Dagelijks Brood: Lezingen van maandag 18 t/m zaterdag 23 februari 2019

olv-ter-nood-heiloo-sint-petrus

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood: Lezingen van maandag t/m zaterdag 18 t/m 23 februari 2019
6e week door het jaar

U kunt deze week downloaden via deze link (PDF)

Maandag 18 februari

Eerste lezing (Gen. 4, 1-15.25)

De mens had gemeenschap met zijn vrouw Eva; zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld, en zij sprak: “Door de gunst van de Heer heb ik een mannelijk kind voortgebracht.” Vervolgens baarde zij Abel, zijn broer. Abel werd schaapherder en Kaïn landbouwer. Na verloop van tijd bracht Kaïn een offer aan de Heer van de vruchten van de grond. Ook Abel bracht een offer, de eerstgeborenen van zijn beste schapen. De Heer zag genadig neer op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Een wilde woede greep Kaïn aan, en zijn gezicht werd grimmig. Nu zei de Heer tot Kaïn: “Waarom zijt gij woedend en waarom staat uw gezicht zo grimmig? “Als gij het goede doet, is er opgewektheid; maar doet gij het goede niet, dan loert de zonde als belager aan uw deur, begerig u te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven?” Daarop zei Kaïn tot zijn broer Abel :”Laten we gaan wandelen.” En toen zij buiten waren, viel Kaïn zijn broer aan en vermoordde hem. Nu zei de Heer tot Kaïn: “Waar is uw broer Abel?” Kaïn antwoordde: “ Ik weet het niet. Moet ik dan op mijn broer passen?” Toen zei de Heer: “Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broer roept uit de grond tot Mij! Daarom zult gij vervloekt zijn, verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend om uit uw hand het bloed van uw broer te ontvangen! De grond die gij bewerkt zal niets meer opbrengen, een zwerver en een vagebond zult ge zijn op de aarde!” Toen zei Kaïn tot de Heer: “Die straf is te zwaar om te dragen. Gij verdrijft mij van de bebouwde grond, en ik zal ver van U moeten blijven. Ik zal een zwerver en een vagebond zijn op de aarde, en ieder die mij ontmoet kan mij doden.” Maar de Heer antwoordde hem: “Neen! Wie het ook is die Kaïn doodt, hij zal het zevenvoudig boeten!” En de Heer gaf Kaïn een merkteken, om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette hem doden zou. Adam had opnieuw gemeenschap met zijn vrouw; zij baarde een zoon en noemde hem Set. Want, zei ze, God heeft mij een andere zoon geschonken in de plaats van Abel, die door Kaïn is vermoord.

Tussenzang (Ps. 50/49)

Refrein: Brengt God het offer van uw lof.
De Heer, de God der goden, spreekt, Hij roept de aarde van het oosten tot het westen
Ik maak u over offers geen verwijt, uw offerdieren zie Ik aldoor branden.
Wat spreekt ge aldaar over mijn geboden en hebt ge mijn verbond steeds op de tong? Gij die van tucht een afkeer hebt en nimmer acht slaat op mijn woorden.
Ge zet u neer om van uw broeder kwaad te spreken, uw moeders zoon belastert gij.
Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet? of meent ge soms dat Ik aan u gelijk ben? Ik klaag u aan, Ik leg u alles voor.

Vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)

Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

Evangelie (Mc. 8, 11-13)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
In die tijd daagden de Farizeeën op en begonnen met Jezus te redetwisten. Om Hem op de proef te stellen verlangden ze van Hem een teken uit de hemel. Hij slaakte een zucht uit het diepste van zijn hart en zei: “Wat verlangt dit geslacht toch een teken? Voorwaar, Ik zeg u in geen geval zal aan dit geslacht een teken gegeven worden.” Hij liet hen staan, stapte weer in de boot en keerde naar de overkant terug.

Dinsdag 19 februari

Eerste lezing (Gen. 6, 5-8; 7, 1-5.10)

Toen God de Heer zag hoezeer op de aarde de boosheid van de mensen was toegenomen en hoezeer de begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade uitging, kreeg Hij spijt dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en Hij was er zeer verdrietig om. En God zei: “Ik ga de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen, zowel de mens als het vee en de kruipende dieren en de vogels in de lucht, want het spijt Mij dat Ik ze gemaakt heb.” Alleen Noach vond genade in de ogen van de Heer. God de Heer zei tot Noach: “Ga in de ark die gij gemaakt hebt, gij met heel uw gezin, want van dit geslacht zijt gij de enige, die in mijn ogen rechtschapen is. Neem van alle reine dieren zeven paar, telkens een mannetje en een wijfje; maar van de onreine dieren één paar, telkens een mannetje en een wijfje, ook van de vogels in de lucht zeven paar, telkens een mannetje en een wijfje. Zo zult gij hun soort in stand houden op de gehele aarde. Want over zeven dagen laat Ik het regenen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten, en Ik ga alles wat bestaat, alles wat Ik gemaakt heb, van de aardbodem wegvagen.” En Noach deed alles wat de Heer hem geboden had. En op de zevende dag stortte het water van de vloed over de aarde neer.

Tussenzang (Ps. 29/28)

Refrein: De Heer zegent zijn volk met vrede.
Huldigt de Heer, alle zonen van God, huldigt de Heer om zijn glorie en macht. Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam, knielt voor Hem neer om zijn heilige luister.
De stem van de Heer schalt over het water, Gods majesteit roept van over de zee. De stem van de Heer met dreunend geweld, de stem van de Heer, ontzagwekkend!
De stem van de Heer schudt de kruinen der eiken, ontbladert de trots van het woud. De Heer troont hoven het firmament, daar zetelt Hij eeuwig als koning.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 16a.17c)

Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen; dankt God de Vader door Hem. Alleluia.

Evangelie (Mc. 8, 14-21)

In die tijd hadden de leerlingen vergeten brood mee te nemen, zodat zij niet meer dan één brood bij zich in de boot hadden. Toen gaf Jezus hun deze waarschuwing: “Let op, wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën en het zuurdeeg van Herodes!” Zij spraken daarover onder elkaar: “Dat zegt Hij, omdat we geen brood hebben.” Maar Hij bemerkte het en sprak: “Wat bespreekt ge daar onderling? Dat Ik dit gezegd heb, omdat ge geen brood hebt? Begrijpt en verstaat ge het dan nog niet? Is uw geest dan zo verblind? Ge hebt toch ogen, ziet ge dan niets? Ge hebt toch oren, hoort ge dan niets? En herinnert ge u niet hoeveel korven vol brokken gij hebt opgehaald, toen Ik voor de vijfduizend die vijf broden heb gebroken?” Zij antwoordden Hem: “Twaalf” “En hoeveel manden vol brokken hebt gij opgehaald, toen met die zeven voor de vierduizend?” En zij antwoordden: “zeven.” Daarop zei Hij hun: “Begrijpt ge het dan nog niet?”

Woensdag 20 februari

Eerste lezing (Gen. 8, 6-13.20-22)

Na verloop van veertig dagen opende Noach het venster dat hij in de ark had aangebracht. Hij liet een raaf los, die heen en weer bleef vliegen tot het water op de aarde was opgedroogd. Toen liet hij een duif los, om te zien of het water al van de aardbodem was weggezakt. Maar de duif vond geen plek waar haar pootjes konden rusten, en keerde bij hem terug in de ark; want het water bedekte nog heel de aardbodem. Noach stak zijn hand uit, pakte de duif en haalde ze weer bij zich in de ark. Nu wachtte hij nog eens zeven dagen, en liet toen opnieuw een duif uit de ark los. Toen de duif tegen de avond bij hem terugkwam, droeg zij een groen olijfblad in de bek. Toen begreep Noach dat het water van de aarde weggezakt moest zijn. Hij wachtte nog eens zeven dagen, en liet toen opnieuw een duif los; maar deze duif keerde niet meer bij hem terug. In het zeshonderdste jaar, op de eerste dag van de eerste maand, begon het water boven de aarde op te drogen. Nu schoof Noach het dak van de ark opzij en keek naar buiten en zie, de aardbodem was droog. Toen bouwde Noach een altaar ter ere van de Heer; hij deed een keuze uit de reine dieren en uit de reine vogels, en droeg op het altaar brandoffers op. God de Heer rook de aangename geur en zei bij zichzelf: “Nooit meer zal Ik de aardbodem vervloeken vanwege de mensen het hart van de mens is immers geneigd tot het kwade van jongs af aan. Ook de andere levende wezens zal Ik nooit meer treffen, zoals Ik nu gedaan heb. Zolang de aarde bestaat, blijft er zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht. Nooit houdt dat op.”

Tussenzang (Ps. 115/116)

Refrein: Met offers zal ik U loven, Heer. Of: Alleluia.
Hoe kan ik mijn dank betuigen voor al wat de Heer mij gaf? Ik hef de offerbeker, de Naam van de Heer roep ik aan.
Ik zal mijn geloften volbrengen waar heel zijn volk het ziet. Want kostbaar is in zijn ogen het leven van wie Hem vereert.
Ik zal mijn geloften volbrengen waar heel zijn volk het ziet, op ’t voorplein van uw tempel, in uw Jeruzalem.

Vers voor het evangelie (1Tess. 2, 13)

Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord der prediking, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is liet woord van God. Alleluia.

Evangelie (Mc. 8, 22-26)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Betsaïda. Daar bracht men een blinde bij Hem en smeekte Hem die te willen aanraken. Jezus nam de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp. Daar deed Hij speeksel op zijn ogen, legde hem de handen op en vroeg hem: “Kunt ge al iets zien?” Hij keek en hij antwoordde: “Ik zie mensen, want ik zie ze lopen, maar ze lijken op bomen.” Daarna legde Hij nog eens de handen op zijn ogen. Nu zag hij scherp en was zo volkomen genezen dat hij alles duidelijk zag. Hij stuurde hem naar huis met de waarschuwing: “Ga zelfs het dorp niet in.”

Donderdag 21 februari

Eerste lezing (Gen. 9, 1-13)

God zegende Noach met zijn zonen en zei tot hem: “Wees vruchtbaar, word talrijk en bevolk de aarde. Er zal vrees en schrik voor u zijn bij alle dieren op de aarde, bij alle vogels in de lucht, bij alles wat op de grond kruipt en bij alle vissen in de zee, onder uw heerschappij zijn ze gesteld. Alles wat leeft en beweegt zal u tot voedsel dienen; dat alles schenk Ik u naast het groene gewas. Alleen vlees met de ziel – vlees met het bloed er nog in – moogt gij niet eten. Uw eigen bloed zal Ik trouwens ook terugeisen van alle dieren zal Ik het terugeisen, en ook van de mensen, van de mensen onderling, zal Ik het leven van de mens terugeisen. Wie het bloed van een mens vergiet, zijn eigen bloed wordt door mensen vergoten, want als zijn beeld heeft God de mens gemaakt. Wees dan vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en word er talrijk.” God zei tot Noach en zijn zonen: “Nu ga Ik mijn verbond aan met u en met uw nageslacht, en met alle levende wezens die bij u zijn, met de vogels en de viervoetige dieren, met alle dieren van de aarde die bij u zijn, al wat uit de ark is gekomen, al het gedierte van de aarde. Ik ga met u een verbond aan, dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid, en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten.” En God zei: “Dit is het teken van het verbond, dat Ik instel tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, voor alle geslachten. Ik zet mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde.”

Tussenzang (Ps. 102/101)

Refrein: De Heer ziet uit de hemel op aarde neer.
De heidenen zullen uw Naam weer duchten, de vorsten der aarde uw heerlijkheid, Heer; wanneer Gij de muren van Sion herbouwt, wanneer Gij daar weerkeert in volle luister; wanneer Gij de stem der geplunderden hoort, hun smeekbeden niet naast U neerlegt.
Stelt dit dan op schrift voor het komend geslacht en laat onze zonen de Heer ervoor danken.
De Heer ziet omlaag van zijn heilige hoogte, Hij ziet uit de hemel op aarde neer.
Hij zal het geschrei der gevangenen horen, verlossen die aan de dood zijn gewijd.
Het kroost van uw dienaren krijgt weer een woonplaats, hun nageslacht blijft voor uw aanschijn bestaan. Dan wordt op de Sion zijn Naam weer verkondigd, zijn lof in de heilige stad, als volken en stammen daarheen zullen komen om hulde te brengen aan God de Heer.

Vers voor het evangelie (2 Tess. 2, 14)

Alleluia. God heeft ons geroepen door de verkondiging van het evangelie, opdat wij de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus zouden verwerven. Alleluia.

Evangelie (Mc. 8, 27-33)

In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen naar de dorpen rond Caesarea van Filippus. Onderweg stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” Zij antwoordden Hem: “Johannes de Doper, anderen zeggen Elia en weer anderen zeggen dat Gij een van de profeten zijt.” Daarop stelde Hij hun de vraag: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus.” Maar Hij verbood hun nadrukkelijk iemand hierover te spreken. Daarop begon Hij hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen moest worden, maar dat Hij, na ter dood te zijn gebracht, drie dagen later zou verrijzen. Hij sprak deze woorden zonder terughoudendheid. Toen nam Petrus Jezus terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden. Maar zich omkerend keek Hij naar zijn leerlingen en voegde Petrus op strenge toon toe: “Ga weg, satan, terug! Want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”

Vrijdag 22 februari, Cathedra van de heilige apostel Petrus

Eerste lezing (1 Petr. 5, 1-4)

Dierbaren, de oudsten onder u vermaan ik, – oudste evenals zij en getuige van het lijden van Christus, tevens deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden – weidt de kudde van God waarvan gij de herders zijt; hoedt haar zoals God het wil: van harte en niet uit dwang, met toewijding en niet uit winstbejag. Speel niet de baas over hen, die aan uw zorgen zijn toevertrouwd, maar toont u een voorbeeld voor de kudde. Dan zult ge, als de opperherder verschijnt, de nooit verwelkende krans van de heerlijkheid ontvangen.

Tussenzang (Ps. 23/22)

Refrein: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Hij laat mij weiden op groene velden. Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten, Hij geeft mij weer frisse moed.
Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam. Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen. Gij nodigt mij aan uw tafel tot ergernis van mijn bestrijders. Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol.
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit, elke dag van mijn leven. Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

Vers voor het evangelie (Mt. 16, 18)

(Alleluia.) Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. (Alleluia.)

Evangelie (Mt. 16, 13-19)

In die tijd, toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: “Wie is volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Zij antwoordden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.” “Maar gij – sprak Hij tot hen – wie zegt gij dat Ik ben ?” Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam: “Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.”

Zaterdag 23 februari – H. Polycarpus,
bisschop en martelaar

Eerste lezing (Hebr. 11, 1-70

Broeders en zusters, Wat is het geloof? Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Om hun geloof zijn de ouden met ere vermeld. Geloof doet ons zien dat het heelal tot stand is gekomen door Gods woord, en dat het zichtbare ontstaan is uit het onzichtbare. Door het geloof was Abels offer zoveel beter dan dat van Kaïn; door het geloof ontving hij het getuigenis van zijn rechtvaardigheid want God zelf aanvaardde zijn gaven; door het geloof blijft hij spreken, ook na zijn dood. Door het geloof werd Noach zonder te sterven naar een ander leven overgebracht; hij was er niet meer, want God had hem opgenomen. Want de Schrift getuigt dat hij, voor hij werd weggenomen, aan God had behaagd; en zonder het geloof is het onmogelijk aan God te behagen; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen die Hem zoeken beloont. Door het geloof heeft Noach, na door God te zijn gewaarschuwd voor wat nog niet te zien was, met grote zorg de ark gebouwd om zijn huisgezin te redden. Door zijn geloof heeft hij de wereld veroordeeld en zelf de gerechtigheid van het geloof verworven.

Tussenzang (Ps. 145/144)

Refrein: U wil ik loven, mijn God en Koning, uw Naam verheerlijken voor altijd.
U wil ik prijzen iedere dag, uw Naam verheerlijken voor altijd. De Heer is groot en alle lof waardig, zijn grootheid is niet te doorgronden.
Uw daden verhaalt geslacht aan geslacht, uw macht wordt alom verkondigd. Men spreekt van uw luister en majesteit, verspreidt de faam van uw wonderdaden.
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.

Vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)

Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

Evangelie (Mc. 9, 2-13)

In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd zijn kleed werd glanzend en zó wit als geen volder ter wereld maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: “Rabbi, het is goed dat wij hier zijn. “Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren geheel verbluft. Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen. Aan Jezus stelden zij de vraag: “Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat eerst Elia moet komen?” Hij antwoordde hun: “Elia komt eerst om alles te herstellen. “Maar wat staat er geschreven over de Mensenzoon? “Dat Hij veel zal lijden en veracht zal worden. “Maar Ik zeg u: Elia is al gekomen en zij hebben naar willekeur met hem gehandeld zoals over hem geschreven staat.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share