Dagelijks Brood Lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 16 – 21 september 2019

heilige-paus-cornelius-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: maandag t/m zaterdag 16 – 21 september 2019

24e week van door het jaar plus de lezingen van de 25e zondag door het jaar C

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 16 september – H. Cornelius, paus en martelaar, H. Cyprianus, bisschop en martelaarEerste lezing (1 Tim. 2, 1-8)

Dierbare, allereerst vraag ik u gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden. Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze Heiland, die wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen. Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen: op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af. En ik ben hiervan aangesteld als heraut en apostel – ik spreek de waarheid, ik lieg niet – om de volken te onderrichten in het ware geloof. Ik wil dus dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden, de mannen hun handen opheffen in een geest van godsvrucht, die haat en ruzie uitsluit.

Tussenzang (Ps. 28/27)

Refrein: Gezegend de Heer, die mijn smeken gehoord heeft.
Hoor naar mijn smeken, als ik U aanroep, mijn handen hef naar uw heiligdom. Gezegend de Heer, die mijn smeken gehoord heeft, de Heer, mijn kracht en mijn schild.
De Heer is een sterke macht voor zijn volk, en voor zijn gezalfde een veilige burcht. Red, Heer, uw volk en zegen uw erfdeel: hoed hen en draag hen voor immer.

Vers voor het evangelie (Mt. 11, 25)

Alleluia. Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen hebt geopenbaard aan kinderen. Alleluia.

Evangelie (Lc. 7, 1-10)

In die tijd ging Jezus na afloop van zijn onderricht aan het luisterende volk naar Kafárnaüm. Daar was een honderdman, die een knecht had aan wie hem veel gelegen was; die knecht was ziek en lag op sterven. Omdat de honderdman van Jezus hoorde, zond hij enkele oudsten van de Joden naar Hem toe met het verzoek zijn knecht te komen genezen. Bij Jezus gekomen riepen zij met aandrang zijn hulp in. Ze zeiden: “Hij verdient dat Gij hem deze gunst bewijst, want hij houdt van ons volk en hij heeft op eigen kosten de synagoge voor ons gebouwd”. Daarop ging Jezus met hen mee. Maar toen Hij niet ver meer van het huis was, liet de honderdman Hem door vrienden zeggen: “Heer, doe geen verdere moeite; ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt. Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken persoonlijk naar U toe te komen. Maar een woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen. Want al ben ik zelf een ondergeschikte, ik heb weer manschappen onder mij; en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat, en tot een ander: kom, en hij komt, en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.” Toen Jezus dit hoorde stond Hij verwonderd over hem. Hij keerde zich om en zei tot het volk dat Hem volgde: “Ik zeg u: zelfs in Israël heb Ik zo’n groot geloof niet gevonden.” Toen de mensen die gestuurd waren, in het huis terugkeerden, vonden zij de knecht weer gezond.

Dinsdag 17 september – H. Lambertus, bisschop en martelaar; H. Robertus Bellarminus, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (1 Tim. 3, 1-13)

Dierbare, dit woord is betrouwbaar: streeft iemand naar het leidersambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak. Een leider in de gemeente moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, matig, verstandig, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, maar inschikkelijk, niet strijdlustig, niet geldzuchtig, iemand die zijn eigen huis goed bestuurt en met ernst en waardigheid gezag oefent over zijn kinderen. Als iemand zijn eigen huisgezin niet weet te besturen, hoe zal hij dan zorg kunnen dragen voor de gemeente Gods? Hij mag geen pas bekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt en hem het vonnis van de duivel treft. Hij moet ook goed aangeschreven staan bij hen die niet tot de gemeente behoren; anders komt hij in opspraak en valt misschien in de strikken van de duivel. Evenzo moeten de diakens mannen van eer zijn, mannen van hun woord, niet aan de wijn verslaafd of belust op winstbejag, trouw aan het geheim van het geloof met een zuiver geweten. Ook zij moeten eerst een onderzoek ondergaan; daarna kunnen zij, als er geen klachten zijn, hun dienst vervullen. Eveneens moeten hun vrouwen eerzaam zijn, geen kwaadspreeksters, matig en in alle opzichten betrouwbaar. Diakens moeten mannen van één vrouw zijn en hun kinderen en hun huisgezin goed weten te leiden. Zij die hun dienst goed vervullen, verwerven zich een eervolle rang en een grote openheid, gebaseerd op het geloof in Christus Jezus.

Tussenzang (Ps. 101/100)Vers voor het evangelie (cf. Lc. 8, 15)

Alleluia. Zalig zij die het woord Gods dat zij hoorden, in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid. Alleluia.

Evangelie (Lc. 7, 11-17)

In die tijd begaf Jezus zich naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee. Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen, toen daar een dode werd uitgedragen, de enige zoon van zijn moeder, die weduwe was. Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar. Toen de Heer haar zag, gevoelde Hij medelijden met haar en sprak: “Schrei maar niet.” Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij sprak: “Jongeling, Ik zeg je: sta op!” De dode kwam overeind zitten en begon te spreken en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug. Allen werden door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God en zeiden: “Een groot profeet is onder ons opgestaan,” en “God heeft genadig neergezien op zijn volk.” En dit verhaal over Hem deed de ronde door heel het joodse land en de wijde omtrek.

Woensdag 18 september

Eerste lezing (1 Tim. 3, 14-16)

Dierbare, ik schrijf u in de hoop vrij spoedig bij u te komen. Mocht ik worden opgehouden, dan weet gij hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods, dat is, de kerk van de levende God, pijler en grondslag van de waarheid. Ja, het geheim van onze godsdienst is zonder twijfel verheven: Christus is geopenbaard in het vlees, gerechtvaardigd in de Geest, verschenen aan de engelen, verkondigd onder de volken, geloofd in heel de wereld en opgenomen in heerlijkheid.

Tussenzang (Ps. 111/110)

Refrein: Geweldig is alles wat de Heer verricht. Of: Alleluia.
De Heer wil ik danken uit heel mijn hart, te midden der vromen, voor heel de gemeente. Geweldig is alles wat Hij verricht, de aandacht boeiend van elk die het nagaat.
Mildheid en majesteit spreekt uit zijn daden, eeuwig blijft Hij rechtvaardig en trouw. Wonderen deed Hij om nooit te vergeten, minzaam en liefdevol toont zich de Heer.
Voedsel geeft Hij aan die Hem vereren, altijd herinnert Hij zich zijn verbond. Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden en gaf hen het heidense land in bezit.

Vers voor het evangelie (Joh. 6, 64b.69b)

Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Lc. 7, 31-35)

In die tijd zei Jezus: “Waarmee zal Ik de mensen van dit geslacht vergelijken? Op wie gelijken ze? Ze gelijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben een treurlied gezongen en gij hebt niet gehuild. Immers: Johannes de Doper is gekomen, eet geen brood en drinkt geen wijn en gij zegt: hij is van de duivel bezeten! En de Mensenzoon is gekomen, hij eet en drinkt wel en gij zegt: Kijk die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars! Maar de Wijsheid vindt rechtvaardiging bij al haar kinderen.”

Donderdag 19 september – H. Januarius, bisschop en martelaar

Eerste lezing (1 Tim. 4, 12-16)

Dierbare, niemand mag uw jeugd minachten. Wees een voorbeeld voor de gelovigen door woord en gedrag, in liefde, in geloof en in onschuld. In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op de voorlezing, de vermaning en het onderricht. Verwaarloos de genadegave niet die in u is en die u krachtens een profetenwoord werd geschonken onder handoplegging van de gezamenlijke presbyters. Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op, dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn. Blijf voortdurend zorg besteden aan uzelf en aan uw onderricht. Zodoende redt gij uzelf en hen die naar u luisteren.

Tussenzang (Ps. 111/110)

Refrein: Geweldig is alles wat de Heer verricht. Of: Alleluia.
Het werk van zijn handen is goed en betrouwbaar, al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast. Het blijft door de eeuwen en altijd van kracht, het is doordacht en rechtvaardig.
Hij heeft zijn volk verlossing gebracht, voor eeuwig met hen zijn verbond gesloten; heilig en hooggeëerd is zijn Naam.
De vrees voor God is begin van wijsheid, verstandig doet ieder die Hem vereert; in eeuwigheid moet men Hem loven.

Vers voor het evangelie (Joh. 8, 12)

Alleluia. Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer; wie Mij volgt zal het licht des levens bezitten. Alleluia.

Evangelie (Lc. 7, 36-50)

Een van de Farizeeën vroeg Jezus eens bij zich te eten. Jezus trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen. Een vrouw nu, die in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen, dat Jezus in het huis van de Farizeeër te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten, staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. Toen de Farizeeër, die Hem uitgenodigd had dit zag, zei hij bij zichzelf: “Als dit een profeet was, zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is, die Hem aanraakt; het is immers een zondares.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Simon, Ik heb u iets te zeggen”. Waarop deze zei: “Zeg het, Meester.” “Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig tienlingen schuldig. Omdat zij die niet konden teruggeven, schold hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?” “Ik veronderstel, – antwoordde Simon – diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden.” Jezus zei tot hem: “Uw oordeel is juist.” Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: “Ge ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; gij hebt niet eens water over mijn voeten gegoten, maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren afgedroogd. Gij hebt Mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield, sinds Ik binnenkwam, niet op mijn voeten te kussen. Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Daarom zeg Ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele, want zij heeft veel liefde betoond. Weinig liefde betoont hij aan wie weinig wordt vergeven.” Daarop sprak Hij tot haar: “Uw zonden zijn vergeven.” De medeaanliggenden vroegen zich af: “Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?” Jezus zei tot de vrouw: “Uw geloof heeft u gered: ga in vrede.”

Vrijdag 20 september – HH. Andreas Kim Taegon, priester, Paulus Chong Hasang en gezellen, martelaren

Eerste lezing (1 Tim. 6, 2c-12)

Dierbare, zo moet gij leren en vermanen. Wie een afwijkende leer verkondigt en zich niet houdt aan de gezonde beginselen van onze Heer Jezus Christus en aan de leer van onze godsdienst, is een verwaand mens zonder werkelijke wetenschap, maar met een ziekelijke belangstelling voor twistvragen en woordenstrijd.
Hieruit kan niets anders voortkomen dan afgunst, onenigheid, gelaster, achterdocht en eindeloze discussies, het werk van mensen wier geest verward is en van de waarheid verstoken. Zij zien in de godsvrucht een bron van inkomsten. Nu brengt de godsvrucht ongetwijfeld grote winst, maar alleen voor hem die tevreden is met wat hij heeft. Want wij hebben in deze wereld niets meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Als wij voedsel en kleding hebben, moet ons dat genoeg zijn. Zij die zich willen verrijken, vallen in verzoeking en in de strik van allerlei dwaze en kwalijke begeerten, die een mens in verderf en ondergang storten.
Want de geldzucht is de wortel van alle kwaad. Door deze hartstocht zijn sommigen al van het geloof afgedwaald en hebben zich afgemarteld met kwellingen zonder tal. Gij echter, man Gods, moet dit alles mijden. Streef naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid. Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven. Daartoe zijt gij geroepen, daartoe hebt gij de goede belijdenis afgelegd ten overstaan van vele getuigen.

Tussenzang (Ps. 49/48)

Refrein: Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen
Waarom zou ik vrezen voor slechte tijden, wanneer ik door booswichten word belaagd? Door mensen die rekenen op hun rijkdom en die zich beroemen op hun bezit.
Er is toch geen mens die zich vrij kan kopen, zijn eigen losgeld betalen aan God? Te hoog is de prijs voor een eeuwig leven, nooit is er genoeg om de dood te ontgaan.
Verlies dus de moed niet wanneer iemand rijk wordt, wanneer in zijn huis de weelde steeds groeit. Hij zal als hij dood gaat niets mee kunnen nemen, zijn rijkdommen gaan niet met hem in het graf.
Al prijst hij zich tijdens zijn leven gelukkig: je bent te benijden, het gaat je goed; toch moet hij zich eens bij zijn vaderen voegen, die nooit meer het licht van de zon zullen zien.

Vers voor het evangelie (Ps. 130/129, 5)

Alleluia. Op de Heer stel ik mijn hoop, op zijn woord vertrouw ik. Alleluia.

Evangelie (Lc. 8, 1-3)

In die tijd trok Jezus predikend rond door stad en dorp en verkondigde de Blijde Boodschap van het Rijk Gods. De twaalf vergezelden Hem en ook enkele vrouwen, die van boze geesten en ziekten verlost waren: Maria, die Magdalena wordt genoemd, uit wie zeven duivels waren weggegaan, Johanna, de vrouw van Herodes’ rentmeester Chuzas, Susanna en vele anderen, die uit eigen middelen voor hen zorgden.

Zaterdag 21 september – H. Matteüs, apostel en evangelist

Eerste lezing (Ef. 4, 1-7.11-13)

Broeders en zusters, ik, de gevangene in de Heer vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping, die gij van God ontvangen hebt, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God, en Vader van allen, die is boven allen, en met allen, en in allen.
Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave: sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten, anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars. Zo heeft hij de heiligen toegerust voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen tezamen komen, tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus.

Tussenzang (Ps. 19/18)

Refrein: Over heel de aarde klinkt hun roep.
De hemel verkondigt Gods heerlijkheid, het uitspansel toont ons het werk van zijn handen. De dag roept het toe aan de volgende dag, de nacht geeft het door aan de nacht.
Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt, geen enkel geluid is te horen; toch klinkt over heel de aarde hun roep, hun boodschap dringt door tot de rand van de wereld.

Vers voor het evangelie

Alleluia. U, God, loven wij. U, Heer, prijzen wij. U looft het roemvolle koor der apostelen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 9, 9-13)

In die tijd trok Jezus verderen Hij zag iemand aan het tolhuis zitten, die Matteüs heette. Hij zei tot hem: “Volg Mij.” De man stond op en volgde Hem. Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag, kwamen ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen aanliggen. Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: “Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?” Jezus hoorde dit en zei: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.”

Zondag 22 september 2019
25e zondag door het jaar C

Eerste lezing (Am. 8,4-7)

Hoort toe, gij die de armen verdrukt en de misdeelden in het land verdelgt, gij die redeneert: wanneer is de nieuwe maan voorbij? Dan kunnen we ons koren verkopen! En wanneer de sabbat? Dan kunnen we ons graan uitstallen. Dan verkleinen wij de korenmaat, dan verhogen wij de prijs en bedriegen wij met een vervalste weegschaal. Dan kopen wij de kleine man voor geld, de arme voor een paar schoenen, en verhandelen wij zelfs de afval van ons koren. De Heer heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jakob: Geen van hun daden zal Ik ooit vergeten!

Tussenzang (Ps. 113/112)

Refrein: Verheerlijkt de Heer, die de armen opbeurt. Verheerlijkt, dienaars des Heren, verheerlijkt de Naam van de Heer.
De Naam van de Heer zij geprezen, vandaag en in eeuwigheid. Want boven de volkeren troont de Heer, zijn glorie beheerst de hemel, die van omhoog overziet het hemelgewelf en de aarde.
Die machtelozen tilt uit het stof, van vuilnishopen de armen weghaalt; om hen in de kring van de vorsten te plaatsen, te midden der machtigen van zijn volk.

Tweede lezing (1 Tim. 1,2-8)

Dierbare, vóór alles vraag ik u gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden. Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze Heiland, die wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen.
Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen: op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af. En ik ben hiervan aangesteld als heraut en apostel – ik spreek de waarheid, ik lieg niet – om de volken te onderrichten in het ware geloof. Ik wil dus dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden de mannen hun handen opheffen in een geest van godsvrucht, die haat en ruzie uitsluit.

Vers voor het evangelie (1 Sam. 3,9; Joh. 6,69b)

Alleluia. Spreek, Heer, uw dienaar luistert; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Lc. 16,1-13)

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Er was eens een rijk man. Hij had een rentmeester, die bij hem werd aangeklaagd, omdat hij zijn bezit verkwistte. Hij riep hem dus en vroeg: Wat hoor ik daar van u? Geef rekenschap van uw beheer, want gij kunt niet langer rentmeester blijven. Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij. Ik weet al wat ik ga doen, opdat ik na mijn ontslag als rentmeester onderdak vind. Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één, en zei tot de eerste: Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig? Deze antwoordde: Honderd vaten olie. Maar hij zei: Hier hebt ge uw schuldbekentenis; ga gauw zitten en schrijf: vijftig. Daarop vroeg hij nog aan een tweede: En hoeveel zijt gij schuldig? Deze antwoordde: Honderd maten tarwe. Hij zei hem: Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig. De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg had gehandeld, want de kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht. Zo zeg Ik u ook: Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen. Wie betrouwbaar is in het kleinste is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste is ook onrechtvaardig in het grote. Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest met betrekking tot de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen? Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen? Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal dan de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share