Dagelijks Brood: Lezingen van de h. mis: 2e week van de Advent 2019

maria-koningin-van-de-hemel-ten-hemelopneming-onze-lieve-vrouw-ter-nood

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 9 – 14 december 2019

2e week van de Advent

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 9 december – Maria, onbevlekt ontvangen, Hoogfeest

Eerste lezing (Gen. 3, 9-15.20)

Nadat Adam van de boom gegeten had, riep God, de Heer, de mens en vroeg hem: “Waar zijt gij?” Hij antwoordde: “Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.” Maar God de Heer zei: “Wie heeft u verteld, dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom, die Ik u verboden heb?” De mens antwoordde: “De vrouw, die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.” Daarop vroeg God, de Heer, aan de vrouw: “Hoe hebt ge dat kunnen doen?” De vrouw zei: “De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.” God, de Heer, zei toen tot de slang: “Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel!” De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.

Tussenzang (Ps. 98/97)

Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed. Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm.
Zijn weldaden deed Hij ons kennen, de volkeren zijn gerechtigheid. Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw ten gunste van Israëls huis.
Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed. Verheerlijkt de Heer, alle landen, weest blij, verheugt u en zingt.

Tweede lezing (Ef. 1, 3-6.11-12)

Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde, in wie wij ook ons erfdeel hebben ontvangen, daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem, die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil, opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid, wij, die reeds te voren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.

Vers voor het evangelie (Lc. 1, 28)

Alleluia. Verheug u, Maria, Begenadigde, de Heer is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen. Alleluia.

Evangelie (Lc. 1, 26-38)

In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd, die verloofd was met een man, die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. De engel trad bij haar binnen en sprak: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u, gij zijt de gezegende onder de vrouwen.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

Dinsdag 10 december

Eerste lezing (Jes. 40, 1-11)

“Troost, troost toch mijn Stad – zegt uw God – spreek Jeruzalem moed in, roep haar toe, dat haar straftijd voorbij is, dat haar ongerechtigheid vergeven is, dat zij van Gods hand haar zonden dubbel betaald heeft gekregen.” Een stem roept: “Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een heerbaan in de woestijn, elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel geslecht worden, alle oneffenheden moeten vlak, de rotsmassa’s een vallei worden. En verschijnen zal de glorie des Heren, en alle vlees zal daarvan getuige zijn: de mond des Heren heeft het gezegd!” Een stem spreekt: “Roep!” En ik vraag: “Wat moet ik roepen.” “Alle vlees is als gras, en al zijn glorie als een bloem op het veld het gras verdort, de bloem verwelkt, zodra een hete wind erover blaast: het gras zijn de mensen! Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt eeuwig stand! Beklim de hoogste berg, gij Sion, vreugdebode, verhef krachtig uw stem, Jeruzalem, vreugdegezant! Verkondig het luide, ken geen vrees, roep tot de steden van Juda: Uw God is op komst! Zie, God de Heer komt met kracht, zijn arm voert de heerschappij; zijn loon komt met Hem mee, zijn beloning gaat voor Hem uit. Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden.”

Tussenzang (Ps. 96/95)

God onze Heer zal komen met kracht (Jes. 40,9).
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer, alle landen. Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam, verkondigt zijn heil alle dagen.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn wondere daden aan alle volken. Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde, de volken bestuurt Hij met billijkheid.
Dan straalt de hemel en jubelt de aarde, de zee neuriet mee met al wat daar leeft; de velden zwaaien met al hun gewassen, de woudreuzen buigen hun kruin.
Zij juichen de Heer toe, omdat Hij komt, Hij komt als koning der aarde. Rechtvaardig zal Hij de wereld regeren, de volkeren eerlijk en trouw.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Kom Heer, blijf niet uit, en delg de misdaden van uw volk. Alleluia.

Evangelie (Mt.18, 12-14)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wat dunkt u? Wanneer een man honderd schapen heeft en één daarvan verdwaalt, zal hij dan niet de negenennegentig in de bergen alleen laten om op zoek te gaan naar het verdwaalde? En gelukt het hem dat te vinden, voorwaar, Ik zeg u, dan zal hij over dat ene meer verheugd zijn dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren. Zo ook wil uw hemelse Vader niet dat een van deze kleinen verloren gaat.”

Woensdag 11 december – H. Damasus I, paus

Eerste lezing (Jes.40, 25-31)

“Met wie wilt gij Mij vergelijken, met wie Mij gelijkstellen,” vraagt de Alheilige. “Richt uw ogen naar boven en kijk eens goed; wie heeft dit alles geschapen? Wie laat de hemellichamen voltallig uittrekken, wie roept ze alle bij naam, is zo geweldig machtig en sterk dat er niet één op het appèl ontbreekt? Hoe kunt gij dan zeggen, Jakob, hoe kunt gij beweren, Israël, dat uw wegen voor de Heer verborgen zijn, dat uw recht God zou ontgaan? Weet gij dan niet, hebt gij dan nooit gehoord, dat de Heer een eeuwige God is, en schepper van heel het aardoppervlak, dat Hij niet moe wordt, geen uitputting kent, en dat zijn wijsheid ondoorgrondelijk is? Aan wie moe is, verleent Hij kracht, aan wie geen weerstand heeft, schenkt Hij overvloedige energie. Jonge mannen kunnen moe worden en uitgeput, kerels kunnen bezwijken, maar allen die op de Heer vertrouwen ontvangen nieuwe kracht, en slaan hun vleugels uit als adelaars: zij lopen, maar worden niet moe, zij rennen, maar raken niet uitgeput!”

Tussenzang (Ps. 103/102)

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen! Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!
Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen. Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen.
De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren. Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld.

Vers voor het evangelie

Alleluia. De Heer zal verschijnen met kracht, een licht voor het oog van zijn dienaren. Alleluia.

Evangelie (Mt. 11, 28-30)

In die tijd nam Jezus het woord en sprak: “Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Donderdag 12 december

Eerste lezing (Jes. 41, 13-20)

Zo spreekt de Heer: “Ik ben de Heer, uw God, die u bij uw rechterhand heeft genomen en die tot u zegt: Wees maar niet bang; Ik help u. Wees maar niet bang, wormpje Jakob, klein volk Israël! Ikzelf ben uw helper, zegt de Heer, Ik ben uw verlosser, de Heilige van Israël. Ik maak van u een dorsslee, nieuw en goed geslepen, met scherpe tanden. Gij zult bergen dorsen en verbrijzelen, heuvels tot kaf maken; gij werpt ze omhoog; de wind draagt ze mee, de storm verstrooit ze. Gij zelf echter, gij verblijdt u in de Heer en prijst uzelf om de Heilige van Israël. De armen en de behoeftigen zoeken naar water en het is er niet ; hun tong is verdroogd van de dorst. Ik, de Heer, Ik verhoor hen, Ik, de God van Israël, Ik verlaat hen niet! Op de kale gronden doe Ik rivieren ontspringen en bronnen in de rotskloven. Van de woestijn maak Ik een waterland, van de dorstige bodem een bronnengebied. In de woestijn laat Ik ceders groeien, acacia’s, mirten en oleasters. In het dorre land zet Ik cypressen neer en essen en palmen, een menigte bomen. Dan zullen zij zien en erkennen, volledig verstaan en begrijpen, dat de hand van de Heer dat gedaan heeft, dat Israëls Heilige dat heeft geschapen.” Zo spreekt de almachtige God.

Tussenzang (Ps. 145/144)

De Heer is vol liefde en medelijden, lankmoedig en zeer goedgunstig.
U wil ik loven, mijn God en Koning, uw Naam verheerlijken voor altijd. De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roepen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk. Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Kom ons tegemoet, Heer, met uw vrede, dat wij ons met een oprecht hart in U kunnen verheugen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 11, 11-15)

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Voorwaar, Ik zeg u: Onder hen, die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Niettemin is de kleinste in het Rijk der hemelen groter dan hij. Van de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Rijk der hemelen zich met geweld baan, en geweldenaars maken het buit. Want al de profeten en de Wet, tot aan Johannes, hebben het slechts voorspeld; maar als gij het van Mij wilt aannemen: Deze is de Elia die zou komen. Wie oren heeft, hij luistere!

Vrijdag 13 december – H. Lucia, maagd en martelares

Eerste lezing (Jes. 48, 17-19)

Zo spreekt de Heer, uw verlosser, Israëls Heilige: “Ik ben de Heer, uw God, die u voor uw bestwil wil leren, en u voeren over de weg die gij moet gaan! Als gij acht gegeven had op mijn geboden zou de voorspoed u reeds nu omspoeld hebben als een bergstroom, en zou uw welvaart zo uitgestrekt geweest zijn als de zee met zijn golven. Uw nageslacht zou talrijk geweest zijn als de zandkorrels, uw nakomelingen als het stof: hun naam zou bij Mij nooit uitgeveegd zijn, nooit uitgewist!”

Tussenzang (Ps. 1)

Wie U volgt, Heer, zal het licht des levens bezitten
Gelukkig de man die weigert te doen wat goddelozen hem aanraden; die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters.
Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd; des zomers verdorren zijn bladeren niet, maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.
De goddelozen vergaat het zo niet; de wind blaast hen weg als kaf. De Heer immers let op de weg der gerechten, de weg van de zondaars loopt dood.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Hij komt als Koning en Heer van de aarde. Het juk van de ballingschap zal Hij verbrijzelen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 11, 16-19)

In die tijd sprak Jezus tot de menigte: “Waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? Het gelijkt op kinderen, die op het marktplein zitten en de andere partij toeroepen: Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld en jullie hebt niet gedanst; wij hebben een treurlied gezongen en jullie hebt niet op je borst geklopt. Immers: Johannes komt, hij eet niet en drinkt niet, en ze zeggen: Hij is van de duivel bezeten! De Mensenzoon komt, Hij eet en drinkt wel, en ze zeggen: Kijk, die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars! Maar de wijsheid vindt haar rechtvaardiging in haar werken.”

Zaterdag 14 december – H. Johannes van het Kruis, priester en kerkleraar

Eerste lezing (Sir.48, 1-4.9-11)

Elia de profeet stond op als een vuur; zijn woord brandde als een fakkel; hij bracht hongersnood over het volk en in zijn ijveren voor de Heer maakte hij hen weinig in aantal. Door het woord van de Heer sloot hij de hemel toe, en evenzo liet hij driemaal vuur neerdalen. Hoe roemrijk werd gij, Elia, door uw wonderwerken: wie mag zich als gij beroemen? Gij die werd opgenomen in een wervelstorm van vuur op een wagen met vurige paarden, van wie geschreven staat dat hij bestemd is voor de tijd waarop hij de toorn van God zal stillen vóórdat hij ontbrandt, het hart van de vaderen zal keren tot de zoon en de stammen van Jakob zal oprichten. Gelukkig zij, die u gezien hebben en in liefde zijn ontslapen.

Tussenzang (Ps. 80/79)

God van de heerscharen, richt ons weer op; lach ons weer toe en wij zullen gered zijn.
Herder van Israël, hoor ons aan, Gij die troont op de Kerubs, verschijn met luister; werp uw macht in de strijd, kom om ons bij te staan.
God van de heerscharen, keer toch terug, zie neer uit de hemel en let op uw wijngaard. Bescherm wat uw eigen hand heeft geplant, het stekje dat Gij hebt gekweekt.
Laat uw hand op uw gunsteling rusten, op het kind dat Gij grootgebracht hebt. Nooit meer zullen wij U verlaten; bewaart Gij ons leven, dan prijzen wij U.

Vers voor het evangelie

Alleluia. De dag van de Heer is nabij; zie, Hij komt ons bevrijden. Alleluia.

Evangelie (Mt. 17, 10-13)

Bij het afdalen van de berg stelden de leerlingen Jezus de vraag: “Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat eerst Elia moet komen?” Hij gaf hun ten antwoord: “Inderdaad, Elia zal komen om alles te herstellen. Ik zeg u zelfs: Elia is reeds gekomen, maar zij hebben hem niet erkend, doch naar willekeur met hem gehandeld, zoals ook de Mensenzoon van hen te lijden zal hebben.” Nu begrepen de leerlingen dat Hij hun over Johannes de Doper gesproken had.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share