Dagelijks Brood Lezingen van 11 – 17 juli 2021

olv ter nood heilige maagd maria koninging van de hemel

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 11 – 17 juli 2021

15e week door het jaar

Gebed tot de heilige Jozef

Tot U, Heilige Jozef nemen wij onze toevlucht in onze noden. En na de hulp van uw zeer heilige Bruid te hebben ingeroepen smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af.

Wij bidden U ootmoedig: zie met goedheid neer op het erfdeel dat Jezus Christus door zijn bloed heeft verworven en help ons in onze noden door uw machtige bijstand.

Dat vragen wij U omwille van de liefde die U heeft verbonden met de onbevlekte Maagd en Moeder van God en omwille van de vaderlijke tederheid waarmee Gij het Kind Jezus hebt aanvaard zorgzame bewaarder van het heilig Huisgezin bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus.

Liefdevolle vader, houdt ons ver van dwaling en zedenbederf.

Machtige beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis.

En zoals Gij weleer het Kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered zo verdedig nu ook de heilige Kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking neem ieder van ons in uw blijvende bescherming opdat wij naar uw voorbeeld en gesteund door uw hulp heilig leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in de hemel verkrijgen.
Amen

Zondag 11 juli

Eerste lezing (Am. 7, 12-15)

Profeet ga naar mijn volk

In die tijd zei Amasja (de priester van Bethel) tot Amos:
“Ziener, u moet maken dat u wegkomt!
“Verdwijn naar Juda
en verdien daar uw brood maar met profeteren!
Hier in Betel mag u niet meer profeteren,
want dit heiligdom is van de koning
en dit gebouw van het rijk.”
Amos gaf Amasja ten antwoord:
“Ik ben geen profeet of lid van een profetengilde,
ik ben veehoeder en vijgenkweker.
maar de Heer heeft mij achter mijn beesten weggehaald
en het is de Heer, die mij gezegd heeft:
Trek als profeet naar mijn volk Israël.”

Tussenzang (Ps. 85, 9ab-10.11-12.13-14)

Refrein: Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer.

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt,
voorzeker een woord van verzoening.
Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen,
zijn glorie komt weer bij ons wonen.

Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan,
als vrede en recht elkander omhelzen;
dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten,
en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.

Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken
en draagt ons land rijke vrucht.
Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan
en voorspoed zijn schreden volgen.

Tweede lezing (Ef. 1, 3-14 of 1, 3-10)

In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld

Broeders en zusters,
gezegend is God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus,
die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend
met elke geestelijke zegen.
In Hem heeft Hij ons uitverkoren
voor de grondlegging der wereld,
om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons voorbestemd
zijn kinderen te worden door Jezus Christus,
naar het welbehagen van zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van zijn genade.
Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde,
in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed,
de vergiffenis der zonden
dankzij de rijkdom van zijn genade.
Die heeft Hij ons meegedeeld
als een overvloed van wijsheid en inzicht.
Want Hij heeft ons zijn geheim raadsbesluit doen kennen,
de beslissing die Hij in Christus had genomen
ter verwezenlijking van de volheid der tijden:
het heelal in Christus onder één Hoofd te brengen,
alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde,
in Hem.
In Christus hebben wij ook ons erfdeel ontvangen,
daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem
die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil,
opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid,
wij, die reeds te voren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.
In Christus zijt ook gij,
nadat gij het woord der waarheid,
het evangelie van uw heil hebt aanhoord,
in Hem zijt ook gij
tot het geloof gekomen,
verzegeld met de heilige Geest der belofte
die het onderpand is van onze erfenis,
tot verlossing van Gods eigen volk
en tot lof van zijn heerlijkheid.

Vers voor het evangelie (Mt. 11, 25)

Alleluia. Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat gij de geheimen van het Koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt. Alleluia.

Evangelie (Mc. 6, 7-13)

Hij begon hen uit te zenden

In die tijd riep Jezus de twaalf bij zich en begon hun twee aan twee uit te zenden.
Hij gaf hun macht over de onreine geesten
en verbood hun
iets anders mee te nemen voor onderweg dan alleen een stok:
geen voedsel, geen reiszak, geen kopergeld in hun gordel.
“Wel moogt ge sandalen dragen,
maar trekt geen dubbele kleding aan.”
Hij zei verder:
“Als ge ergens aan huis binnengaat,
blijft daar tot ge weer afreist.
En is er een plaats waar men u niet ontvangt
en niet naar u luistert,
gaat daar dan weg
en schudt het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen.”
Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.
Zij dreven veel duivels uit,
zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

Maandag 12 juli

Eerste lezing (Ex. 1, 8-14.22)

Hoe men de Israëlieten ook onderdrukte, ze bleven groeien in aantal

In die dagen kwam er in Egypte
een nieuwe koning aan het bewind,
die van Jozef niet meer afwist.
Hij sprak tot zijn volk:
“Luister eens, die Israëlieten worden ons te talrijk en te sterk.
Wij dienen dus verstandige maatregelen tegen hen te nemen
om te voorkomen, dat zij nog talrijker worden.
Als wij in oorlog raken,
sluiten zij zich bij onze tegenstanders aan,
voeren strijd tegen ons en trekken uit het land weg.”
Toen stelden ze werkbazen over het volk aan
om hen door dwangarbeid te onderdrukken.
De Israëlieten moesten voor Farao
de proviandsteden Pitom en Ramses bouwen.
Maar hoe men hen ook onderdrukte, ze bleven groeien in aantal
en zich steeds meer vermenigvuldigen,
zodat de Egyptenaren er bang van werden,
en de Israëlieten dwongen om zware arbeid te verrichten.
Ze maakten hun leven zuur door hen hard te laten werken
in steenbakkerijen en op het land.
Dat was het zware werk waar zij hen toe dwongen.
Toen gelastte Farao aan al zijn onderdanen:
“Iedere jongen, die geboren wordt, moet ge in de Nijl gooien,
de meisjes kunt ge in leven laten.”

Tussenzang (Ps. 124, 1-2.4-6.7-8)

Refrein: Wij werden gered door de Naam van de Heer.

Was de Heer niet met ons geweest,
zo mag Israël zeggen,
was de Heer niet met ons geweest
toen allen zich tegen ons keerden,
dan zouden wij levend verslonden zijn,
verzengd door de gloed van hun woede.

Dan had de vloed ons verzwolgen,
de bergstroom ons meegesleurd,
dan waren wij reddeloos ondergegaan
in schuimende waterkolken.
De Heer zij geloofd, Hij gaf ons niet prijs,
ontrukte de prooi aan hun tanden.

Wij zijn als een vogel nog juist gevlucht,
ontsnapt aan het net van de jagers.
Het net van de vogelaar is gescheurd,
wij zijn er uit los gekomen.
Wij werden gered door de Naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Vers voor het evangelie (Ps. 25, 4c.5a)

Alleluia. Leer mij uw paden kennen, Heer, leid mij volgens uw woord. Alleluia.

Evangelie (Mt. 10, 34 – 11, 1)

Ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denkt niet dat Ik vrede ben komen brengen op aarde;
Ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard.
Tweedracht ben Ik komen brengen
tussen een man en zijn vader, tussen dochter en moeder,
schoondochter en schoonmoeder,
en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.
Wie vader of moeder meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig,
wie zoon of dochter meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig.
En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt,
is Mij niet waardig.
Wie zijn leven vindt, zal het verliezen,
en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.
Wie u opneemt, neemt Mij op,
en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft.
Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is,
zal ook het loon van een profeet ontvangen,
en wie een deugdzaam mens opneemt,
omdat het een deugdzaam mens is,
zal ook het loon van een deugdzame ontvangen.
En wie een van deze kleinen,
al was het maar een beker koud water geeft,
omdat hij mijn leerling is,
voorwaar, Ik zeg u,
Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.”
Toen Jezus zijn lessen aan zijn twaalf leerlingen had geëindigd,
vertrok Hij vandaar
om te onderrichten en te prediken in hun steden.

Dinsdag 13 juli – H. Henricus, keizer en stichter

Eerste lezing (Ex. 2, 1-15a)

Men noemde het kind Mozes, omdat hij uit het water was gered;

Toen hij opgegroeid was ging hij naar zijn broeders
In die dagen nam een zeker iemand uit de stam Levi
een meisje uit die stam tot vrouw.
De vrouw werd zwanger en bracht een zoon ter wereld.
Toen zij zag hoe mooi het kind was,
hield zij het drie maanden lang verborgen.
Maar toen zij geen kans meer zag,
hem nog langer verborgen te houden
nam zij een mandje van riet,
streek het dicht met asfalt en pek en legde het kind erin.
Toen zette zij het tussen het riet aan de oever van de Nijl.
Op enige afstand stelde de zuster van het kind zich verdekt op,
om te zien wat er zou gebeuren.
Nu begaf de dochter van Farao zich naar de Nijl om te baden,
terwijl haar dienaressen op en neer bleven lopen
langs de oever van de rivier.
Ineens zag zij het mandje tussen het riet
en stuurde haar slavin om het te halen.
Zij maakte het open, keek, en daar lag een schreiend jongetje.
Vol medelijden riep zij:
“Natuurlijk een Hebreeuws kind!”
Toen kwam de zuster van het kind
aan de dochter van Farao vragen:
“Zal ik bij de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan zoeken,
om het kind voor u te voeden?”
De dochter van Farao antwoordde: “Ja, doe dat.”
Het meisje snelde weg en haalde de moeder van het kind.
De dochter van Farao beval haar:
“Neem dit kind mee en voed het voor mij ,
ik zal u er persoonlijk voor belonen.”
Toen nam de vrouw het kind mee en voedde het.
En toen het kind opgegroeid was,
bracht zij het terug naar de dochter van Farao.
Deze nam hem als haar eigen zoon aan.
Zij noemde hem Mozes, want, zo zei ze,
ik heb hem uit het water getrokken.
Toen Mozes opgegroeid was, ging hij eens naar zijn broeders
en was getuige van hun dwangarbeid.
Hij zag hoe een Egyptenaar een Hebreeër neersloeg,
een van zijn broeders.
Hij keek naar alle kanten en toen hij zag
dat er niemand in de buurt was, sloeg hij de Egyptenaar neer
en verborg hem onder het zand.
De dag daarop ging hij weer uit
en zag twee Hebreeuwse mannen met elkaar vechten.
Hij vroeg aan degene die ongelijk had:
“Waarom sla jij je kameraad?”
De man antwoordde:
“Wie heeft u als heer en rechter over ons aangesteld?
Zijt u soms van plan mij ook te doden,
net als die Egyptenaar?”
Toen werd Mozes bang en dacht:
Het is dus toch bekend geworden.
Ook Farao hoorde van het gebeurde
en was er sindsdien op uit, Mozes te doden.
Maar Mozes wist aan Farao te ontkomen
en week uit naar Midjan.

Tussenzang (Ps. 69, 3.14.30-31.33-34)

Refrein: Ziet toe, geringen, en weest verheugd, schept moed, gij allen die God zoekt.

Diep zink ik weg in de modder,
mijn voet vindt geen vaste grond.
Ik ga in de golven onder,
de stroom sleurt mij weerloos mee.

Maar mijn gebed, Heer, richt ik tot U,
nu is het de tijd van genade.
Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt
en trouw in het hulp verlenen.

Ik ga gebogen onder mijn smart,
God, laat uw hulp mij beschermen.
Gods Naam zal ik loven in mijn gezang,
Hem dankbaar overal prijzen.

Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt.
God luistert naar wat een arme Hem vraagt,
vergeet zijn gevangenen niet.

Vers voor het evangelie (Ps. 27, 11)

Alleluia. Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand, leid mij langs effen paden. Alleluia.

Evangelie (Mt. 11, 20-24)

Het lot van Tyrus en Sidon zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u

In die dagen begon Jezus
de steden waarin de meeste van zijn wonderen waren gebeurd,
te verwijten dat zij zich niet bekeerd hadden.
“Wee u, Chórazin, wee u, Betsaïda!
Tyrus en Sidon
zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben,
indien bij hen de wonderen waren gebeurd,
die bij u hebben plaats gevonden.
Ja, Ik zeg u:
Het lot van Tyrus en Sidon
zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.
En gij, Kafarnaüm,
zult ge soms tot de hemel toe verheven worden?
Tot in de onderwereld zult ge neerzinken.
Als in Sodom
de wonderen gebeurd waren, die bij u zijn geschied,
het zou tot op de dag van vandaag zijn blijven bestaan.
Toch, Ik zeg u:
Het lot van het land van Sodom zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van u.”

Woensdag 14 juli – H. Camillus de Lellis, priester

Eerste lezing (Ex. 3, 1-6.9-12)

De engel des Heren verscheen in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik

In die dagen
hoedde Mozes de kudde van zijn schoonvader Jitro,
de priester van Midjan.
Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn
en kwam hij bij de berg van God, de Horeb.
Toen verscheen hem de engel van de Heer,
in een vuur, dat opvlamde uit een doornstruik.
Mozes keek toe en zag dat de doornstruik
in lichter laaie stond en toch niet verbrandde.
Hij dacht:
Ik ga er op af om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken.
Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?
De Heer zag hem naderbij komen om te kijken.
En vanuit de doornstruik riep God hem toe:
“Mozes, Mozes.”
“Hier ben ik,” antwoordde hij.
Toen sprak de Heer:
“Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit,
want de plaats waar gij staat is heilige grond.”
En Hij vervolgde:
“Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham,
de God van Isaäk en de God van Jakob.”
Toen bedekte Mozes zijn gezicht,
want hij durfde niet naar God op te zien.
Ook sprak God tot Mozes:
“Het geweeklaag van de Israëlieten is nu tot Mij doorgedrongen
en Ik heb ook gezien
hoezeer de Egyptenaren hen onderdrukken.
Ga er dus heen, Ik zend u naar Farao.
Gij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden.
” Maar Mozes sprak tot God:
“Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan
en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden?”
God antwoordde hem:
“Ik zal u bijstaan, en dit is het teken,
dat Ik het ben, die u zendt:
als gij het volk uit Egypte hebt geleid,
zult ge Mij vereren op deze berg.”

Tussenzang (Ps. 103, 1-2.3-4.6-7)

Refrein: De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet.

Hij is het die u uw schulden vergeeft,
die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt,
die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet,
Hij laat de verdrukten recht wedervaren.
Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,
Hij toonde zijn werken aan Israëls zonen.

Vers voor het evangelie (Ps. 95, 8ab)

Alleluia. Luistert heden naar de stem van de Heer en weest niet halsstarrig. Alleluia.

Evangelie (Mt. 11, 25-27)

Deze dingen hebt Gij, Vader,
verborgen gehouden voor wijzen en verstandigen,
maar geopenbaard aan kinderen
Op zeker ogenblik nam Jezus het woord en sprak:
“Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen
verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
Ja, Vader, zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
Niemand kent de Zoon, tenzij de Vader,
en niemand kent de Vader, tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.”

Donderdag 15 juli – H. Bonaventura, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (Ex. 3, 13-20)

Ik ben die is; Hij-is zendt mij tot u

Toen Mozes de stem van God had gehoord
in het vuur dat opvlamde uit een doornstruik,
sprak hij opnieuw tot God:
“Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg:
De God van uw vaderen zendt mij tot u, en zij vragen:
Hoe is zijn naam? wat moet ik dan antwoorden?”
Toen sprak God tot Mozes:
“Ik ben die is.”
En ook:
“Dit moet gij de Israëlieten zeggen:
Hij-is zendt mij tot u.”
Bovendien zei God tot Mozes:
“Dit moet ge de Israëlieten zeggen:
de Heer, de God van uw vaderen, de God van Abraham,
de God van Isaäk en de God van Jakob, zendt mij tot u.
Dit is mijn naam voor altijd.
Zo moet men Mij aanspreken, alle geslachten door.
Ga nu op weg, roep de oudsten van Israël bijeen
en zeg hun: de Heer, de God van uw vaderen, is mij verschenen,
de God van Abraham, Isaäk en Jakob, met deze boodschap:
Ik draag zorg voor u,
want Ik zie wat men u in Egypte aandoet.
Daarom heb Ik besloten:
Ik zal u uit de ellende van Egypte wegvoeren
naar het land van de Kanaánieten, Hethieten, Amorieten,
Perizzieten en Jebusieten, een land van melk en honing.
Zij zullen luisteren naar wat gij zegt.
Dan moet ge met de oudsten van Israël
naar de koning van Egypte gaan en hem zeggen:
De Heer, de God van de Hebreeën, vraagt ons
een maaltijd voor Hem te houden.
Laat ons daarom drie dagreizen ver de woestijn ingaan
om offers op te dragen aan de Heer onze God.
Ik weet dat de koning van Egypte u niet zal laten vertrekken,
als geen sterke hand hem dwingt.
Daarom zal Ik mijn hand opheffen en Egypte treffen
met allerlei wondertekenen, die Ik er zal verrichten.
Dan zal hij u wel laten gaan.”

Tussenzang (Ps. 105, 1.5.8-9.24-25.26-27)

Refrein: Voor eeuwig blijft Gods verbond van kracht. Of: Alleluia.

Verheerlijkt de Heer en aanbidt zijn Naam,
verkondigt de volken zijn daden.
Vergeet nooit de wonderen die Hij deed,
zijn tekenen en zijn beloften.

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht,
wat Hij beloofd heeft voor duizend geslachten.
De bond die Hij vroeger met Abraham sloot,
de eed die Hij Isaäk eens heeft gezworen.

De Heer vormde zich een talrijk volk,
dat sterker werd dan zijn verdrukkers.
Hij liet hun gastvrijheid omslaan in haat,
zodat zij zijn volk bedrogen.

Toen zond Hij zijn dienaar Mozes naar hen,
met Aäron die Hij had uitverkoren.
Zij lieten de tekenen zien van de Heer,
het land van Cham zag Gods wondere daden.

Vers voor het evangelie (Ps. 111, 8ab)

Alleluia. Het werk van de Heer is goed en betrouwbaar, al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast. Alleluia.

Evangelie (Mt. 11, 28-30)

Ik ben zachtmoedig en nederig van hart

Op zeker ogenblik nam Jezus het woord en sprak:
“Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt,
en Ik zal u rust en verlichting schenken.
Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij:
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart;
en gij zult rust vinden voor uw zielen,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Vrijdag 16 juli – Heilige Maagd Maria van de berg Karmel

Eerste lezing (Ex. 11, 10 – 12, 14)

In de avondschemering moet gij het lam slachten; als Ik het bloed aan uw huizen zie, zal Ik u voorbijgaan

verrichtten Mozes en Aäron vele wonderen voor Farao,
maar de Heer maakte Farao halsstarrig;
hij liet de Israëlieten niet uit zijn land vertrekken.
God de Heer richtte het woord
tot Mozes en Aäron in Egypte, en sprak:
“Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand,
als de eerste maand van het jaar.
Maakt aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend:
Op de tiende van deze maand
moet ieder gezin een lam uitkiezen,
ieder huis één lam.
Als een gezin te klein is voor een lam,
dan moeten ze, rekening houdend met het aantal personen,
samen doen met hun naaste buurman.
Bij het verdelen van het lam
moet er rekening gehouden worden met ieders eetlust.
Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig.
Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen.
Ge moet de dieren vasthouden
tot aan de veertiende van de maand.
Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël ze slachten
in de avondschemering.
Vervolgens moet gij wat bloed nemen
en dat uitstrijken over de beide deurposten
en over de bovenbalk van de deur
van alle huizen waar het lam gegeten wordt.
In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden,
op het vuur gebraden.
Het moet gegeten worden met ongezuurd brood
en bittere kruiden.
Ge moogt het niet rauw eten of gekookt in water,
maar alleen gebraden op het vuur,
met kop, poten en ingewanden.
Zorgt dat er niets van over is,
als de zon opgaat.
Wat bij zonsopgang nog over zou zijn, moet ge verbranden.
En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten:
uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid,
en uw stok in de hand.
Haastig moet ge het eten, want het is Pasen voor de Heer.
Deze nacht zal Ik door Egypte gaan
en alle eerstgeborenen van Egypte,
zowel mensen als dieren, zal Ik slaan.
Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken.
Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn
dat gij daar woont.
Als Ik het bloed aan uw huizen zie,
zal Ik u voorbijgaan.
Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla.
Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken,
ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer.
Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een eeuwige instelling vieren.”

Tussenzang (Ps. 116, 12-13.15-16bc.17-18)

Refrein: Ik hef de offerbeker, de Naam van de Heer roep ik aan. Of: Alleluia.

Hoe kan ik mijn dank betuigen
voor al wat de Heer mij gaf?
Ik hef de offerbeker,
de Naam van de Heer roep ik aan.

Want kostbaar is in zijn ogen
het leven van wie Hem vereert.
O Heer, ik ben uw dienaar,
uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd,
Gij hebt mijn boeien geslaakt.

Met offers zal ik U loven,
de Naam van de Heer roep ik aan.
Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet.

Vers voor het evangelie (Ps. 119, 18)

Alleluia. Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer, de heerlijkheid van uw wet. Alleluia.

Evangelie (Mt. 12, 1-8)

De Mensenzoon is Heer van de sabbat

Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden;
zijn leerlingen nu kregen honger
en begonnen aren te plukken en te eten.
De Farizeeën zagen dat en zeiden tot Hem:
“Uw leerlingen doen daar iets wat op sabbat niet geoorloofd is.”
Hij gaf hun ten antwoord:
“Hebt gij niet gelezen wat David deed,
toen hij en zijn metgezellen honger kregen?
Hoe hij het huis van God binnenging en de toonbroden opat,
die noch hij, noch zijn metgezellen, maar alleen de priesters mochten eten?
Of hebt gij niet in de Wet gelezen,
dat de priesters elke sabbat in de tempel de sabbat schenden
en toch niet schuldig zijn?
Ik echter zeg u:
Hier is meer dan de tempel.
Indien het maar tot u doorgedrongen was wat het zeggen wil:
Ik wil liever barmhartigheid dan offers,
dan zoudt gij deze onschuldigen niet veroordeeld hebben.
Want de Mensenzoon is Heer van de sabbat.”

Zaterdag 17 juli – Maria op zaterdag

Eerste lezing (Ex. 12, 37-42)

De Heer waakte die nacht om de Israëlieten uit Egypte weg te voeren

In die dagen vertrokken de Israëlieten
vanuit Ramses in de richting Sukkot,
en het aantal mannen die zelf liepen
– de kinderen dus niet meegerekend –
bedroeg ongeveer zeshonderdduizend.
Ook veel vreemdelingen trokken met hen mee
en dan nog grote kudden kleinvee en runderen.
Zij bakten ongezuurde koeken van het deeg,
dat ze meegenomen hadden uit Egypte;
dit was nog niet gezuurd.
Zij waren immers uit Egypte weggejaagd,
zonder dat hun respijt werd gelaten en zelfs
zonder dat ze voor proviand hadden kunnen zorgen.
Het verblijf van de Israëlieten in Egypte
had vierhonderddertig jaar geduurd.
Juist op de dag dat deze vierhonderddertig jaar verstreken waren,
trokken al de legerscharen van de Heer weg uit Egypte.
De Heer waakte die nacht om hen uit Egypte weg te voeren.
Daarom waken alle Israëlieten deze nacht voor de Heer,
al hun geslachten door.

Tussenzang (Ps. 136, 1.23-24.10-12.13-15)

Refrein: Dankt de Heer om zijn goedheid, want eeuwig is zijn genade. Of: Alleluia

In onze vernedering denkt Hij aan ons,
want eeuwig is zijn genade.
Van al onze vijanden rukt Hij ons los,
want eeuwig is zijn genade.

Egypte sloeg Hij in zijn eerstelingen,
want eeuwig is zijn genade.
Israël voerde Hij weg uit dat land,
want eeuwig is zijn genade.
Met krachtige hand en gestrekte arm,
want eeuwig is zijn genade.

Splijten deed Hij de Rode Zee,
want eeuwig is zijn genade.
Israël voerde Hij veilig er door,
want eeuwig is zijn genade.
Farao wierp Hij in zee met zijn leger,
want eeuwig is zijn genade.

Vers voor het evangelie (Ps. 119, 27)

Alleluia. Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer, dan zal ik uw daden indachtig zijn. Alleluia.

Evangelie (Mt. 12, 14-21)

Jezus drukte hun op het hart Hem niet bekend te maken

In die tijd verlieten de Farizeeën de synagoge
en smeedden plannen om Jezus uit de weg te ruimen.
Maar omdat Jezus dit wist, trok Hij vandaar weg.
Velen volgden Hem, en Hij genas ze allen.
Hij drukte hun echter op het hart Hem niet bekend te maken,
opdat in vervulling zou gaan
het woord door de profeet Jesaja gesproken:
Zie, mijn Dienaar, die Ik heb verkoren,
mijn Welbeminde, in wie mijn ziel behagen vond.
Ik zal mijn geest op Hem doen rusten,
Gods Wet zal Hij verkondigen aan de volkeren.
Hij zal twisten noch schreeuwen
en op straat zal men zijn stem niet horen.
Een geknakt riet zal Hij niet breken
en een smeulende vlaspit niet doven,
voordat Hij Gods Wet ter overwinning heeft gevoerd,
en op zijn Naam zullen de volkeren hopen.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

 

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom via Ideal op onze doneerpagina of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99 t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.

Hartelijk dank voor uw gave.

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood, Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon. Daarom komen wij vol vertrouwen tot u en wij vragen door U aan de Heer:

Bevrijd heel de wereld van de Corona-epidemie, genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen. Sta alle mensen bij die lijden onder de gevolgen van deze crises. Geef wijsheid aan onze bestuurders.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet. Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten, geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen, geef ons licht waar het donker is en geef dat wij elkaar spoedig weer in vrijheid en vreugde nabij kunnen zijn.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren, geef ons overgave aan de wil van de Vader en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon. Amen.

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen.

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verded g ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Angelus ad Virginem

℣. Angelus Domini nuntiavit Mariae
℟.Et concepit de Spiritu Sancto

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ecce ancilla Domini
℟.Fiat mihi secundum verbum tuum

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Et Verbum caro factum est
℟.Et habitavit in nobis

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix
℟.Ut digni efficiamur promissionibus Christi

Oremus. Gratiam tuam, quaesumus, Domine mentibus nostris infunde ut, qui, Angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus per passionem eius et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

De Engel des Heren

℣.De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt
℟.En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Zie de dienstmaagd des Heren
℟.Mij geschiede naar uw woord

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.En het Woord is vlees geworden
℟.En Het heeft onder ons gewoond

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Bid voor ons, heilige Moeder van God, ℟.opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden. Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen Wij bidden U stort uw genade in onze harten opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis. Door Christus, onze Heer. Amen.