Lezingen van de dag: Dagelijks Brood 5 – 10 november 2018

heilige-willibrord-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag 5 – 10 november 2018, 31e week door het jaar

U kunt hier deze week downloaden in PDF

Maandag 5 november

Eerste lezing (Fil. 2, 1-4)
Broeders en zusters, als dan vermaning in Christus en toespreken in liefde iets vermogen, als gemeenschap van Geest, als hartelijkheid en mededogen u iets zeggen, maakt dan mijn vreugde volkomen door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde, uw saamhorigheid en eensgezindheid. Geeft niet toe aan partijzucht en ijdelheid, maar acht in ootmoed de ander hoger dan uzelf. Laat niemand alleen zijn eigen belangen behartigen, maar liever die van zijn naasten.

Tussenzang (Ps. 131/130)
Refrein: Bij U Heer, ben ik veilig; bescherm mij in uw vrede.
Mijn hart is niet hoogmoedig, Heer, mijn ogen kijken niet verwaand. Ik streef ook niet naar grote daden, hoger dan ik reiken kan.
De stormen zijn bedaard in mij en vredig is mijn geest. Zoals een kind op moeders schoot, zo veilig voel ik mij. Zoek, Israël, uw toevlucht bij de Heer, van nu af voor altijd.

Vers voor het evangelie (Mt. 4, 4b)
Alleluia. Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt. Alleluia.

Evangelie (Lc. 14, 12-14)
In die tijd zei Jezus tot de Farizeeër, die Hem aan tafel had genodigd: “Wanneer gij een middag- of avondmaal geeft, nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwanten uit en ook geen rijke buren. Het zou kunnen zijn, dat zij op hun beurt u uitnodigen en dat gij het dus terugkrijgt. Maar als ge een gastmaal geeft, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Gelukkig zult ge zijn, omdat zij het u niet kunnen vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.”

Dinsdag 6 november – Alle heilige verkondigers van het geloof in onze streken, feest

Eerste lezing (2 Kor. 4, 1-2.5-7) Broeders en zusters, nu wij door Gods ontferming met zijn dienst zijn belast, verliezen wij nooit de moed. Wij hebben heimelijkheid en schaamte afgelegd, wij gaan niet met sluwheid te werk, wij vervalsen Gods woord niet. De openlijke verkondiging van de waarheid is onze aanbeveling bij alle mensen, die ons voor het aanschijn van God willen beoordelen. Wij verkondigen immers niet onszelf, maar Christus Jezus de Heer; onszelf beschouwen wij slechts als uw dienaars om Jezus’ wil. Dezelfde God die gezegd heeft: “Licht moet schijnen uit het duister” is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Christus. Maar wij dragen deze schat in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons.

Tussenzang (Ps. 67/66)
Refrein: Toon het licht van uw aanschijn ; maak in alle landen uw heil bekend.
God, wees ons barmhartig en zegen ons, toon ons het licht van uw aanschijn; opdat men op aarde uw wegen mag kennen, in alle landen uw heil.
Laat alle naties van vreugde juichen omdat Gij de volken rechtvaardig regeert en alles op aarde bestuurt.
De aarde gaf ons haar vruchten, de zegen van onze God. God geve ons zo zijn zegen dat heel de aarde Hem vreest.

Vers voor het evangelie (Joh. 6, 8.12b)
Alleluia. Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het licht des levens bezitten. Alleluia.

Evangelie (Joh. 12, 44-50)
In die tijd verklaarde Jezus met luide stem: “Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij maar in Hem die Mij gezonden heeft; en wie Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft. Als een licht ben Ik in de wereld gekomen, opdat al wie in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. Indien iemand mijn woorden hoort zonder ze te onderhouden, dan veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld te redden. Want wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanvaardt heeft reeds iemand die hem veroordeelt: het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem veroordelen op de laatste dag. Ik heb immers niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft, Hij heeft Mij opgedragen wat Ik moet zeggen en verkondigen. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Wat Ik dus verkondig, verkondig Ik zoals de Vader het Mij gezegd heeft.”

Woensdag 7 november – H. Willibrord, bisschop, verkondiger van ons geloof, patroon van de Nederlandse kerkprovincie, hoogfeest

Eerste lezing (Jesaja 52, 7-10)
Hoe liefelijk op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, goed nieuws verkondigt, die heil komt melden, die zegt tot Sion: Uw God regeert! Hoort ! Uw torenwachters verheffen hun stem, zij jubelen tegelijk, want zij zien, oog in oog de terugkeer van de Heer naar Sion. Barst los in jubel, allen samen, puinen van Jeruzalem, want de Heer heeft zijn volk getroost; Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren; en alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd.

Tussenzang (Ps. 96/95)
Refrein: Meldt aan de naties de heerlijkheid van de Heer.
Of: Alleluia.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer, alle landen. Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.
Verkondigt zijn heil alle dagen. Meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn wondere daden aan alle volken.
Huldigt de Heer, alle stammen en volken, huldigt de Heer om zijn glorie en macht. Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam. Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde.
Zegt tot elkander: de Heer regeert! Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen, de volken bestuurt Hij met billijkheid.

Tweede lezing (Hebr. 13, 7-9a.15-17a)
Broeders en zusters, gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigd hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof, Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Laat u niet van de wijs brengen door allerlei vreemde theorieën. Door Jezus willen wij God voortdurend een lofoffer brengen, de hulde namelijk van lippen, die zijn Naam prijzen. Vergeet ook nooit elkaar goed te doen en te helpen, want dat zijn de offers, die God behagen. Gehoorzaamt uw leiders en voegt u naar hen; zij zijn dag en nacht in de weer voor uw heil, want zij zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid.

Vers voor het evangelie (Mt. 28, 19a.20b)
Alleluia. Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen, zegt de Heer; Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld. Alleluia.

Evangelie (Mc 16, 15-20)
In die tijd, toen Jezus aan de elf verscheen, sprak Hij tot hen: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen; zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen zullen dezen genezen zijn.” Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en Hij zit aan de rechterhand van God. Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden.

Ofwel

Vers voor het evangelie (Joh. 15, 6)
Alleluia. Ik heb u uitgekozen en de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend zijn. Alleluia.

Evangelie (Mt, 28, 16-20)
In die tijd begaven de elf leerlingen zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in
aanbidding neer; sommigen echter twijfelden. Jezus trad nader en sprak tot hen: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.”

Donderdag 8 november H. Willehad, bisschop Alle HH. Bisschoppen van Utrecht

Eerste lezing (Fil. 3, 3-8a)
Broeders en zusters, wij die God aanbidden in de Geest, wij zijn de ware besnedenen. Wij zoeken onze roem in Christus Jezus, niet in onszelf. Ik zou me overigens met recht en reden op menselijke voorrechten kunnen beroepen. Als anderen menen daarop te kunnen vertrouwen, dan ik zeker. Ik ben besneden op de achtste dag, van Israëls geslacht, van de stam Benjamin, een geboren en getogen Hebreeër, op het stuk van de tora een Farizeeër, wat ijver aangaat een vervolger van de kerk, in wettische heiligheid volmaakt. Maar al die voordelen heb ik afgeschreven om Christus’ wil. Sterker nog, ik beschouw alles als verlies, want mijn Heer Christus Jezus kennen gaat alles te boven. Om Hem heb ik alles prijsgegeven.

Tussenzang (Ps. 105/104)
Refrein: Verheugt u, gij die de Heer aanhangt.
Of: Alleluia.
Bezingt Hem en tokkelt de snaren voor Hem, verhaalt al zijn wondere werken. Gaat groot op de heilige Naam van de Heer, verheugt u, gij die Hem aanhangt.
Verlaat u op Hem, op zijn machtige arm, blijft altijd zijn Aanschijn zoeken. Vergeet nooit de wonderen, die Hij deed, zijn tekenen en zijn beloften.
Gij, kroost van zijn dienaar Abraham, gij, zonen van Jakob, zijn welbeminde. De Heer, Hij is onze enige God, wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.

Vers voor het evangelie (cf. Lc. 8, 15)
Alleluia. Zalig zij, die het woord Gods dat zij hoorden, in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid. Alleluia.

Evangelie (Lc. 15, 1-10) In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.” Hij hield hun deze gelijkenis voor: “Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en er één van verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter om op zoek te gaan naar het verlorene, totdat hij het vindt? En als hij het vindt, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun: Deelt in mijn vreugde, want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden. Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar, die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben. Of welke vrouw, die tien drachmen bezit en één drachme verliest, steekt niet een lamp aan, veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig, totdat ze die vindt? En als ze die gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt: Deelt in mijn vreugde, want de drachme, die ik had verloren, heb ik gevonden. Zo, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert.”

Vrijdag 9 november – Kerkwijding van de Basiliek van Sint Jan van Lateranen, feest

Eerste lezing (Ez. 47,1-2+8-9+12)
Toen bracht hij mij terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik onder de drempel water opwellen en in oostelijke richting stromen; de voorzijde van de tempel ligt immers op het oosten. Het water stroomde eerst zuidwaarts langs de muur en dan langs de zuidkant van het altaar. Hij leidde mij door de noordpoort buitenom naar de oostelijke buitenpoort en rechts daarvan kwam het water weer te voorschijn. Hij zei: ‘Dit water stroomt door het oostelijk deel van het land naar de Araba, mondt uit in de Zoutzee en maakt het water van de zee gezond. De rivier brengt leven overal waar hij stroomt, het wemelt er van dieren. De zee zit vol vis, want de rivier die erin uitmondt, maakt het water gezond. Overal waar hij stroomt is volop leven. Aan beide oevers van de rivier groeien allerlei vruchtbomen; hun bladeren verdorren niet en ze zijn nooit zonder vruchten. Elke maand dragen ze vruchten, omdat het water dat ze voedt, uit het heiligdom komt. De vruchten zijn eetbaar en de bladeren hebben geneeskracht.’

Psalm (46)

God is ons een toevlucht, een sterkte, hulp in noden hogelijk bevonden. In dit weten zijn wij zonder vrees, al werd ook de aarde ontwricht, al werd het gebergte ontzet tot diep in het hart van de zeeën. Moge daveren, bruisen de branding, dat de bergwand schokt als het hoog gaat: de Heer der heerscharen – Hij is met ons, een burcht is ons de God Jakobs. Vlietend water verblijdt de stad Gods, woonstee des Allerhoogsten hoogheilig. En binnenin zetelt God, onwrikbaar is haar bestand: God zelf, Hij brengt haar ontzet, in het uur dat de dageraad nadert. De volkeren morren opstandig, koninkrijken storten ineen; zijn stem klinkt en de aarde krimpt terug: de Heer der heerscharen – Hij is met ons, een burcht is ons de God Jakobs. Komt, aanschouwt de daden des Heren, waar vervaarlijk op aarde Hij ingrijpt, de strijd neerslaat zover de aarde reikt, de boog breekt, versplintert de lans, strijdwagens in vlammen doet opgaan. Laat af en beseft dat Ik God ben, Ik: boven de volken verheven, verheven hoog boven de aarde. De Heer der heerscharen. – Hij is met ons: een burcht is ons de God Jakobs.

Evangelie (Joh 2,13-22) Toen het paasfeest der Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem. In de tempel trof Hij de verkopers van runderen, schapen en duiven aan en ook de geldwisselaars, die daar zaten. Hij maakte een gesel, dreef ze allemaal uit de tempel, ook de schapen en de runderen; het kleingeld van de wisselaars veegde Hij van de tafels en wierp die omver. En tot de duivenhandelaars zei Hij: “Weg met dit alles! Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!” Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat: De ijver voor Uw huis zal mij verteren. De Joden richtten zich tot Hem met de woorden: “Wat voor teken kunt Gij ons laten zien, dat Gij dit doen moogt?” Waarop Jezus hun antwoordde: “Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” Maar de Joden merkten op: “Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd; zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?” Jezus echter sprak over de tempel van zijn lichaam. Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden, herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en geloofden in de Schrift en in het woord dat Jezus gesproken had.

Zaterdag 10 november – H. Leo de Grote, paus en kerkleraar

Eerste lezing (Fil. 4, 10-19)
Broeders en zusters, ik heb er mij in de Heer bijzonder over verheugd, dat uw genegenheid voor mij eindelijk de kans heeft gekregen zich te uiten, het ontbrak u niet aan de goede wil, maar aan de gunstige gelegenheid. Ik zeg dit niet, omdat ik tekort kom, want ik heb geleerd in alle omstandigheden mijzelf genoeg te zijn. Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is. Ik ben volledig ingewijd; ik kan volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek. Alles vermag ik in Hem, die mij kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan mij te helpen in mijn moeilijkheden. Gij weet het zelf ook wel, Filippiërs: bij mijn vertrek uit Macedonië, in het begin van mijn evangelieprediking, heeft geen enkele gemeente met mij een lopende rekening geopend, behalve de uwe. Reeds in Tessalonica hebt gij mij tot tweemaal toe gestuurd wat ik nodig had. Niet dat het mij om uw giften te doen is; wat ik zoek is uw eigen voordeel, het steeds aangroeiend tegoed op uw rekening! Al wat mij toekwam heb ik al ontvangen en meer dan dat. Ik heb volop, dankzij Epafrodítus, die mij uw gaven heeft overgebracht. Die zijn voor God een welriekende geur, een aangename en welgevallige offerande. En mijn God zal met goddelijke rijkdom in al uw noden voorzien door u de heerlijkheid te schenken in Christus Jezus.

Tussenzang (Ps. 112/111)
Refrein: Gelukkig de man, die ontzag heeft voor God.
Of: Alleluia.

Gelukkig de man, die ontzag heeft voor God, die vreugde vindt in zijn geboden. Zijn kroost zal machtig zijn in het land, gezegend zal zijn het geslacht van de vrome.
Goed gaat het de man, die weggeeft en leent, die eerlijk zijn zaken behartigt. In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk, men blijft hem voor eeuwig gedenken.
Standvastig en zonder vrees zet hij door; met mildheid deelt hij aan armen uit, hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen.

Vers voor het evangelie (Joh. 17, 17b.a)
Alleluia. Uw woord is waarheid, Heer, wijd ons U toe in de waarheid. Alleluia.

Evangelie (Lc. 16, 9-15)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen. Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote, en wie onrechtvaardig is in het kleinste, is ook onrechtvaardig in het grote. Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest in de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen? Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen? Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.” De Farizeeën, belust op geld als zij waren, hoorden dit alles aan en ze lachten Hem uit. Hij sprak tot hen: “Bij de mensen doet gij uzelf als rechtvaardigen voor, maar God kent uw hart. Waar de mensen naar opzien, is in Gods ogen een gruwel.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share