Onze Lieve Vrouw ter Nood

The Sanctuary of Onze Lieve Vrouw ter Nood is especially dedicated to Mary. Mary is the Mother of Jesus. We believe that Jesus is God and man and that He became human to deliver us. Because God is almighty, He could have chosen any number of ways to come on earth. He chose to come by being born from a woman: Mary. Because God Himself chose this way, we feel called upon to honour this pathway by approaching God through Mary. We honour Mary as our Heavenly Mother who intercedes for us with God, who protects and loves us, in the same manner, that she did with Jesus.


Jeroen de Wit


Anton Overmars


Gerard Wijers s.s.s.


Harald Dijkstra

Hospitality manager

Erna Kanon


Nancy Buisman


Gert Verresen


Blauwe Zusters



Chef & host

Monica Farese

Chef & host






The Sanctuary Onze Lieve Vrouw ter Nood is served by several priests who fulfil a variety of tasks and functions. The priests celebrate Holy Mass, are available for daily confession and also participate in providing catechesis, guided tours around the sanctuary and the guesthouse (former Juliana Monastery) and other tasks at the sanctuary. The rector, J. de Wit, has final responsibility for the sanctuary as well as for the seminary. In the Bedevaartkapel (Chapel of Pilgrimage) one can go to confession daily from 14.00-15.30pm. At those times there is always a priest available, for the Sacrament of Penance or simply to talk. Most of the time, this will be one of the priests mentioned above, sometimes another priest will fill in.



The Sisters that live and work at the Sanctuary Onze Lieve Vrouw ter Nood are sisters of the Institute Servants of the Lord and the Virgin of Matará. This mission congregation, founded in 1988 in Argentina, has been operational in the Netherlands since 2004 and since 2006 in Heiloo as well. At the sanctuary the sisters are active in several fields: catechesis for adults, teenagers and children, receiving groups from parishes and schools, (assisting with) the organisation of retreats and family days, taking care of the sacristies of both chapels, and of course their prayers. The sisters have devoted their lives to God through the vows of poverty, chastity and obedience. Also, they are dedicated to Mary. For more information, please visit ssvmne.org.


Volunteers are the driving force in the Sanctuary and help in a variety of ways in the sanctuary. Cleaning, maintenance, gardening, working in the gift store & coffee shop The Oesdom, pouring coffee, opening and closing our buildings and gates, etc. Many volunteers commit themselves and naturally deserve great appreciation. Would you like to work as a volunteer at the sanctuary? Please contact father J. de Wit.


The circle of friends ‘Friends of the Chapel’ consists of people who support the Sanctuary Onze Lieve Vrouw ter Nood and who also like to aid the sanctuary financially. Three times a year Friends of the Chapel receive updates and information on the welfare of the sanctuary and every first Wednesday of the month, Holy Mass is read for the living and deceased members of the circle of friends. The contributions made by the Circle of Friends are used for maintenance and renewal projects.

Would you like to sign up as a Friend: please contact our office at +31 (0)72-5051288 or send an email to info@olvternood.nl. You can also sign up by transferring a gift to IBAN NL25INGB0000672168. Please mention Friend of Chapel along with your payment.

The sanctuary does not receive any subsidies for its activities or the maintenance of chapels and park. The proceeds of collections and other revenues are not enough to cover the costs of maintenance, renovation and improvements. Therefore the sanctuary depends on donations, gifts and legacies. The sanctuary is a religious institute. Donating to religious institutes offers tax benefits. Also applicable to donations and legacies to the sanctuary is that you are exempt from gift tax and inheritance tax. On the donation page, we have put together, in short, the most important possibilities for donations and legacies to the sanctuary, so that you can see which form applies to you best. When you have questions, we kindly request that you contact our office.



The St. Willibrord Seminary belongs to the Diocese of Haarlem-Amsterdam. The seminary has the specific aim of the formation of priests. It offers a formation to men who want to be ordained (transient) deacon and priest. The seminary is located in the Juliana Monastery at the Sanctuary. At the seminary seminarians of the diocese Haarlem-Amsterdam and of Redemptoris Mater study side by side to become priests in our diocese. If you would like to receive more information, please contact father J. de Wit.


The Sanctuary Onze Lieve Vrouw ter Nood is an independent legal entity within the Catholic Church and was founded as such by the Bishop of Haarlem-Amsterdam. The goals of the sanctuary are the promotion of Marian Devotion, the deepening of the Catholic Faith as well as making it more accessible, and the management and maintenance of the sanctuary. The Bishop of Haarlem-Amsterdam appoints the members of the board.

President: Mgr. Dr. J.W.M. Hendriks (photo)
Secretary: de heer B.P.F. Löwenthal
Treasurer: de heer O. Baneke
Board member: Rector drs. J.C.J. de Wit
Board member: de heer H. Mastenbroek

The Sanctuary of Onze Lieve Vrouw ter Nood in Heiloo is the largest Marian place of pilgrimage in the Netherlands. The history of the sanctuary dates back to the end of the fourteenth century. During those times, a farmer found a statue of Mary on his land. He took it home, but it returned to the place of finding miraculously. Around the same time, a ship got into trouble at sea off the coast of Heiloo. In his need, the captain prayed to God. Over the roaring sea and the raging winds he heard a clear woman’s voice that said: “If you honour me, the winds will change.” The captain recognised the voice of the Mother of God and promised to devote himself to her worship. Once the ship had landed safely, the two stories came together and so the place of the Chapel of Mercy had been found.

In the forecourt of the Chapel of Mercy is the Mary Source with wholesome water, with which miracles have happened. During the Reformation, in 1573, the chapel was destroyed, and the source filled up with debris from the chapel. In 1713, during the cattle plague, the water in the source welled up forcefully from under the rubble. History has it that the animals that drunk from the water survived the cattle plague.

About the Sanctuary


Almost forgotten

houten-maria-beeld-olvternood-heiloo In de periode van 1573 tot 1909 was er geen kapel meer op de bedevaartplaats. Hoewel Onze Lieve Vrouw ter Nood bleef voortleven in de volksvroomheid was de bedevaartplaats van weleer, rond 1900, bijna geheel vergeten. Door de geloofsimpuls uit 1713 en als gevolg van de mondelinge overlevering was de devotie tot O.L.V. ter Nood in bepaalde families toch blijven voortleven. Zo ook in de familie van den Bosch uit Alkmaar. Een diepgelovige familie waarvan de moeder vroeg overleed. Vader van den Bosch hertrouwde en schonk met zijn tweede vrouw aan nog eens vier kinderen het leven. Binnen de diep godsdienstige familie van den Bosch werd het verhaal van de kapel en het putwonder doorverteld. Het verhaal maakte diepe indruk, met name op zoon Gerrit. Het liet hem niet meer los en toen hij 46 jaar oud was, besloot hij op zoek te gaan naar de plek waar eens de kapel had gestaan. Na geïnformeerd te zijn door de pastoor van Heiloo, Z.E.H. Seuter, ontdekte hij op 20 maart 1905 de door bomen en onkruid overwoekerde gedempte put en niet veel later ook de oude fundamenten van de kapel van weleer. Het jaar 1905 wordt daarom het jaar van de heropleving van de devotie genoemd. Hij vatte het plan op een nieuwe Genadekapel te bouwen, die in het jaar 1909 werd ingewijd.

De in 1913 gebouwde Bedevaartkapel

Mede als gevolg van de katholieke emancipatie in die tijd, bleek de nieuw gebouwde Genadekapel al spoedig te klein om de grote stromen pelgrims op te kunnen vangen die van heinde en ver naar Heiloo trokken om Maria te eren onder haar geliefkoosde naam, Onze Lieve Vrouw ter Nood. Statistieken uit het verleden tonen aan dat het aantal geregistreerde bedevaartgangers in het jaar 1911 al rond de 10.000 lag. Om het groeiende aantal bedevaartgangers en de grote groepen op te kunnen vangen werd daarom in 1912 besloten een noodvoorziening te treffen. Er werd een kapeltent geplaatst op het bedevaartterrein. De voorziening bleek werkelijk een ‘nood’-oplossing te zijn, want in hetzelfde jaar zou de tent door harde wind drie keer tegen de vlakte gaan.

De nooit gebouwde basiliek

Daar dit de devotie en de naam van de bedevaartplaats niet ten goede kwam, werd besloten in 1913 een eenvoudige, goedkope, uit hout opgetrokken kapel te bouwen, die dan te zijner tijd zou kunnen worden vervangen door een grote basiliek. De bouw van deze ‘tijdelijke’ bedevaartkapel, die plaats bood aan 900 mensen, werd toevertrouwd aan bouwbedrijf Smit uit Alkmaar en zou 18.000,- gulden kosten. Men plande dat deze tijdelijke voorziening er ongeveer 25 jaar zou staan om dan te worden vervangen door nevenstaande basiliek die in 1934 door architect Stuyt werd ontworpen. Doch het liep anders. De economische tegenwind in de jaren 30 zou aantrekken en een wereldwijde recessie veroorzaken waarop de Tweede Wereldoorlog volgde. Ook na de oorlog zou het benodigde geld voor de monumentale basiliek er uiteindelijk niet komen. Dit leidde er toe dat het grote plan letterlijk in de kast verdween en onze Bedevaartkapel, die haar charme ontleent aan de eenvoudige houten constructie, in 2013, haar 100e verjaardag heeft mogen vieren.

Tweede Genadekapel

Net voorafgaande aan de crisisjaren lukte het in 1930 wel nog de eveneens door Stuyt ontworpen nieuwe Genadekapel te bouwen die het zeer eenvoudige kapelletje uit 1909 zou vervangen. De fraaie muurschilderingen waarmee de nieuwe Genadekapel zoals wij die kennen is gedecoreerd, werden aangebracht door de kunstenaar Bijvoet, die in zijn dagen meerdere kerken van prachtige fresco’s heeft voorzien.


Zoals hierboven geschetst, zo was de situatie op de historische avond van 8 december van het jaar 1713, het jaar waarin Heiloo en omstreken door veepest geteisterd werden. Een veepest die maakte, dat de ziekte die de dieren trof, boeren beroofde van het schamele inkomen dat zij zich met hun beesten verwierven. Ten einde raad, geïnspireerd door de volksvroomheid van het voorgeslacht en ondanks de verboden van overheidswege, trokken katholieke boeren uit de omgeving van Heiloo, op het Hoogfeest van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, gezamenlijk op naar de plek waar de kapel en de put zich ooit bevonden, om daar de voorspraak in te roepen van Onze Lieve Vrouwe ter Nood, opdat de rampspoed ten goede gekeerd zou worden. Die avond, biddend op de plek waar ooit de kapel had gestaan, gebeurde het, dat terwijl de boeren zich op het kapelterrein in smeekgebed verenigden, achter hen met kracht water opwelde uit het puin waarmee de put in 1637 gedempt was. Ter herinnering aan deze gebeurtenis is op de rand van de huidige put een koperen plaat aangebracht met de tekst: “De Runxput werd tot Mariabron in de nacht van 8 op 9 december”.

Vreugde en dankbaarheid

Vol van vreugde en dankbaarheid werd de put vrij gemaakt. Met bussen en emmers werd het water meegenomen. De dieren die van dit opgewelde water dronken, bleven behouden. Ook kwam de toestroom van pelgrims die van wonderlijk voorval hoorden weer massaal op gang, tot grote ergernis van de protestante overheden. De put zou opnieuw gedempt worden en strenge straffen werden in het vooruitzicht gesteld voor diegenen die het waagden de plek ooit nog te bezoeken. Maar wat overheden ook probeerden om het katholieke volksgeloof uit te roeien, deze nieuwe, krachtige impuls aan het geloofsleven der katholieken maakte, dat hoewel de plek als zodanig meer en meer in de vergetelheid raakte, de devotie tot Onze Lieve Vrouwe ter Nood in de daarop volgende eeuwen zou overleven.


Runxput bovenaanzicht - Met vreugde zult gij water putten uit de bronnen van heil Genadekapel Onze Lieve Vrouw ter Nood



De precieze datum van de oorsprong van de bedevaartplaats hebben we niet. Maar wat betreft de kapel is er in het archief van het Aartsbisdom Utrecht uit het jaar 1409 een geschrift bewaard gebleven waarin gesproken wordt over de ‘Onze Lieve Vrouwe capelle in de banne van Heiligeloo’. Deze eerste kapel werd met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gebouwd tegen het einde van de veertiende eeuw.

De overlevering leert ons, dat er in die tijd nabij de Runxput een houten beeld van Maria werd gevonden. Een beeld dat op miraculeuze wijze terugkeerde op de plaats van vinding. Dit herhaalde zich. Het was ook in die dagen, dat er voor de kust ter hoogte van Heiloo een schip in nood raakte. De schipper hoorde in zijn nood boven het gebulder van de wind een heldere vrouwenstem zeggen: “Als ge Mij gaat eren, zal de wind gaan keren”. De schipper herkende de stem van Maria, bad tot de Moeder Gods en beloofde zich te zullen inzetten voor haar verering. De wind keerde en veilig aan land gekomen, wilde hij zijn belofte gestand doen. De twee verhalen kwamen bij elkaar en de plaats voor een kapel ter ere van Onze Lieve Vrouw was gevonden.

Van toen af stroomden de mensen naar de kapel om troost te zoeken bij Maria, die men vereerde als Onze Lieve Vrouwe ter Nood, tot 1573, het jaar waarin de eerste kapel volledig werd verwoest.


Deze verwoesting vond plaats ten tijde van de 80-jarige oorlog tegen Spanje, kort nadat de protestante vrijheidsstrijders Alkmaar hadden bevrijd uit de Spaanse overheersing. Na de bevrijding van Alkmaar vernietigden de bevrijders letterlijk alles wat aan de Spanjaarden herinnerde, met name ook datgene van het katholieke geloof waartegen de hervormers zich hadden gekeerd, o.a. de devotie tot Maria. Het hoeft niet te verwonderen, dat behalve de kapel in Heiloo ook de Grote Kerk in Alkmaar en andere religieuze centra, zoals o.a. de Adelbertusabdij in Egmond, werden onteigend en/of verwoest.

Bijzonder is evenwel dat de katholieken ook na de verwoesting van de kapel, hoewel streng verboden door de protestante overheden, bleven komen. Wat nog herinnerde aan de gloriedagen van weleer waren de put en de ruïne van een prachtig Godshuis. Toch zou de katholieke geloofstrouw hard afgestraft worden door de protestante overheden die besloten een radicaal einde te maken aan de ‘lichtzinnige superstitiën (bijgelovigheden) der papen’. In 1637 werden de muurresten tot op het fundament weggebroken en de put gedempt met het puin. Na 1637 was er dan ook niets meer te vinden dat herinnerde aan de plek waar Maria door haar kinderen meer dan 200 jaar was geëerd. Toch leefde de devotie voort in de volksvroomheid en individueel of in kleine groepen werden nog wel pelgrimages ondernomen naar de bedevaartplaats, die meer en meer overwoekerd werd door bomen en onkruid.