Dagelijks Brood Lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 8 – 13 juli 2019

heilige-benedictus-van-nursia-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 8 – 13 juni 2019
14e week van door het jaar

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 8 juli HH.Maria Adolfina en gezellinnen,
maagden en martelaressen

Eerste lezing (Gen. 28, 10-22a)

In die tijd vertrok Jakob uit Berseba en ging naar Haran. Op een bepaalde plaats gekomen, wilde hij daar overnachten, nadat de zon reeds was ondergegaan. Een van de stenen die daar lagen nam hij als hoofdkussen en viel op die plaats in slaap. Hij kreeg een droom en zag een ladder, die op de aarde stond en waarvan de top tot in de hemel reikte. Langs die ladder gingen Gods engelen op en af. Ineens stond de Heer bij hem en zei: “Ik ben de Heer, de God van uw vader Abraham en de God van Isaäk. Het land, waar gij op ligt, zal Ik aan u en aan uw nakomelingen geven. Uw nageslacht zal zijn als het stof van de aarde, gij zult u uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden; door u en uw nakomelingen zal zegen komen over alle geslachten van de aarde. Ik ben met u, Ik zal u behoeden waar gij ook gaat, en u terugvoeren naar dit land. Want Ik zal u niet verlaten tot Ik mijn belofte heb vervuld.” Jakob werd wakker en riep uit: “Waarlijk, de Heer is op deze plaats en ik wist het niet.” Hij werd bevreesd en zei: “Ontzagwekkend is deze plaats! Dit kan niet anders zijn dan het huis van God en de poort van de hemel.” De volgende morgen zette Jakob de steen, die onder zijn hoofd had gelegen overeind als een heilige steen en goot er olie over uit. Hij noemde die plaats Betel, vroeger heette die stad Luz. Jakob legde de volgende gelofte af: Als God met mij is en mij beschermt op de reis, die ik nu onderneem, als Hij mij voedsel geeft om te eten en kleding om mij te bedekken, en als ik behouden naar mijn ouderlijk huis terugkeer, dan zal de Heer mijn God zijn. En deze steen, die ik als heilige steen opricht, zal het huis van God zijn.

Tussenzang (Ps. 91/90)

Refrein: Voor u is de Heer: mijn God, op wie ik vertrouw.
Gij die de bescherming geniet van de Allerhoogste en die in de schaduw van de Almachtige woont, voor u is de Heer: mijn toevlucht, mijn burcht, mijn God, op wie ik vertrouw.
Want Hij maakt u los uit de strik van de jagers, Hij redt u uit doodsgevaar. Hij zal u met zijn vleugels beschermen, onder zijn wieken vindt gij een toevlucht.
Wie op Mij rekent zal Ik verlossen, beschermen zal Ik wie Mij erkent. Wanneer Hij Mij aanroept zal Ik hem verhoren, hem bijstaan in iedere nood.

Vers voor het evangelie (Jak. 1, 21)

Alleluia. Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan dat in u werd geplant en de kracht bezit uw zielen te redden. Alleluia.

Evangelie (Mt. 9, 18-26)

Terwijl Jezus eens tot de menigte sprak, kwam er een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer en zei: “Mijn dochter is zojuist gestorven, maar kom haar de hand opleggen, dan zal zij weer levend worden.” Jezus stond op en ging met hem mee, vergezeld van zijn leerlingen. Plotseling naderde Hem van achteren een vrouw, die al twaalf jaar lang aan vloeiingen leed, en raakte de zoom van zijn mantel aan. Want ze zei bij zichzelf: “Als ik alleen maar zijn mantel kan aanraken, zal ik al genezen zijn.” Maar Jezus keerde zich om, en toen Hij haar zag, sprak Hij: “Heb goede moed dochter, uw geloof heeft u genezen.” En vanaf dat ogenblik was de vrouw gezond. Toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar makende volk zag sprak Hij: “Gaat heen, want het meisje is niet gestorven, maar slaapt.” Doch ze lachten Hem uit. Toen al dat volk buitengezet was, trad Hij naderbij, greep haar hand en het meisje stond op. Het verhaal hiervan deed de ronde door heel die streek.

Dinsdag 9 juli – HH. Martelaren van Gorcum, feest

Eerste lezing (2 Kor. 4, 7-15)

Broeders en zusters, wij dragen een schat in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. Wij worden aan alle kanten bestookt, maar raken toch niet klem; wij zien geen uitweg meer, maar zijn nooit ten einde raad; wij worden opgejaagd, maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld, maar gaan er niet aan dood. Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden. Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus zich zou openbaren in ons sterfelijk bestaan. Zo verricht de dood zijn werk in ons en het leven in u. Maar wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt: “Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.” Ook wij geloven en daarom spreken wij. Want wij weten, dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken om ons tot zich te voeren, samen met u. Want alles gebeurt voor u: de genade moet zich in velen vermenigvuldigen, zodat steeds meer mensen dank brengen aan God, tot eer van zijn Naam.

Tussenzang (Ps. 126/125)

Refrein: Die onder tranen zaaien, oogsten met gejuich.
De Heer bracht Sions ballingen terug, het was alsof wij droomden. Toen lachten alle monden en juichte elk tong.
Toen zei men bij de volken: geweldig is het wat de Heer hen deed. Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij.
Keer nu ons lot ten goede, Heer, zoals een beek doet in de Zuid-woestijn. Die onder tranen zaaien zij oogsten met gejuich.
Vol zorgen gaan zij uit met zaaizakken beladen; maar keren zingend weer beladen met hun schoven.

Vers voor het evangelie

Alleluia. U, God, loven wij, U, Heer, prijzen wij. U looft het blanke heer der martelaren. Alleluia.
Of indien één martelaar speciaal wordt herdacht:
Alleluia. Zalig de man die standhoudt in de beproeving. Heeft hij de toets doorstaan, dan zal hij de zegekrans van het leven ontvangen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 10, 17-22)

In die tijd zei Jezus tot de twaalf: “Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen. Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden; de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen, omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.”

Woensdag 10 juli

Eerste lezing (Gen. 41, 55-57; 42, 5-7a.17-24a)

In die dagen kreeg heel Egypte honger en het volk smeekte Farao om brood, maar Farao zei tot alle Egyptenaren: “Ga maar naar Jozef en doe wat hij u zeggen zal.” Toen er honger was in heel het land, stelde Jozef de hele voorraad koren ter beschikking en verkocht het aan de Egyptenaren, naarmate de honger in Egypte nijpender werd. Uit alle landen kwam men naar Egypte om bij Jozef graan te kopen, want de hongersnood woedde hevig in de hele wereld. Zo kwamen Israëls zonen graan kopen, evenals vele anderen, want er heerste hongersnood in Kanaän. Jozef was degene, die toen het land bestuurde en aan al de bewoners graan verkocht; naar hem gingen de broers van Jozef dus toe en zij bogen voor hem tot op de grond. Zodra Jozef zijn broers zag, herkende hij hen, maar hij maakte zich niet aan hen bekend. Daarop liet hij ze voor drie dagen gevangen zetten. Op de derde dag zei jozef tot hen: “Als gij in leven wilt blijven, doe dan wat ik nu ga zeggen, want ik ben een godvrezend man. Als gij betrouwbaar zijt, laat één van uw broers dan achter in het huis waar ge gevangen hebt gezeten, de anderen kunnen gaan en graan meenemen voor de honger van uw gezinnen, maar gij moet uw jongste broer bij mij brengen. Dan zal de waarheid van uw woorden blijken en zult ge niet sterven.” Dat deden zij. Ze zeiden tot elkaar: “Helaas, wij hebben dit aan onze broer verdiend. Wij zagen hoe hij angstig om genade smeekte, maar wij hebben niet willen luisteren. Daarom treft ons dit ongeluk.” En Ruben zei: “Ik had u toch gezegd, u niet aan de jongen te vergrijpen, maar ge hebt niet willen luisteren. En nu zien we hoe zijn bloed wordt teruggeëist.” Omdat zij zich van een tolk bedienden, wisten zij niet dat Jozef hen verstond. Hij wendde zich van hen af, en de tranen sprongen hem in de ogen.

Tussenzang (Ps. 33/32)

Refrein: Geef ons Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen.
Eert de Heer met citerspel en speelt voor Hem op de harp. Zingt voor de Heer een nieuw gezang, een schoon en schallend refrein.
Plannen van naties doet Hij teniet, verijdelt wat volken beramen. Eeuwig blijft staan het plan van de Heer, wat Hij heeft beraamd geldt voor alle geslachten.
Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen, dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden.

Vers voor het evangelie (1 Joh. 2, 5)

Alleluia. Wie het woord van de Heer bewaart, in Hem is waarlijk Gods liefde volkomen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 10, 1-7)

In die tijd riep Jezus zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen als eerste: Simon, die Petrus wordt genoemd, met zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en Matteüs de tollenaar, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon de Ijveraar en Judas Iskariot, die Hem verraden heeft. Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: “Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen; gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij.”

Donderdag 11 juli – H. Benedictus, patroon van Europa, feest

Eerste lezing (Spr. 2, 1-9)

Mijn zoon, als gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden zorgvuldig bewaart en uw oor dan spitst op de wijsheid en uw hart naar het inzicht keert, ja, als gij de schranderheid tot u roept en tot het inzicht uw stem verheft, als gij ernaar zoekt als naar zilver en speurt als naar verborgen schatten, dan zult gij de vrees voor de Heer verstaan en vindt gij de kennis van God. De Heer immers geeft de wijsheid; uit zijn mond komen kennis en inzicht. Hij verzekert de voorspoed van de rechtvaardigen en de bescherming van wie onberispelijk leven. Hij behoedt de paden van het recht en beschermt de weg van zijn getrouwen. Dan zult gij gerechtigheid verstaan en recht, rechtschapenheid en alle goede wegen.

Tussenzang (Ps. 34/33)

Refrein: De Heer zal ik prijzen iedere dag.
De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen.
Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem. Komt, kinderen, luistert naar wat ik u zeg; ik leer u de Heer te vrezen.
Weerhoud dan uw tong van boosaardige taal, uw lippen van leugenachtige woorden. Vermijd dan het kwade en doe slechts wat goed is, streef altijd naar vrede en laat die niet los.

Vers voor het evangelie (Mt. 5, 3)

Alleluia. Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 19, 27-29)

In die tijd zei Petrus tot Jezus: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?” Jezus sprak tot hen: “Voorwaar Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijkheid, zult ook gij die Mij gevolgd zijt, gezeten zijn op twaalf tronen en heersen over de twaalf stammen van Israël. En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.”

Vrijdag 12 juli

Eerste lezing (Gen. 46, 1-7, 28-30)

In die dagen ging Israël op weg met al de zijnen. Hij kwam in Berseba en droeg daar slachtoffers op aan de God van zijn vader Isaäk. En God sprak tot Israël in een nachtelijk visioen: “Jakob, Jakob!” Hij antwoordde: “Hier ben ik.” God zei: “Ik ben God, de God van uw vader. Gij moet er niet tegen opzien naar Egypte te trekken, want Ik zal daar een groot volk van u maken. Ikzelf zal u naar Egypte vergezellen en Ik zal u ook weer terugbrengen. Jozef zal u de ogen sluiten.” Toen verliet Jakob Berseba. Israëls zonen lieten hun vader Jakob, hun kleine kinderen en hun vrouwen reizen op de wagens die Farao daarvoor had meegegeven. Ook hun veestapel en hun bezittingen namen ze mee, al wat ze in Kanaän verworven hadden. Zo trok Jakob met al zijn nakomelingen naar Egypte. Zijn zonen en kleinzonen, zijn dochters en kleindochters, al zijn nakomelingen nam hij mee naar Egypte. Jakob stuurde Juda naar Jozef met het verzoek, in Gosen bij hem te komen. Toen zij in Gosen aangekomen waren, liet Jozef zijn wagen inspannen en reed naar Gosen om zijn vader Israël te begroeten. Toen hij hem ontmoette, viel hij hem om de hals en bleef lange tijd op zijn schouder schreien. Israël sprak tot Jozef: “Laat de dood nu maar komen! Ik heb u nu weer gezien en weet dat ge nog leeft!”

Tussenzang (Ps. 37/36)

Refrein: Het heil van de vromen komt van de Heer.
Vertrouw op de Heer en doe wat goed is, dan zult gij veilig uw land bewonen. Zoek uw geluk bij de Heer, Hij geeft u wat uw hart begeert.
De Heer draagt zorg voor het leven der vromen, hun erfdeel blijft voor altijd bijeen. Zij staan niet verlegen in tijden van rampspoed, maar worden verzadigd bij hongersnood.
Blijft ver van het kwaad en doe wat goed is, dan moogt ge voor eeuwig hier wonen; want God bemint de gerechtigheid, verlaat zijn getrouwen niet.
Het heil van de vromen komt van de Heer; Hij is hun toevlucht in tijden van kwelling. De Heer staat hen bij en bevrijdt hen, Hij redt die zich tot Hem wenden.

Vers voor het evangelie (1 Sam. 3,9; Joh. 6, 69b)

Alleluia. Spreek Heer, uw dienaar luistert; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Mt. 10, 16-23)

In die tijd zei Jezus tot de twaalf: “Zie, Ik zend u als schapen tussen wolven. Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven. Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen. Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden, de vader zijn kind, de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen, omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden. Wanneer men u in de ene stad vervolgt, vlucht dan naar een andere. Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult niet gereed gekomen zijn met de steden van Israël op het ogenblik dat de Mensenzoon komt.”

Zaterdag 13 juli

Eerste lezing (Gen. 49, 29-33; 50, 15-26)

In die dagen gaf Jakob zijn zonen de volgende opdracht: “Als ik met mijn voorvaderen verenigd word, begraaf mij dan bij mijn vaderen in de grot op de akker van de Hethiet Efron, in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, in Kanaän. Het is de akker, die Abraham als eigen begraafplaats van de Hethiet Efron gekocht heeft. Daar zijn Abraham en zijn vrouw Sara begraven, daar zijn Isaäk en zijn vrouw Rebekka bijgezet, en daar heb ik Lea begraven. De akker met de grot die erop ligt, is gekocht van de Hethieten.” Toen Jakob zijn zonen deze laatste opdracht gegeven had, trok hij zijn voeten terug op het bed, gaf de geest en werd met zijn voorvaderen verenigd. Toen Jozefs broers zagen dat hun vader gestorven was, zeiden ze: “Als Jozef zich nu maar niet op ons gaat wreken en ons zwaar laat boeten voor het kwaad dat wij hem aangedaan hebben.” Daarom zonden zij naar Jozef de volgende boodschap: “Uw vader heeft voor zijn dood bevel gegeven: Dit moet ge Jozef zeggen: Ik smeek u, vergeef toch de misdaad en de zonde, die uw broers tegen u bedreven hebben. Vergeef dus de dienaren van de God van uw vader hun misdaad.” Toen zij zo tot hem spraken, barstte jozef in tranen uit. Toen kwamen zijn broers zelf, wierpen zich ter aarde en zeiden: “Beschik over ons, wij zijn uw slaven.” Maar Jozef zei hun: “Weest maar niet bang, bekleed ik soms de plaats van God? Gij hebt kwaad tegen mij beraamd, maar God heeft het ten goede gekeerd, om te bewerken wat nu is geschied: het behoud van een talrijk volk. Weest dus niet bang, ik zal voor u en uw kleine kinderen zorgen.” Zo stelde hij hen met hartelijke woorden gerust. Jozef bleef in Egypte wonen, samen met de familie van zijn vader, hij werd honderdentien jaar oud. Jozef zag het derde geslacht van Efraïm, en ook de zonen van Makir, de zoon van Manasse, werden op zijn knieën geboren. Daarna sprak Jozef tot zijn broers: “Ik ga sterven, maar eens toont God zijn macht en leidt u van hier naar het land, dat Hij onder ede beloofd heeft aan Abraham, Isaäk en Jakob.” Jozef bezwoer de zonen van Israël: “Als God u zijn macht toont, dan moet ge mijn gebeente van hier meevoeren.” Toen stierf Jozef, honderdentien jaar oud. Hij werd gebalsemd en in Egypte in een sarkofaag gelegd.

Tussenzang (Ps. 105/104)

Refrein: Ziet toe, geringen, en weest verheugd, schept moed, gij allen die God zoekt (Ps. 69/68, 33).
Verheerlijkt de Heer en aanbidt zijn Naam, verkondigt de volken zijn daden. Bezingt Hem en tokkelt de snaren voor Hem, verhaalt al zijn wondere werken.
Gaat groot op de heilige Naam van de Heer, verheugt u, gij die Hem aanhangt. Verlaat u op Hem, op zijn machtige arm, blijft altijd zijn Aanschijn zoeken.
Gij, kroost van zijn dienaar Abraham, gij zonen van Jakob, zijn welbeminde. De Heer, Hij is onze enige God, wat Hij beslist, geldt voor heel de aarde.

Vers voor het evangelie (Ps. 19/18, 9)

Alleluia. Uw voorschriften, Heer, zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs. Alleluia.

Evangelie (Mt. 10, 24-33)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “De leerling staat niet boven zijn meester en de dienaar niet boven zijn heer. Voor de leerling moet het voldoende zijn behandeld te worden als zijn meester, voor de dienaar als zijn heer behandeld te worden. Als men het hoofd van het huisgezin als Beëlzebub durft noemen, hoeveel te meer dan zijn huisgenoten. Weest niet bang voor hen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets is verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die èn ziel èn lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet één mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd, gij zijt toch méér waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader, die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen, hem zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader, die in de hemel is.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share