Lezingen van de dag: Dagelijks Brood 12 – 17 november 2018

heilige-elisabeth-van-hongarije-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag 12 t/m zaterdag 17 november 2018, 32e week door het jaar

U kunt hier deze week downloaden in PDF

Maandag 12 november – H. Josafat, bisschop en martelaar

Eerste lezing (Tit. 1, 1-9)
Van Paulus, dienstknecht van God en apostel van Jezus Christus, om Gods uitverkorenen te brengen tot het geloof en de kennis van de ware godsdienst, in de hoop op het eeuwige leven. Reeds lang geleden heeft God, die niet liegt, eeuwig leven beloofd en nu, te zijner tijd, heeft Hij zijn woord openbaar gemaakt in de verkondiging, die mij is toevertrouwd door een opdracht van God onze Heiland. Paulus aan Titus, zijn wettig kind in het gemeenschappelijk geloof. Genade en vrede voor u, vanwege God, onze Vader, en Christus Jezus onze Heiland! Ik heb u op Kreta achtergelaten met de bedoeling, dat gij de organisatie van de kerk zoudt voltooien door in elke stad presbyters aan te stellen, volgens de richtlijnen, die ik u heb gegeven: onberispelijke mannen, trouwe echtgenoten, wier kinderen gelovigen zijn en niet in opspraak wegens losbandigheid of tuchteloosheid. Want de leider van de gemeente moet onberispelijk zijn als beheerder van Gods huis, niet aanmatigend, niet driftig, niet aan de wijn verslaafd, niet vechtlustig, niet geldgierig, maar gastvrij, deugdzaam, bezonnen, rechtvaardig, vroom, ingetogen, met zorg voor de overgeleverde rechtzinnige leer en in staat om volgens de gezonde beginselen te vermanen en tegensprekers te weerleggen.

Tussenzang (Ps. 24/23)
Refrein: Dit is het geslacht, dat zich richt tot de Heer.
Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont, want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee.
Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan? Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is, zijn evenmens niet bedriegt.
Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser. Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Vers voor het evangelie (cf. Ef. 1, 17-18)
Alleluia. De God van onze Heer Jezus Christus moge ons innerlijk oog verlichten, om te zien, hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 1-6)
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Dat er ergernissen komen is onvermijdelijk, maar wee de mens door wiens toedoen ze komen. Het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp, dan dat hij aan een van deze kleinen aanleiding tot zonde geeft. Wacht u daarvoor. Als uw broeder gezondigd heeft, geef hem een berisping; toont hij dan spijt, vergeef het hem. Al misdoet hij zevenmaal per dag tegen u, maar zevenmaal ook wendt hij zich tot u met de woorden: het spijt me, dan moet ge hem vergeven.” De apostelen zeiden nu tot de Heer “Geef ons meer geloof.” De Heer antwoordde: “Als ge een geloof hadt als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.”

Dinsdag 13 november

Eerste lezing (Tit. 2, 1-8.11-14)
Dierbare, uw taak is het te verkondigen wat strookt met de gezonde leer. Bejaarde mannen moeten matig zijn, ernstig, bezonnen, gezond in geloof, liefde en volharding. Zo moeten ook oudere vrouwen zich waardig gedragen, geen kwaad spreken, niet verslaafd zijn aan de wijn. Zij moeten goede adviezen geven en de jongere vrouwen leren hun man en kinderen lief te hebben, verstandig te zijn, kuis, huishoudelijk, vriendelijk, onderdanig aan hun man, dan komt het woord van God niet in opspraak. Spoor ook de jonge mannen aan om altijd verstandig te zijn. Geef hun zelf een goed voorbeeld. Laat uw onderricht eerlijk en ernstig zijn, uw prediking heilzaam en onaanvechtbaar. Dan weet de tegenstander niets kwaads van ons te zeggen en komt hij misschien tot andere gedachten. Want de genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds.

Tussenzang (Ps. 37/36)
Refrein: Het heil van de vromen komt van de Heer.
Vertrouw op de Heer en doe wat goed is, dan zult gij veilig uw land bewonen. Zoek uw geluk bij de Heer, Hij geeft wat uw hart begeert.
De Heer draagt zorg voor het leven der vromen, hun erfdeel blijft voor altijd bijeen. De tred van de mens krijgt zijn kracht van God, zijn weg wordt bewaakt door de Heer.
Blijf ver van het kwaad en doe wat goed is, dan moogt ge voor eeuwig hier wonen. De rechtvaardigen zullen het land bezitten en het voor altijd bewonen.

Vers voor het evangelie (Fil. 2, 15-16)
Alleluia. Schittert als sterren in het heelal, en houdt vast het woord des levens. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 7-10)
In die tijd sprak Jezus: “Wie van u zal tot de knecht, die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe? Zal hij niet eerder zeggen: Maak mijn maaltijd klaar; omgord je en bedien mij, terwijl ik eet en drink; daarna kun je zelf eten en drinken? Moet hij die knecht soms dankbaar zijn, omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen? Zo is het ook met u: wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn onnutte knechten, wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”

Woensdag 14 november

Eerste lezing (Tit. 3, 1-7)
Dierbare, herinner er allen aan, dat zij zich moeten onderwerpen aan overheid en gezag. Zij moeten gehoorzamen en bereid zijn alles te doen wat goed is. Zij mogen niemand belasteren en geen ruzie zoeken, zij behoren veeleer vriendelijk te zijn en uiterst zachtmoedig in de omgang met alle mensen, zonder uitzondering. Want ook wij waren eertijds zonder inzicht, ongehoorzaam aan God en onderworpen aan dwaling, slaven van allerlei begeerten en lusten, wij vulden ons leven met boosaardigheid en afgunst, haat vergeldend met haat. Maar de goedheid en mensenliefde van God, onze Heiland, is op aarde verschenen, en Hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben, maar alleen omdat Hij barmhartig is. Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest. Want Hij heeft de Geest overvloedig over ons uitgestort door Christus, onze Heiland. Zo zijn wij door zijn genade gerechtvaardigd en erfgenamen geworden van het eeuwige leven waar onze hoop op gericht is.

Tussenzang (Ps. 23/22)
Refrein: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Hij laat mij weiden op groene velden. Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten, Hij geeft mij weer frisse moed.
Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam. Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt. Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen.
Gij nodigt mij aan uw tafel tot ergernis van mijn bestrijders. Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol.
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit, elke dag van mijn leven. Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 16a.17c)
Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen; dankt God de Vader door Hem. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 11-19)
Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging kwamen Hem tien melaatsen tegemoet, zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels: “Jezus, Meester, ontferm U over ons!” Hij zag hen en sprak: “Gaat u laten zien aan de priesters.” En onderweg werden ze gereinigd. Eén van hen keerde terug, toen hij zag dat hij genezen was, en hij verheerlijkte God met luide stem. Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer, en deze man was een Samaritaan. Hierop vroeg Jezus: “Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” En Hij sprak tot hem: “Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”

Donderdag 15 november – H. Albertus de Grote, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (Filémon 7-20)
Dierbare, veel vreugde en troost heb ik al ondervonden van de liefde, waarmee gij het hart van de christenen verkwikt hebt. Daarom, al heb ik ook in Christus alle recht u op uw plicht te wijzen, geef ik toch de voorkeur aan een verzoek en aan een beroep op uw liefde. Paulus is het, die u schrijft, een oud man, nu bovendien een gevangene van Christus Jezus, en mijn verzoek geldt het kind, dat ik hier in de gevangenis voor de Heer heb gewonnen, ik bedoel Onésimus, die u in het verleden bijzonder weinig voordeel heeft opgeleverd, maar die nu terdege nuttig is, zowel voor u als voor mij. Ik stuur hem terug naar u en met hem heel mijn liefde. Gaarne had ik hem hier gehouden als uw plaatsvervanger, om voor mij te zorgen in mijn gevangenschap voor het evangelie. Maar ik wil niets doen zonder uw instemming, ik wil niets afdwingen, uw goedheid moet zich spontaan kunnen uiten! Misschien was dat wel de reden waarom hij een tijd lang bij u is weg geweest: dat ge hem voorgoed terug zoudt krijgen, nu niet meer als slaaf, maar als veel meer dan een slaaf, als een geliefde broeder. Dat is hij voor mij al helemaal, hoeveel meer dan voor u, als mens en als christen. Als gij u dus met mij verbonden voelt, heet hem dan welkom, zoals ge het mij zoudt doen. En mocht hij u schade hebben berokkend of iets schuldig zijn, zet het maar op mijn rekening. Hier is mijn handtekening Paulus, ik zal betalen… Of zullen we zeggen: zet het op uw eigen rekening? Ge zijt me toch al uzelf schuldig! Kom broeder, laat me een beetje van u profiteren, terwille van de Heer. Stel om Christus’ wil mijn hart gerust.

Tussenzang (Ps. 146/145)
Refrein: Gelukkig wie hulp zoekt bij Jakobs God.
Of: Alleluia.
De Heer doet altijd zijn woord gestand, verdrukten verschaft Hij recht. De Heer geeft brood aan wie honger heeft, gevangenen geeft Hij de vrijheid.
De ogen van de blinden opent de Heer, gebrokenen richt Hij weer op. De Heer bemint de rechtvaardigen, de Heer behoedt de ontheemden.
De Heer geeft wees en weduwe steun, maar zondaars laat Hij verdwalen. De Heer is koning in eeuwigheid, uw God, Sion, heerst over alle geslachten.

Vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13)
Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 20-25)
Toen Jezus door de Farizeeën de vraag werd gesteld, wanneer het Rijk Gods zou komen, gaf Hij hun ten antwoord: “De komst van het Rijk Gods kunt ge niet waarnemen. Men kan niet zeggen: Kijk, hier is het of daar is het. Want het Rijk Gods is midden onder u.” Verder zei Hij tot zijn leerlingen: “Er zal een tijd komen, dat gij zult wensen één dag van de Mensenzoon te zien, maar gij zult de Mensenzoon niet zien. Als men u zal zeggen: Zie, Hij is daar, of: Zie, Hij is hier, gaat er dan niet naar toe en volgt ze niet. Want wanneer zijn dag komt, zal de Mensenzoon zijn als de opflitsende bliksem, die schittert van het ene einde van de hemel tot het andere. Maar eerst moet Hij veel lijden en door dit geslacht verworpen worden.”

Vrijdag 16 november – H. Margarita van Schotland; H. Getrudis, maagd

Eerste lezing (2 Joh. 4-9)
Dierbaren, het heeft mij zeer verblijd enigen van uw kinderen te hebben ontmoet, die in waarheid leven volgens het gebod, dat wij van de Vader hebben ontvangen. En nu bid ik u – en het is geen nieuw gebod waarover ik u schrijf, maar het gebod, dat wij van het begin af hebben gehad – laten wij elkaar liefhebben. En hierin bestaat de liefde: dat wij een leven leiden naar zijn geboden. En dit is het gebod, zoals gij het van het begin af hebt vernomen: dat gij leeft in de liefde. Want veel verleiders zijn tot de wereld uitgegaan, zij loochenen de komst van Jezus Christus in het vlees. Dat is het kenmerk van de verleider en de antichrist. Neemt u in acht, anders zult gij, in plaats van het volle loon te ontvangen, de vruchten van uw arbeid verliezen. Alwie te ver wil gaan, en niet blijft bij de leer van Christus, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, hij heeft zowel de Vader als de Zoon.

Tussenzang (Ps. 119/118)
Refrein: Gelukkig die voortgaan volgens de wet van de Heer.
Gelukkig degenen wier levensweg rein is, die voortgaan volgens de wet van de Heer. Gelukkig die acht slaan op wat Hij verordent, Hem zoeken met heel hun hart.
Met heel mijn hart richt ik mij tot U; laat mij niet afwijken van uw geboden. Uw uitspraken berg ik diep in mijn hart om niet tegen U te misdoen.
Vergun uw dienaar dat hij mag leven, dan houd ik mij steeds aan uw woord. Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen de heerlijkheid van uw wet.

Vers voor het evangelie (2 Tess. 2, 14)
Alleluia. God heeft ons geroepen door de verkondiging van het evangelie, opdat wij de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus zouden verwerven. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 26-37)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon. Zij aten en dronken, huwden en werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam, die allen verdelgde. Of zoals het was in de dagen van Lot, zij aten en dronken, kochten en verkochten, plantten en bouwden, maar op de dag dat Lot uit Sodom vertrok, regende het uit de hemel brandende zwavel, die allen verdelgde; zo zal het ook zijn op de dag waarop de Mensenzoon zich openbaart. Wie die dag zich op het dak bevindt, terwijl zijn bezittingen binnenshuis zijn, moet niet naar beneden komen om ze te halen, en zo moet wie op het land is niet terugkeren. Denkt aan de vrouw van Lot. Wie zijn leven tracht te redden, zal het verliezen en wie het verliest zal het behouden. Ik zeg u:als er in die nacht twee in een bed liggen, zal de een worden meegenomen en de ander achtergelaten. Als twee vrouwen samen bezig zijn met malen, zal de een worden meegenomen en de ander achtergelaten.” Toen de leerlingen Hem daarop vroegen: “Waar, Heer?” antwoordde Hij hun: “Waar het lijk ligt, daar zullen zich de gieren verzamelen.”

Zaterdag 17 november – H. Elisabeth van Hongarije

Eerste lezing (3 Joh. 5-8)
Dierbare, gij bewijst de broeders trouwe dienst ook al zijn het vreemden voor u. Zij hebben dan ook ten overstaan van de gemeente van uw liefde getuigd. Gij doet er goed aan, hen ook voor de verdere reis uit te rusten op een wijze, die God waardig is. Want terwille van de Naam hebben zij zich op weg begeven zonder iets van de heidenen aan te nemen. Het is onze plicht de zaak van de waarheid te steunen door zulke mannen gastvrij te ontvangen.

Tussenzang (Ps. 112/111)
Refrein: Gelukkig de man, die ontzag heeft voor God.
Of: Alleluia.
Gelukkig de man, die ontzag heeft voor God, die vreugde vindt in zijn geboden. Zijn kroost zal machtig zijn in het land, gezegend zal zijn het geslacht van de vrome.
Welvaart en rijkdom sieren zijn huis, hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen. Hij is voor de vromen een licht in de nacht, weldadig, barmhartig, rechtvaardig.
Goed gaat het de man, die weggeeft en leent, die eerlijk zijn zaken behartigt. In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk, men blijft hem voor eeuwig gedenken.

Vers voor het evangelie (2 Tim. 1.10b)
Alleluia. Onze Heiland, Christus Jezus, heeft de dood vernietigd, en onvergankelijk leven doen aanlichten door het evangelie. Alleluia.

Evangelie (Lc. 18, 1-8)
In die tijd leerde Jezus zijn leerlingen een gelijkenis, dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen. Hij zei: “Er was eens in een zekere stad een rechter, die zich om God noch gebod bekommerde. Er was ook een weduwe in die stad, die herhaaldelijk bij hem kwam met het verzoek: Verschaf mij recht ten opzichte van mijn tegenstander. Een tijdlang wilde die rechter niet, maar daarna zei hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij om God noch gebod, toch zal ik die weduwe recht verschaffen om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.” En de Heer sprak: “Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt! Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, of zal Hij ten opzichte van hen onbewogen blijven? Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen. Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share