Dagelijks Brood Lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 5 – 10 augustus 2019

gedaanteverandering-van-de-heer-olvternood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 5 – 10 augustus 2019
18e week van door het jaar

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 5 augustus

Eerste lezing (Num. 11, 4b-15)

In die dagen begonnen de Israëlieten opnieuw te jammeren. Ze zeiden: “Wie kan ons aan vlees helpen! Wij hebben heimwee naar de vis die wij in Egypte voor niets te eten kregen, naar de komkommers en de meloenen, naar de prei, de uien en het knoflook. Wij drogen uit! Er is niets! Wij krijgen alleen maar manna te zien.” Het manna geleek op korianderzaad en zag er uit als balsemhars. Het volk verspreidde zich om het bijeen te rapen. Dan maalden zij het met een handmolen of stampten het fijn in een vijzel. Ze kookten het in een pot en maakten er koeken van, zodat het smaakte als oliegebak. Met de dauw viel ‘s nachts ook het manna op het kamp neer. Toen Mozes hoorde, hoe het volk, familie voor familie, bij de ingang van de tenten zat te jammeren, en toen de Heer in hevige toorn ontstak, werd hij ontstemd. Hij vroeg de Heer: “Waarom doet Gij uw dienaar dit verdriet aan? Zijt Gij mij zo weinig genegen, dat Gij mij de last van heel dat volk laat dragen? Het lijkt wel of ik van heel dat volk zwanger ben geweest en het ter wereld heb gebracht, dat Gij mij zegt: Draag het aan uw hart, zoals een voedster een zuigeling draagt, en dat Gij mij beveelt het naar het land te brengen, dat gij zijn vaderen onder ede beloofd hebt. Waar haal ik vlees vandaan voor heel dat volk? Het jammert tegen mij: Geef ons toch vlees te eten! Ik kan de last van heel dat volk niet alleen dragen. Het is mij te zwaar! Indien Gij zo met mij blijft doen, dood mij dan maar, als Gij mij genadig wilt zijn. Dan hoef ik mijn ellende niet langer te zien.”

tussenzang (Ps. 81/80)

Huldigt de Heer, onze sterkte!
Israël heeft mijn stem niet gehoord, zegt de Heer, mijn volk gehoorzaamde niet. Toen liet ik hen los met hun hard gemoed, zij gingen hun eigen wegen.
Ach, luisterde nu mijn volk maar naar Mij, bewandelde Israël nu maar mijn paden; dan bracht Ik hun vijanden aanstonds ten val en zou Ik mijn hand keren tegen hun kwellers.
Dan zouden Gods vijanden hen naar de mond zien en zo zou het blijven voor immer. Dan zou Ik mijn volk met tarwebloem voeden, met honing verzadigen uit de rots.

Vers voor het evangelie (Joh. 8,12)

Alleluia. Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer; wie Mij volgt zal het licht des levens bezitten. Alleluia.

Evangelie (Mt. 14, 13-21)

Toen Jezus het bericht van de moord op Johannes vernomen had,voer Hij vandaar in een boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Maar het gerucht hiervan drong tot het volk door en het ging Hem te voet uit hun steden achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen, en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: “Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.” “Het is niet nodig dat zij weggaan – zei Jezus hun – geeft gij hun maar te eten.” Doch zij antwoordden: “Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.” Waarop Jezus sprak: “Brengt die dan hier.” En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken brak Hij de broden, die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.

Dinsdag 6 augustus – Feest van de Gedaanteverandering van de Heer

Eerste lezing (Dan. 7, 9-10.13-14)

In mijn visioen zag ik dat er tronen werden geplaatst en dat een hoogbejaarde zich neerzette. Zijn gewaad was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol. Zijn troon bestond uit vlammen, de wielen ervan uit laaiend vuur. Een stroom van vuur welde op en vloeide voor Hem uit. Duizendmaal duizenden dienden Hem en tienduizendmaal tienduizenden stonden voor Hem. Het gerechtshof zette zich neer en de boeken werden geopend. In mijn nachtelijk visioen zag ik met de wolken des hemels iemand aankomen, die op een mens geleek. Hij ging naar de hoogbejaarde en werd voor Hem geleid. Toen werd Hem heerschappij gegeven, luister en koninklijke macht; alle volken, stammen en talen brachten Hem hun hulde. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat, zijn koninkrijk gaat nooit te gronde.

Tussenzang (Ps. 97/96)

De Heer is koning: heel de aarde staat onder zijn macht.
De Heer is koning, de aarde mag juichen, blij zijn de landen rondom de zee. Donkere wolken vormen zijn lijfwacht, recht en gerechtigheid dragen zijn troon.
Bergen smelten als was voor de Heer, de Heerser van heel de wereld. De hemel verkondigt zijn heiligheid en alle volken aanschouwen zijn glorie. Want heel de aarde staat onder uw macht, Gij zijt de hoogste der goden.

Tweede lezing (2 Petr. 1, 16-19)

Dierbaren, Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen, maar wij spraken als ooggetuigen van zijn luister. Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven Majesteit dit woord tot Hem gericht werd: “Deze is mijn geliefde Zoon in Wie Ik mijn welbehagen heb.” En deze stem hebben wijzelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem waren op de heilige berg. Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag.

Vers voor het evangelie (Mt. 17, 5c)

Alleluia. Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem. Alleluia.

Evangelie (Lc. 9, 28b-36)

In die tijd nam Jezus Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg om er te bidden. Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit. En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia, die in heerlijkheid verschenen waren, en zij spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaar wakker geworden, zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen, die bij Hem stonden. Toen dezen van Hem heen wilden gaan, zei Petrus tot Jezus: “Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten wij drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk, die hen overschaduwde. Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bevangen. Uit de wolk klonk een stem die sprak: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem.” Terwijl de stem weerklonk, bemerkten zij, dat Jezus alleen was. Zij zwegen erover en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.

Woensdag 7 augustus – HH. Sixtus II, paus, en gezellen, martelaren

Eerste lezing (Num. 13, 1-2a.25-14, 1.26-29.34-35)

In die dagen sprak de Heer tot Mozes: “Zend mannen uit om Kanaän te verkennen, het land dat ik aan de Israëlieten geef.” Na veertig dagen keerden zij van hun verkenningstocht terug. Toen begon de hele gemeenschap luid te roepen en bleef heel die nacht jammeren. De Heer sprak tot Mozes en Aäron: “Mijn geduld met deze verdorven gemeenschap die tegen Mij mort is uitgeput! Dat voortdurend gemor van de Israëlieten heb Ik nu genoeg gehoord. Zeg hun: Zo waar Ik leef – aldus spreekt de Heer – wat Ik u heb horen zeggen, dat zal Ik ook met u doen. In deze woestijn zullen de lijken liggen van allen die tegen Mij hebben gemord, van al uw ingeschrevenen, van ieder boven twintig jaar. Voor elke dag van de veertig dat gij het land verkend hebt, zult gij één jaar uw misdaden boeten, veertig jaar in totaal, zodat gij weet wat het betekent u tegen Mij te verzetten. Ik, de Heer, heb gesproken. Dit zal Ik zeker doen met heel deze verdorven gemeenschap, die tegen Mij heeft samengespannen: in deze woestijn zullen zij tot de laatste man sterven.”

Tussenzang (Ps. 106/105)

Vergeet mij niet, Heer, die uw volk welgezind zijt. Of: Alleluia.
Wij hebben gezondigd zoals onze vaderen, onrecht bedreven en kwaad gedaan. Want onze vaderen in Egypte vergaten de wonderen die Gij deed.
Spoedig vergaten zij wat Gij gedaan had, verlieten zich niet meer op uw beleid. Zij gaven aan gulzigheid toe in de steppe en stelden God eisen in de woestijn.
Zij waren vergeten dat God hen gered had, Hij die in Egypte zijn macht had getoond; die wonderdaden verricht had in Cham en bij de Rietzee verbazende dingen.
Hij dacht er al aan hen los te laten toen Mozes, zijn vriend, tussenbeide kwam. Die pleitte voor hen om hen niet te verdelgen en wendde Gods toorn van hen af.

Vers voor het evangelie (Joh. 14, 5)

Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer; niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Alleluia.

Evangelie (Mt. 15, 21-28)

In die dagen trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon. Op een gegeven ogenblik trad een Kananese vrouw uit dat gebied naar voren, luid roepend: “Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld.” Maar Hij gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek: “Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.” Hij antwoordde: “Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden.” Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: “Heer, help mij!” Hij gaf haar ten antwoord: “Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.” “Wel waar, Heer, – sprak zij – want de honden eten immers toch ook de kruimels, die van de tafel van hun meesters vallen.” Daarop zei Jezus haar: “Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd.” En van dat ogenblik was haar dochter genezen.

Donderdag 8 augustus – Heilige Dominicus, priester

Eerste lezing (Num 20, 1-13)

In die dagen kwam heel de gemeenschap van de Israëlieten in de woestijn Sin. Tijdens het verblijf van het volk in Kades overleed Mirjam en werd ter plaatse begraven. Eens was er geen water voor de gemeenschap. Het volk liep toen te hoop tegen Mozes en Aäron en begon Mozes verwijten te doen. Zij zeiden: “Waren wij maar door ingrijpen van de Heer gestorven zoals onze broeders! Hebt gij de gemeente van de Heer naar deze woestijn geleid om er mens en dier de dood te laten vinden? Waarom hebt ge ons uit Egypte geleid naar dit ellendig oord waar geen koren is, geen vijg, geen wijnstok, geen granaatappel, en zelfs geen water?” Toen verwijderden Mozes en Aäron zich van de gemeente en wierpen zich ter aarde. De heerlijkheid van de Heer verscheen hun en God sprak tot Mozes: “Neem de staf en roep met uw broer Aäron de gemeente bijeen. Gij moet in hun bijzijn de rots gebieden water te geven; dan zult gij uit die rots water doen stromen en de gemeenschap en het vee laten drinken.” Mozes nam de staf uit het heiligdom, zoals de Heer hem gezegd had. Toen riepen Mozes en Aäron de gemeente voor de rots bijeen. Mozes zei tot hen: “Luister, weerspannigen! Zullen wij voor mensen als u water uit deze rots laten stromen?” Mozes hief zijn hand op en sloeg met zijn staf op de rots, tweemaal: toen stroomde er volop water uit, zodat de gemeenschap en het vee konden drinken. Maar de Heer zei tot Mozes en Aäron: “Uw vertrouwen op Mij is niet zo groot geweest, dat gij tegenover de Israëlieten mijn heiligheid hebt hooggehouden. Daarom zult gij deze gemeente niet binnenleiden in het land, dat Ik hun gegeven heb.”
Dat water is het water van Meriba, waar de Israëlieten de Heer verwijten deden en Hij bij hen zijn heiligheid openbaarde.

Tussenzang (Ps. 95/94)

Luistert heden naar de stem van de Heer, en weest niet halsstarrig.
Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten, juichen wij toe de Rots van ons heil. Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang, Hem met liederen eren.
Komt, laat ons aanbiddend ter aarde vallen, neerknielen voor Hem die ons schiep. Hij is onze God en wij zijn volk, Hij is de herder en wij zijn kudde.
Luistert heden dan naar zijn stem: weest niet halsstarrig als eens in Meriba, zoals in Massa in de woestijn; waar uw vaderen Mij wilden tarten, ofschoon zij mijn daden hadden gezien.

Vers voor het evangelie (Joh. 14, 23)

Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 16, 13-23)

Toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: “Wie is volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Zij antwoordden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.” “Maar gij – sprak Hij tot hen – wie zegt gij dat Ik ben?” Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam: “Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.” Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen, dat Hij de Christus was. Van dat ogenblik af begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij, na ter dood gebracht te zijn op de derde dag zou verrijzen. Toen nam Petrus Jezus ter zijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: “Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!” Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: “Ga weg satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”

Vrijdag 9 augustus – Feest van de heilige Teresia Benedicta van het Kruis, maagd en martelares, patrones van Europa

Eerste lezing (Hos. 2, 16b.17b.21-22)

Dit zegt de Heer: “Ik zal haar naar de woestijn leiden en Ik zal spreken tot haar hart. Daar wordt zij weer gewillig, zoals in de dagen van haar jeugd toen zij optrok uit Egypte. Ik neem u als mijn bruid, voor altijd, als mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in goedheid en erbarming, als mijn bruid, in onverbrekelijke trouw: dan zult gij de Heer leren kennen.”

Tussenzang (Ps. 45/44)

Zie, de bruidegom is daar, ga Christus, de Heer, tegemoet.
Luister, dochter, wees aandachtig, vergeet uw volk, vergeet uw vaderhuis. Uw schoonheid wekt de liefde van de koning, breng hem uw hulde, want hij is uw heer.
Daar treedt de koningsdochter binnen in haar schoonheid, haar klederen van goud-doorweven stof. In kleurenpracht gehuld leidt men haar tot de koning, met haar gevolg van maagden komt zij naderbij.
Men haalt hen in met blijdschap en gejuich, zij treden binnen in de koninklijke woning. Uw zonen nemen eens de plaats in van uw vader, zij zullen vorsten zijn in heel het land.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Bruid van Christus, kom naderbij en ontvang de kroon die de Heer van eeuwigheid voor u heeft weggelegd. Alleluia.

Evangelie (Mt. 25, 1-13)

In die tijd vertelde Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis: “Het is met het Rijk der hemelen als met tien meisjes, die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig. Want de dommen namen wel hun lampen mee, maar geen olie; de verstandigen echter namen met hun lampen tevens kruiken olie mee. Toen nu de bruidegom op zich liet wachten, dommelden zij allen in en sliepen. Maar midden in de nacht klonk er geroep: Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet! Meteen werden al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde. De dommen zeiden tegen de verstandigen: Geef ons wat olie, want onze lampen gaan uit. Maar de verstandigen antwoordden: Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen. Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf. Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen, kwam de bruidegom, en die klaar stonden traden met hem binnen om bruiloft te vieren; en de deur ging op slot. Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden: Heer, heer, doe open! Maar hij antwoordde: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet. Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.

Zaterdag 10 augustus – Feest van de heilige Laurentius, diaken en martelaar

Eerste lezing (2 Kor. 9, 6-10)

Broeders en zusters, bedenkt: wie karig zaait zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij, altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: “Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn milddadigheid zal immer blijven.” Hij die de zaaier zaad verschaft en voedsel om te eten, zal ook u zaaigoed verschaffen en het vermenigvuldigen en de oogst van uw milddadigheid doen gedijen.

Tussenzang (PS. 112/111)

Goed gaat het de mens die weggeeft en leent.
Gelukkig de mens die ontzag heeft voor God, die vreugde vindt in zijn geboden. Zijn kroost zal machtig zijn in het land, gezegend zal zijn het geslacht van de vrome.
Goed gaat het de mens die weggeeft en leent, die eerlijk zijn zaken behartigt. In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk, men blijft hem voor eeuwig gedenken.
Voor slechte tijding is hij niet bang, hij blijft ongeschokt op de Heer vertrouwen. Standvastig en zonder vrees zet hij door tot hij op zijn vijanden neerziet.
Met mildheid deelt hij aan armen uit, hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen. Zijn macht en zijn aanzien vermeerderen steeds; de zondaar zal het met afgunst aanschouwen.

Vers voor het evangelie (Joh. 8, 12b)

Alleluia. Wie Mij volgt dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het levenslicht bezitten. Alleluia.

Evangelie (Joh 12, 24-26)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort. Wie zijn leven bemint, verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat zal het ten eeuwigen leven bewaren. Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij volgen; waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient zal de Vader hem eren.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share