Lezingen van de dag: Dagelijks Brood 3 – 8 dec 2018

Lezingen van de dag: Dagelijks Brood 3 - 8 dec 2018

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag 1 t/m zaterdag 8 december 2018, 1e week van de advent

U kunt deze week downloaden via deze link (PDF)

Maandag 3 december – H. Franciscus Xaverius, priester

Eerste lezing (Jes. 2, 1-5)
Visioen wat Jesaja, de zoon van Amos, gezien heeft betreffende Juda en Jeruzalem. Op het einde der dagen zal de berg van ‘s Heren tempel oprijzen boven alle bergen en uitsteken boven alle heuvels. Alle volkeren zullen erheen stromen en talloze naties erheen trekken. En zij zullen zeggen: Kom, laat ons optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons zijn wegen wijzen en wij zullen zijn paden bewandelen. Want uit Sion komt de Wet, het woord van de Heer uit Jeruzalem. Oordelen zal Hij de volkeren, rechtspreken over de talloze naties. En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, noch zullen zij zich bekwamen in de strijd. Huis van Jakob, kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer.

Tussenzang (Ps. 122/121)
Refrein: Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis!
Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis! Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnen treden.
Jeruzalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd: naar U trekken de stammen op, de stammen van Gods volk.
Terwille van mijn broeders en mijn makkers wens ik u vrede toe; terwille van het huis van onze God bid ik voor u om zegen.

Vers voor het evangelie (Ps. 80, 4 /79, 4)
Alleluia. God van de heerscharen, richt ons weer op; lach ons weer toe en wij zullen gered zijn. Alleluia.

Evangelie (Mt. 8, 5-11)
In die tijd toen Jezus in Kafarnaüm aangekomen was, kwam een honderdman naar Hem toe, die zijn hulp inriep met de woorden: “Heer, mijn knecht ligt verlamd in mijn huis en lijdt vreselijk pijn.” Hij sprak tot hem: “Ik zal hem komen genezen.” Maar de honderdman antwoordde: “Heer, ik ben het niet waard, dat Gij onder mijn dak komt; maar een enkel woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen. “Want al ben ik zelf een ondergeschikte, ik heb weer manschappen onder mij; en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat; en tot een ander: kom, en hij komt; en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.” Toen Jezus dit hoorde stond Hij verwonderd en zei tot hen die Hem volgden: “Voorwaar, Ik zeg u: Bij niemand in Israël heb Ik een zó groot geloof gevonden. Ik zeg u, dat velen uit het oosten en het westen zullen komen en met Abraham en Isaäk en Jakob zullen aanzitten in het Rijk der hemelen.”

Dinsdag 4 december

Eerste lezing (Jes. 11, 1-10)
In die dagen zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Isaï, een scheut aan zijn wortels zal vruchten dragen. De geest van de Heer zal op hem rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en heldenmoed, de geest van liefde en vreze des Heren, en hij zal uitstralen deze vreze des Heren. Hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn, geen uitspraak doen op basis van geruchten. De kleine luiden zal hij recht verschaffen, een eerlijk vonnis spreken over de geringsten der aarde, maar de uitbuiter zal hij striemen met de gesel van zijn mond, de boosdoener doden met de adem van zijn lippen. De rechtvaardigheid zal hem dienen tot gordel om het middel, de onkreukbaarheid tot band om de lenden Dan huist de wolf bij het lam, vlijt de panter zich neer naast het geitje, grazen tezamen het kalf en het leeuwenjong, een kleuter kan ze weiden! Koe en berin hebben vriendschap gesloten, hun jongen liggen naast elkaar, en de leeuw vreet hooi met het rund. De zuigeling speelt bij het hol van de adder, en het kleine kind steekt zijn handje in het nest van de slang! Dan zondigt niemand meer, doet niemand meer kwaad op heel mijn heilige berg, maar zal de gehele aarde vervuld zijn met liefde tot God, zoals de zeebodem bedolven is onder het water. Op die dag zal de wortel van Isaï opgericht staan als banier voor de volken: alle naties zullen naar hem toestromen. En zijn troon zal luisterrijk zijn!

Tussenzang (Ps. 72 /71)
Refrein: Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien, en welvaart alom tot het einde der maanden.
Mijn God, verleen de koning uw wijsheid, de koningszoon uw rechtvaardigheid. Hij moge uw volk rechtvaardig besturen, uw armen met billijkheid.
Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien, en welvaart alom tot het einde der maanden. Regeren zal hij van zee tot zee, vanaf de Rivier tot de grens van de aarde.
De arme die steun vraagt zal hij bevrijden, de ongelukkige zonder hulp. Hij zal zich ontfermen over misdeelden, de zwakken schenkt hij weer levensmoed.
Voor eeuwig blijve zijn naam geprezen, in ere zolang als er dagen zijn. Zijn naam zij een zegen voor alle stammen, bij alle volken met lof vermeld.

Vers voor het evangelie (Ps. 85/84,)
Alleluia. Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer. Alleluia.

Evangelie (Lc. 10, 21-24)
In die tijd jubelde Jezus het uit, vervuld van de heilige Geest, en Hij sprak: “Ik prijs U Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader; en wie de Vader is tenzij de Zoon en aan wie de Zoon Hem wil openbaren.” Daarop keerde Hij zich naar zijn leerlingen afzonderlijk en Hij zei tot hen: “Gelukkig de ogen die zien wat gij ziet. Ik zeg u: Vele profeten en koningen verlangden te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort maar ze hebben het niet gehoord.”

Woensdag 5 december

Eerste lezing (Jes. 25, 6-10a)
In die dagen zal de Heer der hemelse machten voor alle volkeren op deze berg een gastmaal aanrichten; een gastmaal van vette spijzen, een gastmaal van belegen wijnen: vette spijzen met merg bereid, belegen wijnen zuiver als kristal. Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren, die ligt over alle volkeren en de doek die uitgespreid ligt over alle naties. De Heer zal voor immer de dood vernietigen; Hij zal de tranen van alle gezichten afwissen, en de schande van zijn volk wegnemen van heel het aardoppervlak. Want zo heeft de Heer besloten. Op die dag zal men zeggen: Dat is onze God op wie wij hoopten, Hij heeft ons gered; dit is de Heer op wie wij ons vertrouwen hadden gesteld: laat ons jubelen en ons verheugen in de redding, die Hij ons bracht. De hand van de Heer beschermt de berg Sion.

Tussenzang (Ps. 23/22)
Refrein: Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Hij laat mij weiden op groene velden. Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten, Hij geeft mij weer frisse moed.
Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam. Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt. Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen.
Gij nodigt mij aan uw tafel tot ergernis van mijn bestrijders. Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol.
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit elke dag van mijn leven. Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

Vers voor het evangelie (Jes. 33, 22)
Alleluia. De Heer is onze rechter, wetgever en koning; Hij zal ons verlossen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 15, 29-37)
In die tijd kwam Jezus eens langs het meer van Galilea. Hij ging de berg op en zette zich daar neer. Talrijke mensen stroomden naar Hem toe, de lammen, gebrekkigen, blinden, stommen en vele anderen met zich mee voerden om ze aan zijn voeten neer te leggen. Hij genas hen, tot verbazing van het volk dat zag hoe stommen spraken en gebrekkigen gezond werden, lammen liepen en blinden konden zien. En zij verheerlijkten de God van Israël. Jezus riep zijn leerlingen bij zich en sprak: “Ik heb medelijden met al deze mensen, omdat ze al drie dagen lang bij Mij blijven, zodat ze nu zonder voedsel zijn; maar Ik wil hen niet laten gaan zonder dat zij eerst gegeten hebben, omdat Ik vrees dat zij anders onderweg zullen bezwijken.” De leerlingen merkten echter op: “Waar halen wij op een zo eenzame plaats genoeg brood vandaan om al dat volk te verzadigen?” Jezus vroeg hun: “Hoeveel broden hebt ge dan?” “Zeven” – antwoordden zij – “en wat visjes.” Nadat Hij het volk gelast had op de grond te gaan zitten, nam Hij de zeven broden en de vissen, welke Hij na het spreken van het dankgebed brak, en ze aan de leerlingen gaf, die ze weer aan het volk gaven. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog zeven volle manden op.

Donderdag 6 december

Eerste lezing (Jes. 26, 1-6)
Op die dag zal dit lied gezongen worden in het land van Juda: Een sterke stad is de onze, de bescherming van de Heer dient haar tot muur en wal. Opent de poorten en laat binnentrekken de rechtvaardige natie, die Hem trouw gebleven is. Die standvastig zijn van hart omringt Gij met uw vrede, want op U hebben zij hun vertrouwen gesteld. Vertrouw op de Heer voor immer en altijd, want de Heer is een rots, die de eeuwen trotseert. Hij vernedert die in de hoogte wonen. Hooggelegen vestingen haalt Hij naar beneden; Hij laat ze neerstorten in de diepte, Hij laat ze vallen in het stof. Ze worden door voeten vertrapt, de voeten van armen, de voeten van de zwakken.

Tussenzang (Ps. 118/117)
Refrein: Gezegend die komt met de Naam van de Heer.
Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen! Beter is het te gaan tot de Heer, dan op een mens te vertrouwen; en beter is het te gaan tot de Heer, dan te vertrouwen op vorsten.
Maakt open de poort der gerechtigheid, daarbinnen wil ik de Heer gaan danken. Dit is de poort van de Heer, de vromen treden er binnen. Ik dank U, dat Gij mij hebt gehoord, dat Gij mij redding gebracht hebt.
Ach Heer, geef Gij ons uw heil, ach Heer, geef Gij ons voorspoed! Gezegend die komt met de Naam van de Heer; wij zegenen u uit het huis des Heren; de Heer is God, Hij verlicht ons.

Vers voor het evangelie (Jes. 40, 9-10)
Alleluia. Vreugdebode van Sion, verhef uw stem met kracht; zie, de Heer uw God zal komen met luister. Alleluia.

Evangelie (Mt 7, 21.24-27)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. Ieder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots. Maar ieder die deze woorden van Mij hoort, doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas, die zijn huis bouwde op het zand. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd.”

Vrijdag 7 december – H. Abrosius, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (Jes. 29, 17-24)
Zo spreekt de Heer: “Zie, nog een korte tijd, en de Libanon zal een boomgaard worden, en de boomgaard zal veranderen in een woud. Op die dag zullen de doven verstaan wat er voorgelezen wordt, na duisternis en nacht de ogen der blinden weer zien. De verdrukten zullen zich in de Heer verheugen, de armsten der mensen zich verblijden in Israëls Heilige. Want de tiran is weg, de spotter verdwenen, vernietigd allen die zinnen op kwaad, die anderen vals beschuldigen, de rechter valstrikken spannen in het gericht, en onschuldigen afschepen met leeg gepraat.” Daarom, zo spreekt de Heer, de God van Jakobs huis, Hij die Abraham bevrijdde: “Jakob zal niet meer beschaamd staan, zijn gezicht niet langer blozen. Bij het zien van zijn kinderen, het kroost dat Ik hem gaf, zullen zij mijn Naam verheerlijken, Jakobs Heilige prijzen, en ontzag hebben voor de God van Israël. Warhoofden komen tot inzicht, opstandigen tot rede.” Zo spreekt de almachtige Heer.

Tussenzang (Ps. 27/26)
Refrein: De Heer is mijn licht en mijn leidsman.
De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen; de Heer is de schuts van mijn leven, voor wie zou ik bang zijn?
Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen: dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
Ik reken er op nog tijdens mijn leven de weldaden van de Heer te ervaren. Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

Vers voor het evangelie (Jes. 45, 8)
Alleluia. Dauwt hemelen, uit den hoge en laat de wolken gerechtigheid regenen! De aarde moet opengaan en het heil opschieten; de grond moet de gerechtigheid laten ontspruiten. Alleluia.

Evangelie (Mt. 9, 27-31)
In die tijd waren er twee blinden, die Jezus volgden en luid riepen: “Heb medelijden met ons, Zoon van David.” Toen Hij thuis gekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus sprak tot hen: “Gelooft gij dat Ik de macht bezit om dit te doen?” Zij antwoordden: “Zeker Heer.” Daarop raakte Hij hun ogen aan en zeide: “U geschiede naar uw geloof.” En hun ogen gingen open. Jezus vermaande hen op strenge toon: “Zorgt dat niemand dit te weten komt.” Maar eenmaal buiten verbreidden ze zijn faam in heel die streek.

Zaterdag 8 december – Maria Onbevlekt Ontvangen, Hoogfeest

Eerste lezing (Gen. 3, 9-15.20)
Nadat Adam van de boom gegeten had, riep God, de Heer, de mens en vroeg hem: “Waar zijt gij?” Hij antwoordde: “Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.” Maar God de Heer zei: “Wie heeft u verteld, dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom, die Ik u verboden heb?” De mens antwoordde: “De vrouw, die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.” Daarop vroeg God, de Heer, aan de vrouw: “Hoe hebt ge dat kunnen doen?” De vrouw zei: “De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.” God, de Heer, zei toen tot de slang: “Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel!” De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.

Tussenzang (Ps. 98/97)
Refrein: Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed. Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm.
Zijn weldaden deed Hij ons kennen, de volkeren zijn gerechtigheid. Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw ten gunste van Israëls huis.
Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed. Verheerlijkt de Heer, alle landen, weest blij, verheugt u en zingt.

Tweede lezing (Ef. 1, 3-6.11-12)
Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde, in wie wij ook ons erfdeel hebben ontvangen, daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem, die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil, opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid, wij, die reeds te voren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.

Vers voor het evangelie (Lc. 1, 28)
Alleluia. Verheug u, Maria, Begenadigde, de Heer is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen. Alleluia.

Evangelie (Lc. 1, 26-38)
In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd, die verloofd was met een man, die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. De engel trad bij haar binnen en sprak: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u, gij zijt de gezegende onder de vrouwen.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share