Dagelijks Brood, lezingen van de dag: dinsdag 29 april t/m zaterdag 5 mei 2019

h-catharina-van-siena-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: dinsdag 29 april t/m zaterdag 5 mei 2019
2e week van de Paastijd

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 29 april – H. Catharina van Siëna, maagd en kerklerares,
patrones van Europa

Eerste lezing (1 Joh. 1, 5-2, 2)

Vrienden, dit is de boodschap, die wij van Christus gehoord hebben en aan u doorgeven: God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis. Als wij beweren deel te hebben aan zijn leven, terwijl onze wegen duister zijn, liegen wij met woord en met daad. Maar als wij wandelen in het licht – zoals Hij zelf is in het licht – dan hebben wij deel aan elkanders leven, terwijl het bloed van zijn Zoon Jezus ons reinigt van elke zonde. Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden, is Hij zo getrouw en genadig, dat Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle kwaad. Maar als wij zeggen, dat wij geen zonde bedreven hebben, maken wij Hem tot een leugenaar; dan woont zijn woord niet in ons. Kinderen, ik schrijf u met de bedoeling, dat gij niet zoudt zondigen. Maar ook al zou iemand zonde bedrijven: wij hebben een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, die geheel zondeloos is, die al onze zonden goedmaakt en niet alleen die van ons, maar die van de hele wereld.

Tussenzang (Ps. 103/102)

Refrein: Verheerlijk, mijn ziel, de Heer.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!
Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen. Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen.
De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren. Hij blijft niet voortdurend verwijten maken, Hij is niet voor eeuwig vertoornd.
Zozeer als een vader zijn kinderen liefheeft, zozeer heeft de Heer zijn dienaren lief. Hij weet toch waaruit Hij de mens heeft gemaakt, Hij denkt er aan dat wij slechts stof zijn.
Maar Gods erbarmen blijft altijd en eeuwig, rechtvaardig is Hij voor geslacht na geslacht, voor allen die trouw zijn verbond onderhouden.

Vers voor het evangelie (cf. Mt. 11, 25)

Alleluia. Geprezen zijt Gij, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij de geheimen van het koninkrijk hebt geopenbaard aan kinderen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 11, 25-30)

In die tijd sprak Jezus: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Dinsdag 30 april – Heilig Pius V, paus

Eerste lezing (Hand. 4, 32-37)

De menigte die het geloof had aangenomen was één van hart en één van ziel en er was niemand, die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk. Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen. Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of huizen bezaten deze verkochten en de opbrengst ervan meebrachten om aan de voeten van de apostelen neer te leggen. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte. Zo bezat Jozef, een leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen – dit betekent: zoon van vertroosting – een akker die hij verkocht en waarvan hij het geld meebracht om het aan de voeten van de apostelen neer te leggen.

Tussenzang (Ps. 93/92)

Refrein: De Heer is koning, met luister omkleed. Of: Alleluia.
De Heer is koning, met luister omkleed, met macht heeft de Heer zich omgord.
Zo vast als de aarde, onwankelbaar, zo vast staat uw troon door de eeuwen, van eeuwigheid, God, zijt Gij!
Betrouwbaar is alles wat Gij betuigt, uw huis zij heilig in lengte van dagen.

Vers voor het evangelie (Rom. 6, 9)

Alleluia. Christus, eenmaal van de doden verrezen sterft niet meer; de dood heeft geen macht meer over Hem. Alleluia.

Evangelie (Joh. 3, 7-15)

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij moet opnieuw geboren worden. De wind blaast waarheen hij wil; gij hoort wel zijn gesuis, maar weet niet waar hij vandaan komt, en waar hij heen gaat: zo is het met ieder die geboren is uit de Geest.” Nikodémus gaf Hem ten antwoord: “Hoe kan dat geschieden?” Daarop zei Jezus weer: “Gij zijt een leraar van Israël en weet dat niet eens? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken over wat Wij weten, en Wij getuigen van wat Wij gezien hebben, maar onze getuigenis aanvaardt gij niet. Wanneer ge zelfs niet gelooft als Ik u spreek over dingen, die op aarde reeds bekend zijn, hoe zult gij dan geloven als Ik u spreek over dingen, die nog in de hemel verborgen zijn? Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.”

Woensdag 1 mei – H. Jozef, de arbeider

Eerste lezing (Hand. 5, 17-26)

In die dagen werden de hogepriester en heel zijn aanhang, die de partij der Sadduceeën vormden met hevige afgunst vervuld. Zij grepen de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. Maar in de nacht ontsloot een engel des Heren de deuren van de gevangenis, leidde hen naar buiten en zei: “Gaat, treedt weer op in de tempel en predikt aan het volk al deze woorden des Levens.” Zij gaven hieraan gehoor, gingen tegen de morgen naar de tempel en gaven er onderricht. Toen nu de hogepriester kwam met de zijnen riepen zij het Sanhedrin bijeen, de raad der oudsten van het volk van Israël en stuurden dienaren naar de gevangenis om hen te halen. Maar bij aankomst vonden de dienaren hen niet meer in de kerker. Zij keerden terug met het bericht: “Wij vonden de gevangenis stevig op slot en de wachten voor de deuren op hun post, maar toen wij opendeden troffen wij niemand aan.” Toen zij dit vernamen vroegen de tempelcommandant en de hogepriesters – ongerust daarover – zich af wat voor gevolgen dit zou kunnen hebben. Maar iemand kwam hun melden: “De mannen, die gij in de kerker hebt gezet, bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk.” Daarop ging de bevelhebber met zijn dienaren hen halen, maar zonder geweld te gebruiken, uit angst door het volk gestenigd te worden.

Tussenzang (Ps. 34/33)

Refrein: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer. Of: Alleluia.
De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen.
Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.
Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur. Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.
De engel van God legt een schans om hen heen, om elk die God vreest te beschermen. Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 1)

Alleluia. Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Alleluia.

Evangelie (Joh. 3, 16-21)

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: “Zozeer heeft God de wereld lief gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft is al geoordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods. Hierin bestaat het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren. Ieder die slecht handelt heeft een afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden. Maar wie de waarheid doet gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.”

Donderdag 2 mei – H. Athanasius
bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (Hand. 5, 27-33)

In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber de apostelen mee en brachten hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon hen te ondervragen: “Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in die Naam onderricht te geven? “Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.” Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.” Toen zij dit hoorden, ontstaken zij in woede en besloten hen te doden.

Tussenzang (Ps. 34/33)

Refrein: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer. Of: Alleluia.
De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.
Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af, zij worden op aarde vergeten. Naar vromen die roepen luistert de Heer en redt hen uit iedere nood.
De Heer is nabij voor rouwmoedige harten, Hij helpt wie zijn schuld erkent. Veel rampen zullen de vrome bedreigen, uit elk daarvan redt hem de Heer.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Hij die alles riep in het bestaan en zich ontfermde over ons, zijn mensen, Hij is verrezen, Christus de Heer! Alleluia.

Evangelie (Joh. 3, 31-36)

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: “Wie van boven komt, staat boven allen. Wie van de aarde is behoort tot de aarde en spreekt de taal van de aarde. Wie uit de hemel komt staat boven allen. Hij legt getuigenis af van wat Hij zag en hoorde, maar toch aanvaardt niemand zijn getuigenis. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bezegelt daarmee dat God waarachtig is. Want Hij, die door God gezonden is spreekt Gods eigen woorden: zo mateloos schenkt God zijn Geest. De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft heeft het eeuwig leven. Wie weigert in de Zoon te geloven zal het leven niet zien, integendeel, de toorn Gods blijft op hem.”

Vrijdag 3 mei – Heiligen Filippus en Jakobus, apostelen

Eerste lezing (1 Kor. 15, 1-8)

Broeders en zusters, ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoordingen heb ik het u verkondigd? Ik neem aan, dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. Op de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd, wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte.

Tussenzang (Ps. 19/18)

Refrein: Hun roep weerklinkt over heel de aarde. Of: Alleluia.
De hemel verkondigt Gods heerlijkheid, het uitspansel toont ons het werk van zijn handen. De dag roept liet toe aan de volgende dag, de nacht geeft het door aan de nacht.
Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt, geen enkel geluid is te horen; toch klinkt over heel de aarde hun roep, hun boodschap dringt door tot de rand van de wereld.

Vers voor het evangelie (Joh. 14, 6b.9c)

Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer; wie Mij ziet, Filippus, ziet de Vader. Alleluia.

Evangelie (Joh. 14, 6-14)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Als gij Mij zoudt kennen, zoudt gij ook mijn Vader kennen. Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.” Hierop zei Filippus: “Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.” En Jezus weer: “Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen Toon ons de Vader? Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht. Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u wie in Mij gelooft zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga. En wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon. Als gij Mij iets zult vragen in mijn Naam zal Ik het doen.”

Zaterdag 4 mei

Eerste lezing (Hand. 6, 1-7)

In die dagen, toen het aantal leerlingen steeds toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden. De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: “Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning. Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van geest en wijsheid. Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden, terwijl wij onszelf zullen blijven wijden aan het gebed en aan de bediening van het woord.” Dit voorstel vond instemming bij de gehele vergadering en zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige geest, Filippus, Próchorus, Nikánor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden. Het woord Gods breidde zich uit en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof.

Tussenzang (Ps. 33/32)

Refrein: Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen. Of: Alleluia.
Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven. Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp.
Oprecht is immers het woord van de Heer en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid.
God is het die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen. Dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Christus stond op uit het graf, Hij die voor ons stierf op een kruis. Alleluia.

Evangelie (Joh. 6, 16-21)

Toen het avond werd daalden de leerlingen van Jezus naar het meer af. Zij gingen scheep en zetten koers naar de overkant van het in de richting van Kafarnaüm. Toen de duisternis reeds was ingevallen, was Jezus nog niet bij hen gekomen. Het meer werd woelig, want er stond veel wind. Na ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën geroeid te hebben, zagen zij Jezus te voet over het meer tot vlak bij de boot komen en zij werden bevreesd. Maar Jezus sprak tot hen: “Ik ben het, weest niet bang.” Zij wilden Hem aan boord nemen, maar vlak daarop bereikte de boot de kust waarheen zij op weg waren.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Regina caeli

Regína caeli, laetáre, allelúia,
quia quem meruísti portáre, allelúia,
resurréxit sicut dixit, allelúia;
ora pro nobis Deum, allelúia.
Gaude et laetáre, Virgo María, allelúia.
Quia surréxit Dóminus vere, allelúia.

Orémus.
Deus qui per resurrectiónem Fílii tui,
Dómini nostri Iesu Christi,
mundum laetificáre dignátus es,
praesta, quaésumus,
ut per eius Genetrícem Vírginem Maríam
perpétuae capiámus gaúdia vitae.
Per Christum Dóminum nostrum.
Amen.

Koningin des hemels

Koningin des hemels, verheug u, alleluia!
Omdat Hij, die gij waardig geweest zijt te dragen, alleluia!
Verrezen is, zoals Hij gezegd heeft, alleluia!
Bid God voor ons, alleluia!
Verheug en verblijd u, Maagd Maria, alleluia!
Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluia!

Laat ons bidden.
God,
door de verrijzenis van uw Zoon Jezus Christus,
hebt Gij de vreugde geschonken aan de wereld.
Wij bidden U:
laat ons door zijn moeder, de Maagd Maria,
eenmaal komen tot de vreugde van het eeuwig leven.
Door Christus onze Heer.
Amen.

 

 

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter NoodGiften voor het heiligdom zijn van harte welkomvia Ideal op onze doneerpaginaof IBAN NL42 RABO 0120 5023 99t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.Hartelijk dank voor uw gave.Verdere info: www.olvternood.nl

share