Lezingen van de dag: Dagelijks Brood maandag t/m zaterdag 29 okt – 3 nov 2018

allerheiligen-olv-ter-nood

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag 29 oktober t/m zaterdag 3 november 2018, 30e week door het jaar

U kunt hier deze week downloaden in PDF

Maandag 29 oktober

Eerste lezing (Ef. 4, 32 – 5, 8)
Broeders en zusters, weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar, zoals God u vergeven heeft in Christus. Weest navolgers van God, zoals het geliefde kinderen past. Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Christus, die ons heeft bemind en zich voor ons heeft overgeleverd als offergave en slachtoffer, God tot een lieflijke geur. Ontucht en onzedelijkheid, in welke vorm dan ook, of hebzucht, mag onder u zelfs niet ter sprake komen. Heiligen betaamt dit niet. Evenmin past u schandelijke, grove of dubbelzinnige taal, maar veeleer dankzegging. Beseft het goed: geen ontuchtige, of onreine, of geldgierige – wat hetzelfde is als een afgodendienaar – heeft enig erfdeel in het koninkrijk van Christus en van God. Laat niemand u met loze woorden misleiden: om zulke dingen komt Gods toorn over de ongehoorzamen. Doet niet met hen mee. Eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer. Leeft dan ook als kinderen van het licht.

Tussenzang (Ps. 1)
Refrein: Weest navolgers van God, zoals het geliefde kinderen past.
Gelukkig de man die weigert te doen, wat goddelozen hem raden; die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters; maar die zijn geluk vindt in ‘s Heren wet, haar dag en nacht overweegt.
Hij is als een boom aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd; des zomers verdorren zijn bladeren niet, maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.
De goddelozen vergaat het zo niet, de wind blaast hen weg als kaf. De Heer immers let op de weg der gerechten, de weg van de zondaars loopt dood.

Vers voor het evangelie (2 Tess. 2, 14)
Alleluia. God heeft ons geroepen door de verkondiging van het evangelie, opdat wij de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus zouden verwerven. Alleluia.

Evangelie (Lc. 13, 10-17)
Eens onderrichtte Jezus op sabbat in een van de synagogen, toen er plotseling een vrouw kwam, die – bezeten door een geest – achttien jaar lang ziek was; zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten. Toen Jezus haar zag, riep Hij haar bij zich en sprak: “Vrouw, ge zijt van uw ziekte verlost.” Hij legde haar de handen op en op hetzelfde ogenblik richtte zij zich op en zij verheerlijkte God. Geërgerd, omdat Jezus op sabbat genas, nam nu de overste van de synagoge het woord en sprak tot het volk: “Zes dagen zijn er waarop gewerkt moet worden. Komt u dus op die dagen laten genezen en niet op de sabbatdag.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Huichelaars! Maakt niet ieder van u op sabbat zijn os of ezel van de voederbak los om hem naar de drinkplaats te voeren? En behoorde dan deze vrouw – nog wel een dochter van Abraham – die niet minder dan achttien jaar lang door de duivel is gebonden, niet van die boeien bevrijd te worden op de sabbatdag?” Toen Hij dit zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd. Maar heel de menigte verheugde zich over al de heerlijke daden, die Hij verrichtte.

Dinsdag 30 oktober

Eerste lezing (Ef. 5, 21-33)
Broeders en zusters, weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus. Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, Hij die ook de Verlosser is van zijn lichaam; maar zoals de kerk onderdanig is aan Christus, zo moet ook de vrouw haar man in alles onderdanig zijn. Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de kerk heeft liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Hij heeft de kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben, zoals ze hun eigen lichaam liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, integendeel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de kerk, omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam. “Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één vlees zijn”. Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk. Hoe dit ook zij, ieder van u moet zijn vrouw beminnen als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

Tussenzang (Ps. 128/127)
Refrein: Gelukkig die godvrezend zijt.
Gelukkig die godvrezend zijt, de weg des Heren gaat. Gij zult de vrucht van eigen arbeid eten, tevreden en voorspoedig zult ge zijn.
Uw vrouw daarbinnen in uw huis is als een rijkbeladen wijnstok. En als olijventakken rond de stam, zo staan uw zonen om uw tafel.
Ja, zo wordt elke man gezegend, die eer geeft aan de Heer. U zegene de Heer uit Sion; moogt gij Jeruzalem welvarend zien, zolang uw dagen duren.

Vers voor het evangelie (2 Tim. 1, 10b)
Alleluia. Onze Heiland Christus Jezus heeft de dood vernietigd, en onvergankelijk leven doen aanlichten door het evangelie. Alleluia.

Evangelie (Lc. 13, 18-21)
In die tijd zei Jezus: “Waarop gelijkt het Koninkrijk Gods, waarmee zal Ik het vergelijken? Het gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand in zijn tuin zaaide; het groeide en werd een grote boom en de vogels uit de lucht nestelden in zijn takken.” Jezus zei ook nog: “Waarmee zal Ik het Rijk Gods vergelijken? Het gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren.”

Woensdag 31 oktober

Eerste lezing (Ef. 6, 1-9)
Kinderen, gehoorzaamt uw ouders; zo hoort het. “Eer uw vader en uw moeder”, zo luidt het eerste gebod waaraan een belofte is verbonden: opdat het u welga en gij lang moogt leven op aarde. En gij vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt ze op met christelijke tucht en vermaning. Slaven, weest uw aardse meesters gehoorzaam met eerbied en in eenvoud des harten als gold uw onderdanigheid Christus zelf. Niet als ogendienaars, die mensen willen behagen, maar als knechten van Christus, die Gods wil van harte volbrengen. Dient welgemoed in de mensen de Heer, wetend dat ieder het goede dat hij gedaan heeft, van de Heer zal terug ontvangen, of hij nu een slaaf is of een vrije. En gij, meesters, behandelt hen in dezelfde geest. Laat dreigementen achterwege. Denkt eraan, dat gij dezelfde Meester in de hemel hebt als zij. Hij heeft geen gunstelingen.

Tussenzang (Ps. 145/144)
Refrein: Waarachtig is God in al zijn woorden.
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk. Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
Waarachtig is God in al zijn woorden en heilig in al wat Hij doet. De Heer ondersteunt die dreigen te vallen, richt al wie gebukt gaat weer op.

Vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)
Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

Evangelie (Lc. 13, 22-30)
In die tijd trok Jezus rond door steden en dorpen, en gaf er onderricht en Hij zette zijn reis voort naar Jeruzalem. Iemand vroeg Hem: “Heer, zijn het er weinig die gered worden?” Maar Hij sprak tot hen: “Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen, maar zij zullen daar niet in slagen. Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft en als gij dan buiten op de deur begint te kloppen en begint te roepen: Heer, doe open!, zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Dan zult ge opwerpen: In uw tegenwoordigheid hebben wij gegeten en gedronken, en in onze straten hebt Gij onderricht gegeven. Maar weer zal zijn antwoord zijn: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Gaat weg van Mij, gij allen, bedrijvers van ongerechtigheid. Daar zal geween zijn en tandengeknars, wanneer gij Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten zult zien in het Rijk Gods, terwijl ge zelf buitengeworpen zult zijn. Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en zij zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods. Denkt eraan: er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.”

Donderdag 1 november – Allerheiligen

Eerste lezing (Apok. 7, 2-4.9-14)
Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen van de opgang der zon met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tot de vier engelen aan wie macht gegeven was schade toe te brengen aan de aarde en de zee: “Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de dienstknechten van onze God met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.” En ik vernam het aantal getekenden: honderdvierenveertigduizend waren er uit alle stammen van de kinderen van Israël. Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon van het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. En zij riepen alle luid: “Aan onze God, die op de troon is gezeten en aan het Lam, behoort de overwinning!” En al de engelen stonden rondom de troon, de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en zij aanbaden God, zeggend: “Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte aan onze God in de eeuwen der eeuwen, Amen!” Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei: “Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan?” Ik antwoordde hem: “Heer, dat weet gij.” Toen zij hij: “Dat zijn diegenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam.

Tussenzang (Ps. 24/23)
Refrein: Zo doet het geslacht dat zich richt tot U, dat staat voor uw aanschijn, God van Jakob.
Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont; want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee.
Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan? Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.
Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser. Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Tweede lezing (1 Joh. 3, 1-3)
Vrienden, hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook. De wereld begrijpt ons niet en ze kent ons niet, omdat zij Hem niet heeft erkend. Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn, omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is. Wie zulk een heil van God verwacht, maakt zich rein zoals Christus rein is.

Vers voor het evangelie (Mt. 11, 28)
Alleluia. Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verkwikking schenken. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 1-12a)
Toen Jezus de menigte zag ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”

Vrijdag 2 november – Allerzielen

Eerste lezing  (Jesaja 25,6a.7-9)
Op die dag zal de Heer van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aanrichten. Op deze berg vernietigt Hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn. Voor altijd doet Hij de dood teniet. God, de Heer, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg – de Heer heeft gesproken. Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: Hij zou ons redden. Hij is de Heer, Hij was onze hoop. Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’

Tussenzang (Psalm 23(22),1-2.3-4.5.6.)
Refrein: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort. De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Hij laat mij weiden op groene velden. Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten, Hij geeft mij weer frisse moed. Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam. Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt. Uw stok en uw herdersstaf, geven mij moed en vertrouwen.
Gij nodigt mij aan tafel tot ergernis van mijn bestrijders. Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol.
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit elke dag van mijn leven. Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

Tweede lezing (Openbaring 21,1-5a.6b-7)
Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen, en ook de zee bestond niet meer. En de heilige Stad, het Nieuw-Jeruzalem, zag ik neerdalen van God uit de hemel, toegerust als een bruid, die voor haar man is getooid. En ik hoorde van de Troon een machtige stem en ze sprak: Zie, de Woonstede Gods bij de mensen: Hij zal zijn Tent bij hen spannen. Zij zullen zijn volk zijn, Hij: God met hen! Elke traan wist Hij weg uit hun ogen; En nooit zal de dood er meer zijn, Geen rouw, geen geween en geen smart; Want het vroegere is voorbij! En Die op de Troon is gezeten, sprak: Zie, Ik maak alles nieuw! En Hij vervolgde: Schrijf op! Want deze woorden zijn trouw en waarachtig. En Hij sprak tot mij: Het is geschied! Ik ben de Alfa en de Omega; Het Begin en het Einde! Den dorstige zal ik te drinken geven Uit de bron des eeuwigen Levens, om niet. Die overwint, zal dit alles beërven; Ik zal hem tot God zijn, hij Mij tot zoon.

Evangelie (Lucas 23,44-46.50.52-53.24,1-6a)
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas .
Het was nu omtrent het zesde uur; er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe, doordat de zon geen licht meer gaf. Het voorhang­sel van de tempel scheurde middendoor. Toen riep Jezus met luider stem: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’ Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest. Nu was er een zekere Jozef, lid van de Hoge Raad, een welmenend en rechtschapen man. Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Na het van het kruis genomen te hebben, wikkelde hij het in een lijkwade. Vervolgens legde hij Hem in een graf, dat in een steen was uitgehouwen en waarin nog nooit iemand was neergelegd. Op de eerste dag van de week echter gingen zij zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: ‘Wat zoekt ge de levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen.’

Zaterdag 3 november – H. Hubertus, bisschop

Eerste lezing (Fil. 1, 18b-26)
Broeders en zusters, hoe dan ook, Christus wordt verkondigd, met of zonder bijbedoeling. En daarover verheug ik mij. En ik zal mij ook blijven verheugen. Want ik weet, dat dit zal uitlopen op mijn redding, dankzij uw gebed en de bijstand van de Geest van Jezus Christus. Dit is mijn vurig verlangen en mijn vaste hoop: dat ik in niets beschaamd zal staan en dat – zoals steeds, ook nu – Christus in volle openbaarheid zal worden verheerlijkt in mijn persoon, of ik leven moet of sterven. Voor mij toch is het leven Christus en het sterven winst. Maar blijf ik leven, dan wacht mij vruchtbare arbeid. Daarom weet ik niet wat ik moet kiezen. Ik word naar twee kanten getrokken: ik verlang heen te gaan om met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste. Maar voor u is het nuttiger dat ik nog hier blijf. En omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik ook dat ik zal blijven leven en gespaard zal blijven voor u allen, tot uw vooruitgang en de vreugde van uw geloof. Dan zult gij, wanneer ik weer bij u kom, een nieuwe reden hebben om op mij te roemen in Christus Jezus.

Tussenzang (Ps. 42/41)
Refrein: Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft.
Zoals het hert de beekjes zoekt, zo zoekt mijn geest naar U, mijn God. Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft, zal ik Hem ooit bereiken en zijn Aanschijn zien?
Ik denk er aan met weemoed in het hart, hoe ik naar Gods verblijf trok in de mensenstroom. Ik liep vooraan in deze feeststoet mee, terwijl rondom mij lof en jubel klonken.

Vers voor het evangelie (1 Joh. 2, 5)
Alleluia. Wie het woord van de Heer bewaart, in Hem is waarlijk Gods liefde volkomen. Alleluia.

Evangelie (Lc. 14, 1.7-11)
Toen Jezus op een sabbat het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging om er de maaltijd te gebruiken, hielden zij Hem voortdurend in het oog. Daar Hij opmerkte hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten, hield Hij hun de volgende gelijkenis voor: “Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd, ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats. Het zou kunnen zijn, dat er door uw gastheer iemand is uitgenodigd, die voornamer is dan gij, en dat degene, die u en hem genodigd heeft, u komt zeggen: Sta uw plaats aan hem af. Dan zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen. Maar wanneer ge ergens genodigd wordt, ga dan op de minste plaats aanliggen. Als degene die u heeft uitgenodigd dan komt, zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger op. Zo zal u eer te beurt vallen in het oog van allen, die met u aanliggen. Want al wie zichzelf verheft, zal vernederd, en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share