Lezingen van de dag: Dagelijks Brood maandag t/m zaterdag 22 – 27 oktober 2018

transfiguratie-van-jezus-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag t/m zaterdag 22 – 27 oktober 2018, 29e week door het jaar

U kunt hier deze week downloaden in PDF

Maandag 22 oktober

Eerste lezing (Ef. 2, 1-10)
Broeders en zusters, gij waart dood door uw afdwalingen en uw zonden waarin gij eertijds hebt geleefd volgens de God van deze wereld, de heerser over het machtsgebied van de lucht, de geest die nog altijd aan het werk is onder de weerspannigen. Trouwens, ook wij allen, zonder uitzondering, hebben vroeger tot hen behoord, toen wij ons leven lieten beheersen door zondige begeerten en deden wat onze zelfzucht en onze boze neigingen van ons wilden. Uit onszelf waren wij een voorwerp van Gods toorn, evenzeer als de anderen. Maar God die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons met Christus ten leven gewekt, hoewel wij dood waren door onze zonden; aan zijn genade dankt gij uw redding. Hij heeft ons samen met Hem doen opstaan en zetelen in de hemelen, in Christus Jezus, om de naderbij komende Eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus. Ja, aan die genade dankt gij uw heil, door het geloof; niet aan uzelf, Gods gave is het; niet aan uw prestaties, niemand mag zich verhovaardigen. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede daden te realiseren, die God voor ons al bereid heeft.

Tussenzang (Ps. 100/99)
Refrein: Wij zijn de kudde van de Heer, zijn volk.
Juicht voor de Heer, alle landen, dient met blijdschap de Heer. Treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn; waarlijk, de Heer is God.
Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde, zijn volk. Trekt met een lied door zijn poorten, komt in zijn voorhof met zang.
Zegent zijn Naam en eert Hem, Hij is ons goed gezind. Eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht.

Vers voor het evangelie (cf. Hand. 16, 14b)
Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon. Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 13-21)
In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus: “Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.” Maar Jezus antwoordde hem: “Man, wie heeft Mij over u tot rechter of verdeler aangesteld?” En Hij sprak tot hem: “Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Want geen enkel bezit – al is dit nog zo overvloedig – kan uw leven veilig stellen.” Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: “Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd. Daarom overlegde deze bij zichzelf: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen. En hij zei: Dit ga ik doen, ik breek mijn schuren af en bouw grotere, daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren bergen. Dan zal ik tot mijzelf zeggen: Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren; rust nu uit, eet en drink en geniet ervan! Maar God sprak tot hem: Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen, die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? Zo gaat het met iemand, die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.”

Dinsdag 23 oktober – H. Johannes van Capestrano priester, patroon van de aalmoezeniers

Eerste lezing (Ef. 2, 12-22)
Broeders en zusters, bedenkt dat gij indertijd van Christus gescheiden waart, uitgesloten van de gemeenschap van Israël, onbekend met de beloften van het heil, zonder hoop en zonder God in de wereld. Thans echter zijt gij, die eertijds veraf waart, in Christus Jezus dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze Vrede, Hij die de twee werelden één gemaakt heeft, en de scheidsmuur heeft neergehaald door in zijn vlees de vijandschap te vernietigen, namelijk de wet der geboden met haar verordeningen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit de twee, één nieuwe Mens te scheppen, en die beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap heeft gedood. Hij is gekomen en Hij heeft vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren. Want in Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. Zo zijt gij dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt. In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. In Hem wordt ook gij mee opgebouwd tot een woonstede van God, in de Geest.

Tussenzang (Ps. 85/84)
Refrein: Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening.
Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening. Een woord voor zijn volk, voor alwie Hem dient, voor elk die zijn hart voor Hem opent. Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen, zijn Glorie komt weer bij ons wonen.
Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan, als vrede en recht elkander omhelzen, dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten, en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.
Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken en draagt ons land rijke vrucht. Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan en voorspoed zijn schreden volgen.

Vers voor het evangelie (2 Kor. 5, 19)
Alleluia. God was het, die in Christus de wereld met zich verzoende, en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee. Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 35-38)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Houdt uw lenden omgord en de lampen brandend! Gedraagt u als mensen, die wachten op de terugkomst van hun heer, die naar de bruiloft is, om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen. Gelukkig de dienaars, die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen. Al komt hij ook in de tweede of in de derde nachtwake, gelukkig zijn de dienaars die hij zo aantreft.”

Woensdag 24 oktober – H. Antonius Maria Claret bisschop

Eerste lezing (Ef. 3, 2-12)
Broeders en zusters, gij hebt vernomen hoe zich de genade Gods heeft verwerkelijkt, die mij met het oog op u gegeven is, door openbaring is mij de kennis van het geheim meegedeeld, zoals ik het reeds in het kort heb beschreven. Wanneer gij dit leest, kunt gij u op grond daarvan een begrip vormen van mijn inzicht in het Christusmysterie. Nooit is het onder vroegere geslachten aan de kinderen der mensen bekend gemaakt, zoals het nu door de Geest is geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten, dat de heidenen in Christus Jezus medeërfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het evangelie. Daarvan ben ik bedienaar geworden krachtens de gave van Gods genade, die mij geschonken is door de werking van zijn macht. Aan mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade gegeven, aan de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van de Christus te verkondigen en de volvoering van het geheim in het licht te stellen. Het was van eeuwigheid verborgen in God, de Schepper van het heelal, opdat thans aan de heerschappijen en de machten in de hemelen, door middel van de kerk, de veelvoudige wijsheid Gods bekend zou worden. Zo was zijn eeuwig voornemen, dat Hij uitgevoerd heeft in Christus Jezus, onze Heer. In Hem hebben wij, door het geloof in Hem, vol vertrouwen de vrije toegang tot God.

Tussenzang (Jes. 12, 2-3.4bcd.5-6)
Refrein: Gij zult in vreugde water putten aan de bronnen van uw redder.
Ja, God is mijn heil, ik verlaat mij op Hem, ik hoef voor geen onheil te vrezen. De Heer is mijn sterkte, de Heer geeft mij kracht, Hij toont zich mijn helper en redder.
Gij zult in vreugde water putten aan de bronnen van uw redder. Brengt dank aan de Heer en huldigt zijn Naam, verkondigt de volken zijn machtige daden, maakt alom zijn grootheid bekend.
Zingt luid voor de Heer, die wonderen deed, laat heel de aarde het horen. Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont, want lsraëls Heilige woont in uw midden.

Vers voor het evangelie (cf. Ef. 1, 17-18)
Alleluia. De God van onze Heer Jezus Christus moge ons innerlijk oog verlichten, om te zien, hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept. Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 39-48)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen, zou hij in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.” Petrus vroeg Hem nu: “Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?” De Heer sprak: “Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn, die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven? Gelukkig de knecht, die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt. Waarlijk, Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar zegt die knecht bij zichzelf: Mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan, en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank, dan zal de heer van die knecht komen op een dag dat hij hem niet verwacht en op een uur, dat hij niet kent; hij zal hem met het zwaard straffen en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen. De knecht, die de wil van zijn heer kende, maar geen beschikkingen trof, noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtigd worden. Wie echter in onwetendheid dingen heeft gedaan, die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden. Van ieder aan wie veel is gegeven zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd zal des te meer worden gevraagd.”

Donderdag 25 oktober

Eerste lezing (Ef. 3, 14-21)
Broeders en zusters, ik buig mijn knieën voor de Vader, naar wie alle vaderschap in de hemel en op aarde genoemd wordt, moge Hij u in zijn onmetelijke heerlijkheid geven, dat uw diepste wezen machtig wordt gesterkt door zijn Geest, dat Christus door het geloof woont in uw hart en dat gij geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Moogt gij in staat zijn, mèt alle heiligen te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereiken, die de volheid van God zelf is. Aan Hem die, door de kracht welke in ons werkt, bij machte is oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden, aan Hem zij de heerlijkheid in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.

Tussenzang (Ps. 33/32)
Refrein: De aarde is vol van de mildheid des Heren.
Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven. Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp.
Oprecht is immers het woord van de Heer en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid.
Eeuwig blijft staan het plan van de Heer, wat Hij heeft beraamd geldt voor alle geslachten. Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.
Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen, dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden.

Vers voor het evangelie (Fil. 2, 15-16)
Alleluia. Schittert als sterren in het heelal, en houdt vast het woord des levens Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 49-53)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik Mij, totdat het volbracht is. Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen, zeg Ik u, juist verdeeldheid. Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie zullen er staan tegenover twee en twee tegenover drie: de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader; de moeder tegenover de dochter en de dochter tegenover de moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.”

Vrijdag 26 oktober

Eerste lezing (Ef. 4, 1-6)
Broeders en zusters, ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping, die gij van God ontvangen hebt, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. Beijvert u, de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen, en met allen, en in allen.

Tussenzang (Ps. 24/23)
Refrein: Dit is het geslacht dat zich richt tot de Heer, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.
Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont, want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee.
Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan? Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.
Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser. Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 16a.17c)
Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen, dankt God de Vader door Hem. Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 54-59)
In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Wanneer gij een wolk ziet opkomen uit het westen, dan zegt ge terstond: er komt regen, en zo gebeurt het ook. En wanneer ge ziet, dat er een zuidenwind waait, zegt ge: het wordt gloeiend heet, en het gebeurt. Huichelaars! Van het beeld van land en lucht weet ge de juiste betekenis te bepalen, maar waarom dan niet van deze tijd? Hoe komt het, dat ge niet uit uzelf de juiste gevolgtrekking maakt? Wanneer gij met uw tegenpartij naar de overheid gaat, doe dan onderweg nog moeite u van hem te bevrijden, anders zou hij u weleens voor de rechter kunnen slepen, de rechter zal u aan de gerechtsdienaar overleveren en de gerechtsdienaar zal u in de gevangenis werpen. Ik zeg u: Ge zult er niet uitkomen voordat ge tot de laatste cent betaald hebt.”

Zaterdag 27 oktober

Eerste lezing (Ef. 4, 7-16)
Broeders en zusters, aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave. Daarom zegt de Schrift: Hij is opgevaren naar den hoge, Hij heeft gevangenen meegevoerd, Hij heeft gaven gegeven aan de mensen. Hij is opgestegen, dit betekent, dat Hij eerst in de diepte is afgedaald, tot op de aarde. Hij die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen, om het heelal te vervullen. Hij heeft ook gaven gegeven: sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten, anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars. Zo heeft hij de heiligen toegerust voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen te zamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus. Dan zullen wij niet langer onmondig zijn, heen en weer geslingerd en meegesleurd door elke windvlaag, ik bedoel: elke leer die door het valse spel van sluwe mensen wordt uitgedacht om tot dwaling te verleiden. Neen, laten wij de waarheid spreken in liefde en zo geheel naar Christus toegroeien. Hij is het hoofd waaruit het hele lichaam kracht put. Als een welsluitend geheel, bijeengehouden door de steun van al zijn gewrichten, bereikt het zijn volle wasdom, door de werkzaamheid, die ieder deel is toegemeten, en bouwt het zichzelf op in liefde.

Tussenzang (Ps. 122/121)
Refrein: Hoe blij was ik, toen men mij riep wij trekken naar Gods huis!
Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis! Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnentreden.
Jeruzalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd, naar u trekken de stammen op, de stammen van Gods volk.
Zij gaan naar Israëls gebruik de Naam van God vereren. Daar staan de zetels van het recht, de troon van Davids huis.

Vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13)
Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

Evangelie (Lc. 13, 1-9)
In die tijd waren er bij Jezus enkele mensen, die Hem vertelden wat er gebeurd was met de Galileeërs, van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren vermengd had. Daarop zei Jezus: “Denkt ge, dat onder alle Galileeërs alleen deze mensen zondaars waren, omdat zij dat lot ondergaan hebben? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen. Of de achttien, die gedood werden doordat de toren bij de Siloam op hen viel, denkt ge dat die alleen schuldig waren onder alle mensen, die in Jeruzalem woonden? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij niet tot bekering komt, zult ge allen op eenzelfde wijze omkomen.” Toen vertelde Hij deze gelijkenis: “Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant stond, hij kwam zoeken of er vrucht aan zat, maar vond niets. Toen zei hij tot de wijngaardenier: Al sinds drie jaar kom ik aan deze vijgenboom vruchten zoeken, maar ik vind er geen. Hak hem om! Waartoe put hij nog de grond uit? Maar de man gaf hem ten antwoord: Heer, laat hem dit jaar nog staan, laat mij eerst de grond er omheen omspitten en er mest op brengen. Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht; zo niet, dan kunt ge hem omhakken.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share