Lezingen van de dag: Dagelijks Brood 17 – 22 december 2018

olv-ter-nood-heiloo-advent-op-weg-naar-kerstmis

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood: Lezingen van maandag t/m zaterdag 17 – 22 december 2018
3e week van de advent in de noveen van Kerstmis

U kunt deze week downloaden via deze link (PDF)

Maandag 17 december

Eerste lezing (Gen. 49, 1a-2.8-10)

In die dagen ontbood Jakob zijn zonen en sprak: “Kom nu bijeen en luister, zonen van Jakob, luister naar Israël hier, jullie vader. Juda, jou prijzen je broers; jouw hand drukt de nek van je vijanden neer, voor jou staan de zonen van je vader gebogen. De welp van een leeuw is Juda; met roof ben je opwaarts gekomen, mijn zoon! Hij vlijt zich neer, hij ligt als een leeuw, als de koning der dieren; wie waagt hem te wekken? Van Juda zal de scepter niet wijken, de staf niet verdwijnen tussen zijn voeten, totdat hij verschijnt die hem dragen mag: hem zijn de volken gehoorzaam.”

Tussenzang (Ps. 72/71)

Refrein:Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien en welvaart alom tot het einde der maanden.
Mijn God, verleen de koning uw wijsheid, de koningszoon uw rechtvaardigheid. Hij moge uw volk rechtvaardig besturen, uw armen met billijkheid.
Dan stroomt de vrede omlaag van de bergen, en van de heuvels het recht. Hij zal het geringe volk beschermen, de zonen der armen verlossen.
Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien en welvaart alom tot het einde der maanden. Regeren zal hij van zee tot zee, vanaf de Rivier tot de grens van de aarde.
Voor eeuwig blijve zijn naam geprezen, in ere zolang als er dagen zijn. Zijn naam zij een zegen voor alle stammen, bij alle volken met lof vermeld.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Wijsheid van de Allerhoogste, alles bestuurt Gij met kracht en inzicht; kom, en leer ons de weg te gaan van kennis en wijsheid. Alleluia.

Evangelie (Mt. 1, 1-17)

Geslachtslijst van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. Abraham was de vader van Isaäk, Isaäk van Jakob, Jakob van Juda en zijn broers; Juda was de vader van Peres en Zerach, die uit Tamar geboren werden; Peres was de vader van Chesron, Chesron van Aram, Aram van Amminádab, Amminádab van Nachson, Nachson van Salmon, Salmon van Boaz, die uit Rachab geboren werd; Boaz was de vader van Obed, geboren uit Ruth; Obed was de vader van Isaï en Isaï van David, de koning. David was de vader van Salomo, die geboren werd uit de vrouw van Uria; Salomo was de vader van Rechabeam, Rechabeam van Abia, Abia van Asa, Asa van Josafat, Josafat van Joram, Joram van Uzzia, Uzzia van Joram, Joram van Achaz, Achaz van Hizkia, Hizkia van Manasse, Manasse van Amon, Amon van Josia, Josia van Jechonja en zijn broers, in de tijd van de Babylonische ballingschap. Na de Babylonische ballingschap werd Jechonja de vader van Seáltiël, Seáltiël van Zerubabel, Zerubabel van Abiúd, Abiúd van Eljakim, Eljakim van Azor, Azor van Sadok, Sadok van Achim, Achim van Eliud, Eliud van Eleazar, Eleazar van Mattan, Mattan van Jakob. Jakob nu was de vader van Jozef, de man van Maria, en uit haar werd geboren Jezus, die Christus genoemd wordt. In het geheel zijn er dus van Abraham tot David veertien geslachten, van David tot de Babylonische ballingschap ook veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus eveneens veertien geslachten.

Dinsdag 18 december

Eerste lezing (Jer.23, 5-8)

“Geloof Mij, de tijd komt – zo spreekt de Heer – dat Ik een wettige afstammeling van David doe opstaan. Hij zal met bekwaamheid regeren en het land rechtvaardig en eerlijk besturen. Dan wordt Juda bevrijd, leeft Israël veilig. Dit is de naam die men hem geeft: God de Heer, onze gerechtigheid. Eens komt de tijd – zo spreekt de Heer – dat men niet meer zegt: Zowaar God leeft, die de Israëlieten uit Egypte heeft geleid, maar: Zowaar God leeft, die de nakomelingen van Israël heeft teruggebracht uit het noorden, uit alle landen waarheen Hij hen had verdreven. Op hun eigen grond zullen zij weer wonen.”

Tussenzang (Ps. 72/71)

Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien en welvaart alom tot het einde der maanden.
Mijn God, verleen de koning uw wijsheid, de koningszoon uw rechtvaardigheid. Hij moge uw volk rechtvaardig besturen, uw armen met billijkheid.
De arme die steun vraagt zal hij bevrijden, de ongelukkige zonder hulp. Hij zal zich ontfermen over misdeelden, de zwakken schenkt hij weer levensmoed.
De Heer zij geprezen, Israëls God, die wonderen doet als geen ander; geprezen zijn heilige Naam voor altijd, zijn glorie vervulle de aarde.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Leider van het huis Israël: Mozes hebt Gij op de Sinaï de Wet gegeven; kom ons met uw sterke arm bevrijden. Alleluia.

Evangelie (Mt. 1, 18-24)

De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze: Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer, die tot hem sprak: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen, die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden. Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en men zal Hem de naam Immanuël geven. Dat is in vertaling: God met ons.” Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich.

Woensdag 19 december

Eerste lezing (Recht. 13, 2-7.24-25a)

In die tijd woonde er in Sora een Daniet die Manoach heette. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen. De engel van de Heer verscheen aan die vrouw en zei: “Gij zijt altijd onvruchtbaar geweest en hebt nooit een kind gekregen, maar nu zult gij zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Zorg dat gij geen wijn of sterke drank drinkt en niets eet dat onrein is. Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Over het hoofd van de jongen mag geen scheermes gaan, omdat hij vanaf de schoot van zijn moeder aan God is gewijd. De bevrijding van Israël uit de macht van de Filistijnen zal met hem beginnen.” De vrouw ging dit aan haar man vertellen en zei: “Er is een man Gods bij mij geweest; hij zag er buitengewoon indrukwekkend uit, als een engel van God. Ik heb hem niet durven vragen waar hij vandaan kwam, en hij heeft mij zijn naam niet genoemd. Hij zei tegen mij: Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Van nu af moogt gij geen wijn of sterke drank drinken en niets eten dat onrein maakt; want de jongen zal aan God gewijd zijn vanaf de schoot van zijn moeder tot aan zijn dood.” De vrouw bracht een zoon ter wereld en noemde hem Simson. De jongen groeide op, en de Heer zegende hem. En de geest des Heren bewoog hem voor het eerst.

Tussenzang (Ps. 71/70)

Refrein: Mijn mond was vervuld van uw lof, U prees ik van vroeg tot laat.
Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats; mijn rots en mijn burcht zijt Gij altijd geweest. Bevrijd mij, mijn God, uit de handen der zondaars.
Want Gij, mijn God, Gij zijt mijn verwachting, mijn hoop zijt Gij, Heer, sinds mijn vroegste jeugd. Vanaf de moederschoot steun ik op U, Gij waart mijn beschermer sinds mijn geboorte.
Gods macht zal ik alom verhalen en uw gerechtigheid loven, Heer. Van jongsaf heb ik het ondervonden, en nu nog prijs ik uw daden.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Wortel van Jesse, standaard der volken: kom ons bevrijden, wil niet langer wachten. Alleluia.

Evangelie (Lc. 1, 5-25)

In de dagen van Herodes, koning van Judea, leefde er een priester, Zacharias geheten, die behoorde tot de klasse van Abia. Hij had een vrouw uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabeth. Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leefden onberispelijk volgens alle geboden en voorschriften van de Heer. Zij hadden geen kinderen, want Elisabeth was onvruchtbaar en beiden waren al op gevorderde leeftijd. Toen Zacharias voor God als priester mocht optreden, omdat zijn klasse de beurt had, geschiedde het dat hij – zoals onder de priesters gebruikelijk was – door het lot werd aangewezen om de tempel des Heren binnen te gaan en het wierookoffer op te dragen. Het gehele volk stond op het uur van het wierookoffer buiten te bidden. Er verscheen hem een engel des Heren aan de rechterkant van het wierookaltaar. Toen Zacharias hem zag ontstelde hij en werd door vrees bevangen. Maar de engel sprak tot hem: “Vrees niet Zacharias, want uw bede is verhoord; uw vrouw Elisabeth zal u een zoon schenken, die gij Johannes moet noemen. Ge zult verheugd zijn en het uitjubelen en vele mensen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer; wijn of sterke drank zal hij niet drinken en nog in de schoot van zijn moeder zal hij met de heilige geest vervuld worden. Vele zonen van Israël zal hij terugbrengen tot de Heer, hun God. Hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de kracht van Elia om de gezindheid van de vaderen te doen terugkeren in de kinderen en de ongehoorzamen te brengen tot de gesteltenis van de rechtvaardigen, en om zo voor de Heer een welbereid volk te vormen.” Maar Zacharias zei tot de engel: “Waaraan zal ik dit erkennen? Ik ben oud en ook mijn vrouw is reeds op jaren.” De engel antwoordde hem: “Ik ben Gabriël, die voor Gods aanschijn staat, en ik ben gezonden om tot u te spreken en u deze blijde boodschap aan te kondigen. Zie, gij zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken tot de dag waarop dat zal gebeuren, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt; deze zullen echter op hun tijd in vervulling gaan.” Intussen stond het volk op Zacharias te wachten en ze verwonderden zich, dat hij zolang in het heiligdom bleef. Toen hij naar buiten kwam, was hij niet bij machte tot hen te spreken en zij begrepen dat hij in het heiligdom een verschijning gezien had. Maar omdat hij stom bleef, kon hij slechts tegen hen gebaren. Toen de tijd van zijn tempeldienst om was ging hij naar huis terug en enige tijd later werd zijn vrouw Elisabeth zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen en daarna sprak zij: “Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen het Hem behaagd had mijn schande bij de mensen weg te nemen.”

Donderdag 20 december

Eerste lezing (Jes. 7, 10-14)

In die dagen sprak Jesaja tot Achaz: “Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.” Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken, ik wil de Heer niet op de proef stellen.” En Jesaja sprak: “Luister dan, Huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn? Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken: Zie, de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen ‘Immanuël’, ‘God-met-ons’.”

Tussenzang (Ps. 24/23)

Refrein: De Heer van de hemelse machten, Hij is de koning der glorie.
Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont; want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee.
Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan? Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.
Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser. Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Sleutel van David, Gij opent de poorten van het hemelse rijk: kom en verlos wie geboeid en in duisternis gevangen zit. Alleluia.

Evangelie (Lc. 1, 26-38)

Toen Elisabeth zes maanden zwanger was, werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd, die verloofd was met een man, die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangenen, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

Vrijdag 21 december

Eerste lezing (Hoogl. 2, 8-14)

Hoor, daar is mijn geliefde; kijk, daar komt hij aan, over de heuvels snelt hij voort. Mijn geliefde is als een gazel, hij lijkt wel het jong van een hert. Daar staat hij achter de muur van ons huis. Hij ziet door het raam en kijkt door de tralies naar binnen. Nu roept mijn geliefde en zegt tegen mij: Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste. Kijk maar, de winter is voorbij, de regen is voorgoed verdwenen. Kijk, op het veld staan weer bloemen; de tijd om te zingen breekt aan; de roep van de tortel klinkt over het land. De vijgenboom draagt zijn eerste vruchten al, en wat ruikt de bloeiende wijnstok heerlijk! Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste! Mijn duif, die u verscholen hebt in de kloven van het gesteente, in de holten van de rotsen, laat mij uw gezicht zien, laat mij uw stem horen, want uw stem is zo mooi, uw gezicht zo lieftallig!
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Ofwel

Eerste lezing (Sef. 3, 14-18a)

Sion, jubel van vreugde, juich, Israël, verheug u en wees blij, Jeruzalem, met heel uw hart! Het vonnis dat op u drukte, werd door de Heer vernietigd, Hij heeft uw vijand verjaagd. De Heer, de Koning van Israël, blijft bij u: nu hoeft gij geen onheil meer te vrezen! Op die dag zal er tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, Sion, en laat uw handen niet verslappen. De Heer uw God is bij u als een reddende held. Uitermate verheugt Hij zich om u, door zijn liefde maakt Hij u nieuw; o, Hij jubelt om u van vreugde.

Tussenzang (Ps. 33/32)

Refrein: Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, zingt voor de Heer een nieuw gezang.
Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp. Zingt voor de Heer een nieuw gezang, een schoon en schallend refrein.
Eeuwig blijft staan het plan van de Heer, wat Hij heeft beraamd, geldt voor alle geslachten. Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.
Daarom vertrouwt ons hart op de Heer, is Hij ons een schild en een helper. Daarom is Hij de vreugd van ons hart, zijn heilige Naam onze toevlucht.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Zon der gerechtigheid, weerglans van het eeuwige licht: kom hen verlichten, die in duisternis zitten en in de schaduw van de dood. Alleluia.

Evangelie (Lc. 1, 39-45)

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland, naar een stad in Juda. Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth. Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot. Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest en riep met luide stem uit: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Zalig zij, die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen, wat haar vanwege de Heer gezegd is.”

Zaterdag 22 december

Eerste lezing (1 Sam. 1, 24-28)

In die dagen nam Hanna Samuël mee, met een driejarige stier, een efa meel en een zak wijn. Zij bracht de jongen, zo klein als hij was, naar de tempel van de Heer in Silo. Zij slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli. Daarbij zei Hanna: “Met uw verlof, mijn heer, zo waar u leeft, mijn heer, ik ben de vrouw, die hier gestaan heeft om tot de Heer te bidden, in uw tegenwoordigheid. Om deze jongen heb ik gebeden en de Heer heeft mij gegeven wat ik van Hem heb afgesmeekt. Daarom sta ik hem aan de Heer af. Zolang hij leeft, blijft hij de Heer afgestaan.” En zij bogen zich daar voor God de Heer neer.

Tussenzang (1 Sam. 2)

Refrein: De Heer doet mijn hart van vreugde slaan.
De Heer doet mijn hart van vreugde slaan, mijn God heeft mijn hoofd opgeheven. Nu sta ik mijn mededingers te woord, omdat ik zijn bijstand geniet.
De bogen der dapperen worden gebroken, de zwakken worden met kracht omgord. De rijken moeten hun brood gaan verdienen, die honger leed hoeft geen werk meer te doen.
De kinderloze baart zeven maal, de schoot van de moeder verdort. De Heer beschikt over sterven en leven, Hij leidt naar de dood en Hij roept weer terug. De Heer schenkt armoede: evenals rijkdom, vernedering brengt Hij en eer.
Hij richt de onmachtige op uit het stof, verheft uit het vuil de geringe; Hij geeft hem een zetel onder de vorsten, verleent hem een eervolle plaats. Want Hij is de heer van de zuilen der aarde waarop Hij de aardschijf eens heeft geplaatst.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Koning der naties en hoeksteen der kerk: kom, en verlos de mens die Gij uit klei hebt gevormd. Alleluia.

Evangelie (Lc. 1, 46-56)

Bij haar bezoek aan Elisabeth sprak Maria: “Mijn hart prijst hoog de Heer. Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd. En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig, omdat Hij die machtig is aan mij zijn wonderwerken deed, en heilig is zijn Naam. Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Hij toont de kracht van zijn arm; slaat trotsen van hart uiteen. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen. Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken, gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig jegens Abraham en zijn geslacht, gelijk Hij had gezegd tot onze Vaderen.” Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was, keerde zij naar huis terug.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share