Dagelijks Brood: Lezingen van de h. mis: 32e week door het jaar 11 – 16 nov 2019

albertus-magnus-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 11 t/m 16 nov 2019

32e week van door het jaar plus de lezingen van de 33e zondag C

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 11 november H. Martinus, bisschop

Eerste lezing (Wijsh. 1, 1-7)

Bemint de rechtvaardigheid, gij, rechters der aarde! Weest de Heer indachtig, en zoekt Hem in goedheid en eenvoud des harten. Hij laat zich immers vinden door wie Hem niet beproeven, hij deelt zich mee aan wie Hem niet wantrouwen. Dubbelzinnige gedachten verwijderen van God, en wie zijn kracht op de proef stelt, wordt erdoor geslagen. In een vals gemoed is geen plaats voor de wijsheid: deze kan niet wonen in een lichaam, slaaf van het kwaad. Want de geest van een heilige tucht verafschuwt alle onoprechtheid, wil niets te maken hebben met zondige plannen, en trekt zich terug als de ongerechtigheid nadert. De wijsheid is weliswaar een geest van menslievendheid, laat echter de taal van de lasteraar niet ongestraft. God zelf doorziet het hart der mensen, is een niet te misleiden waarnemer van wat in hun binnenste leeft, en hoort wat hun tong zegt. Want de Geest des Heren vervult de aarde, en zijn stem is bekend in heel het heelal!

Tussenzang (Ps. 139/138)

Leid mij, Heer, langs beproefde paden
Gij kent mij, Heer, En Gij doorschouwt mij, Gij ziet mij waar ik ga of sta. Van verre kent Gij mijn gedachten, Gij weet waarom ik bezig ben of rust, Gij let op, al mijn wegen.
Heer, voor het woord nog op mijn tong is, weet Gij reeds wat ik zeggen ga. Waar ik mij wend, Gij staat op wacht, uw hand rust altijd op mijn schouder. Uw kennis is voor mij te wonderbaar, zo hemelhoog, dat ik ze niet kan vatten.
Waar zou ik ooit ontkomen aan uw Geest, waar zou ik mij voor uw Gelaat verbergen? Al stijg ik naar de hemel op: daar zijt Gij reeds, al daal ik in het dodenrijk: Gij zijt aanwezig.
Al leen ik ook de vleugels van de dageraad en strijk ik neer aan gene zijde van de zee; ook daar is het uw hand die mij blijft leiden, ook daar houdt Gij mij stevig vast.

Vers voor het evangelie (Joh. 17, 17b.a)

Alleluia. Uw woord is waarheid, Heer, wijd ons U toe in de waarheid. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 1-6)

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Dat er ergernissen komen is onvermijdelijk, maar wee de mens door wiens toedoen ze komen. Het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp, dan dat hij aan een van deze kleinen aanleiding tot zonde geeft. Wacht u daarvoor. Als uw broeder gezondigd heeft, geef hem een berisping; toont hij dan spijt, vergeef het hem. Al misdoet hij zevenmaal per dag tegen u, maar zevenmaal ook wendt hij zich tot u met de woorden: het spijt me, dan moet ge hem vergeven.” De apostelen zeiden nu tot de Heer: “Geef ons meer geloof.” De Heer antwoordde: “Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: “Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.”

Dinsdag 12 november H. Josafat, bisschop en martelaar

Eerste lezing (Wijsh. 2, 23 – 3, 9)

God heeft de mens geschapen voor de onsterfelijkheid, heeft hem gemaakt tot het beeld van zijn eigen wezen. Door de afgunst van de duivel kwam echter de dood in de wereld, en smaken zullen hem, allen die de duivel toebehoren. Maar de zielen der rechtvaardigen zijn in Gods hand, geen leed kan hen deren. In de ogen der mensen leken zij te sterven, hun einde werd beschouwd als een ramp, hun heengaan van ons als een ondergang: maar ze zijn in vrede! Want al scheen het de mensen toe, dat ze gestraft werden, toch zal hun hoop beloond worden met een leven zonder eind. Na een korte tijd van beproeving zullen zij met grote weldaden overstelpt worden, want God heeft ze op de proef gesteld, en ze waardig bevonden voor zich. Als goud in de vuuroven heeft Hij ze gelouterd, en ze aanvaard als een welriekend brandoffer. Wanneer de tijd der vergelding komt, zullen zij schitteren, sprankelen zullen zij als vuurvonken in een stoppelveld. Zij zullen recht spreken over de naties, heersen zullen zij over de volken, en hun Heer zal koning zijn in eeuwigheid! Die op God hopen, zullen zijn trouw ondervinden, die Hem trouw blijven, geborgen zijn in zijn liefde, want genade en erbarming vallen zijn uitverkorenen ten deel!

Tussenzang (Ps. 34/33)

De Heer zal ik prijzen iedere dag
De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen.
Het oog van de Heer is gericht op de vrome, zijn oor naar hun smeken gekeerd. Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af, zij worden op aarde vergeten.
Naar vromen die roepen luistert de Heer, en redt hen uit iedere nood. De Heer is nabij voor rouwmoedige harten, Hij helpt wie zijn schuld erkent.

Vers voor het evangelie (cf. Hand. 16, 14b)

Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 7-10)

In die tijd sprak Jezus: “Wie van u zal tot de knecht, die hij in dienst heeft, als ploeger of veehoeder, bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe? Zal hij niet eerder zeggen: Maak mijn maaltijd klaar; omgord je en bedien mij, terwijl ik eet en drink, daarna kun je zelf eten en drinken? Moet hij die knecht soms dankbaar zijn, omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen? Zo is het ook met u: wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn onnutte knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”

Woensdag 13 november

Eerste lezing (Wijsh. 6, 1-11)

Hoort, koningen, en luistert, gij die heel de aarde bestuurt, geeft acht. Luistert, gij, die over velen heerst, die groot gaat op de menigten, die u dienen. Uw macht hebt gij ontvangen van de Heer, uw heerschappij van de Allerhoogste: Hij zal uw daden nagaan en uw plannen onderzoeken. Want hoewel gij zelf zijn dienaars zijt en Hij uw koning, hebt gij toch niet met rechtvaardigheid geoordeeld, niet de wet onderhouden, niet gewandeld overeenkomstig Gods wil! Tot uw grote ontzetting zal Hij spoedig tegen u optreden, want hooggeplaatsten wacht een streng oordeel. De ondergeschikte immers ondervindt erbarming, de hooggeplaatste daarentegen wordt streng gestraft. De Heer van alles hoeft niemand te ontzien, en Hij is voor geen macht beducht; Hij is immers de schepper van groot en klein, en draagt gelijkelijk zorg voor allen. Ja, de machtige wacht een streng onderzoek! Tot u dus, vorsten, richt ik mijn woorden, opdat gij wijs moogt worden en niet ten val komt. Wie het heilige heilig behandelen, worden geheiligd: en wie van mij leren, kunnen verantwoording geven. Luistert dus gretig naar mijn woorden, hoort ze verlangend aan en laat u beleren.

Tussenzang (Ps. 82/81)

Verschijn, God, om recht te spreken op aarde
Komt op voor de zwakke, verdedigt de wees, doet recht aan geringen en armen.
Bevrijdt de verdrukte en helpt de misdeelde, ontrukt hem aan de hartvochtige hand.
Ik heb u tot godheden aangesteld, tot zonen gemaakt van de Allerhoogste. Maar sterven zult ge als iedere mens, gij valt zoals koningen vallen.

Vers voor het evangelie (2 Kor. 5, 19)

Alleluia. God was het, die in Christus de wereld met zich verzoende: en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 11-19)

Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging kwamen Hem tien melaatsen tegemoet; zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels: “Jezus, Meester, ontferm U over ons!” Hij zag hen en sprak: “Gaat u laten zien aan de priesters.” En onderweg werden ze gereinigd. Een van hen keerde terug, toen hij zag dat hij genezen was, en hij verheerlijkte God met luide stem. Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer, en deze man was een Samaritaan. Hierop vroeg Jezus: “Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” En Hij sprak tot hem: “Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”

Donderdag 14 november – H. Albericus, bisschop

Eerste lezing (Wijsh. 7, 22 – 8, 1)

De wijsheid is een geest, verstandig en heilig, enig, veelzijdig en fijnzinnig, beweeglijk, doordringend en zuiver, helder, onkwetsbaar, bedacht op het goede en scherp, onweerstaanbaar, weldadig en menslievend; vastberaden, zeker en rustig, alles kunnend en alles overziend; alle andere geesten doordringt zij, hoe scherp, zuiver en verheven zij ook zijn. Niets is zo beweeglijk als de wijsheid, zij doordringt en doortrekt alles door de kracht van haar reinheid! Zij ontspringt immers aan de macht van God zelf, is een zuivere uitstraling van de glorie van de Almachtige, en daarom is zij voor geen besmetting vatbaar. Zij is een afglans van het eeuwig licht, een onbeslagen spiegel van de goddelijke werkzaamheid, en beeld van zijn goedheid. Zij is alleen, maar kan alles, zij rust in zichzelf, maar maakt alles nieuw; van geslacht tot geslacht daalt ze af in heilige zielen, en maakt ze tot vrienden van God en de profeten! Want God bemint slechts degenen, die vertrouwd zijn met de wijsheid. Zij is schoner dan de zon, schoner dan heel het leger der sterren; zij overtreft zelfs het licht van de dag, want op de dag volgt de nacht, maar de wijsheid wijkt voor geen boosheid. Haar kracht strekt zich uit van het ene uiteinde der aarde tot het andere, en zij beschikt over alles tot welzijn van allen.

Tussenzang (Ps. 119/118)

Uw woord, Heer, blijft gelden voor eeuwig
Uw woord, Heer, blijft gelden voor eeuwig, het staat in de hemel vast; uw trouw is bestendig voor alle geslachten, zo vast als de aarde die Gij hebt gemaakt.
Zoals Gij bepaald hebt, zo is het voor immer, want al wat bestaat dient U. De uitleg van uw woorden geeft klaarheid, schenkt wijsheid aan wie onervaren is.
Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, laat mij uw beschikkingen zien. Mijn geest moge leven en altijd U prijzen en steunen op wat Gij bepaalt.

Vers voor het evangelie (cf. Ef. 1, 17-18)

Alleluia. De God van onze Heer Jezus Christus moge ons innerlijk oog verlichten, om te zien, hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 20-25)

Toen Jezus door de Farizeeën de vraag werd gesteld, wanneer het Rijk Gods zou komen, gaf Hij hun ten antwoord: “De komst van het Rijk Gods kunt ge niet waarnemen. Men kan niet zeggen: Kijk, hier is het of daar is het Want het Rijk Gods is midden onder u.” Verder zei Hij tot zijn leerlingen: “Er zal een tijd komen, dat gij zult wensen één dag van de Mensenzoon te zien, maar gij zult de Mensenzoon niet zien. Als men u zal zeggen: “ Zie, Hij is daar, of: Zie, Hij is hier, gaat er dan niet naar toe en volgt ze niet. Want wanneer zijn dag komt, zal de Mensenzoon zijn als de opflitsende bliksem, die schittert van het ene einde van de hemel tot het andere. Maar eerst moet Hij veel lijden en door dit geslacht verworpen worden.”

Vrijdag 15 november – H. Albertus de Grote, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (Wijsh. 13, 1-9)

Van nature dwaas waren alle mensen, die van God niet wisten, die niet in staat waren in de zichtbare goederen Hem die is te herkennen, die wel de werken zagen, en toch de Kunstenaar niet kenden, maar die het vuur, de wind, of de trillende lucht, of de sterrenwereld, het geweld van het water, of de lichten aan het uitspansel beschouwden als goden, die de wereld besturen. Als zij van deze dingen goden gemaakt hebben, omdat zij bevangen waren van hun schoonheid, dan mogen zij weten, dat de Heer van dit alles zoveel schoner is, want de Schepper van dat alles is ook de oorsprong van alle schoonheid! En als zij getroffen waren door de kracht en het geweld van die dingen, laten zij dan begrijpen, dat de Maker van dat alles zoveel machtiger is! Uitgaande van de grootheid en de schoonheid van de schepselen kan men immers door vergelijking komen tot de kennis van de Schepper! Zeker, men mag deze mensen niet al te streng berispen: zij dwalen wel, maar zij zoeken toch God en willen Hem vinden. Zij onderzoeken zijn werken waartussen zij leven, en geloven hun ogen, want wat zij zien is mooi. Anderzijds zijn zij toch niet te verontschuldigen, want als zij in staat geweest zijn door te stoten tot de kennis van het heelal, hoe hebben zij dan de Heer van dat alles niet te voren ontdekt?

Tussenzang (Ps. 19/18)

De hemel verkondigt Gods heerlijkheid
De hemel verkondigt Gods heerlijkheid, het uitspansel toont ons het werk van zijn handen. De dag roept het toe aan de volgende dag, de nacht geeft het door aan de nacht.
Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt, geen enkel geluid is te horen; toch klinkt over heel de aarde hun roep, hun boodschap dringt door tot de rand van de wereld.

Vers voor het evangelie (Fil. 2, 15-16)

Alleluia. Schittert als sterren in het heelal, en houdt vast het woord des levens. Alleluia.

Evangelie (Lc. 17, 26-37)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon. Zij aten en dronken, huwden en werden ten huwelijk gegeven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam, die allen verdelgde. Of zoals het was in de dagen van Lot: zij aten en dronken, kochten en verkochten, plantten en bouwden, maar op de dag dat Lot uit Sodom vertrok, regende het uit de hemel brandende zwavel, die allen verdelgde; zo zal het ook zijn op de dag waarop de Mensenzoon zich openbaart. Wie die dag zich op het dak bevindt, terwijl zijn bezittingen binnenshuis zijn, moet niet naar beneden komen om ze te halen; en zo moet wie op het land is, niet terugkeren. Denkt aan de vrouw van Lot. Wie zijn leven tracht te redden, zal het verliezen en wie het verliest, zal het behouden. Ik zeg u: als er in die nacht twee in een bed liggen, zal de een worden meegenomen en de ander achtergelaten. Als twee vrouwen samen bezig zijn met malen, zal de een worden meegenomen en de ander achtergelaten.” Toen de leerlingen Hem daarop vroegen: “Waar, Heer?” antwoordde Hij hun: “Waar het lijk ligt, daar zullen zich de gieren verzamelen.”

Zaterdag 16 november – H. Margarita van Schotland; H. Gertrudis,maagd

Eerste lezing (Wijsh. 18, 14-16; 19, 6-9)

Terwijl een diep stilzwijgen de wereld omsloot, en de nacht het midden van haar loopbaan bereikte, sprong uw almachtig woord, Heer God, van zijn koningstroon in de hemel, en daalde als een onweerstaanbaar krijger af op deze verloren aarde. Als klievend zwaard voerde het uw waarachtig bevel. Het zaaide dood en verderf rondom. Machtig verheven stond het daar, de hemel rakend en toch rustend op de aarde! Want heel de schepping, in al haar veelzijdigheid, werd in nieuwe vormen gegoten, en moest zich buigen voor uw stem, opdat uw kinderen ongedeerd zouden blijven! De wolk bedekte de legerplaats met haar schaduw; waar vroeger water was geweest, rees nu het droge op, een effen weg werd zichtbaar door de Rode Zee, een groene vlakte waar eens de golven bruisten! En als één man trok uw volk er doorheen,
beschermd door uw hand, ooggetuige van uw wonderbaarlijke tekenen. Zij waren als paarden, die naar de weide worden gebracht, als huppelende lammeren, en zij prezen U, Heer, U, hun verlosser!

Tussenzang (Ps. 105/104)

Vergeet nooit de wonderen die de Heer deed
Bezingt de Heer en tokkelt de snaren voor Hem, verhaalt al zijn wondere werken. Gaat groot op de heilige Naam van de Heer, verheugt u, gij die Hem aanhangt.
Hij sloeg alle eerstgeborenen neer, Hij doodde hun oudste zonen. Toen liet Hij zijn volk gaan met zilver en goud, geen man hoefde achter te blijven.
De Heer was indachtig zijn heilig woord, tot Abraham eenmaal gesproken. Hij voerde zijn volk met vreugde weg, zijn uitverkorenen onder gejubel.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 16a.7c)

Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen; dankt God de Vader door Hem. Alleluia.

Evangelie (Lc. 18, 1-8)

In die tijd leerde Jezus zijn leerlingen een gelijkenis dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen. Hij zei: “Er was eens in een zekere stad een rechter, die zich om God noch gebod bekommerde. Er was ook een weduwe in die stad, die herhaaldelijk bij hem kwam met het verzoek: Verschaf mij recht ten opzichte van mijn tegenstander. Een tijdlang wilde die rechter niet, maar daarna zei hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij om God noch gebod, toch zal ik die weduwe recht verschaffen om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.” En de Heer sprak: “Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt: Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, of zal Hij ten opzichte van hen onbewogen blijven? Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen. Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?”

Lezingen van de 33e zondag door het jaar C

Eerste lezing (Mal. 3,19-20a)

Zie: de dag gaat komen, de dag, die als een oven brandt. Al de hoogmoedigen, alwie boosheid bedrijft, zij allen worden stoppels, in brand gezet door de dag die gaat komen – zo spreekt de Heer van de hemelmachten – zodat hij van hen geen wortel, geen halm meer overlaat. Maar voor u, die mijn Naam vreest, gaat de zon van de gerechtigheid op, en met haar vleugels brengt zij genezing. Zo spreekt de Heer van de hemelmachten.

Tussenzang (Ps. 98/97)

Rechtvaardig bestuurt de Heer de wereld, de volken met billijkheid
Zingt voor de Heer bij de citer, met citer en psalterspel. Laat schallen trompet en bazuin en danst voor de Heer, uw koning.
De zee stemt in met al haar gedierte, de aarde met al wat daar leeft. De beken klateren bijval, de bergen jubelen meer.
Zij groeten de Heer, die nabij komt, die nadert als koning der aarde. Rechtvaardig bestuurt Hij de wereld, de volken met billijkheid.

Tweede lezing (2 Tess. 3,7-12)

Broeders en zusters, hoe gij ons moet navolgen is u bekend; wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood gegeten zonder te betalen. Dag en nacht hebben wij gearbeid, met veel inspanning en moeite om niemand van u tot last te zijn. Niet dat wij er geen recht toe hebben, maar wij wilden een voorbeeld geven ter navolging. Ook toen wij bij u waren hielden wij u telkens deze regel voor: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. Wij hebben namelijk gehoord dat sommigen bij u werkloos rondhangen en alle moeite schuwen, maar wel zich met alles bemoeien. In de Naam van de Heer Jezus Christus gebieden en vermanen wij zulke mensen, dat zij regelmatig moeten werken en hun eigen kost verdienen.

Vers voor het evangelie (Mt. 24,42a.44)

Alleluia. Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welk uur de Mensenzoon komt. Alleluia.

Evangelie (Lc. 21,5-19)

In die tijd merkten sommigen op hoe de tempel daar prijkte met zijn fraaie stenen en wijgeschenken. Toen zei Jezus: “Wat ge daar ziet: er zal een tijd komen, dat er geen steen op de andere gelaten zal worden: alles zal verwoest worden.” Zij vroegen Hem nu: “Meester, wanneer zal dat dan gebeuren?” Maar Hij zei: “Weest op uw hoede, dat gij niet in dwaling gebracht wordt. Want velen zullen optreden in mijn Naam en zij zullen zeggen: Ik ben het, en: Het ogenblik is nabij. Loopt niet achter hen aan. En wanneer gij hoort van oorlogen en onlusten, laat u dan niet uit het veld slaan. Dat alles moet wel eerst gebeuren, maar het einde volgt niet terstond.” Toen sprak Hij tot hen: “Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk; er zullen hevige aardbevingen zijn, en hongersnood en pest, nu hier dan daar, schrikwekkende dingen en aan de hemel geweldige tekenen. Maar nog vóór dit alles geschiedt zullen zij u vastgrijpen en vervolgen; zij zullen u overleveren aan de synagogen en gevangen zetten, u voor koningen en stadhouders voeren omwille van mijn Naam. Het zal voor u uitlopen op het geven van getuigenis. Welnu, prent het u in, dat gij dan uw verdediging niet moet voorbereiden. Want Ik zal u een taal en een wijsheid geven, die geen van uw tegenstanders zal kunnen weerstaan of weerspreken. Ge zult zelfs door ouders en broers, door bloedverwanten en vrienden overgeleverd worden en sommigen van u zullen ze ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam: geen haar van uw hoofd zal verloren gaan. Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share