Dagelijks Brood: Lezingen van de h. mis: 28e week door het jaar 21 – 27 okt 2019

bernardino-van-siena-en-johannes-capistrano-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: maandag 21 t/m 26 oktober 2019

29e week van door het jaar plus de lezingen van de 30e zondag C

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 21 oktober

Eerste lezing (Rom. 4, 20-25)

Broeders en zusters,Abraham twijfelde geen ogenblik aan Gods belofte. Integendeel, hij heeft God geëerd door de kracht van zijn geloof, door zijn vaste overtuiging, dat Hij bij machte is te volvoeren wat Hij heeft toegezegd. Daarom werd het hem als gerechtigheid aangerekend. Deze woorden werden niet alleen neergeschreven om zijnentwil, maar ook om ons, wie het geloven eveneens zal worden aangerekend, daar wij geloven in Hem, die Jezus onze Heer van de doden heeft opgewekt: Jezus, die is overgeleverd om onze misslagen en is opgewekt om onze rechtvaardiging.

Tussenzang (Lc. 1)

Refrein: Geprezen zij de Heer, de God van Israël, omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt.
Een redder heeft Hij ons verwekt in het geslacht van David, zijn getrouwe; zoals Hij reeds van oudsher had verklaard bij monde van zijn heilige profeten; verlossing uit de macht van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten. Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn, zijn heilige verbond gestand doen;
De eed aan onze vader Abraham gezworen ons eenmaal te verlenen; om aan de greep van vijanden ontrukt, Hem zonder vrees te dienen; in vroomheid en gerechtigheid, al onze dagen voor zijn Aanschijn.
En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste, want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 27)

Alleluia. Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer, dan zal ik uw daden indachtig zijn. Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 13-21)

In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus: “Meester, zeg aan mijn broer, dat hij de erfenis met mij deelt.” Maar Jezus antwoordde hem: “Man, wie heeft Mij over u tot rechter of verdeler aangesteld?” En Hij sprak tot hem: “Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Want geen enkel bezit – al is dit nog zo overvloedig -kan uw leven veilig stellen.” Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: “Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd. Daarom overlegde deze bij zichzelf: “Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen.” En hij zei: “Dit ga ik doen: ik breek mijn schuren af en bouw grotere: daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren bergen. Dan zal ik tot mijzelf zeggen: Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren; rust nu uit, eet en drink en geniet ervan!” Maar God sprak tot hem: “Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.”

Dinsdag 22 oktober

Eerste lezing (Rom. 5. 12.15b.17-19.20b-21)

Broeders en zusters, door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood; en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben. De fout van één mens bracht allen de dood, maar allen schonk Gods genade rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade, de ene mens Jezus Christus. Door toedoen van één mens begon de dood te heersen als gevolg van de val van die mens. Zoveel heerlijker zullen zij leven en heersen, die de overvloed der genade en de gave der gerechtigheid ontvangen, dankzij de ene mens Jezus Christus Dit betekent: één fout leidde tot veroordeling van allen, maar één goede daad leidde tot vrijspraak en leven voor allen. En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd. Maar waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos. Zo heeft de zonde haar heerschappij uitgeoefend door de dood, maar de genade zal heersen door de gerechtigheid en leiden tot eeuwig leven, dankzij Jezus Christus, onze Heer.

Tussenzang (Ps 40/39)

Refrein: Ik kom, Heer, om uw wil te doen.
Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd, maar wel hebt Gij mijn oren voor uw, stem geopend. Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij; dus zei ik: ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat:
Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde, uw wet is in mijn hart gegrift. In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt, mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.
Laat hen juichen en verheugd zijn, die U zoeken, en roepen: glorie aan de Heer, die uitzien naar uw hulp.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 34)

Alleluia. Geef mij begrip om uw wet na te leven, Heer, om haar te volgen met heel mijn hart. Alleluia.

Evangelie (Lc.12, 35-38)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Houdt uw lenden omgord en de lampen brandend! Gedraagt u als mensen, die wachten op de terugkomst van hun heer, die naar de bruiloft is, om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen. Gelukkig de dienaars, die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen. Al komt hij ook in de tweede of in de derde nachtwake, gelukkig zijn de dienaars die hij zo aantreft.”

Woensdag 23 oktober – H. Johannes van Capestrano, priester, patroon van de aalmoezeniers

Eerste lezing (Rom. 6, 12-18)

Broeders en zusters, laat de zonde niet heersen in uw sterfelijk lichaam, gehoorzaamt haar niet; stelt uw ledematen niet in haar dienst als werktuigen van ongerechtigheid. Biedt uzelf God aan als mensen, die uit de dood ten leven zijt opgestaan. Offert Hem uw ledematen als werktuigen in dienst der gerechtigheid. De zonde mag niet over u heersen, want gij staat niet onder de wet, maar onder de genade. Betekent dit dat het ons vrij staat te zondigen, omdat wij niet meer onder de wet leven, maar onder de genade? Dat verhoede God! Het is immers duidelijk, dat gij die meester als slaven moet gehoorzamen in wiens dienst gij u als slaven stelt: ofwel gij dient de zonde – en dit loopt uit op de dood – ofwel gij dient God – en Hem gehoorzamen leidt tot gerechtigheid. Maar gij zijt, God zij gedankt, geen slaven meer van de zonde: van harte hebt gij u onderworpen aan de beginselen van de leer, die u is overgeleverd. Zo zijt gij bevrijd van de heerschappij der zonde en dienaars geworden van de gerechtigheid.

Tussenzang (Ps. 124/123)

Refrein: Wij werden gered door de Naam van de Heer.
Was de Heer niet met ons geweest, zo mag Israël zeggen; was de Heer niet met ons geweest toen allen zich tegen ons keerden; dan zouden wij levend verslonden zijn, verzengd door de gloed van hun woede.
Dan had de vloed ons verzwolgen, de bergstroom ons meegesleurd; dan waren wij reddeloos ondergegaan in schuimende waterkolken. De Heer zij geloofd, Hij gaf ons niet prijs, ontrukte de prooi aan hun tanden.
Wij zijn als een vogel nog juist gevlucht, ontsnapt aan het net van de jagers. Het net van de vogelaar is gescheurd, wij zijn er uit los gekomen. Wij werden gered door de Naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 36a.29b)

Alleluia. Mijn hart zij gericht op wat Gij verordent, Heer; geef mij uw wet als gids. Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 39-48)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Begrijpt dit wel als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen, zou hij in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.” Petrus vroeg Hem nu: “Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?” De Heer sprak: “Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn, die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven? Gelukkig de knecht die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt. Waarlijk, Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar zegt die knecht bij zichzelf: Mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan, en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank, dan zal de heer van die knecht komen op een dag dat hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet kent; hij zal hem met het zwaard straffen en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen. De knecht die de wil van zijn heer kende, maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtigd worden. Wie echter in onwetendheid dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden. Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd, zal des te meer worden gevraagd.”

Donderdag 24 oktober – H. Antonius Maria Claret, bisschop

Eerste lezing (Rom. 6, 19-23)

Broeders en zusters, sprekend tot zwakke mensen druk ik mij erg menselijk uit. Zoals gij eertijds uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid, zo moet gij ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid tot uw heiliging. Toen gij slaven waart van de zonde, stond gij vrij ten opzichte van de gerechtigheid. Welk voordeel had gij toen van daden waarover gij u thans schaamt? Want het einde daarvan is de dood. Maar nu, bevrijd van de zonde en dienstknechten geworden van God, oogst gij heiligheid en tenslotte eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.

Tussenzang (Ps. 1)

Gelukkig is de man die op de Heer zijn hoop stelt (Ps. 40/39, 5a)
Gelukkig de man die weigert te doen, wat goddelozen hem raden; die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters; maar die zijn geluk vindt in ‘s Heren wet, haar dag en nacht overweegt.
Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd; des zomers verdorren zijn bladeren niet, maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.
De goddelozen vergaat het zo niet: de wind blaast hen weg als kaf. De Heer immers let op de weg der gerechten, de weg van de zondaars loopt dood.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 88)

Alleluia. Wees mij barmhartig en laat mij leven, Heer, dan blijf ik aan wat Gij verordent trouw. Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 49-53)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik Mij, totdat het volbracht is. Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen, zeg Ik u, juist verdeeldheid. Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn; drie zullen er staan tegenover twee en twee tegenover drie; de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader; de moeder tegenover de dochter en de dochter tegenover de moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.”

Vrijdag 25 oktober

Eerste lezing (Rom. 7, 18-25a)

Broeders en zusters, ik ben mij bewust dat er in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, niets goeds woont. De goede wil ligt binnen mijn bereik, maar niet de goede daad. Ik doe niet het goede dat ik wil, maar het kwade dat ik niet wil. Als ik doe wat ik eigenlijk niet wil, ben ik niet meer de handelende persoon, maar de zonde die in mij woont. Ik ontdek in mij dus deze ‘wet’: als ik het goede wil doen, dringt het kwade zich aan mij op. Mijn innerlijk schept behagen in Gods wet, maar in mijn handelen ontwaar ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn rede en die mij gevankelijk uitlevert aan de heerschappij van de zonde over mijn daden. Rampzalige mens die ik ben! Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode? God zij gedankt door Jezus Christus, onze Heer!

Tussenzang (Ps. 119/118)

Laat mij slechts weten, Heer, wat Gij beschikt.
Verleen mij dan inzicht en wijsheid, want op uw geboden stel ik mijn hoop. Goedgunstig zijt Gij en goed zijn uw daden; laat mij slechts weten wat Gij beschikt.
Laat uw erbarmen mij nu vertroosten, zoals Gij uw dienaar eens hebt beloofd. Door uw barmhartigheid moge ik leven, omdat ik mijn vreugde vind in uw wet.
Ik zal uw bevelen nooit meer vergeten, omdat Gij mij daardoor leven schenkt.
Ik ben de uwe, maak mij gelukkig, ik tracht te volbrengen wat Gij beveelt.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 105)

Alleluia. Uw woord is een lamp voor mijn voeten, Heer, het is een licht op mijn pad. Alleluia.

Evangelie (Lc. 12, 54-59)

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Wanneer gij een wolk ziet opkomen uit het westen, dan zegt ge terstond: er komt regen: en zo gebeurt het ook. En wanneer ge ziet dat er een zuidenwind waait, zegt ge: het wordt gloeiend heet; en het gebeurt. Huichelaars! Van het beeld van land en lucht weet ge de juiste betekenis te bepalen, maar waarom dan niet van deze tijd? Hoe komt het dat ge niet uit uzelf de juiste gevolgtrekking maakt? Wanneer gij met uw tegenpartij naar de overheid gaat, doe dan onderweg nog moeite u van hem te bevrijden; anders zou hij u wel eens voor de rechter kunnen slepen; de rechter zal u aan de gerechtsdienaar overleveren en de gerechtsdienaar zal u in de gevangenis werpen. Ik zeg u: Ge zult er niet uitkomen
voordat ge tot de laatste cent betaald hebt.”

Zaterdag 26 oktober

Eerste lezing (Rom. 8, 1-11)

Broeders en zusters, voor hen die in Christus Jezus zijn bestaat er thans geen vonnis meer. De ‘wet’ van de Geest, die in Christus Jezus het leven schenkt, heeft u vrijgemaakt van de heerschappij van de zonde en de dood. Wat de wet niet vermocht, machteloos als ze was door het vlees, dat heeft God bewerkt door zijn Zoon te zenden in de gestalte van het vlees van de zonde en terwille van de zonde. Hij heeft in het vlees zelf de zonde gevonnist, opdat de eis van de wet vervuld zou worden door ons, die niet leven volgens het vlees maar volgens de Geest. Zij die leven volgens het vlees zinnen op wat het vlees wil. Die geleid worden door de Geest zinnen op de dingen van de Geest. Het streven van het vlees loopt uit op de dood, het streven van de Geest op leven en vrede. Want het verlangen van het vlees staat vijandig tegenover God. Het onderwerpt zich niet aan Gods wet, het kan dit niet eens; en zij die volgens het vlees leven, kunnen God niet behagen. Maar uw bestaan wordt niet beheerst door het vlees, doch door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Zou iemand de Geest van Christus niet hebben, dan behoort hij Hem niet toe. Als Christus in u is, blijft uw lichaam wel door de zonde de dood gewijd, naar uw geest lééft, dankzij de gerechtigheid. En als de Geest van Hem, die Jezus van de doden heeft opgewekt in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest die in u verblijft.

Tussenzang (Ps. 24/23)

Dit is het geslacht dat zich richt tot de Heer, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.
Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont; want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee.
Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan? Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.
Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser. Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 135)

Alleluia: Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer, laat mij uw beschikkingen zien. Alleluia.

Evangelie (Lc. 13, 1-9)

In die tijd waren er bij Jezus enkele mensen, die Hem vertelden wat er gebeurd was met de Galileeërs, van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren vermengd had. Daarop zei Jezus: “Denkt ge, dat onder alle Galileeërs alleen deze mensen zondaars waren, omdat zij dat lot ondergaan hebben? Volstrekt niet, zeg Ik u.
Maar als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen. Of de achttien die gedood werden doordat de toren bij de Silóam op hen viel, denkt ge dat die alleen schuldig waren onder alle mensen die in Jeruzalem woonden? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij niet tot bekering komt zult ge allen op eenzelfde wijze omkomen.” Toen vertelde Hij deze gelijkenis: “Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant stond; hij kwam zoeken of er vrucht aan zat, maar vond niets.
Toen zei hij tot de wijngaardenier: “Al sinds drie jaar kom ik aan deze vijgenboom vruchten zoeken, maar ik vind er geen. Hak hem om! Waartoe put hij nog de grond uit?”
Maar de man gaf hem ten antwoord: “Heer, laat hem dit jaar nog staan; laat mij eerst de grond er omheen omspitten en er mest op brengen.
Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht; zo niet, dan kunt ge hem omhakken.” 

30ste ZONDAG DOOR HET JAAR C

Eerste lezing (Sir. 35, 12-14.16-18)

De Heer is een rechter, en bij Hem is er geen aanzien des persoons; Hij neemt geen steekpenningen koste van de arme, maar luistert naar het pleit van de verdrukte. Hij wijst het gezucht van de wezen niet af, noch van de weduwe wanneer zij blijft klagen. Wie anderen bijstaat, wordt welwillend ontvangen, en zijn gebed verheft zich tot de wolken toe. Het gebed van de arme dringt door de wolken heen, zolang het zijn doel niet bereikt, rust het niet; het laat niet af, totdat de Allerhoogste zich erbarmt, en de Rechtvaardige oordeel velt en recht verschaft.

Tweede lezing (2 Tim. 4, 6-8.16-18)

Dierbare, wat mij betreft, mijn bloed is weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen, die met liefde uitzien naar zijn komst. Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, allen hebben mij in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. Maar de Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volkeren ervan horen. En ik werd verlost uit de muil van de leeuw. De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen.

Evangelie (Lc. 18, 9-14)

In die tijd zei Jezus tot hen die – overtuigd van eigen gerechtigheid – de anderen minachtten, de volgende gelijkenis: “Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was Farizeeër en de andere een tollenaar. De Farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten. Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst en zei: God, wees mij zondaar genadig. Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share