Dagelijks Brood, lezingen van de dag 3 – 9 mei 2020

heilige-athanasius-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 3 – 9 mei 2020

4e week van Pasen

U kunt het boekje downloaden via deze link

Viert met ons mee de Heilige Mis via YouTube kanaal OLV ter Nood

Gebed Geestelijke Communie

Er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid (Joh. 4, 23)

Gebed dat gebeden kan worden op het moment dat de priester ter Communie gaat

Mijn Jezus, ik geloof dat Gij in het Allerheiligst Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U boven alles en wens U in mijn binnenste te ontvangen; maar omdat ik dit thans niet werkelijk kan doen, smeek ik U tenminste op geestelijke wijze in mijn hart te komen. Ik verlang naar U. Zie, ik omhels U alsof Gij reeds gekomen waart en ik verenig mij geheel en al met U. Laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden wordt.

OF

Mijn Jezus, ik geloof dat Gij in het Allerheiligst Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U en verlang naar U. Kom in mijn hart. Ik omhels U; verlaat mij nooit

Gebed Geestelijke Communie

Er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid (Joh. 4, 23)

Gebed dat gebeden kan worden op het momentdat de priester ter Communie gaat

Mijn Jezus, ik geloof dat Gij in het Allerheiligst Sacrament tegenwoordig zijt.
Ik bemin U boven alles en wens U in mijn hart te ontvangen.
Maar ik kan dit nu niet werkelijk doen; daarom bid ik u: kom tenminste op geestelijke wijze in mijn hart.
Ik omhels U, alsof Gij reeds gekomen waart en verenig mij geheel en al met U.
Laat mij toch nooit van U gescheiden worden.

of

Mijn Jezus, ik geloof dat Gij in het Allerheiligst Sacrament tegenwoordig zijt.
Ik bemin U en verlang naar U. Kom in mijn hart. Ik omhels U; verlaat mij nooit meer.

Zondag 3 mei

Eerste lezing (Hand. 2, 14a.36-41)

Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: “Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan, dat God die Jezus die gij gekruisigd hebt, tot Heer en Christus heeft gemaakt.” Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: “Wat moeten wij doen, mannen, broeders?” Petrus gaf hun ten antwoord: “Bekeert u en ieder van u late zich dopen in Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen. Want die belofte geldt u, uw kinderen en alle mensen, waar dan ook, zovelen de Heer onze God zal roepen.” Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij vermaande hen: “Redt u uit dit ontaarde geslacht.” Die zijn woorden aannamen, lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.

 

Tussenzang (Ps. 23)

Refrein:  De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.
Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen.
Gij nodigt mij aan uw tafel tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol.
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit, elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

Tweede lezing (1 Petr. 2, 20b-25)

Dierbaren, geduldig verdragen wat gij te lijden hebt om uw goede daden, dat is het wat God behaagt. Het is ook uw roeping, want Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; gij moet in zijn voetstappen treden. Hij heeft geen zonden gedaan en in zijn mond is geen bedrog gevonden. Als Hij gescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij aan de zonden zouden afsterven en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt gij bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 14)

Alleluia. Ik ben de goede Herder, zegt de Heer. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij. Alleluia.

Evangelie (Joh. 10, 1-10)

In die tijd zei Jezus: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie niet door de deur, maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat, is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open. De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen zij niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.” Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen. Een andere keer zei Jezus tot hen: “Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen. Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed.”

Gebed Geestelijke Communie

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden
op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden.

Maandag 4 mei – H. Athanasius, bisschop en kerkleraar

Eerste lezing (Hand. 11, 1-18)

In die dagen hoorden de apostelen en de broeders in Judea dat ook de heidenen het woord van God hadden aangenomen. Toen Petrus dan in Jeruzalem kwam maakten de gelovigen uit de besnijdenis hem het verwijt: “Gij hebt het huis van onbesnedenen betreden en gij hebt met hen gegeten.” Nu begon Petrus hun een geregeld verslag te geven: “Ik was – zo zei hij – in de stad Joppe aan het bidden toen ik in een geestverrukking een visioen zag: een voorwerp, in de vorm van een groot laken, dat aan de vier punten uit de hemel werd neergelaten, daalde uit de hemel en kwam tot vlak bij mij. Ik keek er naar met gespannen aandacht en zag viervoetige dieren, wilde beesten, kruipende dieren en vogels. Bovendien hoorde ik een stem, die tot mij zei: Komaan Petrus, slacht en eet. Maar ik zei: Dat in geen geval, Heer, want nooit kwam er iets onheiligs of onreins in mijn mond. Maar de stem uit de hemel liet zich een tweede maal horen en gaf mij ten antwoord: Beschouw niet als onheilig wat God rein heeft verklaard. Dit gebeurde tot drie keer toe en toen werd alles weer naar de hemel opgetrokken. Terstond daarop vervoegden zich drie mannen bij het huis waar we verbleven; ze waren uit Caesarea naar mij toegezonden. De Geest beval mij zonder bedenken met hen mee te gaan. Ook deze zes broeders gingen met mij mee en wij traden het huis van die man binnen. Hij vertelde ons hoe hij een engel in zijn huis had zien staan, die zei: Zend iemand naar Joppe om Simon, bijgenaamd Petrus, te halen. Die zal u zeggen op welke wijze gij en heel uw huis redding kunt vinden. Juist was ik begonnen te spreken toen de heilige Geest op hen neerkwam, zoals in het begin ook op ons. Toen dacht ik terug aan het woord van de Heer, hoe Hij gezegd had: Johannes doopte met water, maar gij zult gedoopt worden met de heilige Geest. Indien God hun nu dezelfde gave gegeven heeft als aan ons die reeds geloofden in de Heer Jezus Christus, hoe zou ik dan in staat geweest zijn God tegen te houden?” Toen zij dat gehoord hadden, waren zij gerustgesteld en zij verheerlijkten God met de woorden: “Zo heeft God dan ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken.”

 

Tussenzang (Ps. 42 & Ps. 43)

Refrein:  Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft. Of: Alleluia.
Zoals een hert de beekjes zoekt, zo zoekt mijn geest naar U, mijn God.
Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft, zal ik Hem ooit bereiken en zijn Aanschijn zien?
Zend mij uw licht, uw steun om mij te leiden, om mij te voeren naar uw berg en in uw tent.
Dan ga ik naar uw altaar, God die blijdschap geeft, en loof U bij de citer, God, mijn God.

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 14)

Alleluia. Ik ben de goede herder, zegt de Heer. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij. Alleluia.

Evangelie (Joh. 10, 11-18)

In die tijd zei Jezus: “Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar de huurling, die geen herder is en geen eigenaar van de schapen, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht weg; de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen. Hij is dan ook maar een huurling en heeft geen hart voor de schapen. Ik ben de goede herder. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. Ik heb nog andere schapen, die niet uit deze schaapsstal zijn. Ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem luisteren en het zal worden: één kudde, één herder. Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef om het later weer terug te nemen. Niemand neemt Mij het af maar Ik geef het uit Mijzelf. Macht heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen: dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen.”

Gebed Geestelijke Communie

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden.

Dinsdag 5 mei

Eerste lezing (Hand. 11, 19-26)

In die dagen trokken zij die vanwege de vervolging verspreid waren, verder tot Fenicië, Cyprus en Antiochië toe, terwijl zij het woord alleen maar aan de Joden predikten. Maar er waren onder hen mannen uit Cyprus en Cyrene, die na hun aankomst te Antiochië zich ook tot de Grieken richtten en hun de Heer Jezus verkondigden. De hand des Heren was met hen, zodat een groot aantal het geloof aannam en zich tot de Heer bekeerde. Het gerucht over hun optreden kwam ook de kerk van Jeruzalem ter ore en men vaardigde Barnabas af naar Antiochië. Toen deze daar aankwam en Gods genade zag, verheugde hij zich en wekte allen op met hart en ziel de Heer trouw te blijven. Hij was een goed man, vol van de heilige Geest en geloof. Veel mensen werden voor de Heer gewonnen. Daarop vertrok hij naar Tarsus om Saulus te gaan zoeken. Toen hij hem gevonden had, bracht hij hem naar Antiochië. Een vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeente en gaven onderricht aan een grote menigte. Het was in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.

Tussenzang (Ps. 87)

Refrein:  Looft nu de Heer, alle naties der aarde. Of: Alleluia.
Zijn stad op de heilige bergen: de Heer heeft haar lief.
De poorten van Sion veel meer dan alle tenten van Jakob.
Hoe groots is het wat er van u wordt voorzegd, Jeruzalem, stad van God!
Eens worden Egypte en Babel geteld tot hen die de Heer vereren.
Ja, Filistijnen en Tyrus en Koes, ook zij worden burgers van Sion.
Zij zullen dan zeggen: mijn moeder is zij, uit haar zijn wij allen geboren.
En Hij zal het zelf verklaren, de Allerhoogste, de Heer.
Hij zal in het boek der volkeren schrijven: ook dezen horen daar thuis.

D
an zullen zij dansen en zingen: de bron van ons leven zijt gij!

Vers voor het evangelie

Alleluia.

Christus stond op uit het graf en werd een Licht

voor allen die Hij vrijkocht in zijn bloed.

Alleluia.

Evangelie (Joh. 10, 22-30)

In die tijd werd te Jeruzalem het feest van de tempelwijding gevierd. Het was winter en Jezus hield zich op in de tempel; in de Zuilengang van Salomo. De Joden kwamen in een kring om Hem heen staan en zeiden tot Hem: “Hoelang houdt Gij ons nog in spanning? Als Gij de Messias zijt, zeg het ons dan ronduit.” Jezus gaf hun ten antwoord: “Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft het niet. De werken, die Ik in naam van mijn Vader doe, zij leggen getuigenis over Mij af. Maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers, die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de Vader, Wij zijn één.”

Gebed Geestelijke Communie

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden.

 

Woensdag 6 mei

Eerste lezing (Hand. 12, 24 – 13, 5a)

In die dagen gedijde het woord des Heren en breidde zich uit. Barnabas en Saulus keerden terug na hun dienstwerk in Jeruzalem volbracht te hebben en namen Johannes, die ook Marcus genoemd werd mee. In de gemeente van Antiochië waren er profeten en leraren: Barnabas, Simon die Niger genoemd werd, Lucius uit Cyrene, Manaën, jeugdvriend van de viervorst Herodes en Saulus. Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten en vastten, sprak de heilige Geest: “Zondert Mij Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe Ik hen heb geroepen.” Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op en lieten hen vertrekken. Aldus door de heilige Geest uitgezonden, gingen zij naar Seleucië en voeren vandaar naar Cyprus. Zij kwamen aan in Sálamis en predikten er het woord Gods in de synagogen van de Joden.

Tussenzang (Ps. 67)

Refrein:  Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren! Of: Alleluia.
God, wees ons barmhartig en zegen ons, toon ons het licht van uw aanschijn;
opdat men op aarde uw wegen mag kennen, in alle landen uw heil.
Laat alle naties van vreugde juichen, omdat Gij de volken rechtvaardig regeert en alles op aarde bestuurt.
Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.
God geve ons zo zijn zegen dat heel de aarde Hem vreest.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 1)

Alleluia. Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Alleluia.

Evangelie (Joh. 12, 44-50)

In die tijd verklaarde Jezus met luide stem: “Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft; en wie Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft. Als een licht ben Ik in de wereld gekomen, opdat al wie in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. Indien iemand mijn woorden hoort zonder ze te onderhouden, dan veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld te redden. Want wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanvaardt, heeft reeds iemand die hem veroordeelt: het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem veroordelen op de laatste dag. Ik heb immers niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft, Hij heeft Mij opgedragen wat Ik moet zeggen en verkondigen. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Wat Ik dus verkondig, verkondig Ik zoals de Vader het Mij gezegd heeft.”

Gebed Geestelijke Communie
Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden
op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden.

Donderdag 7 mei

Eerste lezing (Hand. 13, 13-25)

Het gezelschap van Paulus voer nu weg uit Pafos en begaf zich naar Perge in Pamfylië; daar scheidde Johannes zich van hen af en keerde naar Jeruzalem terug. Van Perge reisden ze verder en ze bereikten Antiochië in Pisidië, waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen en plaats namen. Na de voorlezing van de Wet en de Profeten lieten de oversten van de synagoge hun zeggen: “Mannen broeders, indien ge een opwekkend woord tot het volk te zeggen hebt, spreekt dan.” Paulus stond op, wenkte met de hand en zei: “Mannen van Israël en godvrezenden, luistert. De God van dit volk Israël heeft onze vaderen uitverkoren, en het volk groot gemaakt tijdens het verblijf in Egypte en met machtige hand daaruit weggevoerd. Ongeveer veertig jaar heeft Hij hen in de woestijn met zorgen omringd; waarna Hij zeven volkeren in Kanaän vernietigde en hun het land in bezit gaf. Dit omvatte ongeveer vierhonderdvijftig jaren. Daarna gaf Hij hun rechters: dit duurde tot aan de profeet Samuël. Hierna vroegen zij om een koning en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam Benjamin: veertig jaar lang. Nadat Hij hem verworpen had, verhief Hij David tot hun koning. Van deze gaf Hij het getuigenis: Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï, een man naar mijn hart die mijn wil in alles zal volbrengen. Uit zijn nakomelingschap heeft God volgens belofte voor Israël een Verlosser doen voortkomen, Jezus; nadat reeds Johannes vóór zijn optreden een doopsel van bekering had gepredikt aan heel het volk van Israël. Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei Hij: Wat ge meent dat ik ben, ben ik niet; maar na mij komt iemand wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken.”

Tussenzang (Ps. 89)

Refrein:  Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht.
Of: Alleluia.
Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht.
Gij hebt gezegd: mijn gunst blijft eeuwig duren, de hemel is de grondslag van mijn trouw.
Mijn dienaar David heb Ik opgezocht en hem gezalfd met mijn gewijde olie;
als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen en dat mijn arm hem kracht verlenen zal.
Mijn trouw en mijn genade leiden hem, mijn Naam zal hem de zege schenken.
Hij zal Mij aanroepen: Gij zijt mijn Vader, mijn God, de steenrots van mijn heil.

Vers voor het evangelie (Rom. 6, 9)

Alleluia. Christus, eenmaal van de doden verrezen sterft niet meer; de dood heeft geen macht meer over Hem Alleluia.

Evangelie (Joh. 13, 16-20)

Nadat Jezus de voeten van zijn leerlingen had gewassen zei Hij tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een dienaar staat niet boven zijn heer en een gezant niet boven degene die hem gezonden heeft. Wanneer gij dit beseft, zalig gij als gij er naar handelt. Ik kan dit niet van u allen zeggen. Ik weet wie Ik heb uitgekozen, maar het Schriftwoord moet vervuld worden: Die mijn brood eet, heft zijn hiel tegen Mij op. Nu reeds zeg Ik het u, vóórdat het gebeurt, opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven dat Ik ben. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Hem aanvaardt, die Ik zal zenden, aanvaardt Mij, en wie Mij aanvaardt, aanvaardt Hem die Mij gezonden heeft.”

Gebed Geestelijke Communie

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden.

 

Vrijdag 8 mei                                           HH. Wiro, Plechelmus en Otger

Eerste lezing (Hand. 13, 26-33)

In die dagen, toen Paulus te Antiochië in Pisidië gekomen was, zei hij in de synagoge: “Mannen broeders, zonen uit Abrahams geslacht en godvrezenden onder u: tot ons is dit woord van verlossing gezonden. Want doordat de inwoners van Jeruzalem en hun overheden Jezus niet erkend hebben, maar veroordeeld, deden zij de uitspraken van de profeten in vervulling gaan, die elke sabbat worden voorgelezen. Ofschoon ze geen enkele rechtsgrond konden vinden voor de doodstraf hebben ze van Pilatus geëist, dat Hij ter dood gebracht werd. Toen ze alles hadden voltrokken wat over Hem geschreven staat, namen ze Hem van het kruishout en legden Hem in een graf. Maar God wekte Hem uit de doden op en gedurende vele dagen verscheen Hij aan hen, die Hem van Galilea naar Jeruzalem hadden vergezeld. Dezen zijn nu getuigen van Hem voor het volk. Wij dan verkondigen u de blijde boodschap, dat God de belofte aan de vaderen gedaan, voor ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus te doen verrijzen, zoals ook geschreven staat in de tweede psalm: Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt.”

Tussenzang (Ps. 2)

Refrein:  Gij zijt mijn zoon, Ik heb u heden verwekt.

Of: Alleluia.

Ik zelf heb mijn koning aangesteld op Sion, mijn heilige berg.

Dit is het besluit van de Heer: Hij sprak tot mij: gij zijt mijn zoon,

Ik heb u heden verwekt.

 

Vraag Mij, Ik geef u de volken als erfdeel,schenk u de aarde als eigendom.

Breek hun verzet met ijzeren scepter, sla hen in stukken als potten van klei.

 

Weest nu verstandig, gij vorsten, heersers der aarde, weet wat ge doet!

Dient de Heer met ontzag, kust Hem bevend de voeten.

Vers voor het evangelie

Alleluia.

Christus stond op uit het graf,

Hij die voor ons stierf op een kruis.

Alleluia.

Evangelie (Joh. 14, 1-6)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Ware dit niet zo, dan zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben. Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend.” Tomas zei tot Hem: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?” Jezus antwoordde hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.”

Gebed Geestelijke Communie

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden

 

Zaterdag 9 mei

Eerste lezing (Hand. 13, 44-52)

De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van God te luisteren. Bij het zien van die grote menigte werden de Joden zeer afgunstig en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus met beschimpingen. Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid: “Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden, maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt, daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen. Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons: Ik heb u geplaatst als een licht voor de heidenen, opdat gij tot redding zoudt strekken tot aan het uiteinde van de aarde.” Toen de heidenen dit hoorden, waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God, en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd, namen het geloof aan. Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek, maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op die uit de toonaangevende kringen kwamen en ook de voornaamste burgers uit de stad; zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verjoegen hen uit hun gebied. Dezen schudden het stof van hun voeten ten teken dat zij met hen gebroken hadden en gingen naar Ikonium. De leerlingen echter waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.

Tussenzang (Ps. 98)

Refrein:  Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed.

Of: Alleluia.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed.

Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm.

 

Zijn weldaden deed Hij ons kennen, de volkeren zijn gerechtigheid.

Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw ten gunste van Israëls huis.

 

Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed.

Verheerlijkt de Heer, alle landen, weest blij, verheugt u en zingt.

Vers voor het evangelie

Alleluia.

Hij die alles riep in het bestaan en zich ontfermde over ons,

zijn mensen, Hij is verrezen, Christus de Heer.

Alleluia.

Evangelie (Joh. 14, 7-14)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als gij Mij zoudt kennen zoudt gij ook mijn Vader kennen. Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.” Hierop zei Filippus: “Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.” En Jezus weer: “Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader? Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht. Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg: u wie in Mij gelooft zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga. En wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon. Als gij Mij iets zult vragen in mijn Naam zal Ik het doen.”

Gebed Geestelijke Communie

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden.

 

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten,

een licht op mijn pad” (Psalm 119)

 

Noveengebed

om bescherming tegen het coronavirus

 

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood,

Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven

en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon.

Daarom komen wij vol vertrouwen tot u

en wij vragen door U aan de Heer:

 

Bevrijd ons land van de Corona-epidemie,

genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen.

Geef wijsheid aan onze bestuurders en geef dat wij spoedig

weer kunnen samenkomen om ons geloof te vieren.

 

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet.

Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten,

geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen,

geef ons licht waar het donker is.

 

Maria, bescherm ons en onze dierbaren,

geef ons overgave aan de wil van de Vader

en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon.

Amen

Imprimatur: Haarlem, 14 maart 2020 +Johannes Hendriks

 

Regina caeli

Regína caeli, laetáre, allelúia

Quia quem meruísti portáre, allelúia

Resurréxit sicut dixit, allelúia

Ora pro nobis Deum, allelúia

Gaude et laetáre, Virgo María, allelúia

Quia surréxit Dóminus vere, allelúia

 

Orémus

Deus qui per resurrectiónem Fílii tui

Dómini nostri Iesu Christi

Mundum laetificáre dignátus es

Praesta, quaésumus

Ut per eius Genetrícem Vírginem Maríam

Perpétuae capiámus gaúdia vitae

Per Christum Dóminum nostrum

Amen

 

Koningin des Hemels

Koningin des hemels, verheug u, alleluja

Omdat Hij, die gij waardig geweest zijt te dragen, alleluja

Verrezen is, zoals Hij gezegd heeft, alleluja

Bid God voor ons, alleluja

Verheug en verblijd u, Maagd Maria, alleluja

Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluja

 

Laat ons bidden

God, door de verrijzenis van uw Zoon

Jezus Christus onze Heer

hebt Gij de vreugde geschonken aan de wereld

Wij bidden U

laat ons door zijn moeder, de maagd Maria

eenmaal komen tot de vreugde van het eeuwig leven

Door Christus onze Heer

 

Amen

 

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood (teksten: Dionysius Parochie )

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom op:
IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Diocesaan Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Hartelijk dank voor uw gave

Verdere info: OLV ter Nood