Dagelijks Brood Lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 29 juli – 3 augustus 2019

heilige-martha-van-bethanie-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 29 juli – 3 augustus 2019
17e week van door het jaar

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 29 juli – H. Martha

Eerste lezing (Ex. 32, 15-24.30-34)

In die dagen begaf Mozes zich op weg en daalde de berg af. Hij had de twee platen met de tekst van het verbond bij zich, de platen die aan beide kanten beschreven waren, ze waren aan twee kanten beschreven, aan de voorkant, maar ook aan de achterkant. De platen waren Gods eigen werk, het schrift was Gods eigen schrift, Hij had het er zelf ingegrift. Toen Jozua het gejoel in het kamp hoorde zei hij tot Mozes: “Dat lijkt wel het rumoer van een veldslag in het kamp.” Hij antwoordde: “Het zijn geen juichkreten van overwinnaars, en het is ook geen gejammer van overwonnenen, ze zijn aan het zingen.”
Toen Mozes dichter bij het kamp kwam, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Hij werd razend en smeet de platen tegen de voet van de berg aan stukken. Toen greep hij het beeld dat zij gemaakt hadden, gooide het in het vuur, verpulverde het, strooide de as in het water en liet dat de Israëlieten drinken.
Toen vroeg Mozes aan Aäron: “Wat heeft het volk toch met je gedaan, dat je het tot zo’n zware zonde hebt laten komen?” Aäron gaf ten antwoord: “Mijn heer moet niet kwaad zijn. U weet zelf hoe dit volk tot kwaad geneigd is.
Ze vroegen mij: Maak een god die voor ons uittrekt. Want die Mozes, de man die ons uit Egypte heeft geleid, we weten niet wat er met hem aan de hand is. Ik antwoordde: Laat iedereen, die goud draagt, dit afdoen. Toen brachten ze mij het goud, ik wierp het in het vuur en zo zijn we aan dit stierenbeeld gekomen.”
De volgende dag zei Mozes tot het volk: “Gij hebt zwaar gezondigd. Maar ik zal weer de berg opgaan, naar de Heer. Misschien kan ik verzoening bewerken voor uw zonden.” Mozes ging weer naar de Heer en sprak: “Helaas, dit volk heeft zwaar tegen U gezondigd door een god van goud te maken. Kunt Gij hun toch geen vergiffenis schenken? Als dat niet gaat, schrap mij dan uit het boek dat Gij hebt geschreven.” De Heer antwoordde Mozes: “Ik schrap uit mijn boek alleen wie tegen Mij zondigt. Breng het volk maar naar de plaats, die Ik u heb aangewezen. Mijn engel zal voor u uitgaan. Maar de dag van vergelding komt en dan zal Ik hen hun zonden vergelden.”

Tussenzang (Ps. 106/105)

Refrein: Verheerlijkt de Heer, omdat Hij ons weldoet. Of: Alleluia.
Het volk maakte een heilig kalf bij de Horeb en wierp zich neer voor een gietsel van goud. Hun Glorie ruilden zij tegen een afgod, het beeld van een grasetend rund.
Zij waren vergeten dat God hen gered had, Hij die in Egypte zijn macht had getoond, die wonderdaden verricht had in Cham en bij de Rietzee verbazende dingen.
Hij dacht er al aan hen los te laten, toen Mozes, zijn vriend, tussenbeide kwam. Die pleitte voor hen om hen niet te verdelgen en wendde Gods toorn van hen af.

Vers voor het evangelie (Ps. 145/144, 13cd)

Alleluia. Waarachtig is God in al zijn woorden en heilig in al wat Hij doet. Alleluia.

Evangelie (Mt. 13, 31-35)

In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide. Weliswaar is dit het allerkleinste zaadje, maar wanneer het is opgeschoten, is het groter dan de andere tuingewassen, het wordt een boom, zodat de vogels in zijn takken komen nestelen.”
Nog een andere gelijkenis vertelde Hij hun: “Het Rijk der hemelen gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren.”
Dit alles sprak Jezus tot het volk in gelijkenissen en zonder gelijkenissen leerde Hij hun niets, opdat in vervulling zou gaan het door de profeet gesproken woord: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal openbaren wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld.

Dinsdag 30 juli

Eerste lezing (Ex. 33, 7-11a; 34, 5b-9.28)

In die dagen sloeg Mozes telkens de tent op buiten het kamp, op een behoorlijke afstand; hij noemde haar: tent van samenkomst. Iedereen die de Heer iets wilde vragen ging naar deze tent buiten het kamp. Als Mozes zich naar de tent begaf gingen alle mensen voor de ingang van hun tent staan, en bleven hem nakijken tot hij in de tent was verdwenen. En als Mozes dan binnen was, daalde de wolkkolom neer en bleef staan boven de ingang van de tent. Dan sprak de Heer tot Mozes. Zodra de mensen de wolkkolom boven de ingang van de tent zagen staan, bogen zij zich neer bij de ingang van hun tent.
De Heer sprak dan tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een mens met zijn medemens spreekt. En Mozes riep de Naam ‘Heer’ uit. De Heer ging Mozes voorbij en riep: “Heer! God de Heer is een barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw, die goedheid bewijst aan duizenden, die misdaden, overtredingen en zonden vergeeft, maar een schuldige niet ongestraft laat, en de misdaden van de vaders straft in hun kinderen en kleinkinderen, in het derde en vierde geslacht.” Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. Toen sprak hij: “Och Heer, wees zo goed en trek met ons mee. Dit volk is wel halsstarrig, maar vergeef toch onze misdaden en zonden, en beschouw ons als uw eigen bezit.” Mozes bleef daar veertig dagen en veertig nachten bij de Heer, zonder te eten of te drinken. En de Heer grifte de bepalingen van het verbond, de tien geboden, in de stenen platen.

Tussenzang (Ps. 103/102)

Refrein: De Heer is barmhartig en welgezind.
De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet, Hij laat de verdrukten recht wedervaren. Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, Hij toonde zijn werken aan Israëls zonen.
De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren. Hij blijft niet voortdurend verwijten maken, Hij is niet voor eeuwig vertoornd.
Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld. Zo wijd als de hemel de aarde omspant, zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west, zo ver verdrijft Hij van ons de zonde. Zo zeer als een vader zijn kinderen liefheeft, zo zeer heeft de Heer zijn dienaren lief.

Vers voor het evangelie (cf. Hand. 16, 14b)

Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon. Alleluia.

Evangelie (Mt. 13, 36-43)

In die tijd liet Jezus de menigte gaan en keerde naar huis terug. Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden: “Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker.” Hij gaf hun ten antwoord: “Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon, de akker is de wereld. Het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk; het onkruid zijn de kinderen van het kwaad, en de vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand, zo zal het ook gaan op het einde van de wereld. De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit zijn Rijk bijeenbrengen allen die tot zonde verleiden en ongerechtigheid bedrijven om hen in de vuuroven te werpen, waar geween zal zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon. Wie oren heeft, hij luistere.”

Woensdag 31 juli – H. Ignatius van Loyola, priester

Eerste lezing (Ex. 34, 29-35)

Toen Mozes de berg Sinaï afdaalde met de twee stenen platen, de tekst van het verbond, was hij zich er niet van bewust dat zijn gezicht glansde, omdat hij met God gesproken had. Maar Aäron en de overige Israëlieten zagen de glans op het gezicht van Mozes wel, en zij durfden hem niet te naderen. Maar toen Mozes hen riep, kwamen Aäron en al de leiders van de gemeenschap naar hem toe. Mozes bracht hun verslag uit. Daarna kwamen al de Israëlieten naar hem toe. Hij hield hun alles voor wat de Heer hem op de berg Sinaï gezegd had. Toen Mozes zijn toespraak beëindigd had, deed hij een doek over zijn gezicht. En telkens als Mozes naar de Heer ging om hem te spreken, deed hij de doek af tot hij weer buiten kwam. Als hij dan, naar buiten gekomen, de Israëlieten ging meedelen wat zij moesten doen, deed hij, om de Israëlieten de glans op zijn gezicht niet te laten zien, de doek weer over zijn gezicht tot hij opnieuw naar binnen ging om met de Heer te spreken.

Tussenzang (Ps. 99/98)

Refrein: Heilig is Hij, de Heer onze God.
Verheerlijkt de Heer, onze God, en werpt u neer voor zijn voetbank, want Hij is heilig!
Mozes en Aäron waren zijn priesters, Samuël hoorde tot zijn aanbidders. Zij hebben geluisterd naar zijn bevelen, naar al wat Hij hen gebood.
Verheerlijkt de Heer onze God en werpt u neer voor zijn heilige berg, want heilig is Hij, de Heer onze God.

Vers voor het evangelie (Mt. 4, 4b)

Alleluia. Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt. Alleluia.

Evangelie (Mt. 13, 44-46)

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond verborg hij hem weer en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar.”

Donderdag 1 augustus – H. Alfonsus Maria de’Liguori, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (Ex. 40, 16-21.34-38)

In die dagen bracht Mozes alles ten uitvoer zoals de Heer had voorgeschreven. De woning, de tent van samenkomst, werd opgesteld in de eerste maand van het tweede jaar, op de eerste van de maand. Mozes liet de woning opstellen: men plaatste de voetstukken, bevestigde de schotten, bracht de verbindingslatten aan en richtte de palen op. De tent werd over de woning gespannen en daaroverheen werd het tentdak gelegd, zoals de Heer Mozes bevolen had. Mozes legde de verbondsakte in de ark, schoof de draagstangen aan de ark en legde er de dekplaat op. Hij bracht de ark in de woning, hing het voorhangsel op, zodat de ark met de verbondsakte, naar het bevel van de Heer, aan het gezicht werd onttrokken. Toen overdekte de wolk de tent van samenkomst en vulde de heerlijkheid van de Heer de woning. En Mozes kon de tent niet binnengaan, want de wolk rustte erboven, en de heerlijkheid van de Heer vulde de woning. Op heel hun tocht trokken de Israëlieten telkens pas verder als de wolk zich van de woning verhief. Als de wolk zich niet verhief, bleven zij wachten. Op heel hun tocht rustte overdag de wolk van de Heer boven de woning, maar ‘s nachts was er een vuurgloed, die zichtbaar was voor alle Israëlieten.

Tussenzang (Ps. 84/83)

Refrein: Hoe lief is mij uw woning, Heer der hemelmachten.
Mijn ziel verlangt en hunkert naar uw heiligdom. Mijn hart en heel mijn wezen gaan juichend uit naar U, de God die leeft.
Want zelfs de mussen vinden wel een schuilplaats, de zwaluwen een nestje voor hun broed, voor mij is dat uw altaar, Heer der hemelmachten, mijn koning en mijn God!
Gelukkig zij, die wonen in uw huis, o Heer, die U daar altijd mogen prijzen. Gelukkig die op U mag steunen en zijn weg vervolgen met hernieuwde kracht.
Voor mij is één dag in uw voorhof beter dan elders duizend dagen. Veel liever sta ik op de drempel van Gods huis, dan dat ik te gast ben in de tent van zondaars.

Vers voor het evangelie (Mt. 11, 25)

Alleluia. Ik prijs U, vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen hebt geopenbaard aan kinderen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 13, 47-53)

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een sleepnet dat, in zee geworpen, vissen van allerlei soort bijeenbracht. Toen het vol was trok men het op het strand; men zette zich neer om de goede vissen uit te zoeken en in manden te doen, de slechte echter werden weggeworpen. Zo zal het ook gaan op het einde van de wereld: de engelen zullen uittrekken om de slechten tussen de rechtvaardigen uit te zoeken en in de vuuroven te werpen. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Hebt gij dit alles begrepen?” Zij antwoordden Hem: “Ja.” Hij zei hun: “Daarom is iedere schriftgeleerde, die onderwezen is in het Rijk der hemelen, gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt.” Toen Jezus deze gelijkenissen had beëindigd, ging Hij vandaar weg.

Vrijdag 2 augustus

Eerste lezing (Lev. 23, 1.4-11.15-16.27.34b-37)

In die dagen sprak God tot Mozes: “Dit zijn de feesten voor de Heer, de heilige dagen, die gij op de gestelde tijd moet vieren. De veertiende dag van de eerste maand, tegen zonsondergang, is het Pasen ter ere van de Heer. De vijftiende dag van die maand is het feest van de ongezuurde broden ter ere van de Heer; dan moet gij zeven dagen ongezuurd brood eten. De eerste dag is voor u een heilige dag; ge moogt dan niet werken. Zeven dagen achtereen moet gij God de Heer offers aanbieden. De zevende dag is een heilige dag; dan moogt ge niet werken.” God sprak tot Mozes: “Zeg aan de Israëlieten: Wanneer gij in het land komt, dat Ik u schenk, en er de oogst binnenhaalt, moet ge de eerste schoof naar de priester brengen. Staande voor de Heer, zondert hij deze af als aandeel van de priester; dan schept de Heer behagen in u. Dit moet daags na de sabbat geschieden. Vanaf de dag na de sabbat, waarop ge de schoof hebt gebracht, die voor de priester bestemd is, moet ge zeven sabbatten tellen. En daags na de zevende sabbat, op de vijftigste dag, moet ge aan de Heer vers graan offeren. De tiende dag van de zevende maand is de dag van verzoening; het is een heilige dag voor u. Gij moet dan uzelf kastijden en een offer opdragen aan de Heer. Op de vijftiende dag van de zevende maand begint het loofhuttenfeest ter ere van de Heer, dat zeven dagen duurt. De eerste dag is een heilige dag; ge moogt dan niet werken. Zeven dagen achtereen moet ge offers opdragen aan de Heer. De achtste dag is voor u een heilige dag; ook dan moet ge offers opdragen aan de Heer. Dat is het slotfeest; ge moogt dan niet werken. Dat zijn de feesten ter ere van de Heer, die ge als heilige dagen moet vieren en waarop gij hem offers moet brengen brandoffers, meeloffers, slachtoffers en plengoffers, al naar gelang de verschillende dagen.”

Tussenzang (Ps. 81/80)

Refrein: Huldigt de Heer, onze sterkte!
Laat horen uw liederen, slaat de cimbalen, speelt op uw citer en lier. Laat schallen de hoorn op nieuwe maan, op volle maan, onze feestdag.
Zoals het voor Israël vastgesteld is, bevolen door Jakobs God; zoals Hij het volk van Jozef gebood toen Hij ten strijde trok tegen Egypte:
Nooit mag er een vreemde god zijn bij u, aanbid geen goden uit andere landen. Want Ik ben de Heer, uw enige God, die u uit Egypte geleid heb.

Vers voor het evangelie (cf. Lc. 8, 15)

Alleluia. Zalig zij die het Woord Gods dat zij hoorden in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid. Alleluia.

Evangelie (Mt. 13, 54-58)

In die tijd begaf Jezus zich naar zijn vaderstad en onderwees hen in hun synagoge, zodat ze verbaasd zeiden: “Waar heeft Hij die wijsheid vandaan en de macht om wonderen te doen? Is Hij niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus, Jozef, Simon en Judas? Wonen zijn zusters niet allen bij ons? Waar heeft Hij dat alles vandaan?” En zij namen er aanstoot aan. Maar Jezus sprak tot hen: “Een profeet wordt overal geëerd, behalve in zijn eigen stad en in zijn eigen kring.” En wegens hun ongeloof deed Hij daar niet veel wonderen.

Zaterdag 3 augustus

Eerste lezing (Lev. 25,1.8-17)

God sprak tot Mozes op de berg Sinaï: “Na verloop van zeven sabbatjaren, zevenmaal zeven jaar, tezamen negenenveertig jaar, moet gij op de dag van verzoening, de tiende dag van de zevende maand, luid de bazuin laten klinken. In heel uw land moet gij de bazuin laten schallen. Dat vijftigste jaar moet een heilig jaar voor u zijn: dan moet ge in het land afkondigen dat alle bewoners hun slaven vrijlaten. Het moet een jubeljaar voor u zijn; iedereen wordt hersteld in zijn vroeger bezit en keert terug naar zijn familie. Het vijftigste jaar is een jubeljaar voor u; ge moogt dan niet zaaien, de nagroei niet oogsten en de druiven van uw ongesnoeide wijngaard niet plukken, want het is het jubeljaar; dat moet heilig voor u zijn. Alleen wat het land uit zichzelf voortbrengt, moogt ge eten. In het jubeljaar zal iedereen in zijn vroeger bezit worden hersteld. Wanneer gij een stuk grond verkoopt aan een volksgenoot of grond van hem koopt, moogt ge elkaar niet benadelen. Koopt gij grond van een volksgenoot, dan moet ge bij het vaststellen van de prijs rekening houden met het aantal jaren sinds het laatste jubeljaar. En hij moet de verkoopprijs berekenen naar het aantal jaren, dat het nog oogst opbrengt. De prijs zal hoger zijn, als er nog veel jaren komen, en lager, als er weinig jaren moeten verstrijken, want hij verkoopt u een aantal oogstjaren. Benadeel uw volksgenoot niet; heb eerbied voor uw God. Ik ben de Heer uw God.”

Tussenzang (Ps. 67/66)

Refrein: Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren!
God, wees ons barmhartig en zegen ons, toon ons het licht van uw aanschijn; opdat men op aarde uw wegen mag kennen, in alle landen uw heil.
Laat alle naties van vreugde juichen, omdat Gij de volken rechtvaardig regeert en alles op aarde bestuurt.
De aarde gaf ons haar vruchten, de zegen van onze God. God geve ons zo zijn zegen dat heel de aarde Hem vreest.

Vers voor het evangelie (Joh. 6, 64b.69b)

Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Mt. 14, 1-12)

In die tijd begon Jezus’ vermaardheid tot de viervorst Herodes door te dringen, en hij zei daarom tot zijn hovelingen: “Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is uit de doden opgestaan; vandaar dat die wonderkrachten in hem werken.” Want omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, had Herodes Johannes laten grijpen en geboeid in de gevangenis geworpen, omdat Johannes tot hem gezegd had: Het is u niet geoorloofd haar als vrouw te hebben. Daarom had Herodes hem eigenlijk ter dood willen brengen, maar hij was hiervoor teruggeschrokken, omdat het volk Johannes voor een profeet hield. Toen de dochter van Herodias echter op de verjaardag van Herodes voor het gezelschap danste, beviel zij hem zozeer, dat hij een eed zwoer haar alles te zullen geven wat zij zou vragen. Haar moeder had haar het antwoord ingescherpt en daarom zei ze: “Geef mij, hier nog, op een schotel het hoofd van Johannes de Doper.” Ofschoon dit de koning aan zijn hart ging, wilde hij toch, ook wegens zijn tafelgenoten, zijn eed gestand doen en hij gelastte het te geven. Hij gaf daarom opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Zijn hoofd werd op een schotel binnengebracht en aan het meisje gegeven, dat het aan haar moeder bracht. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen en begroeven het; daarna gingen zij het aan Jezus melden.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share