Dagelijks Brood, lezingen van de dag: dinsdag 13 t/m zaterdag 18 mei 2019

olv-van-lourdes-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag: dinsdag 13 t/m zaterdag 18 mei 2019
4e week van de Paastijd

U kunt deze week downloaden via deze link

Maandag 13 mei – OLV van Fatima; H. Servatius, bisschop

Eerste lezing (Hand.11, 1-18)

In die dagen hoorden de apostelen en de broeders in Judea dat ook de heidenen het woord van God hadden aangenomen. Toen Petrus dan in Jeruzalem kwam maakten de gelovigen uit de besnijdenis hem het verwijt: “Gij hebt het huis van onbesnedenen betreden en gij hebt met hen gegeten.” Nu begon Petrus hun een geregeld verslag te geven: “Ik was – zo zei hij – in de stad Joppe aan het bidden toen ik in een geestverrukking een visioen zag: een voorwerp, in de vorm van een groot laken, dat aan de vier punten uit de hemel werd neergelaten, daalde uit de hemel en kwam tot vlak bij mij. Ik keek er naar met gespannen aandacht en zag viervoetige dieren, wilde beesten, kruipende dieren en vogels. Bovendien hoorde ik een stem, die tot mij zei: Komaan Petrus, slacht en eet. Maar ik zei: Dat in geen geval, Heer, want nooit kwam er iets onheiligs of onreins in mijn mond. Maar de stem uit de hemel liet zich een tweede maal horen en gaf mij ten antwoord: Beschouw niet als onheilig wat God rein heeft verklaard. Dit gebeurde tot drie keer toe en toen werd alles weer naar de hemel opgetrokken. Terstond daarop vervoegden zich drie mannen bij het huis waar we verbleven; ze waren uit Caesarea naar mij toegezonden. De Geest beval mij zonder bedenken met hen mee te gaan. Ook deze zes broeders gingen met mij mee en wij traden het huis van die man binnen. Hij vertelde ons hoe hij een engel in zijn huis had zien staan, die zei: Zend iemand naar Joppe om Simon, bijgenaamd Petrus, te halen. Die zal u zeggen op welke wijze gij en heel uw huis redding kunt vinden. Juist was ik begonnen te spreken toen de heilige Geest op hen neerkwam, zoals in het begin ook op ons. Toen dacht ik terug aan het woord van de Heer, hoe Hij gezegd had: Johannes doopte met water, maar gij zult gedoopt worden met de heilige Geest. Indien God hun nu dezelfde gave gegeven heeft als aan ons die reeds geloofden in de Heer Jezus Christus, hoe zou ik dan in staat geweest zijn God tegen te houden?” Toen zij dat gehoord hadden, waren zij gerustgesteld en zij verheerlijkten God met de woorden: “Zo heeft God dan ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken.”

Tussenzang Ps. 42 (41); Ps. 43 (42)

Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft. Of: Alleluia.
Zoals een hert de beekjes zoekt, zo zoekt mijn geest naar U, mijn God. Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft, zal ik Hem ooit bereiken en zijn Aanschijn zien?
Zend mij uw licht, uw steun om mij te leiden, om mij te voeren naar uw berg en in uw tent. Dan ga ik naar uw altaar, God die blijdschap geeft, en loof U bij de citer, God, mijn God.

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 14)

Alleluia. Ik ben de goede herder, zegt de Heer. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij. Alleluia.

Evangelie (Joh. 10, 1-10)

In die tijd zei Jezus: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u wie niet door de deur, maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open. De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.” Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen. Een andere keer zei Jezus tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u Ik ben de deur van de schapen. Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen; Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed.”

Dinsdag 14 mei – H. Mattias, apostel

Eerste lezing (Hand. 1, 15-17.20-26)

In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders – er was een groep van ongeveer honderdtwintig personen bijeen – en sprak: “Mannen broeders, het Schriftwoord moest in vervulling gaan dat de heilige Geest door de mond van David tevoren gesproken heeft over Judas, die de gids is geworden van hen, die Jezus gevangen namen. Hij behoorde tot ons getal en had aan dit dienstwerk zijn deel gekregen. Er staat immers geschreven in het boek der psalmen: Zijn woonplaats worde een woestenij en niemand wone er meer; en ook: Een ander neme zijn ambt over. Dus moet een van de mannen, die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf het doopsel van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen, met ons een getuige worden van zijn verrijzenis. Men stelde er twee voor: Jozef, ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus, en Mattias. Toen baden zij als volgt: Gij, Heer, die aller harten kent, wijs degene aan, die Gij van deze twee hebt uitverkoren om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt, waaraan Judas ontrouw werd om heen te gaan naar zijn eigen plaats.” Toen liet men hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.

Tussenzang (Ps. 113/112)

De Heer plaatst de machtelozen te midden der machtigen van zijn volk. Of: Alleluia.
Verheerlijkt, dienaars des Heren, verheerlijkt de Naam van de Heer De Naam van de Heer zij geprezen, vandaag en in eeuwigheid.
Van ochtendgloren tot avondrood moet ieder die Naam aanbidden. Want boven de volkeren troont de Heer, zijn Glorie beheerst de hemel.
Wie is als de Heer onze God, hoog boven de sterren gezeten? Die van omhoog overziet het hemelgewelf en de aarde.
Die machtelozen tilt uit het stof, van vuilnishopen de armen weghaalt; om hen in de kring van de vorsten te plaatsen, te midden der machtigen van zijn volk.

Vers voor het evangelie (Joh. 15, 16)

Alleluia. Ik heb u uitgekozen en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn. Alleluia.

Evangelie (Joh. 15, 9-17)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u: opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.”

Woensdag 15 mei – H. Isidorus, landbouwer

Eerste lezing (Hand. 12, 24-13, 5a)

In die dagen gedijde het woord des Heren en breidde zich uit. Barnabas en Saulus keerden terug na hun dienstwerk in Jeruzalem volbracht te hebben en namen Johannes, die ook Marcus genoemd werd mee. In de gemeente van Antiochië waren er profeten en leraren: Barnabas, Simon die Niger genoemd werd, Lucius uit Cyrene, Manaën, jeugdvriend van de viervorst Herodes en Saulus. Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten en vastten, sprak de heilige Geest: “Zondert Mij Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe Ik hen heb geroepen.” Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op en lieten hen vertrekken. Aldus door de heilige Geest uitgezonden, gingen zij naar Seleucië en voeren vandaar naar Cyprus. Zij kwamen aan in Sálamis en predikten er het woord Gods in de synagogen van de Joden.

Tussenzang (Ps. 67/66)

Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren! Of: Alleluia.
God, wees ons barmhartig en zegen ons, toon ons het licht van uw aanschijn; opdat men op aarde uw wegen mag kennen, in alle landen uw heil.
Laat alle naties van vreugde juichen, omdat Gij de volken rechtvaardig regeert en alles op aarde bestuurt.
Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren. God geve ons zo zijn zegen dat heel de aarde Hem vreest.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 1)

Alleluia. Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Alleluia.

Evangelie (Joh. 12, 44-50)

In die tijd verklaarde Jezus met luide stem: “Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft; en wie Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft. Als een licht ben Ik in de wereld gekomen, opdat al wie in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. Indien iemand mijn woorden hoort zonder ze te onderhouden, dan veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld te redden. Want wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanvaardt, heeft reeds iemand die hem veroordeelt: het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem veroordelen op de laatste dag. Ik heb immers niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft, Hij heeft Mij opgedragen wat Ik moet zeggen en verkondigen. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Wat Ik dus verkondig, verkondig Ik zoals de Vader het Mij gezegd heeft.”

Donderdag 16 mei – Johannes Nepomuk, priester en martelaar

Eerste lezing (Hand. 13, 13-25)

Het gezelschap van Paulus voer nu weg uit Pafos en begaf zich naar Perge in Pamfylië; daar scheidde Johannes zich van hen af en keerde naar Jeruzalem terug. Van Perge reisden ze verder en ze bereikten Antiochië in Pisidië, waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen en plaats namen. Na de voorlezing van de Wet en de Profeten lieten de oversten van de synagoge hun zeggen: “Mannen broeders, indien ge een opwekkend woord tot het volk te zeggen hebt, spreekt dan.” Paulus stond op, wenkte met de hand en zei: “Mannen van Israël en godvrezenden, luistert. De God van dit volk Israël heeft onze vaderen uitverkoren, en het volk groot gemaakt tijdens het verblijf in Egypte en met machtige hand daaruit weggevoerd. Ongeveer veertig jaar heeft Hij hen in de woestijn met zorgen omringd; waarna Hij zeven volkeren in Kanaän vernietigde en hun het land in bezit gaf. Dit omvatte ongeveer vierhonderdvijftig jaren. Daarna gaf Hij hun rechters: dit duurde tot aan de profeet Samuël. Hierna vroegen zij om een koning en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam Benjamin veertig jaar lang. Nadat Hij hem verworpen had, verhief Hij David tot hun koning. Van deze gaf Hij het getuigenis: Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï, een man naar mijn hart die mijn wil in alles zal volbrengen. Uit zijn nakomelingschap heeft God volgens belofte voor Israël een Verlosser doen voortkomen, Jezus; nadat reeds Johannes vóór zijn optreden een doopsel van bekering had gepredikt aan heel het volk van Israël. Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei Hij: Wat ge meent dat ik ben, ben ik niet; maar na mij komt iemand wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken.”

Tussenzang (Ps. 89/88)

Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht. Of: Alleluia.
Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht. Gij hebt gezegd: mijn gunst blijft eeuwig duren, de hemel is de grondslag van mijn trouw.
Mijn dienaar David heb Ik opgezocht en hem gezalfd met mijn gewijde olie; als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen en dat mijn arm hem kracht verlenen zal.
Mijn trouw en mijn genade leiden hem, mijn Naam zal hem de zege schenken. Hij zal Mij aanroepen: Gij zijt mijn Vader, mijn God, de steenrots van mijn heil.

Vers voor het evangelie (Rom. 6, 9)

Alleluia. Christus, eenmaal van de doden verrezen sterft niet meer; de dood heeft geen macht meer over Hem. Alleluia.

Evangelie (Joh, 13, 16-20)

Nadat Jezus de voeten van zijn leerlingen had gewassen zei Hij tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een dienaar staat niet boven zijn heer en een gezant niet boven degene die hem gezonden heeft. Wanneer gij dit beseft, zalig gij als gij er naar handelt. Ik kan dit niet van u allen zeggen. Ik weet wie Ik heb uitgekozen, maar het Schriftwoord moet vervuld worden: Die mijn brood eet, heft zijn hiel tegen Mij op. Nu reeds zeg Ik het u, vóórdat het gebeurt, opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven dat Ik ben. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Hem aanvaardt, die Ik zal zenden, aanvaardt Mij, en wie Mij aanvaardt, aanvaardt Hem die Mij gezonden heeft.”

Vrijdag 17 mei

Eerste lezing (Hand. 13, 26-33)

In die dagen, toen Paulus te Antiochië in Pisidië gekomen was, zei hij in de synagoge: “Mannen broeders, zonen uit Abrahams geslacht en godvrezenden onder u: tot ons is dit woord van verlossing gezonden. Want doordat de inwoners van Jeruzalem en hun overheden Jezus niet erkend hebben, maar veroordeeld, deden zij de uitspraken van de profeten in vervulling gaan, die elke sabbat worden voorgelezen. Ofschoon ze geen enkele rechtsgrond konden vinden voor de doodstraf hebben ze van Pilatus geëist, dat Hij ter dood gebracht werd. Toen ze alles hadden voltrokken wat over Hem geschreven staat, namen ze Hem van het kruishout en legden Hem in een graf. Maar God wekte Hem uit de doden op en gedurende vele dagen verscheen Hij aan hen, die Hem van Galilea naar Jeruzalem hadden vergezeld. Dezen zijn nu getuigen van Hem voor het volk. Wij dan verkondigen u de blijde boodschap, dat God de belofte aan de vaderen gedaan, voor ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus te doen verrijzen, zoals ook geschreven staat in de tweede psalm: Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt.”

Tussenzang (Ps. 2)

Gij zijt mijn zoon, Ik heb u heden verwekt. Of: Alleluia.
Ikzelf heb mijn koning aangesteld op Sion, mijn heilige berg. Dit is het besluit van de Heer: Hij sprak tot Mij: Gij zijt mijn zoon, Ik heb U heden verwekt.
Vraag Mij, Ik geef U de volken als erfdeel, schenk U de aarde als eigendom. Breek hun verzet met ijzeren scepter, sla hen in stukken als potten van klei.
Weest nu verstandig, gij vorsten, heersers der aarde, weet wat ge doet! Dient de Heer met ontzag, kust Hem bevend de voeten.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Christus stond op uit het graf, Hij die voor ons stierf op een kruis. Alleluia.

Evangelie (Joh. 14, 1-6)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Ware dit niet zo, dan zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben. Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend.” Tomas zei tot Hem: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?” Jezus antwoordde hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.”

Zaterdag 18 mei – H. Johannes I, paus en martelaar

Eerste lezing (Hand. 13, 44-52)

De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van God te luisteren. Bij het zien van die grote menigte werden de Joden zeer afgunstig en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus met beschimpingen. Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid: “Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden, maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt, daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen. Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons: Ik heb u geplaatst als een licht voor de heidenen, opdat gij tot redding zoudt strekken tot aan het uiteinde van de aarde.” Toen de heidenen dit hoorden, waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God, en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd, namen het geloof aan. Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek, maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op die uit de toonaangevende kringen kwamen en ook de voornaamste burgers uit de stad; zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verjoegen hen uit hun gebied. Dezen schudden het stof van hun voeten ten teken dat zij met hen gebroken hadden en gingen naar Ikonium. De leerlingen echter waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.

Tussenzang (Ps 98/97)

Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed. Of: Alleluia.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed. Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm.
Zijn weldaden deed Hij ons kennen, de volkeren zijn gerechtigheid. Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw ten gunste van Israëls huis.
Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed. Verheerlijkt de Heer, alle landen, weest blij, verheugt u en zingt.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Hij die alles riep in het bestaan en zich ontfermde over ons, zijn mensen, Hij is verrezen, Christus de Heer. Alleluia.

Evangelie (Joh. 14, 7-14)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als gij Mij zoudt kennen zoudt gij ook mijn Vader kennen. Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.” Hierop zei Filippus: “Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.” En Jezus weer: “Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader? Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht. Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg: u wie in Mij gelooft zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga. En wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon. Als gij Mij iets zult vragen in mijn Naam zal Ik het doen.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”(Psalm 119)

Regina caeli

Regína caeli, laetáre, allelúia,
quia quem meruísti portáre, allelúia,
resurréxit sicut dixit, allelúia;
ora pro nobis Deum, allelúia.
Gaude et laetáre, Virgo María, allelúia.
Quia surréxit Dóminus vere, allelúia.

Orémus.
Deus qui per resurrectiónem Fílii tui,
Dómini nostri Iesu Christi,
mundum laetificáre dignátus es,
praesta, quaésumus,
ut per eius Genetrícem Vírginem Maríam
perpétuae capiámus gaúdia vitae.
Per Christum Dóminum nostrum.
Amen.

Koningin des hemels

Koningin des hemels, verheug u, alleluia!
Omdat Hij, die gij waardig geweest zijt te dragen, alleluia!
Verrezen is, zoals Hij gezegd heeft, alleluia!
Bid God voor ons, alleluia!
Verheug en verblijd u, Maagd Maria, alleluia!
Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluia!

Laat ons bidden.
God,
door de verrijzenis van uw Zoon Jezus Christus,
hebt Gij de vreugde geschonken aan de wereld.
Wij bidden U:
laat ons door zijn moeder, de Maagd Maria,
eenmaal komen tot de vreugde van het eeuwig leven.
Door Christus onze Heer.
Amen.

 

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share