dan zoudt gij in de gevangenis worden geworpen. Voorwaar, Ik zeg u: Ge zult daar niet uitkomen voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.”

Vrijdag 11 juni H. HART VAN JEZUS

Vrijdag na de tweede zondag van Pinksteren Hoogfeest

Eerste lezing (Hos. 11, 1.3-4.8c-9)

Mijn hart slaat om

Zo spreekt de Heer: “Toen Israël nog jong was, kreeg ik hem lief en uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen. Ik ben het die Efraïm heb leren lopen, die hem bij zijn armen heb gevat. Zij echter wilden maar niet weten, dat Ik het was die hen behoedde. Met zachte leidsels heb Ik hen gemend, met teugels van liefde. Ik was voor hen als degenen die het juk optillen wanneer het tegen de kaken drukt. Ik reikte hem zijn voedsel toe. Mijn hart slaat om, heel mijn binnenste wordt week. Neen, Ik zal mijn vlammende toorn niet koelen, Efraïm niet opnieuw te gronde richten, want Ik ben God, Ik ben geen mens, Ik ben de Heilige in uw midden. Ik laat mij niet gaan in mijn toorn.”

Tussenzang (Jes. 12, 2-3.4bcd.5-6)

Refrein: Verheugd zult ge water scheppen uit de bronnen van heil.

Ja, Hij is de God van mijn heil, Hij geeft mij vertrouwen, ik hoef niet te vrezen; want Hij is mijn kracht, Hem prijs ik, Hij heeft mij redding gebracht. Verheugd zult ge water scheppen uit de bronnen van heil.

Verheerlijkt de Heer, roept zijn Naam aan; maakt bij de volken zijn daden bekend, gedenkt hoe verheven zijn Naam is.

Bezingt de Heer om zijn weergaloos werk, laat heel de aarde het weten. Verheugt u en jubelt, die Sion bewoont, om Israëls Heilige, groot in uw midden.

Tweede lezing (Ef. 3, 8-12.14-19)

De liefde van Christus die alle kennis te boven gaat

Broeders en zusters, Aan mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade gegeven de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van de Christus te verkondigen, en de volvoering van het geheim in het licht te stellen. Het was van eeuwigheid verborgen in God, de Schepper van het heelal, opdat thans aan de heerschappijen en de machten in de hemelen door middel van de Kerk de veelvoudige wijsheid Gods bekend zou worden. Zo was zijn eeuwig voornemen dat Hij uitgevoerd heeft in Christus Jezus, onze Heer. In Hem hebben wij, door het geloof in Hem, vol vertrouwen de vrije toegang tot God. Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle vaderschap in de hemel en op aarde genoemd wordt: moge Hij u in zijn onmetelijke heerlijkheid geven dat uw diepste wezen machtig wordt gesterkt door zijn Geest, dat Christus door het geloof woont in uw hart en dat gij geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Moogt gij in staat zijn met alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat Moogt gij de volheid bereiken die de volheid van God zelf is.

Vers voor het evangelie (Mt. 11, 29ab)

Alleluia. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Alleluia.

Evangelie (Joh. 19, 31-37)

Hij doorstak zijn zijde en er kwam bloed en water uit

Aangezien het voorbereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis bleven op sabbat – want het was de grote dag van die sabbat – vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen werden gebroken en zij zouden worden weggehaald. Daarop kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem was gekruisigd. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, braken zij zijn benen niet; maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans en onmiddellijk kwam er bloed en water uit. En die het gezien heeft, getuigt hiervan; en zijn getuigenis is waar en hij weet dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij zoudt geloven. Dit is namelijk gebeurd, opdat de Schrift vervuld zou worden: ‘Geen been van hem zal verbrijzeld worden’, terwijl nog een ander Schriftwoord zegt: ‘Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorboord’.

Zaterdag 12 juni Onbevlekt Hart van Maria

Eerste lezing (2 Kor. 5, 14-21)

Hij die geen zonde heeft gekend heeft God voor ons tot zonde gemaakt

Broeders en zusters, De liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien dat Een is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven! En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen. Daarom beoordelen wij voortaan niemand meer naar de oude maatstaven. En al hebben wij Christus ooit op zulke wijze beoordeeld dan nu toch niet meer. Zo is dus wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen. En dit alles komt van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons, apostelen, de dienst van die verzoening toevertrouwd. Ja, God was het die in Christus de wereld met zich verzoende: Hij telde de fouten van de mensen niet en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee. Wij zijn dus gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.

Tussenzang (Ps. 103, 1-2.3-4.8-9.11-12)

Refrein: De heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, Zijn heilige naam uit het diepst van Uw wezen! Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, Zijn weldaden niet!
Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen. Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met Zijn gunst en erbarmen.

De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren. Hij blijft niet voortdurend verwijten maken, Hij is niet voor eeuwig vertoornd.

Zo wijd als de hemel de aarde omspant, zo alomvattend is Zijn erbarmen. Zo ver als de afstand van oost tot west, zo ver drijft hij van ons de zonde.

Vers voor het evangelie (Joh. 6, 64b.69b)

Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven; Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Lc. 2, 41-51)

Zijn moeder bewaarde al de woorden in haar hart

Ieder jaar gingen de ouders van Jezus naar Jeruzalem voor het paasfeest. En toen Hij twaalf jaar geworden was, gingen zij, zoals gewoonlijk bij het feest, daarheen. Toen de dagen vervuld waren en zij terugkeerden, bleef het kind Jezus achter in Jeruzalem en zijn ouders wisten het niet. In de mening dat Hij zich bij het reisgezelschap bevond, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder verwanten en bekenden. Maar toen zij Hem niet vonden, keerden zij – Hem zoekende – naar Jeruzalem terug. Na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, gezeten te midden van de leraren, terwijl Hij naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen die Hem hoorden, waren vol verbazing over zijn inzicht en antwoorden. Toen zij Hem daar zagen, waren zij ontdaan en zijn moeder zei tot Hem: “Kind, waarom hebt Ge zo met ons gedaan? Zie, uw vader en ik hebben met smart naar U gezocht.” Maar Hij zei tot hen: “Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge niet dat Ik moet zijn bij wat van mijn Vader is?” Zij begrepen echter het woord niet dat Hij tot hen sprak. Hij ging met hen mee en kwam naar Nazaret en was aan hen onderdanig. Zijn moeder bewaarde al de woorden in haar hart.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

 

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom via Ideal op onze doneerpagina of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99 t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.

Hartelijk dank voor uw gave.

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood, Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon. Daarom komen wij vol vertrouwen tot u en wij vragen door U aan de Heer:

Bevrijd heel de wereld van de Corona-epidemie, genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen. Sta alle mensen bij die lijden onder de gevolgen van deze crises. Geef wijsheid aan onze bestuurders.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet. Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten, geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen, geef ons licht waar het donker is en geef dat wij elkaar spoedig weer in vrijheid en vreugde nabij kunnen zijn.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren, geef ons overgave aan de wil van de Vader en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon. Amen.

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen.

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Angelus ad Virginem

℣. Angelus Domini nuntiavit Mariae
℟.Et concepit de Spiritu Sancto

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ecce ancilla Domini
℟.Fiat mihi secundum verbum tuum

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Et Verbum caro factum est
℟.Et habitavit in nobis

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix
℟.Ut digni efficiamur promissionibus Christi

Oremus. Gratiam tuam, quaesumus, Domine mentibus nostris infunde ut, qui, Angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus per passionem eius et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

De Engel des Heren

℣.De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt
℟.En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Zie de dienstmaagd des Heren
℟.Mij geschiede naar uw woord

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.En het Woord is vlees geworden
℟.En Het heeft onder ons gewoond

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Bid voor ons, heilige Moeder van God, ℟.opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden. Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen Wij bidden U stort uw genade in onze harten opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis. Door Christus, onze Heer. Amen.