Dagelijks Brood, lezingen van de dag 6 – 11 juli 2020

martelaren-van-gorcum-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 6 – 11 juli 2020

14e week door het jaar

Je kunt het boekje downloaden via deze link.

Viert met ons mee de Heilige Mis via YouTube kanaal OLV ter Nood

 

Maandag 6 juli H. Maria Goretti, maagd en martelares

Eerste lezing (Hos. 2, 16.17b-18.21-22)

Ik neem u als mijn bruid, voor altijd

Zo spreekt de Heer: “Mijn ontrouwe bruid, weldra lok Ik haar weer naar Mij toe, zorg Ik dat zij naar de woestijn gaat, en spreek Ik tot haar hart. Daar wordt zij weer gewillig, zoals in de dagen van haar jeugd toen zij optrok uit Egypte. Op die dag -zo luidt de godsspraak van de Heer- zult gij tot Mij roepen: Mijn man! Nooit roept gij Mij dan meer toe: Mijn Baal! Ik neem u als mijn bruid, voor altijd, als mijn bruid in recht en gerechtigheid, in goedheid en erbarming, als mijn bruid, in onverbrekelijke trouw dan zult gij de Heer leren kennen.”

Tussenzang (Ps. 145, 2-3.4-5.6-7.8-9)

Refrein:  De Heer is vol liefde en medelijden.

U wil ik prijzen, Heer, iedere dag, uw Naam verheerlijken voor altijd.

De Heer is groot en alle lof waardig, zijn grootheid is niet te doorgronden.

Uw daden verhaalt geslacht aan geslacht, uw macht wordt alom verkondigd.

Men spreekt van uw luister en majesteit, verspreidt de faam van uw wonderdaden.

Uw huiveringwekkende macht wordt vermeld, uw grootheid door ieder geprezen.

Zij zingen de lof van uw grote mildheid en juichen om uw rechtvaardigheid.

De Heer is vol liefde en medelijden, lankmoedig en zeer goedgunstig.

De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.

Vers voor het evangelie (Ps. 25, 4c.5a)

Alleluia. Leer mij uw paden kennen, Heer; leid mij volgens uw woord. Alleluia.

Evangelie: Mt. 9, 18-26

Mij dochter is zo juist gestorven; maar kom en zij zal weer levend worden

Terwijl Jezus eens tot de menigte sprak, kwam er een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer en zei: “Mijn dochter is zo juist gestorven, maar kom haar de hand opleggen, dan zal zij weer levend worden.” Jezus stond op en ging met hem mee, vergezeld van zijn leerlingen. Plotseling naderde Hem van achteren een vrouw, die al twaalf jaar lang aan vloeiingen leed, en raakte de zoom van zijn mantel aan. Want ze zei bij zichzelf: “Als ik alleen maar zijn mantel kan aanraken, zal ik al genezen zijn.” Maar Jezus keerde zich om, en toen Hij haar zag, sprak Hij: “Heb goede moed dochter, uw geloof heeft u genezen.” En vanaf dat ogenblik was de vrouw gezond. Toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar makende volk zag, sprak Hij: “Gaat heen, want het meisje is niet gestorven, maar slaapt.” Doch ze lachten Hem uit. Toen al dat volk buitengezet was, trad Hij naderbij, greep haar hand en het meisje stond op. Het verhaal hiervan deed de ronde door heel die streek.

 

Dinsdag 7 juli Heilige Maagd Maria, Zoete Moeder van Den Bosch

Eerste lezing: Hos. 8, 4-7.11-13

Zij zaaien wind, maar storm zullen zij oogsten

Zo spreekt de Heer: “De kinderen van Israël hebben koningen aangesteld, maar buiten Mij om; zij hebben zich leiders gekozen, maar buiten mijn weten. Van hun zilver en goud maakten zij afgodsbeelden, goed om stukgeslagen te worden. Verwijder toch uw stierenbeeld, Samaria! Mijn toorn ontbrandt tegen hen. Hoelang zal het nog duren? Zijn zij dan niet tot onschuld in staat? Ja, die afgod komt uit Israël, door een kunstenaar daar gemaakt, maar het is geen god. Ja, het zal versplinterd worden, dat stierenbeeld van Samaria! ja, zij zaaien wind, maar storm zullen zij oogsten; de halmen waar geen groei in zit, geven geen meel, en al gaven zij het wel, vreemden vraten het op. Ja, Efraïm heeft zijn altaren talrijk gemaakt, maar ze dienden om te zondigen, altaren om te zondigen! Al schrijf Ik mijn wet ook nog zo vaak aan hem voor, zij geldt als de wet van een vreemde. Zij brengen offers naar hun eigen welbehagen en eten van het offervlees, maar de Heer aanvaardt die niet. Nu herinnert Hij zich hun schuld en straft Hij hun zonden: zij gaan naar Egypte terug!”

Tussenzang (Ps. 115, 3-4.5-6.7-8.9-10)

Refrein:  Israëls volk vertrouwt op de Heer.

Of : Alleluia.

De God van Israël is in de hemel, Hij handelt zoals Hij verkiest.

Hun afgodsbeelden zijn zilver en goud, door mensenhanden vervaardigd.

Zij hebben een mond, maar zij spreken niet, zij hebben ogen en zien niet;

zij hebben oren, maar horen niet, zij hebben een neus, maar zij ruiken niet.

Zij hebben handen en tasten niet, zij hebben voeten en lopen niet, er komt geen geluid uit hun keel.

Al even onnozel is hij die ze maakt, en die nu vertrouwt op hun macht.

Israëls volk vertrouwt op de Heer, Hij is hun helper en schild.

Aärons stam vertrouwt op de Heer, Hij is hun helper en schild.

Vers voor het evangelie (Ps. 27, 11)

Alleluia. Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand leid mij langs effen paden. Alleluia.

Evangelie (Mt. 9, 32-38)

De oogst is wel groot maar arbeiders zijn er weinig

In die tijd bracht men Jezus een stomme, die door de duivel bezeten was. Zodra de duivel was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensen zeiden vol verbazing: “Nog nooit heeft men in Israël zó iets gezien.” Maar de Farizeeën zeiden: “De vorst der duivels stelt Hem in staat de duivels uit te drijven.” Jezus ging rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in hun synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas. Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: “De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.”

 

Woensdag 8 juli HH. Maria Aldofina en gezellinnen, maagden en martelaressen

Eerste lezing (Hos. 10, 1-3.7-8.12)

Het is nu de tijd om de Heer te zoeken

Israël is een weelderige wijnstok, die ook weelderige vruchten draagt. En hoe talrijker die vruchten zijn, des te talrijker maakt Israël zijn altaren. Hoe mooier zijn land wordt, des te mooier versiert het zijn wijstenen. Omdat zij zo dubbelhartig zijn, zullen zij nu hun schuld gaan boeten. De Heer zelf geeft hun altaren de nekslag en slaat de wijstenen stuk. Ja, dan zullen zij zeggen: “Wij hebben geen koning, want als wij de Heer niet vrezen, wat helpt ons de koning dan?” Samaria is tot zwijgen gebracht, zijn koning is als een afgebroken tak, die op het water drijft. De gruwelhoogten -die zonde van Israël- worden verwoest. Doornen en distels overwoekeren hun altaren. Dan roepen zij de bergen toe: “Bedekt ons!” en de heuvels: “Valt op ons neer!” Zaait rechtschapenheid, dan zult gij goedheid oogsten; ontgint het braakland. Het is nu de tijd om de Heer te zoeken, totdat Hij komt en de gerechtigheid over u laat regenen.

Tussenzang (Ps. 105, 2-3.4-5.6-7)

Refrein:  Zoekt altijd het Aanschijn van de Heer.

Of: Alleluia.

Bezingt Hem en tokkelt de snaren voor Hem, verhaalt al zijn wondere werken.

Gaat groot op de heilige Naam van de Heer, verheugt u, gij die Hem aanhangt.

Verlaat u op Hem, op zijn machtige arm, blijft altijd zijn Aanschijn zoeken.

Vergeet nooit de wonderen die Hij deed, zijn tekenen en zijn beloften.

Gij, kroost van zijn dienaar Abraham, gij, zonen van Jakob, zijn welbeminde.

De Heer, Hij is onze enige God, wat Hij beslist, geldt voor heel de aarde. 

Vers voor het evangelie (Ps. 95, 8ab)

Alleluia. Luistert heden naar de stem van de Heer en weest niet halsstarrig. Alleluia.

Evangelie (Mt. 10, 1-7)

Gaat naar de verloren schapen van het huis van Israël

In die tijd riep Jezus zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste: Simon, die Petrus wordt genoemd, met zijn broer Andreas; Jakobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes; Filippus en Bartolomeüs, Tomas en Matteüs de tollenaar, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon de ijveraar en Judas Iskariot, die Hem verraden heeft. Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: “Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen; gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij.

 

Donderdag 9 juli HH. Martelaren van Gorcum

Eerste lezing (2 Kor. 4, 7-25)

Ons leven wordt aan de dood uitgeleverd om Jezus’ wil

Broeders en zusters, wij dragen een schat in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. Wij worden aan alle kanten bestookt, maar raken toch niet klem; wij zien geen uitweg meer, maar zijn nooit ten einde raad; wij worden opgejaagd, maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld, maar gaan er niet aan dood. Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden. Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus zich zou openbaren in ons sterfelijk bestaan. Zo verricht de dood zijn werk in ons en het leven in u. Maar wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt: “Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.” Ook wij geloven en daarom spreken wij. Want wij weten, dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken om ons tot zich te voeren, samen met u. Want alles gebeurt voor u: de genade moet zich in velen vermenigvuldigen, zodat steeds meer mensen dank brengen aan God, tot eer van zijn Naam.

Tussenzang (Ps. 126, 1-2ab.2cd-3.4-5.6)

Refrein:  Die onder tranen zaaien, oogsten met gejuich.

De Heer bracht Sions ballingen terug: het was alsof wij droomden.

Toen lachten alle monden en juichte elk tong.

Toen zei men bij de volken: geweldig is het wat de Heer hen deed.

Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij.

Keer nu ons lot ten goede, Heer, zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.

Die onder tranen zaaien zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit met zaaizakken beladen;

maar keren zingend weer beladen met hun schoven.

Vers voor het evangelie

Alleluia. U, God, loven wij, U, Heer, prijzen wij. U looft het blanke heer der martelaren. Alleluia.

Of indien één martelaar speciaal wordt herdacht: Alleluia. (Jak. 1, 12)

Zalig de man die standhoudt in de beproeving. Heeft hij de toets doorstaan, dan zal hij de zegekrans van het leven ontvangen. Alleluia. 

Evangelie (Mt. 10, 17-22)

Gij zult een voorwerp van haat zijn; wie echter ten einde toe volhardt, zal gered worden.

In die tijd zei Jezus tot de twaalf: “Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen. Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden; de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen, omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.”

Vrijdag 10 juli                                                                                         

Eerste lezing (Hos. 14, 2-10)

Tegen het maaksel van onze handen zeggen wij nooit meer: Gij zijt onze God

Zo spreekt de Heer: “Bekeer u, Israël, tot de Heer uw God, want over uw schuld zijt gij gestruikeld. Kom met uw woorden als gave, bekeer u tot de Heer en zeg Hem: Gij vergeeft toch alle schuld; aanvaard ook onze goede wil: wij zullen onze woorden als offerdieren geven. Assur kan ons niet redden; wij zullen niet meer op paarden rijden en tegen het maaksel van onze handen zeggen wij nooit meer: Gij zijt onze God. Gij, Heer, zijt immers degene bij wie de wees ontferming vindt. Ik wil hen van hun ontrouw genezen -zegt de Heer- en hun van harte mijn liefde schenken. Mijn toorn heeft zich van hen afgewend. Ik wil voor Israël zijn als de dauw als een lelie zal hij gaan bloeien en hij zal wortels schieten, als op de Libanon. Zijn scheuten lopen uit, zijn luister evenaart die van de olijfboom, zijn geur die van de Libanon. Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten; zij zullen koren kunnen verbouwen, zij zullen bloeien als de wingerd en vermaard zijn als de wijn van de Libanon. Wat heb Ik dan nog met de afgoden te maken, Efraïm? Ik ben het die hem verhoort en die naar hem omziet. Ik ben als een altijd groene cypres: aan Mij zijn uw vruchten te danken. Wie is zo wijs dat hij dit beseft, wie is zo verstandig dat hij dit inziet? Inderdaad, recht zijn de wegen van de Heer: de rechtschapenen bewandelen die, maar rebellen komen er ten val.

Tussenzang (Ps. 51, 3-4.8-9.12-13.14.17)

Refrein:  Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.

Want Gij hebt behagen in oprechtheid, Gij hebt mij geleerd in eigen hart te zien.

Sprenkel mij met hyssop dat ik rein word, was mij dat ik witter word dan sneeuw.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest.

Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid.

Heer, maak mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen.

Vers voor het evangelie (Ps. 119, 18)

Alleluia. Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer, de heerlijkheid van uw wet. Alleluia. 

Evangelie (Mt. 10, 16-23)

Niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt de Geest van de Vader.

In die tijd zei Jezus tot de twaalf: “Zie, Ik zend u als schapen tussen wolven. Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven. Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen. Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden, de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen, omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden. Wanneer men u in de ene stad vervolgt, vlucht dan naar een andere. Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult niet gereed gekomen zijn met de steden van Israël op het ogenblik dat de Mensenzoon komt.”

 

Zaterdag 11 juli H. Benedictus van Nursia, abt, patroon van Europa

Eerste lezing (Spr. 2, 1-9)

Keer uw hart naar het inzicht

Uit het Boek der Spreuken. Mijn zoon, als gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden zorgvuldig bewaart en uw oor dan spitst op de wijsheid en uw hart naar het inzicht keert, ja, als gij de schranderheid tot u roept en tot het inzicht uw stem verheft, als gij ernaar zoekt als naar zilver en speurt als naar verborgen schatten, dan zult gij de vrees voor de Heer verstaan en vindt gij de kennis van God. De Heer immers geeft de wijsheid; uit zijn mond komen kennis en inzicht. Hij verzekert de voorspoed van de rechtvaardigen en de bescherming van wie onberispelijk leven. Hij behoedt de paden van het recht en beschermt de weg van zijn getrouwen. Dan zult gij gerechtigheid verstaan en recht, rechtschapenheid en alle goede wegen.

Tussenzang (Ps. 34, 2-3.4.6.9.12.14-15)

Refrein:  De Heer zal ik prijzen iedere dag.

De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen.

Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur.

Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Komt, kinderen, luistert naar wat ik u zeg; ik leer u de Heer te vrezen.

Weerhoud dan uw tong van boosaardige taal, uw lippen van leugenachtige woorden.

Vermijd dan het kwade en doe slechts wat goed is, streef altijd naar vrede en laat die niet los.

Vers voor het evangelie (Mt. 5, 3)

Alleluia. Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 19, 27-29)

Gij die alles hebt prijsgeven om Mij te volgen, zult het honderdvoudig terugkrijgen.

In die tijd zei Petrus tot Jezus: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?” Jezus sprak tot hen: “Voorwaar Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijkheid, zult ook gij die Mij gevolgd zijt, gezeten zijn op twaalf tronen en heersen over de twaalf stammen van Israël. En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

 

Noveengebed

om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood,
Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven
en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon.
Daarom komen wij vol vertrouwen tot u
en wij vragen door U aan de Heer:
Bevrijd ons land van de Corona-epidemie,
genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen.
Geef wijsheid aan onze bestuurders en geef dat wij spoedig
weer kunnen samenkomen om ons geloof te vieren.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet.
Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten,
geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen,
geef ons licht waar het donker is.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren,
geef ons overgave aan de wil van de Vader
en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon.
Amen

Imprimatur: Haarlem, 14 maart 2020 +Johannes Hendriks

 

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen

Angelus ad Virginem

℣. Angelus Domini nuntiavit Mariae
℟.Et concepit de Spiritu Sancto

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus Sancta Maria, Mater Dei.
Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ecce ancilla Domini
℟.Fiat mihi sectundum verbum tuum

Ave Maria . . .

℣.Et Verbum caro factum est
℟.Et habitavit in nobis

Ave Maria . . .

℣.Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix,
℟.Ut digni efficiamur promissionibus Christi

Oremus
Gratiam tuam, quaesumus, Domine mentibus nostris infunde ut, qui, Angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus per passionem eius et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur Per Christum Dominum nostrum. Amen

De Engel des Heren

℣.De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt
℟.En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Zie de dienstmaagd des Heren
℟.Mij geschiede naar uw woord

Wees gegroet, Maria . . .

℣.En het Woord is vlees geworden
℟.En Het heeft onder ons gewoond

Wees gegroet, Maria . . .

℣.Bid voor ons, heilige Moeder van God,
℟.opdat wij de beloften van Christus waardig worden

Laat ons bidden

Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen Wij bidden U stort uw genade in onze harten opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis Door Christus, onze Heer. Amen.