Dagelijks Brood, lezingen van de dag 26 april – 03 mei 2020, 3de week Paastijd

heilige-familie-jozef-maria-jezus-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 26 april – 02 mei 2020

3e week van Pasen

U kunt het boekje downloaden via deze link

Viert met ons mee de Heilige Mis via YouTube kanaal OLV ter Nood

Gebed Geestelijke Communie

Er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid (Joh. 4, 23)

Gebed dat gebeden kan worden op het moment dat de priester ter Communie gaat

Mijn Jezus, ik geloof dat Gij in het Allerheiligst Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U boven alles en wens U in mijn binnenste te ontvangen; maar omdat ik dit thans niet werkelijk kan doen, smeek ik U tenminste op geestelijke wijze in mijn hart te komen. Ik verlang naar U. Zie, ik omhels U alsof Gij reeds gekomen waart en ik verenig mij geheel en al met U. Laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden wordt.

OF

Mijn Jezus, ik geloof dat Gij in het Allerheiligst Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U en verlang naar U. Kom in mijn hart. Ik omhels U; verlaat mij nooit meer.

Zondag 26 april 

Eerste lezing (Hand. 2,14.22-28) 

Op de dag van Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: “Gij allen, Joodse mannen en bewoners van Jeruzalem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht: Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven gewekt, na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk, dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet zult overlaten aan het dodenrijk en uw heiligen geen bederf laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. ”   

 

Tussenzang (Ps. 16) 

Refrein:Wijs ons, Heer, de weg van het leven. 

 

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht; 

Gij zijt mijn Heer, ik erken het, ik vind geen geluk buiten U. 

 

De Heer is mijn erfdeel, de dronk uit de beker, 

Hij heeft mijn lot in zijn hand. 

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft, 

Hij spreekt ook des nachts in mijn hart. 

 

Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, 

ik val niet want Hij staat naast mij. 

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, 

daarom kan ik rustig gaan slapen. 

 

Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, 

Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf. 

Gij zult mij de weg van het leven wijzen 

om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde. 

 

Tweede lezing (1 Petr. 1,17-21) 

Dierbaren, God, die gij aanroept als Vader, is ook de onpartijdige rechter over al onze daden; koester daarom ontzag voor Hem, zolang gij hier in ballingschap leeft. Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan, dat gij van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het Lam zonder vlek of gebrek, dat uitverkoren was vóór de grondlegging der wereld, maar eerst op het einde der tijden is verschenen, om uwentwil. Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God. 

 

Vers voor het evangelie (Lc. 24,32) 

Alleluia. 

Heer Jezus, ontsluit voor ons de Schriften: 

doe ons hart branden, terwijl Gij tot ons spreekt. 

Alleluia. 

 

Evangelie (Lc. 24,13-35) 

In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaüs heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hun toe en liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: “Wat is dat voor een gesprek, dat gij onderweg met elkaar voert?” Met een bedrukt gezicht bleven zij staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: “Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?” Hij vroeg hun: “Wat dan?” Ze antwoordden Hem: “Dat met Jezus, de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord, in het oog van God en van heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn, die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het al de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar ze hadden zijn lichaam niet gevonden, en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen zij niet.” Nu sprak Hij tot hen: “O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?” Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: “Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.” Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: “Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?” Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Deze verklaarden: “De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.” En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood. 

 

Gebed Geestelijke Communie 

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden 

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden. 

 

 

Maandag 27 april H. Petrus Canisius, priester en kerkleraar 

Eerste lezing (Hand. 6, 8-15) 

In die dagen deed Stefanus, vol genade en kracht, grote wondertekenen onder het volk. Sommige leden echter van de zogenaamde synagoge der Vrijgelatenen, Cyreneeërs en Alexandrijnen en sommige mensen uit Cilicië en Asia begonnen met Stefanus te redetwisten, maar zij konden niet op tegen de wijsheid en tegen de geest waarmee hij sprak. Toen stookten zij heimelijk mannen op om te verklaren: “Wij hebben hem lastertaal horen spreken tegen Mozes en tegen God.” Tegelijkertijd ruiden zij zowel het volk als de oudsten en schriftgeleerden op. Onverhoeds maakten zij zich van hem meester en brachten hem voor het Sanhedrin, waar men valse getuigen liet optreden die beweerden: “Die man houdt niet op te spreken tegen de heilige plaats en tegen de Wet. Want wij hebben hem horen zeggen, dat die Nazoreeër Jezus deze plaats zal afbreken, en de voorschriften zal veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd.” Alle leden van het Sanhedrin vestigden hun blik op hem en zagen dat zijn gelaat leek op dat van een engel. 

 

Tussenzang (Ps. 119) 

Refrein:Gelukkig degenen wier levensweg rein is. 

 

Of: Alleluia. 

 

Al spannen ook vorsten tegen mij samen, 

uw dienaar geeft acht op wat Gij beschikt. 

Ik neem uw verordeningen ter harte, zij geven mij goede raad. 

 

Mijn wegen kent Gij, Ge hoort mijn gebeden; leer mij wat Gij hebt beschikt. 

Leid mij op de weg van uw bevelen, dan zal ik uw daden indachtig zijn. 

 

Gedoog niet dat ik een dwaalweg insla, maar geef mij uw wet als gids. 

Ik heb de weg van de trouw gekozen, ik houd mij aan wat Gij bepaalt. 

 

Vers voor het evangelie 

Alleluia. 

Wij weten dat Christus waarlijk is opgestaan uit de doden. 

Ontferm U over ons, Gij koning en overwinnaar. 

Alleluia. 

 

Evangelie (Joh. 6, 22-29) 

Het volk dat aan de ene kant van het meer was gebleven na de wonderbare broodvermenigvuldiging, had gezien dat daar maar één bootje gelegen had, dat Jezus niet met zijn leerlingen was scheep gegaan, maar dat zijn leerlingen alleen waren vertrokken. De volgende dag echter kwamen er bootjes uit Tiberias dicht bij de plaats waar men het brood had gegeten na het dankgebed van de Heer. Toen de mensen bemerkten dat noch Jezus noch zijn leerlingen daar waren, gingen zij in de boten en voeren in de richting van Kafarnaüm op zoek naar Jezus. Zij vonden Hem aan de overkant van het meer en zeiden: “Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?” Jezus nam het woord en zeide: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild. Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven en dat de Mensenzoon u zal geven. Op Hem immers heeft de Vader, God zelf, zijn zegel gedrukt.” Daarop zeiden zij tot Hem: “Welke werken moeten wij voor God verrichten?” Jezus gaf hun ten antwoord: “Dit is het werk dat God van u vraagt: te geloven in Degene die Hij gezonden heeft.” 

 

Gebed Geestelijke Communie 

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden 

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden. 

 

Dinsdag 28 april 

Eerste lezing (Hand. 7, 51-8, 1a) 

In die dagen sprak Stefanus tot het volk, tot de oudsten en de schriftgeleerden: “Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oor, nog altijd weerstreeft gij de heilige Geest juist zoals uw vaderen deden. Wie van de profeten zijn door uw vaderen niet vervolgd? Gedood hebben ze hen, die de komst aankondigden van de Rechtvaardige, wiens verraders en moordenaars gij nu geworden zijt, gij nog wel, die de Wet hebt ontvangen door bemiddeling van de engelen; maar ge hebt ze niet onderhouden!” Toen ze dit hoorden werden ze woedend en ze knarsetandden tegen hem. Maar Stefanus, vervuld van de heilige Geest, staarde naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus, staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenigden bad hij: “Heer Jezus ontvang mijn geest.” Toen viel hij op zijn knieën en riep met luide stem: “Heer, reken hun deze zonde niet aan.” Na deze woorden ontsliep hij. Saulus stemde in met de moord op deze man. 

 

Tussenzang (Ps. 31) 

Refrein:Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen, Heer. 

 Of: Alleluia. 

 

Wees mij een rots waar ik vluchten kan, 

een sterke burcht waar ik veilig kan toeven. 

Want altijd zijt Gij mijn rots en mijn vesting, 

uw Naam is mijn leider en gids. 

 

Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen, 

Gij zult mij beschermen, getrouwe God. 

Ik stel op U mijn vertrouwen, Heer, 

ik mag mij verheugen in uw erbarmen. 

 

Laat over uw dienaar uw Aanschijn stralen, red mij door uw genade. 

De glans van uw Aanschijn beschermt mij altijd 

als mensen zich tegen mij keren. 

Gij neemt mij op in uw tent, beschut tegen kwade tongen. 

 

Vers voor het evangelie (Lc. 24, 46) 

Alleluia.  

Christus moest lijden en sterven en opstaan uit de doden, 

en aldus binnengaan in zijn heerlijkheid. 

Alleluia. 

 Evangelie (Joh. 6, 30-35) 

In die dagen zei de menigte tot Jezus: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven? Wat doet Gij eigenlijk? Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn zoals geschreven staat: Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten.” Jezus hernam: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven; want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld.” Zij zeiden tot Hem: “Heer, geef ons te allen tijde dat brood.” Jezus sprak tot hen: “Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.” 

 

Gebed Geestelijke Communie 

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden 

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden. 

  

Woensdag 29 april H. Catharina van Siena 

maagd en kerklerares patrones van Europa 

Eerste lezing (1 Joh. 1, 5-2, 2) 

Vrienden, dit is de boodschap, die wij van Christus gehoord hebben en aan u doorgeven: God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis. Als wij beweren deel te hebben aan zijn leven, terwijl onze wegen duister zijn, liegen wij met woord en met daad. Maar als wij wandelen in het licht – zoals Hij zelf is in het licht – dan hebben wij deel aan elkanders leven, terwijl het bloed van zijn Zoon Jezus ons reinigt van elke zonde. Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden, is Hij zo getrouw en genadig, dat Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle kwaad. Maar als wij zeggen, dat wij geen zonde bedreven hebben, maken wij Hem tot een leugenaar; dan woont zijn woord niet in ons. Kinderen, ik schrijf u met de bedoeling, dat gij niet zoudt zondigen. Maar ook al zou iemand zonde bedrijven: wij hebben een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, die geheel zondeloos is, die al onze zonden goedmaakt en niet alleen die van ons, maar die van de hele wereld. 

 

Tussenzang (Ps. 103) 

Refrein:Verheerlijk, mijn ziel, de Heer. 

 

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen. 

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet! 

Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen. 

Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen. 

De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren. 

Hij blijft niet voortdurend verwijten maken, Hij is niet voor eeuwig vertoornd. 

Zozeer als een vader zijn kinderen liefheeft, zozeer heeft de Heer zijn dienaren lief. 

Hij weet toch waaruit Hij de mens heeft gemaakt, Hij denkt er aan dat wij slechts stof zijn. 

 Maar Gods erbarmen blijft altijd en eeuwig, rechtvaardig is Hij voor geslacht na geslacht, voor allen die trouw zijn verbond onderhouden. 

 

Vers voor het evangelie (cf. Mt. 11, 25) 

Alleluia. 

Geprezen zijt Gij, Vader, Heer van hemel en aarde, 

omdat Gij de geheimen van het koninkrijk 

hebt geopenbaard aan kinderen. 

Alleluia. 

 

Evangelie (Mt. 11, 25-30) 

In die tijd sprak Jezus: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” 

 

Gebed Geestelijke Communie 

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden 

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden. 

 

Donderdag 30 aprilH. Pius, paus 

Eerste lezing (Hand. 8, 26-40) 

In die dagen sprak een engel van de Heer tot Filippus: “Begeef u op reis naar het zuiden en ga de weg op die van Jeruzalem naar Gaza loopt: deze is eenzaam.” Hij begaf zich op reis. Terzelfder tijd bevond een Ethiopiër zich op de terugweg van een pelgrimstocht naar Jeruzalem; hij was een eunuch, een hoveling van Kándake, de koningin van de Ethiopiërs, en haar opperschatmeester. Gezeten in zijn reiskoets was hij de profeet Jesaja aan het lezen. De Geest sprak tot Filippus: “Ga naar die reiskoets en blijf in de nabijheid.” Toen Filippus er naar toe gegaan was, hoorde hij hem de profeet Jesaja lezen. Hij vroeg hem: “Begrijpt ge wat ge leest?” Maar de Ethiopiër antwoordde: “Hoe zou ik dat kunnen, als niemand mij daarin behulpzaam is?” Hij nodigde Filippus uit in te stappen en bij hem te komen zitten. De schriftuurplaats, die hij juist las was de volgende: Als een schaap werd Hij ter slachtbank geleid; en evenals een lam, stom tegen zijn scheerder, opende Hij zijn mond niet. Door zijn vernedering is zijn vonnis voltrokken. Wie zal zijn geslacht kunnen beschrijven? Want zijn leven wordt weggenomen van de aarde. Nu richtte de eunuch het woord tot Filippus: “Mag ik u vragen van wie de profeet dit zegt? Van zichzelf of van iemand anders?” Filippus begon te spreken en uitgaande van deze tekst verkondigde hij hem Jezus. Al voortreizende kwamen ze bij een water en de hoveling zei: “Hier is water. Wat is er op tegen dat ik gedoopt word?” Filippus echter zeide: “Als ge van ganser harte gelooft mag het.” Hij gaf ten antwoord: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.” Hij liet de koets stil houden en beiden, Filippus en de eunuch daalden af in het water en hij doopte hem. Toen zij uit het water gekomen waren, rukte de Geest des Heren Filippus weg; de eunuch zag hem niet meer, en zette vol blijdschap zijn reis voort. Filippus echter werd aangetroffen in Azótus. Daar trok hij rond en predikte de Blijde Boodschap in alle steden totdat hij in Caesarea kwam. 

 

Tussenzang (Ps. 66) 

Refrein:Jubelt voor God, alle landen der aarde, 

bezingt de heerlijkheid van zijn Naam.  Of: Alleluia. 

 

Prijst, alle volken, nu onze God, verkondigt de faam van zijn daden. 

Hij heeft ons leven steeds weer gered, en liet niet toe dat wij vielen. 

Komt dan, godvrezenden, luistert naar mij, 

ik zal u verhalen wat Hij mij gedaan heeft. 

Hem heeft mijn mond steeds om hulp gevraagd, 

mijn tong heeft Hem altijd geprezen. 

God zij geprezen, Hij wees mij niet af, onthield mij niet zijn erbarmen. 

 

Vers voor het evangelie (Apok. 1, 5ab) 

Alleluia. 

Jezus Christus, getrouwe getuige, eerstgeborene van de doden; 

Gij hebt ons liefgehad en van de zonden verlost in uw bloed. 

Alleluia. 

Evangelie (Joh.6, 44-51) 

In die dagen zei Jezus tot de menigte: “Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Er staat geschreven bij de profeten: En allen zullen door God onderricht worden. Al wie naar de leer van de Vader geluisterd heeft komt tot Mij. Niet dat iemand de Vader gezien heeft: alleen Degene die uit God is, heeft de Vader gezien. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie gelooft heeft eeuwig leven. Ik ben het brood des levens. Uw vaderen die het manna gegeten hebben in de woestijn, zijn niettemin gestorven; maar dit brood daalt uit de hemel neer, opdat wie ervan eet niet sterft. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.” 

 

Gebed Geestelijke Communie 

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden 

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden. 

 

Vrijdag 1 meiH. Jozef, de arbeider 

Eerste lezing (Hand. 9, 1-20) 

In die dagen ging Saulus, die in ziedende woede de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde, naar de hogepriester aan wie hij brieven vroeg voor de synagogen in Damascus, om alle aanhangers van de nieuwe leer, die hij daar zou vinden, mannen zowel als vrouwen, gevangen naar Jeruzalem te mogen voeren. Toen hij op zijn tocht Damascus naderde, omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel. Hij viel ter aarde en hoorde een stem die hem zei: “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?” Hij sprak: “Wie zijt gij Heer?” Hij antwoordde: “Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.” Zijn reisgezellen stonden sprakeloos, want zij hoorden wel de stem, maar zagen niemand. Saulus stond van de grond op, maar hoewel zijn ogen open waren zag hij niets. Zij namen hem dus bij de hand en brachten hem Damascus binnen. Drie dagen lang kon hij niet zien en at en dronk hij niet. Nu woonde er in Damascus een leerling, die Ananías heette en tot hem sprak de Heer in een visioen: “Ananías.” Hij antwoordde: “Hier ben ik, Heer.” De Heer vervolgde: “Begeef u naar de Rechte Straat en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus; hij is juist in gebed.” Deze zag reeds in een visioen een man, Ananías, binnenkomen en hem de handen opleggen, opdat hij weer zou zien. Maar Ananías wierp tegen: “Heer, ik heb van velen gehoord hoeveel kwaad die man uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Ook hier heeft hij van de hogepriesters volmacht om allen die uw Naam aanroepen in boeien te slaan.” De Heer beval hem: “Ga, want die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen en onder de zonen van Israël. Ik zal hem laten zien hoeveel hij om mijn Naam moet lijden.” Toen begaf Ananías zich naar het huis, trad binnen en legde Saulus de handen op met de woorden: “Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden, Jezus, die u op de weg hierheen verschenen is, opdat ge weer zien moogt en vervuld moogt worden van de heilige Geest.” Op hetzelfde ogenblik vielen hem als het ware de schellen van de ogen. Hij zag weer en terstond liet hij zich dopen. Hij nam voedsel tot zich en kwam weer op krachten. Enige tijd bleef hij bij de leerlingen in Damascus. Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei: “Deze is de Zoon Gods.” 

 

Tussenzang (Ps. 117) 

Refrein:Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het Evangelie. 

Of: Alleluia. 

 

Looft nu de Heer, alle naties der aarde, huldigt de Heer, alle volken rondom; 

omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft; 

de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand. 

 

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 27) 

Alleluia. 

Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, 

en Ik ken ze en ze volgen Mij. 

Alleluia. 

Evangelie (Joh. 6, 52-59) 

In die dagen geraakten de Joden met elkaar in twist en zeiden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” Jezus sprak daarop tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.” Dit zei Jezus bij zijn onderricht in de synagoge van Kafarnaüm. 

 Gebed Geestelijke Communie 

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden 

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden. 

 

Zaterdag 2 meiH. Athanasius, bisschop en kerkleraar 

Eerste lezing (Hand. 9, 31-42) 

In die dagen genoot de kerk in heel Judea, Galilea en Samaria vrede; zij werd steeds meer bevestigd in de vreze des Heren en nam gestadig in aantal toe door de vertroosting van de heilige Geest. Eens kwam Petrus op een grote rondreis ook bij de leerlingen die in Lydda woonden, en trof daar een zekere Enéas aan, die reeds acht jaar wegens verlamming het bed moest houden. Petrus sprak tot hem: “Enéas, Jezus Christus geneest u, sta op en maak zelf uw bed in orde.” Onmiddellijk stond hij op. Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen hem en bekeerden zich tot de Heer. Er leefde destijds in Joppe een leerlinge met name Tabita, wat in vertaling Dorkas, Gazelle betekent. Zij was onuitputtelijk in het doen van goede werken en in het geven van aalmoezen. Juist in die dagen was zij echter na een ziekte gestorven. Men waste haar en legde haar in een bovenvertrek. Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar verbleef, twee mannen naar hem toe met het verzoek: “Kom zonder uitstel naar ons toe.” Petrus ging aanstonds met hen mee. Bij zijn aankomst brachten ze hem in het bovenvertrek, waar alle weduwen wenend hem omringden en al de kleren en mantels lieten zien, die Dorkas gemaakt had, toen ze nog in hun midden was. Petrus deed allen naar buiten gaan, knielde neer en bad. Toen sprak hij, zich kerend naar het lijk: “Tabita, sta op.” Zij opende de ogen, zag Petrus en ging overeind zitten. Hij reikte haar de hand en hielp haar opstaan. Vervolgens riep hij de heiligen en de weduwen en gaf haar levend aan hen terug. Dit werd bekend in heel Joppe zodat velen het geloof in de Heer aannamen. 

Tussenzang (Ps. 116) 

Refrein:Hoe kan ik mijn dank betuigen voor al wat de Heer mij gaf? Of: Alleluia. 

 Hoe kan ik mijn dank betuigen voor al wat de Heer mij gaf? 

Ik hef de offerbeker, de Naam van de Heer roep ik aan. 

Ik zal mijn geloften volbrengen waar heel zijn volk het ziet. 

Want kostbaar is in zijn ogen het leven van wie Hem vereert. 

 O Heer, ik ben uw dienaar, uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, 

Gij hebt mijn boeien geslaakt. Met offers zal ik U loven, 

de Naam van de Heer roep ik aan. 

 

Vers voor het evangelie (Joh. 20, 29) 

Alleluia. 

Omdat ge Mij gezien hebt, Thomas, gelooft ge; 

zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben. 

Alleluia. 

Evangelie (Joh. 6, 60-69) 

In die dagen zeiden velen van de leerlingen van Jezus: “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?” Maar Jezus, die uit zichzelf wist dat zijn leerlingen daarover morden, vroeg hun: “Neemt gij daar aanstoot aan? Als gij dan de Mensenzoon ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was? Het is de geest die levend maakt, het vlees is van geen nut. De woorden die Ik tot u gesproken heb zijn geest en leven. Maar er zijn er onder u, die geen geloof hebben.” Jezus wist inderdaad van het begin af aan wie het waren, die niet geloofden en wie Hem zou overleveren. Hij voegde er aan toe: “Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij kan komen als het hem niet door de Vader gegeven is.” Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap. Waarop Jezus aan de twaalf vroeg: “Wilt ook gij soms weggaan?” Simon Petrus antwoordde Hem: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.” 

 Gebed Geestelijke Communie 

Op het moment dat de priester ter communie gaat kan één van de gebeden 

op de binnenzijde van het voorblad worden gebeden. 

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood,

Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven

en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon.

Daarom komen wij vol vertrouwen tot u

en wij vragen door U aan de Heer:

Bevrijd ons land van de Corona-epidemie,

genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen.

Geef wijsheid aan onze bestuurders en geef dat wij spoedig

weer kunnen samenkomen om ons geloof te vieren.

 

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet.

Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten,

geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen,

geef ons licht waar het donker is.

Maria, bescherm ons en onze dierbaren,

geef ons overgave aan de wil van de Vader

en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon.

Amen

Imprimatur: Haarlem, 14 maart 2020 +Johannes Hendriks

 

Regina caeli

Regína caeli, laetáre, allelúia

Quia quem meruísti portáre, allelúia

Resurréxit sicut dixit, allelúia

Ora pro nobis Deum, allelúia

Gaude et laetáre, Virgo María, allelúia

Quia surréxit Dóminus vere, allelúia

Orémus

Deus qui per resurrectiónem Fílii tui

Dómini nostri Iesu Christi

Mundum laetificáre dignátus es

Praesta, quaésumus

Ut per eius Genetrícem Vírginem Maríam

Perpétuae capiámus gaúdia vitae

Per Christum Dóminum nostrum        Amen

 

Koningin des Hemels

Koningin des hemels, verheug u, alleluja

Omdat Hij, die gij waardig geweest zijt te dragen, alleluja

Verrezen is, zoals Hij gezegd heeft, alleluja

Bid God voor ons, alleluja

Verheug en verblijd u, Maagd Maria, alleluja

Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluja

 

Laat ons bidden

God, door de verrijzenis van uw Zoon

Jezus Christus onze Heer

hebt Gij de vreugde geschonken aan de wereld

Wij bidden U

laat ons door zijn moeder, de maagd Maria

eenmaal komen tot de vreugde van het eeuwig leven

Door Christus onze Heer      Amen

 

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.

Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: OLV ter Nood