WATER

DE TWEEDE DAG – MARTIJN DUIFHUIZEN


Uit de Bijbel


En God zei: ‘Er moet een uitspansel zijn tussen de wateren, een afscheiding tussen het ene water en het andere. En God maakte het uitspansel; Hij scheidde het water onder het uitspansel van het water erboven. Zo gebeurde het. Het uitspansel noemde God hemel. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de tweede dag.
(Gen. 1, 6-8)

REFLECTIE

Een hemelkoepel die het water van boven en onder scheidt past bij het wereldbeeld van de volkeren in en om het oude Israël. In dat wereldbeeld is de Aarde een platte schijf met daarom heen en daaronder water. Het uitspansel staat daar als een koepel overheen en ook daarboven is water. Met de hemelkoepel maakt God als het ware een levensruimte. Een veilig onderkomen voor het toekomstige leven.

Water, bron van alle leven. In het water ontstond het eerste leven op Aarde. Het waren eencelligen, bacteriën, die een paar miljard jaar de alleenheerschappij in de oceanen hebben gehad. Het ontstaan van deze bacteriën is een van de meest wonderlijke mysteriën van het leven. Zij bereidden de weg voor al het andere leven. En nog steeds zijn ze onmisbaar in het web van leven.

Water is veelzijdig. Het brengt leven, maar verwoest ook. Beide komen we tegen in de Bijbelverhalen. Het drenkt gewassen en dieren, het wast schoon, het verbindt door de doop. Maar angst is er ook voor diepe wateren en storm op het meer. De zondvloed vaagde al het leven op Aarde weg.

Ook wij hebben te maken met die dualiteit van water. Door klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met de verwoestende kracht van water. Overstromingen kunnen het leven van mensen en dieren volledig ontwrichten. Maar dat geldt evenzo voor het uitblijven van regen. Droogte, honger en dorst drijft mensen en dieren van huis, maar waarheen? Door klimaatverandering, maar ook vervuiling, privatisering en het aanleggen van dammen dreigt schoon (drink)water een schaars goed te worden.


Water, bron van alle leven. Leven dat we willen doorgeven aan de volgende generaties. Hoe gaan we met het water om? Laten we genoeg schoon water stromen voor de toekomst?

Hebt u wel eens een situatie meegemaakt dat er geen drinkwater was of dat een bron was opgedroogd? Wat doet dat met je?

Overspoeld worden door water is voor steeds meer mensen op Aarde realiteit. Wat voor gevoelens roept dit bij u op?

Mijmerend aan de waterkant of op het strand. Wat brengt het water met zich mee uit andere oorden? Wat geven we zelf mee? Zoals het water op heel de Aarde door de waterkringloop met elkaar verbonden is, zo zijn wij met al het leven verbonden.

door Marjolein Tiemens-Hulscher, GroenGeloven


VAN DE KUNSTENAAR

Martijn Duifhuizen

MARTIJN DUIFHUIZEN

www.atelierduifhuizen.nl

Zonder titel
Rond, cirkels, kringloop,
de Eeuwige.

Twee, tweede dag, achtste dag,
nieuwe schepping.

Goud, duurzaam, God, kostbaar.

“De tweede scheppingsdag wordt gesymboliseerd door twee ‘gouden’ schalen die water opvangen. De
twee schalen verwijzen letterlijk naar de tweede dag, maar maken daarnaast door de reflectie in het
water het hemelgewelf zichtbaar.
Er zijn twee vormen van water te zien: het water zelf én de lucht en
wolken in de dampkring.

De schalen zijn goudkleurig, van geanodiseerd aluminium en zeer duurzaam. Het water in de schalen verwijst naar de kostbaarheid ervan. Zonder water is er geen leven mogelijk. Tegelijk stelt het ons
de vraag waar het water naartoe gaat. Water verdampt, een natuurlijk proces in de kringloop. Maar
we hebben ook te maken met klimaatverandering en toenemende droogte. Heel de schepping lijdt. Dit
lijkt onomkeerbaar.
Als teken van hoop vormen de twee schalen daarom ook het getal acht, een verwijzing naar de achtste dag, een nieuw begin. Deze dag is niet alleen de dag waarop de kerk Jezus’ opstanding viert, maar ook de dag die nog gaat komen, een tijd van voleinding, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

OVER HET KUNSTWERK

door Joris Brussel, Stadsdichter en Columnist

REFLECTIE

Door de reflectie van het water in de gouden cirkels van dit kunstwerk wordt het hemelgewelf gereflecteerd. Deze zinsnede las ik in de omschrijving van de maker van dit mooie werk. ‘Hemelgewelf’ is samen met ‘kosmos’ het mooiste woord dat ik ken. Nu ben ik niet officieel een neerlandicus, taalwetenschapper of -purist. Maar ik speel als dichter, schrijver en columnist wel al een groot deel van mijn leven met taal. En nu ben ik ook geen meteoroloog, sterrenkundige of theoloog. Maar kosmos en hemelgewelf zijn woorden die mij verbinden met iets groters. Iets ontastbaars en grenzeloos.

Ze staan voor mij voor nietigheid. Een kosmos aan sterren en hemellichamen die boven ons reikt en om ons heen bestaat, geeft een gevoel van nederigheid. Hetzelfde met het hemelgewelf. De hemel was er vóór ons en zal er ná ons zijn. En dan bedoel ik vanuit mijn achtergrond met hemel niet een hemelpoort, maar de hemel als een wolkenbed. Als een palet van blauw en wit dat tijdloos bestaat. En tegenover de nietigheid en het eindeloze van de onvoorstelbare ruimte die de hemel en de kosmos beslaan, is er aan de andere kant het lokale.
Het water in de cirkels komt uit de Runxputte. Het ongrijpbare en onbereikbare grote ten opzichte van het concrete water uit de buurt. Het feit dat de wolken, lucht en zonnestralen in het water in de gouden komachtige cirkels reflecteren, geeft ruimte tot reflectie. Aan wie of wat spiegel je jezelf? En
waarom? En is dat erg? Vragen die horen bij de gouden cirkels. Waarschijnlijk zijn het er twee, omdat het de tweede scheppingsdag is. Maar waarom cirkels? Om een eindeloze cyclus te symboliseren? En waarom goudkleurig? Is dat een esthetische keuze van de kunstenaar? Of sluit dat aan bij het scheppingsverhaal?

Ik heb getwijfeld het op te zoeken, maar ergens vind ik het wel mooi om in het ongewisse te blijven. En het antwoord vaag en abstract te laten blijven. Of er een eigen antwoord op te bedenken. Groots en meeslepend. Zoals de kosmos en het hemelgewelf zelf.