Dagelijks Brood, lezingen van de dag 2 mei – 9 mei 2021

apostel-filippus-olvternood

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 2 mei – 9 mei 2021

5e week van de Paastijd

Gebed tot de heilige Jozef

Tot U, Heilige Jozef nemen wij onze toevlucht in onze noden. En na de hulp van uw zeer heilige Bruid te hebben ingeroepen smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af.
Wij bidden U ootmoedig: zie met goedheid neer op het erfdeel dat Jezus Christus door zijn bloed heeft verworven en help ons in onze noden door uw machtige bijstand.
Dat vragen wij U omwille van de liefde die U heeft verbonden met de onbevlekte Maagd en Moeder van God en omwille van de vaderlijke tederheid waarmee Gij het Kind Jezus hebt aanvaard zorgzame bewaarder van het heilig Huisgezin bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus.
Liefdevolle vader, houdt ons ver van dwaling en zedenbederf.
Machtige beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis.
En zoals Gij weleer het Kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered zo verdedig nu ook de heilige Kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking neem ieder van ons in uw blijvende bescherming opdat wij naar uw voorbeeld en gesteund door uw hulp heilig leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in de hemel verkrijgen.

 

Zondag 2 mei

Eerste lezing (Hand. 9, 26-31)

Hij verhaalde hen, hoe hij onderweg de Heer gezien had

In die tijd deed Paulus, in Jeruzalem aangekomen, pogingen zich bij de leerlingen aan te sluiten, maar allen waren bang van hem, omdat zij niet konden geloven, dat hij een leerling was. Barnabas trok zich zijn lot aan, bracht hem bij de apostelen en verhaalde hun, hoe hij onderweg de Heer gezien had en dat Deze tot hem had gesproken, en hoe hij in Damascus vrijmoedig opgetreden was in de Naam van Jezus. Voortaan ging hij in Jeruzalem geregeld met hen om, terwijl hij onverschrokken optrad in de Naam van de Heer. Hij sprak en disputeerde met de Hellenisten. Dezen probeerden hem te vermoorden. Toen de broeders dit te weten kwamen, brachten ze hem weg naar Caesarea en lieten hem naar Tarsus vertrekken. Nu genoot de Kerk in heel Judea, Galilea en Samaria vrede; zij werd steeds meer bevestigd in de vreze des Heren en nam gestadig in aantal toe door vertroosting van de heilige Geest.

Tussenzang (Ps. 22)

Refrein:  Voor heel de menigte zal ik U prijzen.
Voor heel de menigte zal ik U prijzen, U danken voor het oog van de godvrezenden.
De armen zullen eten en verzadigd worden, en allen die God zoeken, prijzen Hem.
Dan zullen alle landen van de aarde de Heer gedenken en zich tot Hem keren.
Die rusten in de aarde zullen Hem aanbidden, voor Hem zal buigen al wie afdaalt in het stof.
Mijn ziel zal voor zijn aanschijn blijven leven, mijn nageslacht zal steeds zijn dienaar zijn.
Het zal verhalen van de Heer aan het geslacht dat komt, van zijn gerechtigheid aan die geboren worden.

Tweede lezing (1 Joh. 3, 18-24)

Dit is zijn gebod: dat wij geloven en liefhebben

Vrienden, wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen, maar met concrete daden. Dat is onze maatstaf; daardoor krijgen wij de zekerheid, dat wij thuishoren bij de waarachtige God. Dan mogen wij ook voor zijn aanschijn ons geweten geruststellen, ook als het ons veroordeelt, want God is groter dan ons hart en Hij weet alles. Dierbare vrienden, daar ons geweten ons dus niet hoeft te veroordelen, mogen wij vrijmoedig met God omgaan; wij krijgen van Hem alles wat wij vragen, omdat wij zijn geboden onderhouden en doen wat Hem aangenaam is. En dit is zijn gebod: van harte geloven in zijn Zoon Christus en elkaar liefhebben, zoals Hij ons bevolen heeft. Wie zijn geboden onderhoudt, blijft in God en God blijft in hem. En dat Hij in ons woont, weten we door de Geest, die Hij ons gegeven heeft.

Vers voor het evangelie (Joh. 15, 4.5b)

Alleluia. Blijft in Mij, dan blijf Ik in u, zegt de Heer, wie in Mij blijft, die draagt veel vrucht. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 1-8)

Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem die draagt veel vrucht

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, snijdt Hij af; en elke die wel vrucht draagt, zuivert Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen. Gij zijt al rein dankzij het woord dat Ik tot u gesproken heb. Blijft in Mij, dan blijf Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin als gij niet blijft in Mij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij weggeworpen als rank en verdort; men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur en ze verbranden. Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen. Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt, dat gij rijke vruchten draagt; zo zult gij mijn leerlingen zijn.”

Maandag 3 mei HH. Filippus en Jakobus, apostelen Feest

Eerste lezing (1 Kor. 15, 1-8)

De Heer is verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen

Broeders en zusters, ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoordingen heb ik het u verkondigd? Ik neem aan, dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. Op de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd, wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte.

Tussenzang (Ps. 19, 2-3.4-5)

Refrein:  Hun roep weerklinkt over heel de aarde.

Of: Alleluia.

De hemel verkondigt Gods heerlijkheid, het uitspansel toont ons het werk van zijn handen.

De dag roept liet toe aan de volgende dag, de nacht geeft het door aan de nacht.

Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt, geen enkel geluid is te horen;

toch klinkt over heel de aarde hun roep, hun boodschap dringt door tot de rand van de wereld.

Vers voor het evangelie (Joh. 14, 6b.9c)

Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer; wie Mij ziet, Filippus, ziet de Vader. Alleluia.

Evangelie (Joh. 14, 6-14)

Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet?

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Als gij Mij zoudt kennen, zoudt gij ook mijn Vader kennen. Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.” Hierop zei Filippus: “Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.” En Jezus weer: “Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader? Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht. Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie in Mij gelooft zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga. En wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon. Als gij Mij iets zult vragen in mijn Naam zal Ik het doen.”

Dinsdag 4 mei H. Athanasius, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (Hand. 14, 19-28)

Zij vertelden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht

In die dagen kwamen er Joden van Antiochië en Ikonium, die het volk ompraatten. Daarom stenigden zij Paulus en sleepten hem buiten de stad in de mening dat hij dood was. Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan, richtte hij zich op en ging weer de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe. Nadat zij in die stad het Evangelie hadden verkondigd en vele leerlingen hadden gewonnen, keerden zij naar Lystra, Ikonium en Antiochië terug. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat wij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan. In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan, en vertrouwden hen toe aan de Heer in wie zij nu geloofden. Zij reisden door Pisidië naar Pamfylië, predikten het woord in Perge en bereikten Attalia. Daar gingen ze scheep naar Antiochië vanwaar zij, aan Gods genade aanbevolen, waren uitgegaan naar het werk, dat zij volbracht hadden. Na hun aankomst riepen zij de gemeente bijeen en vertelden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht, en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend. Geruime tijd brachten ze daar bij de leerlingen door.

Tussenzang (Ps. 145, 10-11.12-13ab.21)

Refrein:  Uw werken, Heer, maken uw kracht aan de mensen bekend. Of: Alleluia.
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk.
Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
Mijn mond bezingt de lof van de Heer en alles wat leeft prijze eeuwig zijn Naam.

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 14)

Alleluia. Ik ben de goede herder, zegt de Heer. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij. Alleluia.

Evangelie (Joh. 14, 27-31a)

Mijn vrede geef Ik u

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen “Vrede Iaat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft geef Ik hem u. Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn, dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik. Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt zult geloven. Veel zal Ik niet meer met u spreken, want de vorst van de wereld is op komst. Weliswaar vermag hij niets tegen Mij, maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en dat Ik handel zoals Hij Mij bevolen heeft.”

Woensdag 5 mei

Eerste lezing (Hand. 15, 1-6)

Een strijdvraag wordt voorgelegd aan de apostelen en de oudsten in Jeruzalem

In die dagen waren er enige mensen, die van Judea waren gekomen en aan de broeders de leer verkondigden: “Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden, kunt ge niet gered worden.” Toen hierover strijd ontstond en Paulus en Barnabas in een felle woordenwisseling met hen raakten, droeg men Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Nadat hun door de gemeente uitgeleide was gedaan, reisden zij door Fenicië en Samaria, waar ze alle broeders grote vreugde bereidden door te vertellen van de bekering der heidenen. Bij hun aankomst te Jeruzalem werden zij ontvangen door de gemeente, de apostelen en de oudsten, en zij verhaalden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht. Maar enige gelovigen, afkomstig uit de partij der Farizeeën stonden op en verklaarden, dat men hen moest besnijden, en hun moest opleggen de Wet van Mozes te onderhouden. De apostelen en de oudsten kwamen dus bijeen om deze zaak te bezien.

Tussenzang (Ps. 122, 1-2.3-4a.4b-5)

Refrein:  Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis! Of: Alleluia.
Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnen treden.
Jeruzalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd:
naar u trekken de stammen op, de stammen van Gods volk.
Zij gaan naar Israëls gebruik de Naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht, de troon van Davids huis.

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 27)

Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en ze volgen Mij. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 1-8)

Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem die draagt veel vrucht

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij af; en elke die wel vrucht draagt zuivert Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen. Gij zijt al rein dankzij het woord, dat Ik tot u gesproken heb. Blijft in Mij dan blijf Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin als gij niet blijft in Mij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, terwijl Ik blijf in hem die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets. Als iemand niet in Mij blijft wordt hij weggeworpen als de rank en verdort; men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur en ze verbranden. Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen. Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt: dat gij rijke vruchten draagt; zo zult gij mijn leerlingen zijn.”

Donderdag 6 mei

Eerste lezing (Hand. 15, 7-21)

Ik ben van oordeel dat men hun die zich uit het heidendom tot God bekeren geen onnodige lasten moet opleggen

In die dagen, nadat men veel heen en weer had gepraat over de besnijdenis, nam Petrus het woord en sprak tot de apostelen en de oudsten: “Mannen broeders, gij weet dat God reeds lang geleden mij onder u heeft uitgekozen, opdat de heidenen door mijn mond het evangeliewoord zouden horen en het geloof aannemen. Welnu, God, die de harten kent, heeft zich voor hen uitgesproken door hun de heilige Geest mee te delen juist als aan ons, en Hij heeft in geen enkel opzicht onderscheid gemaakt tussen ons en hen, maar hun harten door het geloof gereinigd. Waarom wilt gij God dan nu tarten door de leerlingen een juk op de hals te leggen, dat noch onze vaderen noch wij in staat geweest zijn te dragen? Integendeel, juist zoals zij, geloven ook wij door de genade van de Heer Jezus gered te worden.” De hele vergadering zweeg, en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die van de grote wondertekenen verhaalden, die God door hen onder de heidenen gedaan had. Toen zij waren uitgesproken nam Jakobus het woord en sprak: “Mannen broeders, luistert naar mij. Simeon heeft ons uiteengezet, hoe God eertijds genadig heeft neergezien en uit de heidenen zich een volk heeft gekozen. Hiermee stemmen de woorden der profeten overeen, zoals geschreven staat: Daarna zal Ik terugkeren en het vervallen huis van David weer opbouwen. Ja, zijn ruïnen zal Ik weer opbouwen en Ik zal ze volledig herstellen, opdat de rest van de mensen de Heer zullen zoeken samen met alle heidenen, over wie mijn Naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer die deze dingen doet: van eeuwigheid zijn ze bekend. “Daarom ben ik voor mij van oordeel, dat men geen onnodige lasten moet opleggen aan hen, die zich uit het heidendom tot God bekeren, maar hun wel moet voorschrijven zich te onthouden van wat door de afgoden besmet is, van ontucht, van wat verstikt is en van bloed. Want van oudsher heeft Mozes in elke stad mensen, die hem op sabbat in de synagoge voorlezen en prediken.”

Tussenzang (Ps. 96, 1-2a.2b-3.10)

Refrein:  Meldt aan de naties de heerlijkheid van de Heer. Of: Alleluia.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.
Verkondigt zijn heil alle dagen.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn wondere daden aan alle volken.
Zegt tot elkander: de Heer regeert!
Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen, de volken bestuurt Hij met billijkheid.

Vers voor het evangelie (Lc. 24, 46)

Alleluia. Christus moest lijden en sterven en opstaan uit de doden, en aldus binnengaan in zijn heerlijkheid. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 9-11)

Blijft in mijn liefde opdat uw vreugde volkomen moge worden

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden.”

Vrijdag 7 mei

Eerste lezing (Hand. 15, 22-31)

De heilige Geest en wij hebben besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het noodzakelijke

In die dagen besloten de apostelen en de oudsten samen met de hele gemeente enige mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen: Judas, bijgenaamd Barnabas, en Silas, mannen van aanzien onder de broeders, en hun het volgende schrijven mee te geven: “De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet aan de broeders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië. Daar wij gehoord hebben dat sommige van ons u door woorden in verwarring hebben gebracht en uw gemoederen hebben verontrust, zonder dat ze van ons enige opdracht hadden gekregen, hebben wij eenstemmig besloten enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen, in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus, mensen die zich geheel en al hebben ingezet voor de Naam van onze Heer Jezus Christus. Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd, die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen. De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dan dit onvermijdelijke: u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn, van bloed, van wat verstikt is en van ontucht. Als gij uzelf daarvoor in acht neemt zal het u goed gaan. Vaarwel!” Na afscheid genomen te hebben reisden zij naar Antiochië. Daar riepen ze de gemeente bijeen en overhandigden de brief. Zij lazen hem en waren blij over de troostvolle inhoud.

Tussenzang (Ps. 57, 8-9.10-12)

Refrein:  U wil ik loven, Heer, voor alle volken, voor alle naties zing ik U ter eer. Of: Alleluia.
Op U vertrouw ik, God, op U vertrouw ik, ik zing en speel voor U.
Ontwaak, mijn geest, wordt wakker, harp en citer en wekt de dageraad.
U wil ik loven, Heer, voor alle volken, voor alle naties zing ik U ter eer;
omdat uw medelijden wijd is als de hemel, uw trouw tot aan de wolken reikt.
Vertoon U in den hoge, God, in majesteit, uw glorie strale over heel de aarde.

Vers voor het evangelie (Rom. 6, 9)

Alleluia. Christus, eenmaal van de doden verrezen, sterft niet meer; de dood heeft geen macht meer over Hem. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 12-17)

Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.”

Zaterdag 8 mei

Eerste lezing (Hand. 16, 1-10)

Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp

In die dagen kwam Paulus te Derbe en Lystra. Er was daar een leerling, Timóteüs genaamd, de zoon van een gelovig geworden Joodse vrouw, maar van een Griekse vader. Omdat hij bij de broeders van Lystra en Ikonium een goede naam had, wenste Paulus hem als reisgezel. Omwille van de Joden, die in die streek woonden, liet hij hem besnijden, want iedereen wist dat zijn vader een Griek was. In de steden waar zij doorkwamen, kondigden zij voor de gelovigen de besluiten af, die genomen waren door de apostelen en oudsten in Jeruzalem. Zo werden de gemeenten versterkt in het geloof en ze namen met de dag in omvang toe. Daarna trokken ze door Frygië en de landstreek Galatië,  zij door de heilige Geest ervan weerhouden waren het woord te verkondigen in Asia. In Mysië gekomen, maakten zij aanstalten om naar Bitynië te reizen, maar de Geest van Jezus stond hun dit niet toe. Zij trokken dus door Mysië en gingen naar Troas. Daar had Paulus ‘s nachts een visioen: er stond een Macedoniër voor hem, die hem smeekte: “Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp. Na zijn visioen zochten wij onmiddellijk een gelegenheid naar Macedonië te vertrekken, want we maakten er uit op, dat God ons geroepen had om hun het Evangelie te verkondigen.

Tussenzang (Ps. 100, 2.3.5)

Refrein:  Juicht voor de Heer, alle landen. Of: Alleluia.
Juicht voor de Heer, alle landen, dient met blijdschap de Heer, treedt onbezorgd voor zijn aanschijn.
Waarlijk, de Heer is God, Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde, zijn volk.
Hij is ons goed gezind, eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht.

Vers voor het evangelie (Apok. 1, 5ab)

Alleluia. Jezus Christus, getrouwe getuige, eerstgeborene van de doden; Gij hebt ons liefgehad en van de zonden verlost in uw bloed. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 18-21)

Gij zijt niet van de wereld maar Ik heb u uit de wereld gekozen

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als de wereld u haat, bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u. Als gij van de wereld zoudt zijn, zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort. Daar gij echter niet van de wereld zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u. Herinnert u wat Ik u gezegd heb: een dienaar staat niet boven zijn heer. Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u vervolgen. Als ze mijn woord onderhouden hebben, zullen ze ook het uwe onderhouden. Maar dit alles zullen zij u vanwege mijn Naam aandoen, want Hem die Mij gezonden heeft kennen zij niet.”

 

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom via Ideal op onze doneerpagina of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99 t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.

Hartelijk dank voor uw gave.

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood, Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon. Daarom komen wij vol vertrouwen tot u en wij vragen door U aan de Heer:

Bevrijd heel de wereld van de Corona-epidemie, genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen. Sta alle mensen bij die lijden onder de gevolgen van deze crises. Geef wijsheid aan onze bestuurders.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet. Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten, geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen, geef ons licht waar het donker is en geef dat wij elkaar spoedig weer in vrijheid en vreugde nabij kunnen zijn.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren, geef ons overgave aan de wil van de Vader en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon. Amen.

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen.

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Regina Caeli

℣. Regina caeli, laetare, alleluia.
℟. Quia quem meruisti portare, alleluia.

℣. Resurrexit, sicut dixit, alleluia.
℟. Ora pro nobis Deum, alleluia.

℣. Gaude et laetare Virgo María, alleluia.
℟. Quia surrexit Dominus vere, alleluia.

Oremus:
Deus, qui per resurrectionem Filii tui, Domini nostri Iesu Christi, mundum laetificare dignatus es: praesta, quaesumus; ut, per eius Genetricem Virginem Mariam, perpetuae capiamus gaudia vitae. Per eundem Christum Dominum nostrum. Amen.

Gloria Patri, et Fili, et Spiritui Sancto. Sicut erat in principio, et nunc et semper, et in saeccula saeculorum. Amen. (3x)