Dagelijks Brood, lezingen van de dag: dinsdag 20 t/m zaterdag 25 mei 2019

maria-hulp-van-de-christenen-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: dinsdag 20 t/m zaterdag 25 mei 2019
5e week van de Paastijd

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 20 mei – H. Bernardinus van Siena

Eerste lezing (Hand. 14, 5-18)

Toen de heidenen en de Joden van Ikonium samen met hun overheden aanstalten maakten om Paulus en Barnabas te mishandelen en te stenigen, namen zij, zodra zij dit bemerkten, de wijk naar de Lykaonische steden, Lystra, Derbe en hun omstreken. Ook daar predikten zij het Evangelie. Er was in Lystra een man, die geen kracht in zijn voeten had en moest blijven zitten. Hij was van zijn geboorte af lam en had nooit kunnen lopen. Terwijl die man naar Paulus’ toespraak luisterde, keek deze hem onderzoekend aan en zag, dat hij het geloof bezat om gered te worden. Daarom sprak hij met stemverheffing: “Ga op uw voeten staan, rechtop!” De man sprong op en liep rond. Toen de mensen zagen wat Paulus gedaan had begonnen ze te schreeuwen en ze riepen in het Lykaonisch: “De goden zijn in mensengedaante tot ons neergedaald.” Barnabas noemden ze Zeus en Paulus, omdat hij de woordvoerder was, Hermes. De priester van de tempel Zeus-buiten-de-stad bracht bekranste stieren naar de poorten en wilde samen met het volk een offer gaan opdragen. Toen de apostelen Barnabas en Paulus dit vernamen, scheurden ze hun kleren en stortten zich tussen het volk, luid roepend: “Mannen, wat gaat ge nu beginnen? “Ook wij zijn mensen juist als gij. Wij brengen u de Blijde Boodschap, dat gij u af moet keren van deze waardeloze goden, en u wenden tot de levende God, die de hemel en de aarde gemaakt heeft en de zee en alles wat daarin is. In de voorbije tijden liet Hij alle volken hun gang gaan, maar Hij heeft niet nagelaten getuigenis van zichzelf te geven door het schenken van weldaden: vanuit de hemel schonk Hij u immers regen en vruchtbare jaargetijden en verblijdde u met overvloed van voedsel.” Maar zelfs deze woorden konden het volk er maar nauwelijks van weerhouden hun een offer op te dragen.

Tussenzang (Ps 115/113B)

Refrein: Niet ons, Heer, niet ons, maar uw Naam komt de eer toe. Of: Alleluia.
Niet ons, Heer, niet ons, maar uw Naam komt de eer toe, want Gij zijt barmhartig en trouw. Waarom moeten vreemde volkeren vragen waar is toch Israëls God?
De God van Israël is in de hemel, Hij handelt zoals Hij verkiest. Hun afgodsbeelden zijn zilver en goud, door mensenhanden vervaardigd.
Gezegend zijt Gij door de Heer onze God, die hemel en aarde gemaakt heeft. De hemel is eigen domein van de Heer, de aarde deelde Hij toe aan de mensen.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 1)

Alleluia. Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Alleluia.

Evangelie (Joh, 14, 21-26)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wie mijn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft. En wie Mij liefheeft zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en zal Mij aan hem openbaren.” Judas – niet Iskariot – zei tot Hem: “Heer, hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?” Jezus gaf hem ten antwoord: “Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot Hem komen en verblijf bij Hem nemen. Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet; het woord dat gij hoort is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft. Dit zeg Ik u, terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.”

Dinsdag 21 mei – HH. Christophorus Magallaen, priester en gezellen, martelaren

Eerste lezing (Hand. 14, 19-28)

In die dagen kwamen er Joden van Antiochië en Ikonium, die het volk ompraatten. Daarom stenigden zij Paulus en sleepten hem buiten de stad in de mening dat hij dood was. Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan, richtte hij zich op en ging weer de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe. Nadat zij in die stad het Evangelie hadden verkondigd en vele leerlingen hadden gewonnen, keerden zij naar Lystra, Ikonium en Antiochië terug. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat wij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan. In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan, en vertrouwden hen toe aan de Heer in wie zij nu geloofden. Zij reisden door Pisidië naar Pamfylië, predikten het woord in Perge en bereikten Attalia. Daar gingen ze scheep naar Antiochië vanwaar zij, aan Gods genade aanbevolen, waren uitgegaan naar het werk, dat zij volbracht hadden. Na hun aankomst riepen zij de gemeente bijeen en vertelden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht, en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend. Geruime tijd brachten ze daar bij de leerlingen door.

Tussenzang (Ps. 145/144)

Refrein: Uw werken, Heer, maken uw kracht aan de mensen bekend. Of: Alleluia.
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk. Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
Mijn mond bezingt de lof van de Heer en alles wat leeft prijze eeuwig zijn Naam.

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 14)

Alleluia. Ik ben de goede herder, zegt de Heer. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij. Alleluia.

Evangelie (Joh. 14, 27-31a)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Vrede Iaat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft geef Ik hem u. Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn, dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik. Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt zult geloven. Veel zal Ik niet meer met u spreken, want de vorst van de wereld is op komst. Weliswaar vermag hij niets tegen Mij, maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en dat Ik handel zoals Hij Mij bevolen heeft.”

Woensdag 22 mei – H. Rita van Cascia, kloosterlinge

Eerste lezing (Hand. 15, 1-6)

In die dagen waren er enige mensen, die van Judea waren gekomen en aan de broeders de leer verkondigden: “Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden, kunt ge niet gered worden.” Toen hierover strijd ontstond en Paulus en Barnabas in een felle woordenwisseling met hen raakten, droeg men Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Nadat hun door de gemeente uitgeleide was gedaan, reisden zij door Fenicië en Samaria, waar ze alle broeders grote vreugde bereidden door te vertellen van de bekering der heidenen. Bij hun aankomst te Jeruzalem werden zij ontvangen door de gemeente, de apostelen en de oudsten, en zij verhaalden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht. Maar enige gelovigen, afkomstig uit de partij der Farizeeën stonden op en verklaarden, dat men hen moest besnijden, en hun moest opleggen de Wet van Mozes te onderhouden. De apostelen en de oudsten kwamen dus bijeen om deze zaak te bezien.

Tussenzang (Ps. 122/121)

Refrein: Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis! Of: Alleluia.
Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis. Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnen treden.
Jeruzalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd: naar u trekken de stammen op, de stammen van Gods volk.
Zij gaan naar Israëls gebruik de Naam van God vereren. Daar staan de zetels van het recht, de troon van Davids huis.

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 27)

Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en ze volgen Mij. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 1-8)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt snijdt Hij af; en elke die wel vrucht draagt zuivert Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen. Gij zijt al rein dankzij het woord, dat Ik tot u gesproken heb. Blijft in Mij dan blijf Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin als gij niet blijft in Mij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets. Als iemand niet in Mij blijft wordt hij weggeworpen als de rank en verdort; men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur en ze verbranden. Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen. Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt: dat gij rijke vruchten draagt; zo zult gij mijn leerlingen zijn.”

Donderdag 23 mei

Eerste lezing (Hand. 15, 7-21)

In die dagen, nadat men veel heen en weer had gepraat over de besnijdenis, nam Petrus het woord en sprak tot de apostelen en de oudsten: “Mannen broeders, gij weet dat God reeds lang geleden mij onder u heeft uitgekozen, opdat de heidenen door mijn mond het evangeliewoord zouden horen en het geloof aannemen. Welnu, God, die de harten kent, heeft zich voor hen uitgesproken door hun de heilige Geest mee te delen juist als aan ons, en Hij heeft in geen enkel opzicht onderscheid gemaakt tussen ons en hen, maar hun harten door het geloof gereinigd. Waarom wilt gij God dan nu tarten door de leerlingen een juk op de hals te leggen, dat noch onze vaderen noch wij in staat geweest zijn te dragen? Integendeel, juist zoals zij, geloven ook wij door de genade van de Heer Jezus gered te worden.” De hele vergadering zweeg, en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die van de grote wondertekenen verhaalden, die God door hen onder de heidenen gedaan had. Toen zij waren uitgesproken nam Jakobus het woord en sprak: “Mannen broeders, luistert naar mij. Simeon heeft ons uiteengezet, hoe God eertijds genadig heeft neergezien en uit de heidenen zich een volk heeft gekozen. Hiermee stemmen de woorden der profeten overeen, zoals geschreven staat: Daarna zal Ik terugkeren en het vervallen huis van David weer opbouwen. Ja, zijn ruïnen zal Ik weer opbouwen en Ik zal ze volledig herstellen, opdat de rest van de mensen de Heer zullen zoeken samen met alle heidenen over wie mijn Naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer die deze dingen doet: van eeuwigheid zijn ze bekend. Daarom ben ik voor mij van oordeel, dat men geen onnodige lasten moet opleggen aan hen, die zich uit het heidendom tot God bekeren, maar hun wel moet voorschrijven zich te onthouden van wat door de afgoden besmet is, van ontucht, van wat verstikt is en van bloed. Want van oudsher heeft Mozes in elke stad mensen, die hem op sabbat in de synagoge voorlezen en prediken.”

Tussenzang (Ps. 96/95)

Refrein: Meldt aan de naties de heerlijkheid van de Heer. Of: Alleluia.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer, alle landen. Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.
Verkondigt zijn heil alle dagen. Meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn wondere daden aan alle volken.
Zegt tot elkander: de Heer regeert! Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen, de volken bestuurt Hij met billijkheid.

Vers voor het evangelie (Lc. 24, 46)

Alleluia. Christus moest lijden en sterven en opstaan uit de doden, en aldus binnengaan in zijn heerlijkheid. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 9-11)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals de Vader Mij heeft liefgehad zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden.”

Vrijdag 24 mei

Eerste lezing (Hand. 15, 22-31)

In die dagen besloten de apostelen en de oudsten samen met de hele gemeente enige mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen: Judas, bijgenaamd Barnabas, en Silas, mannen van aanzien onder de broeders, en hun het volgende schrijven mee te geven: “De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet aan de broeders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië. Daar wij gehoord hebben dat sommige van ons u door woorden in verwarring hebben gebracht en uw gemoederen hebben verontrust, zonder dat ze van ons enige opdracht hadden gekregen, hebben wij eenstemmig besloten enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen, in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus, mensen die zich geheel en al hebben ingezet voor de Naam van onze Heer Jezus Christus. Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd, die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen. De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dat dit onvermijdelijke: u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn, van bloed, van wat verstikt is en van ontucht. Als gij uzelf daarvoor in acht neemt zal het u goed gaan. Vaarwel!” Na afscheid genomen te hebben reisden zij naar Antiochië. Daar riepen ze de gemeente bijeen en overhandigden de brief. Zij lazen hem en waren blij over de troostvolle inhoud.

Tussenzang (Ps. 57/56)

Refrein: U wil ik loven, Heer, voor alle volken, voor alle naties zing ik U ter eer. Of: Alleluia.
Op U vertrouw ik, God, op U vertrouw ik, ik zing en speel voor U. Ontwaak, mijn geest, wordt wakker, harp en citer en wekt de dageraad.
U wil ik loven, Heer, voor alle volken, voor alle naties zing ik U ter eer; omdat uw medelijden wijd is als de hemel, uw trouw tot aan de wolken reikt. Vertoon U in den hoge, God, in majesteit, uw glorie strale over heel de aarde.

Vers voor het evangelie (Rom. 6, 9)

Alleluia. Christus, eenmaal van de doden verrezen, sterft niet meer; de dood heeft geen macht meer over Hem. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 12-17)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.”

Zaterdag 25 mei – H. Beda de Eerbiedwaardige, priester en kerkleraar;
H. Maria Magdalena de’ Pazzi, maagd

Eerste lezing (Hand. 16, 1-10)

In die dagen kwam Paulus te Derbe en Lystra. Er was daar een leerling, Timóteüs genaamd, de zoon van een gelovig geworden Joodse vrouw, maar van een Griekse vader. Omdat hij bij de broeders van Lystra en Ikonium een goede naam had, wenste Paulus hem als reisgezel. Omwille van de Joden, die in die streek woonden, liet hij hem besnijden, want iedereen wist dat zijn vader een Griek was. In de steden waar zij doorkwamen, kondigden zij voor de gelovigen de besluiten af, die genomen waren door de apostelen en oudsten in Jeruzalem. Zo werden de gemeenten versterkt in het geloof en ze namen met de dag in omvang toe. Daarna trokken ze door Frygië en de landstreek Galatië, omdat zij door de heilige Geest ervan weerhouden waren het woord te verkondigen in Asia. In Mysië gekomen, maakten zij aanstalten om naar Bitynië te reizen, maar de Geest van Jezus stond hun dit niet toe. Zij trokken dus door Mysië en gingen naar Troas. Daar had Paulus ‘s nachts een visioen: er stond een Macedoniër voor hem, die hem smeekte: “Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp.” Na zijn visioen zochten wij onmiddellijk een gelegenheid naar Macedonië te vertrekken, want we maakten er uit op, dat God ons geroepen had om hun het Evangelie te verkondigen.

Tussenzang (Ps. 100/99)

Refrein: Juicht voor de Heer, alle landen. Of: Alleluia.
Juicht voor de Heer, alle landen, dient met blijdschap de Heer, treedt onbezorgd voor zijn aanschijn.
Waarlijk, de Heer is God, Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde, zijn volk.
Hij is ons goed gezind, eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht.

Vers voor het evangelie (Apok. 1, 5ab)

Alleluia. Jezus Christus, getrouwe getuige, eerstgeborene van de doden; Gij hebt ons liefgehad en van de zonden verlost in uw bloed. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 18-21)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als de wereld u haat, bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u. Als gij van de wereld zoudt zijn, zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort. Daar gij echter niet van de wereld zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u. Herinnert u wat Ik u gezegd heb: een dienaar staat niet boven zijn heer. Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u vervolgen. Als ze mijn woord onderhouden hebben, zullen ze ook het uwe onderhouden. Maar dit alles zullen zij u vanwege mijn Naam aandoen, want Hem die Mij gezonden heeft kennen zij niet.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Regina caeli

Regína caeli, laetáre, allelúia,
quia quem meruísti portáre, allelúia,
resurréxit sicut dixit, allelúia;
ora pro nobis Deum, allelúia.
Gaude et laetáre, Virgo María, allelúia.
Quia surréxit Dóminus vere, allelúia.

Orémus.
Deus qui per resurrectiónem Fílii tui,
Dómini nostri Iesu Christi,
mundum laetificáre dignátus es,
praesta, quaésumus,
ut per eius Genetrícem Vírginem Maríam
perpétuae capiámus gaúdia vitae.
Per Christum Dóminum nostrum.
Amen.

Koningin des hemels

Koningin des hemels, verheug u, alleluia!
Omdat Hij, die gij waardig geweest zijt te dragen, alleluia!
Verrezen is, zoals Hij gezegd heeft, alleluia!
Bid God voor ons, alleluia!
Verheug en verblijd u, Maagd Maria, alleluia!
Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluia!

Laat ons bidden.
God,
door de verrijzenis van uw Zoon Jezus Christus,
hebt Gij de vreugde geschonken aan de wereld.
Wij bidden U:
laat ons door zijn moeder, de Maagd Maria,
eenmaal komen tot de vreugde van het eeuwig leven.
Door Christus onze Heer.
Amen.

 

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share