Dagelijks Brood Lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 19 – 24 augustus 2019

kroning-van-maria-koningin-el-greco-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 19 – 24 augustus 2019

20e week van door het jaar

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 19 augustus

Eerste lezing (Recht. 2, 11-19)

In die dagen begonnen de Israëlieten te doen wat de Heer mishaagt. Zij vereerden de Baäls en verlieten de Heer, de God van hun vaderen, die hen uit Egypte geleid had. Zij liepen achter andere goden aan, goden van de volken uit hun omgeving; zij bogen zich voor hen neer en krenkten de Heer. Zij verlieten de Heer en vereerden Baäl en de Astarten. Toen ontbrandde de toorn van de Heer tegen Israël. Hij leverde hen over aan plunderaars, die hen beroofden en gaf hen prijs aan hun vijanden rondom, zodat zij niet langer tegen hun tegenstanders waren opgewassen. Alles wat zij ondernamen mislukte, omdat de Heer tegen hen was, zoals Hij gezegd en gezworen had. Maar telkens als de nood het hoogst was, liet de Heer rechters optreden, die hen uit de greep van de plunderaars bevrijdden. Maar ook naar hun rechters bleven zij niet luisteren. Ontuchtig liepen zij achter andere goden aan en bogen zich voor hen neer. Al heel gauw weken zij weer af van de weg, die hun voorvaderen gevolgd hadden, die hadden gehoorzaamd aan de geboden van de Heer; zij deden dat niet. Als God de Heer een rechter liet optreden, was Hij met de rechter zolang die leefde. De Heer bevrijdde hen uit de macht van hun vijanden, want als zij zuchtten onder het juk van hun vervolgers en verdrukkers, kreeg Hij weer medelijden met hen. Maar nauwelijks was de rechter gestorven, of zij vervielen opnieuw tot zonden, erger nog dan hun vaderen. Zij liepen achter andere goden aan, vereerden die en bogen zich voor hen neer. Zij weigerden hardnekkig met die vroegere praktijken en gewoonten te breken.

Tussenzang (Ps. 106/105)

Refrein: Vergeet mij niet, Heer, die uw volk welgezind zijt.
Onze vaderen roeiden de inlandse volken niet uit, zoals de Heer had bevolen; maar mengden zich onder de heidenen en namen hun slechte gewoonten over.
Zij bogen de knie voor hun godenbeelden, die werden hen tot een valstrik. Hun eigen zonen offerden zij, hun dochters aan de demonen.
Zij maakten zichzelf onrein door hun daden, bedreven ontucht door hun gedrag. Daarom werd de Heer vertoornd op zijn volk en walgde Hij van zijn erfdeel.
Hoe dikwijls de Heer ook verlossing bracht, zij tergden Hem telkens opnieuw. Maar God trok zich hun ellende aan zo vaak Hij hun noodkreten hoorde.

Vers voor het evangelie (2 Tess. 2, 14)

Alleluia. God heeft ons geroepen door de verkondiging van het evangelie, opdat wij de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus zouden verwerven. Alleluia.

Evangelie (Mt. 19, 16-22)

Eens kwam iemand naar Jezus toe om te vragen: “Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” Hij zei hem: “Waarom wilt ge van Mij weten wat goed is? Eén slechts is er goed. Als gij het Leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden.” “Welke” – vroeg hij. Jezus antwoordde: “De bekende: Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, eer uw vader en uw moeder en gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” Dat heb ik allemaal onderhouden – verklaarde de jongeman – waarin schiet ik nog tekort?” Jezus sprak tot hem: “Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen.” Maar toen de jongeman deze raad hoorde, ging hij ontdaan heen, omdat hij vele goederen bezat.

Dinsdag 20 augustus – H. Bernardus, abt en kerkleraar

Eerste lezing (Recht. 6, 11-24a)

In die dagen kwam de engel van de Heer en zette zich neer onder de terebint van Ofra, die het eigendom was van Joas, uit het geslacht van Abiëzer. Zijn zoon Gideon was juist bezig tarwe uit te kloppen in een perskuip, om niet door de Midjanieten gezien te worden. De engel van de Heer verscheen hem daar en zei: “De Heer is met u, dappere held.” Gideon antwoordde: “Als ik het zeggen mag, Heer: Indien de Heer met ons is, waarom is ons dit alles dan overkomen? Waar zijn de wonderen waarover onze voorvaderen ons verhaald hebben; zij zeiden toch: de Heer heeft ons uit Egypte geleid! Maar nu heeft de Heer ons verstoten en ons aan de Midjanieten overgeleverd.” Toen richtte de Heer zich tot hem en zei: “Trek op tegen de Midjanieten! Gij zijt sterk genoeg om Israël uit hun macht te bevrijden. Ik ben het toch die u zend.” Gideon hernam: “Als ik het zeggen mag, Heer: Hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn geslacht is het armste van heel Manasse en ik ben de jongste van de familie.” Maar de Heer zei: “Ik zal met u zijn; gij zult de Midjanieten verslaan alsof het maar een enkele man was.” Maar Gideon hield aan: “Wees dan zo goed mij een teken te geven, dat Gij het zijt die met mij spreekt. En ga niet weg voor ik terug ben en u een geschenk aanbied.” De Heer antwoordde: “Ik blijf hier tot gij terug zijt.” Gideon ging naar huis, maakte een geitebokje klaar en bakte van een maat meel ongezuurde broden. Hij deed het vlees in een mand en de saus in een kom; die bracht hij naar Hem toe bij de terebint en bood ze aan. De engel van God sprak: “Leg het vlees en de ongezuurde broden daar op dat rotsblok en giet de saus erover uit.” Gideon deed dat. De engel van de Heer raakte met de punt van de stok die Hij in zijn hand had het vlees en de ongezuurde broden aan, en toen laaide er uit het rotsblok een vuur op dat het vlees en de ongezuurde broden verteerde. Nu begreep Gideon dat het de engel van de Heer geweest was. Hij zei: “Wee mij, God, mijn Heer, ik heb oog in oog gestaan met de engel van de Heer.” Maar de Heer verzekerde hem:
“Vrede is uw deel; wees niet bevreesd; gij zult niet sterven.” Toen bouwde Gideon daar een altaar voor de Heer en noemde het de Heer-is-vrede.

Tussenzang (Ps. 85/84)

Refrein: Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening.
Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening. Een woord voor zijn volk, voor al wie Hem dient, voor elk die zijn hart voor Hem opent.
Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan, als vrede en recht elkander omhelzen; dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten, en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.
Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken en draagt ons land rijke vrucht. Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan en voorspoed zijn schreden volgen.

Vers voor het evangelie (2 Tim. 1, 10b)

Alleluia. Onze Heiland Christus Jezus heeft de dood vernietigd, en onvergankelijk leven doen aanlichten door het evangelie. Alleluia.

Evangelie (Mt. 19, 23-30)

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, Ik zeg u: voor een rijke is het moeilijk het Rijk der hemelen binnen te gaan. Nog sterker: voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.” Toen de leerlingen dit hoorden, stonden zij verbijsterd en vroegen: “Wie kan er nu eigenlijk gered worden?” Jezus keek hen aan en zei: “Dit ligt niet in de macht der mensen, maar voor God is alles mogelijk.” Waarop Petrus zei: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?” Jezus sprak tot hen: “Voorwaar, Ik zeg u bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijkheid, zult ook gij die Mij gevolgd zijt gezeten zijn op twaalf tronen en heersen over de twaalf stammen van Israël. En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen. Veel eersten zullen laatsten en veel laatsten zullen eersten zijn.”

Woensdag 21 augustus – H. Pius X, paus

Eerste lezing (Recht. 9, 6-15)

In die tijd kwamen alle burgers van Sichem en Bet-Millo bijeen bij de terebint die in Sichem staat en zij riepen daar Abimelek tot koning uit. Toen dit aan Jotam bericht werd, ging hij op de top van de Gerizzim staan en schreeuwde luid: “Burgers van Sichem, luister naar mij, dan luistert God naar u. Eens gingen de bomen er op uit om iemand tot koning te zalven. Ze zeiden tegen de olijfboom: Wilt gij koning over ons worden? Maar de olijfboom antwoordde: Moet ik dan ophouden die olie te geven, waarom de goden en de mensen mij eren en moet ik boven de andere bomen gaan zweven? Toen zeiden de bomen tegen de vijgenboom: Wilt gij koning over ons worden? Maar de vijgenboom antwoordde: Moet ik dan ophouden mijn zoete en heerlijke vruchten te geven en boven de andere bomen gaan zweven? Toen zeiden de bomen tegen de wijnstok: Wilt gij koning over ons worden? Maar de wijnstok antwoordde: Moet ik dan ophouden mijn most te geven, die de goden en de mensen verblijdt, en boven de andere bomen gaan zweven? Daarop zeiden alle bomen tegen de doornstruik: Wilt gij koning over ons worden? En de doornstruik gaf de bomen ten antwoord: Als gij mij werkelijk tot koning wilt zalven, kom dan maar schuilen onder mijn schaduw. Wilt gij dat niet, dan zal er van de doornstruik een vuur uitgaan, dat zelfs de ceders van de Libanon verteert.”

Tussenzang (Ps. 21/20)

Refrein: Uw macht, Heer, geeft de koning vertrouwen.
Uw macht, Heer, geeft de koning vertrouwen, uw bijstand maakt hem onzegbaar verheugd. De wens van zijn hart hebt Gij altijd bewilligd, de vraag van zijn lippen wijst Gij niet af.
Gij hebt hem bedacht met uw rijkste zegen, zijn hoofd gekroond met een gouden kroon. Hij vroeg U om leven; hij heeft het gekregen, lengte van dagen tot honderd jaar.
Groot is zijn aanzien dank zij uw bijstand, met luister en pracht overlaadt Gij hem. Gij hebt hem gemaakt tot een zegen voor ieder, de glans van uw Aanschijn brengt hem geluk.

Vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)

Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

Evangelie (Mt. 20, 1-16a)

In die tijd verhaalde Jezus volgende gelijkenis: “Met het Rijk der hemelen is het als met een landeigenaar, die vroeg in de morgen uitging om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. Hij werd het met de arbeiders eens voor een tienling per dag en stuurde ze naar zijn wijngaard. Rond het derde uur ging hij er weer op uit en zag nog anderen werkeloos op de markt staan tot wie hij zei: Gaat ook naar mijn wijngaard en ik zal u geven wat billijk is. En zij gingen. Rond het zesde en negende uur ging hij nog eens uit en deed hetzelfde. Rond het elfde uur ging hij opnieuw uit en vond er weer anderen staan. Hij zei tot hen: Wat staat ge hier heel de dag werkeloos? Ze antwoordden hem: Niemand heeft ons gehuurd. Daarop zei hij tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Bij het vallen van de avond sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders en betaal hun uit, te beginnen met de laatsten en zo tot de eersten. Toen de arbeiders van het elfde uur kwamen, kregen zij elk een tienling; toen nu ook de eersten kwamen, meenden dezen dat zij meer zouden krijgen, maar ook zij kregen ieder de overeengekomen tienling. Ze namen hem wel aan, maar begonnen tegen de landeigenaar te morren en zeiden: Dezen hier, die het laatst gekomen zijn, hebben maar één uur gewerkt, en gij stelt ze gelijk met ons die de last van de dag en de brandende hitte hebben gedragen. Maar hij antwoordde een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht? Zijt gij niet met mij overeengekomen voor een denarie? Neem wat u toekomt en ga heen. Ik wil aan degene die het laatst gekomen is evenveel geven als aan u. Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies, of zijt ge kwaad omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.”

Donderdag 22 augustus – Maria Koningin, Hoogfeest

Eerste lezing (Recht. 11, 29-39a)

In die dagen kwam de geest van de Heer over Jefta; hij trok door Gilead en Manasse, door Mispa in Gilead, en vandaar naar de Ammonieten. Toen deed Jefta aan de Heer deze gelofte: Als Gij de Ammonieten aan mij overlevert en ik behouden terugkeer, zal de eerste die uit de deur van mijn huis naar mij toekomt aan de Heer behoren; ik zal hem als brandoffer opdragen. Toen trok Jefta ten strijde tegen de Ammonieten. En de Heer leverde hen over aan zijn macht. Hij sloeg op hen in, van Àroër tot aan de weg van Minnit – twintig steden – en tot Abel-Keramim; hij bracht hun een zeer zware nederlaag toe. Zo werden de Ammonieten door de Israëlieten vernederd. Toen Jefta naar zijn huis in Mispa terugkeerde, kwam zijn dochter de deur uit om hem met tamboerijnen en reidansen tegemoet te gaan. Zij was zijn enig kind; buiten haar had hij geen zonen of dochters. Zodra hij haar zag, scheurde hij zijn kleren en riep uit: “Ach mijn dochter, wat tref je me zwaar: je maakt me diep ongelukkig! Ik heb de Heer mijn woord gegeven, ik kan niet meer terug.” Zij antwoordde: “Vader, gij hebt de Heer uw woord gegeven. Doe dus met mij wat ge beloofd hebt, want de Heer heeft u wraak laten nemen op de Ammonieten, uw vijanden. Ik vraag u alleen nog deze gunst: geef mij twee maanden om met mijn vriendinnen de bergen in te gaan en daar te rouwen omdat ik als maagd moet sterven.” Hij antwoordde: “Doe dat,” en hij liet haar voor twee maanden gaan. En zij ging met haar vriendinnen de bergen in en rouwde daar, omdat zij als maagd moest sterven. Toen zij na twee maanden weer bij haar vader kwam, voltrok hij aan haar de gelofte, die hij gedaan had.

Tussenzang (Ps. 40/39)

Refrein: Ik kom, Heer, om uw wil te doen.
Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt, die met opstandelingen en onoprechten niet verkeert. Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd, maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij; dus zei ik: ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat: Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde, uw wet is in mijn hart gegrift.
In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt, mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 105)

Alleluia. Uw woord is een lamp voor mijn voeten, Heer, het is een licht op mijn pad. Alleluia.

Evangelie (Mt. 22, 1-14)

In die tijd nam Jezus het woord en sprak tot de hogepriesters en de oudsten van het volk in gelijkenissen. Hij zei: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning, die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen, die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft. Maar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Toen sprak hij tot zijn dienaars: Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft. Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee, die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten. Toen nu de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op, die niet voor een bruiloft gekleed was. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed? Maar de man bleef het antwoord schuldig. Toen sprak de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.”

Vrijdag 23 augustus H. Rosa van Lima

Eerste lezing (Ruth 1, 1.3-6.14b-16.22)

In de tijd van de rechters brak er in het land een hongersnood uit. Een man Elimelek, trok weg uit Betlehem in Juda en hij vestigde zich als vreemdeling in de vlakte van Moab, samen met zijn vrouw Noömi en zijn twee zonen. Elimelek stierf en zijn vrouw Noömi bleef achter met haar twee zonen. Deze trouwden beiden met een Moabitische vrouw: de ene vrouw heette Orpa, de andere Ruth. Ongeveer tien jaar woonden zij daar. Toen stierven ook de beide zonen en bleef Noömi alleen achter, beroofd van haar beide kinderen en haar man. Samen met haar schoondochters vertrok zij uit de vlakte van Moab, want zij had gehoord dat de Heer zich het lot van zijn volk had aangetrokken en het weer te eten gaf. Toen kuste Orpa haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth klemde zich aan haar vast. Noömi zei: “Je schoonzuster keert terug naar haar volk en haar goden. Ga toch met haar mee!” Maar Ruth antwoordde: “Dring er niet langer op aan dat ik u verlaat en terugkeer, zo ver van u weg. Waar gij gaat, ga ik; waar gij blijft, blijf ik. Uw volk is mijn volk, uw God mijn God. Zo keerde Noömi, samen met haar schoondochter Ruth, de Moabitische, uit de vlakte van Moab terug. Zij kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gerstenoogst.

Tussenzang (Ps. 146/I45)

Refrein: De Heer zal ik loven mijn leven lang. Of: Alleluia.
Gelukkig wie hulp zoekt bij Jakobs God, zijn hoop stelt op God de Heer; op Hem die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee met al wat daar leeft.
De Heer doet altijd zijn woord gestand, verdrukten verschaft Hij recht. De Heer geeft brood aan wie honger heeft, gevangenen geeft Hij de vrijheid.
De ogen van blinden opent de Heer, gebrokenen richt Hij weer op. De Heer bemint de rechtvaardigen, de Heer behoedt de ontheemden.
De Heer geeft wees en weduwe steun, maar zondaars laat Hij verdwalen. De Heer is koning in eeuwigheid, uw God, Sion, heerst over alle geslachten.

Vers voor het evangelie (Jak. 1, 21)

Alleluia. Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan dat in u werd geplant, en de kracht bezit uw zielen te redden. Alleluia.

Evangelie (Mt. 22, 34-40)

In die tijd toen de Farizeeën vernamen, dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had, kwamen zij bijeen en een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: “Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?” Hij antwoordde hem: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Weten de Profeten.”

Zaterdag 24 augustus – H. Bartolomëus, apostel

Eerste lezing (Apok. 21, 9b-14)

Een engel kwam naar mij toe en zei: „Kom ! Ik zal u de Bruid van het Lam tonen.” En hij bracht mij in de geest op een zeer hoge berg en toonde mij de heilige Stad, Jeruzalem, terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde, stralend van de heerlijkheid Gods zij schitterde als het kostbaarste gesteente en als kristalklare jaspis. De Stad was omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten en aan de poorten stonden twaalf engelen; namen waren daarop gegrift, de namen van de twaalf stammen van Israël. Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden, drie op het zuiden en drie op het westen. En de stadsmuur had twaalf grondstenen en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam

Tussenzang (Ps. 145/144)

Refrein: Uw heiligen, Heer, maken uw kracht aan de mensen bekend.
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk. Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen, en heilig in al wat Hij doet. Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept, voor elk die oprecht tot Hem bidt.

Vers voor het evangelie (Joh. 1, 49b)

Alleluia. Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning van Israël. Alleluia.

Evangelie (Joh. 1, 45-51)

In die tijd ontmoette Filippus Natanaël en zei hem: „Degene over wie Mozes in de Wet geschreven heeft en ook de profeten, Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.” Natanaël smaalde: „Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?” Waarop Filippus antwoordde: „Kom dan kijken.” Jezus zag Natanaël naar zich toekomen en zei, doelend op hem: ;,Dat is waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is!” Natanaël zei tot Hem: „Hoe kent Gij mij ?” Jezus gaf hem ten antwoord: „Voordat Filippus u riep zag Ik u onder de vijgenboom zitten.” Toen zei Natanaël tot Hem: „Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods. Gij zijt de Koning van Israël.” Jezus antwoordde: „Omdat Ik u zei dat Ik u onder de vijgenboom zag, gelooft ge? Gij zult grotere dingen zien dan deze.” En Hij voegde er aan toe: „Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u gij zult de hemel open zien en de engelen Gods zien opstijgen en neerdalen in dienst van de Mensenzoon.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share