De zondag vieren: DOOP VAN DE HEER

De zondag vieren: 	DOOP VAN DE HEER

Uitgave voor gebruik thuis tijdens het bijwonen van de viering om 10:30 via de livestream vanuit de Bedevaartkapel (https://olvternood.nl/).

 

Zondag 10 januari                                                      DOOP VAN DE HEER

                                                                                                                Feest

 

Eerste lezing (Jes. 55, 1-11)

Komt naar het water en luistert, en gij zult leven

Zo spreekt de Heer:

“Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt!

Ook gij die geen geld hebt, komt toch.

Komt kopen,

geniet zonder geld en zonder te betalen,

komt kopen wijn en melk.

Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is?

Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt?

Luistert, luistert naar Mij:

dan eet gij wat goed is,

dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs.

Neigt uw oor en komt naar Mij

en luistert

en gij zult leven.

Een blijvend verbond ga Ik sluiten met u;

de gunst, aan David verleend, verloochen Ik niet.

Hem heb Ik gemaakt tot getuige voor de volkeren,

tot vorst en gebieder over de naties.

Waarlijk, een volk zult gij roepen dat gij niet kent

en een volk dat u niet kent, snelt naar u toe

omwille van Israëls Heilige, die u verheerlijkt.

Zoekt de Heer, nu Hij zich laat vinden,

roept Hem aan, nu Hij nabij is.

De ongerechtige moet zijn weg verlaten,

de zondaar zijn gedachten;

hij moet naar de Heer terugkeren

– de Heer zal zich erbarmen –

terug naar onze God, die altijd wil vergeven.

Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten,

mijn wegen niet uw wegen”

– zegt het orakel van de Heer –

“maar zoals de hemel hoog boven de aarde is,

zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven

en mijn gedachten uw gedachten.

Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen

en daar pas terugkeren,

wanneer zij de aarde hebben gedrenkt,

haar hebben bevrucht, zodat zij groen wordt,

wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven

en het brood aan de eter,

zo zal het ook gaan met het woord

dat komt uit mijn mond:

het keert niet vruchteloos naar Mij terug;

het keert pas weer,

wanneer het mijn wil volbracht heeft

en zijn zending heeft vervuld.”

 

Antwoordpsalm (Jes. 12)

Refrein:  Gij zult in vreugde water putten

aan de bronnen van uw redder.

 

Ja, God is mijn heil, ik verlaat mij op hem,

ik hoef voor geen onheil te vrezen.

De heer is mijn sterkte, de Heer geeft mij kracht,

Hij toont zich mijn helper en redder

Brengt dank aan de Heer en huldigt zijn Naam,

verkondigt de volken zijn machtige daden,

maakt alom zijn grootheid bekend.

 

Zingt luid voor de Heer, die wonderen deed,

laat heel de aarde het horen.

Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont,

want Israëls Heilige woont in uw midden.

 

Tweede lezing (1 Joh. 5, 1-9)

De Geest, uit water en uit bloed

Vrienden,

Iedereen die gelooft dat Jezus de Verlosser is,

is een kind van God.

Welnu, wie de vader liefheeft,

bemint ook het kind.

Willen wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden,

dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben.

Dat is onze maatstaf.

God beminnen wil zeggen:

zijn geboden onderhouden,

en zijn geboden zijn niet moeilijk te onderhouden,

want ieder die uit God geboren is, overwint de wereld.

En het wapen waarmee wij de wereld overwinnen,

is geen ander dan ons geloof.

Niemand kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft

dat Jezus de Zoon van God is.

Hij is het die gekomen is met water en bloed,

Jezus Christus.

Hij is gekomen niet door water alleen,

maar door water en door bloed.

De Geest betuigt het, omdat de Geest de waarheid is.

Want er zijn drie getuigen,

de Geest, het water en het bloed,

en deze drie stemmen overeen.

Als wij het getuigenis van mensen aannemen,

dan zeker dat van God,

dat zoveel groter gezag heeft;

God zelf waarborgt het getuigenis,

dat Hij heeft afgelegd aangaande zijn Zoon.

 

Vers voor het evangelie (Joh. 1,29)

Alleluia.

Johannes zag Jezus naar zich toekomen en zei:

“Zie, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt.”

Alleluia.

 

Evangelie (Mc. 1, 7-11)

Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen

In die tijd predikte Johannes:

“Na mij komt die sterker is dan ik,

en ik ben niet waardig mij te bukken

en de riem van zijn sandalen los te maken.

Ik heb u gedoopt met water,

maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.”

In die tijd vertrok Jezus uit Nazaret in Galilea

en liet zich in de Jordaan door Johannes dopen.

En op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg,

zag Hij de hemel openscheuren

en de Geest als een duif op zich neerdalen.

En er kwam een stem uit de hemel:

“Gij zijt mijn Zoon,

mijn veelgeliefde;

in U heb Ik welbehagen.”