Dagelijks Brood Lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 26-31 augustus 2019

heilige-augustinus-en-monica-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 26 – 31 augustus 2019

21e week van door het jaar

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 26 augustus

Eerste lezing (1 Tess. 1, 1-5.8b-10)

Van Paulus, Silvanus en Timóteüs aan de christengemeente van Tessalonica, die is in God de Vader en de Heer Jezus Christus. Genade voor u en vrede! Wij zeggen God dank voor u allen, telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden. Onophoudelijk gedenken wij voor het aanschijn van God, onze Vader uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus. Wij weten, broeders, dat God u liefheeft en dat gij door Hem zijt uitverkoren, want wij hebben u het evangelie verkondigd, niet alleen met woorden, maar met kracht en heilige Geest en volle overtuiging. Gij weet trouwens zelf wel hoe ons optreden bij u is geweest: het was gericht op uw heil. Allerwegen is uw geloof in God bekend geworden. Wij hoeven niets meer te zeggen, men vertelt zelf hoe wij bij u zijn gekomen en hoe wij door u zijn ontvangen: hoe gij u van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen, en uit de hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de dood heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.

Tussenzang (Ps. 149)

Refrein: Onze Heer, die zijn volk bemint, omkranst de verdrukte met zegekransen. Of: Alleluia.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zijn lof weerklinke te midden der zijnen. Israël juiche zijn Schepper toe, laat Sions zonen hun koning begroeten.
Looft zijn Naam in een heilige dans, bespeelt voor Hem harp en citer. Want onze Heer, die zijn volk bemint, omkranst de verdrukte met zegekransen.
Jubelt dus, heiligen, om uw triomf, viert feest in uw legerplaatsen; gaat met het lied van God in uw mond, een taak die zijn vromen tot eer strekt.

Vers voor het evangelie (1 Joh. 2, 5)

Alleluia. Wie het woord van de Heer bewaart, in Hem is waarlijk Gods liefde volkomen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 23, 13-22)

In die tijd sprak Jezus: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij sluit het Rijk der hemelen af voor de mensen; zelf gaat gij er niet binnen, terwijl gij hun die dit wel willen de toegang verspert. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij doorkruist zee en land om één bekeerling te maken, maar als hij het geworden is, maakt gij hem tot een hellekind, tweemaal erger dan gijzelf. Wee u, blinde leiders, die zegt: Als iemand zweert bij de tempel, dan betekent dat niets; maar als iemand zweert bij het goud van de tempel, dan is hij gebonden. Dwazen en blinden! Wat staat dan hoger: het goud, of de tempel die het goud heilig maakt? Of gij die ook zegt: Als iemand zweert bij het altaar, dan betekent dat niets; maar als iemand zweert bij de offergave die er op ligt, dan is hij gebonden. Blinden! Wat staat hoger: de offergave, of het altaar dat de offergave heilig maakt? Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij, en bij alles wat er op ligt. En wie zweert bij de tempel, zweert daarbij, en bij Hem die erin woont. En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God, en bij Hem die erop zetelt.”

Dinsdag 27 augustus – H. Monica

Eerste lezing (1 Tess. 2, 1-8)

Gij weet zelf, broeders en zusters, dat ons optreden onder u niet vergeefs is geweest. Na de mishandelingen en beledigingen, die wij zoals ge weet in Filippi hadden moeten verduren, hebben wij met de hulp van onze God de moed gevonden om zijn boodschap bij u openlijk en met grote ijver te verkondigen. Onze prediking komt niet voort uit dwaling of onzuivere bedoelingen en wil niemand bedriegen. God zelf heeft ons geschikt bevonden en ons het evangelie toevertrouwd; daarom spreken wij ook niet om bij mensen in de gunst te komen, maar alleen om te behagen aan God, die ons hart toetst. Wij hebben ons nooit afgegeven met vleierij, gij weet het, noch met bedekte hebzucht, God is onze getuige. Wij hebben geen eerbewijzen van mensen gezocht, van u noch van anderen, ofschoon wij als apostelen van Christus ons hadden kunnen laten gelden. Wij zijn even zachtzinnig met u omgegaan als een verpleegster met haar baby’s. We waren u zo innig genegen, dat wij u graag mét het evangelie van God ons eigen leven hadden geschonken; zo lief waart gij ons geworden.

Tussenzang (Ps. 139/138)

Refrein: Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij.
Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij, Gij ziet mij waar ik ga of sta. Van verre kent Gij mijn gedachten, Gij weet waarom ik bezig ben of rust, Gij let op al mijn wegen.
Heer, voor het woord nog op mijn tong is, weet Gij reeds wat ik zeggen ga. Waar ik mij wend, Gij staat op wacht, uw hand rust altijd op mijn schouder. Uw kennis is voor mij te wonderbaar, zo hemelhoog, dat ik ze niet kan vatten.

Vers voor het evangelie (1 Sam. 3, 9; Joh. 6, 69b)

Alleluia. Spreek Heer, uw dienaar luistert; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Mt. 23, 23-26)

In die tijd sprak Jezus: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij betaalt wel tienden van munt, anijs en komijn, maar het gewichtigste van de Wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw, verwaarloost ge. Het ene moet men doen en het andere niet nalaten. Blinde leiders, die de mug uitzift en de kameel doorslikt! Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! De buitenkant van beker en schotel maakt ge schoon, maar van binnen zijn ze gevuld met roof en genotzucht. Blinde Farizeeën, reinigt eerst de beker van binnen, dan wordt de buitenkant van zelf rein.”

Woensdag 28 augustus – H. Augustinus, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (1 Tess. 2, 9-13)

Broeders en zusters, gij herinnert u onze moeite en inspanning. Terwijl wij u het evangelie van God verkondigden, hebben wij dag en nacht gewerkt om maar niemand van u tot last te zijn. Met God kunt gij getuigen hoe vroom en rechtschapen en onberispelijk wij ons tegenover u, gelovigen, hebben gedragen. Gij weet het, als een vader hebben wij ieder van u vermaand en aangemoedigd; wij hebben u bezworen een leven te leiden, God waardig, die u roept tot de heerlijkheid van zijn koninkrijk. En daarom danken wij God zonder ophouden, dat gij het goddelijk woord der prediking van ons hebt ontvangen en aanvaard: niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God; en het blijft werkzaam in u, die gelooft.

Tussenzang (Ps. 139/138)

Refrein: Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij.
Waar zou ik ooit ontkomen aan uw Geest, waar zou ik mij voor uw gelaat verbergen? Al stijg ik naar de hemel op: daar zijt Gij reeds, al daal ik in het dodenrijk: Gij zijt aanwezig.
Al leen ik ook de vleugels van de dageraad en strijk ik neer aan gene zijde van de zee: ook daar is het uw hand die mij blijft leiden, ook daar houdt Gij mij stevig vast.
En zeg ik: laat het duister mij dan dekken, laat alle licht verzwolgen worden door de nacht: dan zal de duisternis voor U niet donker zijn, de nachten even helder als de dagen; voor U zijn licht en duisternis gelijk.

Vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13)

Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

Evangelie (Mt. 23, 27-32)

In die tijd sprak Jezus: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij lijkt op gekalkte graven, die er van buiten wel mooi uitzien, maar van binnen vol zijn met doodsbeenderen en allerhande onreinheid. Zo ziet ook gij van buiten er voor de mensen wel uit als heiligen, maar van binnen zijt gij vol huichelarij en ongerechtigheid. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij bouwt de graven van profeten en versiert de grafmonumenten van heiligen en gij zegt: Als wij geleefd hadden in de tijd van onze vaderen, zouden wij niet medeplichtig geweest zijn aan de moord op de profeten! Gij getuigt dus tegen uzelf, dat gij zonen zijt van profetenmoordenaars. Nu dan, maakt gij de maat van uw vaderen maar vol!”

Donderdag 29 augustus – Marteldood van de Heilige Johannes de Doper

Eerste lezing (1 Tess. 3, 7-13)

Broeders en zusters, om u, om uw geloof, zijn wij met troost vervuld bij alle dwang en druk die wij moeten verduren. Wij leven weer op nu blijkt, dat gij stand houdt in de Heer. Hoe kunnen wij Hem naar waarde danken voor u, voor al de blijdschap die gij ons bezorgt voor het aanschijn van onze God? Dag en nacht bidden wij Hem met de grootste vurigheid, dat wij u mogen weerzien en aanvullen wat aan uw geloof nog ontbreekt. Moge Hij, God onze Vader, en onze Heer Jezus ons de weg naar u banen. En u moge de Heer overvloedig doen toenemen in de liefde voor elkaar en voor allen, zoals ook onze liefde uitgaat naar u. Hij sterke uw hart, zodat gij onberispelijk zijt in heiligheid voor het aanschijn van God onze Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen.

Tussenzang (Ps. 90/89)Vers voor het evangelie (Ps. 25/24, 4c.5a)

Alleluia. Leer mij uw paden kennen, Heer; leid mij volgens uw woord. Alleluia.

Evangelie (Mt. 24, 42-51)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen, zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht. Wie is dus de trouwe en verstandige knecht, die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om hun op tijd het eten te geven? Gelukkig die knecht als de heer bij zijn komst hem daarmee bezig vindt. Voorwaar, Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar is die knecht slecht en zegt hij bij zichzelf: mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de andere knechten te slaan en eet en drinkt hij met dronkaards, dan zal de heer van die knecht komen op een dag waarop hij het niet verwacht, en op een uur dat hij niet kent; en hij zal hem vierendelen en hem het lot doen delen van de huichelaars. Daar zal geween zijn en tandengeknars.”

Vrijdag 30 augustus

Eerste lezing (1 Tess. 4, 1-8)

Broeders en zusters, wij vragen en vermanen u in de Heer Jezus, dat gij de overlevering, die gij van ons hebt ontvangen omtrent een aan God welgevallige levenswandel, nog trouwer naleeft dan gij al doet. Gij kent de voorschriften, die wij u op gezag van de Heer Jezus gegeven hebben. In de eerste plaats wil God, dat gij u heiligt door u te onthouden van ontucht. Ieder van u moet met zijn vrouw leven in heilige tucht en eerbaarheid, zonder zich door hartstocht te laten meeslepen zoals de heidenen, die God niet kennen. Laat niemand zich te buiten gaan en zijn broeder in deze aangelegenheid tekort doen, want de Heer straft dit alles, zoals wij u vroeger al met nadruk verklaard hebben. God heeft ons niet geroepen tot onkuisheid, maar tot heiliging. Derhalve, wie deze vermaningen in de wind slaat veracht niet een mens, maar God, Hem die u zijn heilige Geest schenkt.

Tussenzang (Ps. 97/96)

Refrein: Weest blij in de Heer, gij vromen.
De Heer is koning, de aarde mag juichen, blij zijn de landen rondom de zee, recht en gerechtigheid dragen zijn troon.
Bergen smelten als was voor de Heer, de heerser van heel de wereld. De hemel verkondigt zijn heiligheid en alle volken aanschouwen zijn glorie.
De Heer heeft hen lief die het kwade haten, Hij houdt over zijn getrouwen de wacht en redt hen uit wrede handen.
Steeds komt er licht voor de vromen, geluk voor oprechten van hart. Weest blij in de Heer, gij vromen, verheerlijkt zijn heilige Naam.

Vers voor het evangelie (Ps. 27/26, 11)

Alleluia. Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand, leid mij langs effen paden. Alleluia.

Evangelie (Mt. 25, 1-13)

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen in gelijkenissen. Hij zei: “Dan zal het met het Rijk der hemelen zijn als met tien meisjes, die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig. Want de dommen namen wel hun lampen mee, maar geen olie; de verstandigen echter namen met hun lampen tevens kruiken olie mee. Toen nu de bruidegom op zich liet wachten, dommelden zij allen in en sliepen. Maar midden in de nacht klonk er geroep: Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet! Meteen waren al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde. De dommen zeiden tegen de verstandigen: Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit. Maar de verstandigen antwoordden: Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen. Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf. Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen, kwam de bruidegom, en die klaar stonden traden met hem binnen om bruiloft te vieren; en de deur ging op slot. Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden: Heer, heer, doe open! Maar hij antwoordde: Voorwaar, ik zeg u: Ik ken u niet. Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.”

Zaterdag 31 augustus

Eerste lezing (1 Tess. 4, 9-12)

Broeders en zusters, over de broederliefde is het niet nodig u te schrijven. Zelf hebt gij van God geleerd elkander te beminnen, en gij beoefent de liefde dan ook jegens alle broeders in heel Macedonië. Wij sporen u alleen aan, broeders en zusters, dit nog veel meer te doen. Stelt er een eer in rustig uw eigen zaken te behartigen en met eerlijke arbeid in uw onderhoud te voorzien, zoals wij u bevolen hebben. Dan zal uw gedrag een waardige indruk maken op de buitenstaanders en zijt gij van niemand afhankelijk.

Tussenzang (Ps. 98/97)

Refrein: Rechtvaardig bestuurt God de wereld, de volken met billijkheid.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed. Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm.
De zee stemt in met al haar gedierte, de aarde met al wat daar leeft; de beken klateren bijval, de bergen jubelen mee.
Zij groeten de Heer, die nabij komt, die nadert als koning der aarde. Rechtvaardig bestuurt Hij de wereld, de volken met billijkheid.

Vers voor het evangelie (Ps. 95/94, 8ab)

Alleluia. Luistert heden naar de stem van de Heer en weest niet halsstarrig. Alleluia.

Evangelie (Mt. 25, 14-30)

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen in gelijkenissen. Hij zei: “Het zal met het Rijk der hemelen zijn als met de man, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn dienaars bij zich riep om hun zijn bezit toe te vertrouwen. Aan de een gaf hij vijf talenten, aan de andere twee, aan een derde één, ieder naar zijn bekwaamheid. Daarna vertrok hij. Die de vijf talenten gekregen had, ging er terstond mee werken en verdiende er vijf bij. Zo verdiende ook degene, die de twee gekregen had, er twee bij. Maar die dat ene had gekregen, ging een gat in de grond graven en het geld van zijn heer verbergen. Een hele tijd later kwam de heer van die dienaars terug en hield afrekening met hen. Die de vijf talenten gekregen had, trad naar voren en bood nog vijf talenten aan met de woorden: Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier, vijf talenten heb ik erbij verdiend. Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer. Nu trad die van de twee talenten naar voren en zei: Heer, twee talenten hebt gij me toevertrouwd; ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend. Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer. Tenslotte trad ook die het ene talent had gekregen naar voren en zei: Heer, ik heb ervaren, dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid. Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen. Hier hebt ge uw eigendom terug. Maar zijn meester gaf hem ten antwoord: Slechte en luie knecht, je wist dus dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid? Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten; dan zou ik bij mijn komst mijn bezit met rente teruggekregen hebben. Neemt hem dus dat talent af en geeft het aan wie de tien talenten heeft. Want aan ieder die heeft zal gegeven worden, zelfs in overvloed gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft. En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share