Dagelijks Brood, lezingen van de dag 24 januari – 30 januari 2020

heilige-angela-merici-stichteres-ursulinen

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 24 januari – 30 januari 2020

3e week door het jaar

Zondag 24 januari                                                                                 

Eerste lezing (Jon. 3, 1-5.10)

De Ninivieten bekeerden zich van hun slecht gedrag

Het woord des Heren werd gericht tot Jona: “Begeef u op weg naar Ninivé, de grote stad, en verkondig haar de boodschap, die Ik u zal ingeven.” En Jona begaf zich op weg naar Ninivé, zoals de Heer hem bevolen had. Ninivé nu was een geweldig grote stad, wel drie dagreizen groot. En Jona begon de stad binnen te trekken, een dagreis ver en hij preekte als volgt: “Nog veertig dagen en Ninivé zal vergaan!” De mensen van Ninivé geloofden het woord van God; en riepen een vasten af en van groot tot klein deden allen het boetekleed aan. En God zag wat ze deden en hoe ze zich van hun slecht gedrag bekeerden. En Hij kreeg spijt, dat Hij hun met de ondergang gedreigd had en Hij voerde zijn dreiging niet uit.

Tussenzang (Ps. 25, 4bc-5ab.6-7bc.8-9)

Refrein:  De wegen van God zijn goed en betrouwbaar voor ieder die zijn verbond onderhoudt.

Wijs mij uw wegen, Heer, leer mij uw paden kennen.

Leid mij volgens uw woord, want Gij zijt mijn God en Verlosser.

Gedenk uw barmhartigheid, Heer, uw altijd geschonken ontferming.

Herinner u niet het kwaad van mijn jeugd, maar denk aan mij met erbarmen.

De Heer is goed en rechtschapen, daarom wijst Hij zondaars de weg.

Hij leidt de geringe langs eerzame paden, Hij leert de eenvoudige wat hij moet doen.

Tweede lezing (1 Kor. 7, 29-31)

De wereld die wij zien gaat voorbij

Broeders en zusters, de tijd is kort geworden. Laten daarom zij die een vrouw hebben, zijn als hadden zij ze niet; zij die wenen als weenden zij niet; zij die zich verheugen als waren zij niet verheugd zij die kopen als werden zij geen eigenaar. Kortom, zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan; want de wereld, die wij zien gaat voorbij.

Vers voor het evangelie (Mc. 1, 15)

Alleluia. Het Rijk God is nabij; gelooft in de Blijde Boodschap. Alleluia.

Evangelie (Mc. 1, 14-20)

Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap

Nadat Johannes was gevangen genomen, ging Jezus naar Galilea en verkondigde er Gods Blijde Boodschap. Hij zei: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.” Toen Jezus eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en de broer van Simon, Andreas, terwijl zij bezig waren het net uit te werpen in het meer; zij waren namelijk vissers. Jezus sprak tot hen: “Komt, volgt Mij; Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.” Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder gaande zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en diens broeder Johannes; ook zij waren in de boot bezig met hun netten klaar te maken. Onmiddellijk riep Hij hen. Zij lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners in de boot achter en volgden Hem.

Maandag 25 januari Bekering van de heilige apostel Paulus, Feest

Eerste lezing (Hand. 22, 3-16)

Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van de naam Jezus

In die dagen zei Paulus tot het volk: “Ik ben een jood, geboren te Tarsus in Cilicië, maar hier in deze stad grootgebracht en aan de voeten van Gamaliël opgevoed volgens de strenge opvattingen van de voorvaderlijke Wet. Ik was een ijveraar voor God zoals gij allen heden zijt en ik heb deze Weg vervolgd ten dode toe, mannen en vrouwen in boeien geslagen en in de gevangenis geworpen, zoals trouwens de hogepriester en de hele raad der oudsten van mij kunnen getuigen. Met brieven van hen trok ik naar de broeders in Damascus om ook de mensen daar geboeid naar Jeruzalem te voeren en te laten bestraffen. Maar onderweg, toen ik al dicht bij Damascus was, omstraalde mij rond het middaguur plotseling een fel licht uit de hemel. Ik viel ter aarde en ik hoorde een stem tot mij zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Ik antwoordde: Wie zijt Gij, Heer? Hij hernam: Ik ben Jezus van Nazaret, die gij vervolgt. Mijn metgezellen zagen wel het licht, maar hoorden niet de stem van Hem die mij toesprak. Ik zei: Wat moet ik doen, Heer? En de Heer weer tot mij: Sta op en vervolg uw reis naar Damascus, daar zal men u alles zeggen wat gij te doen hebt. Omdat ik echter niet zien kon tengevolge van de schittering van het licht, werd ik door mijn gezellen bij de hand geleid en zo kwam ik in Damascus aan. Een zekere Ananias, een wetgetrouw man die om zijn goede naam en faam bekend staat bij alle joodse ingezetenen, kwam mij bezoeken, ging vóór mij staan en sprak: Saul, broeder, word weer ziende! Op hetzelfde ogenblik zag ik hem staan. Toen zei hij: De God van onze vaderen heeft u voorbestemd om zijn wil te leren kennen, de Rechtvaardige te zien en een stem uit diens mond te horen, omdat gij voor Hem bij alle mensen zult moeten getuigen van wat ge gezien en gehoord hebt. Wat aarzelt gij dan nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van zijn Naam.”

Ofwel:

Eerste lezing (Hand. 9, 1-22)

Heer, wat wilt ge dat ik doe? In die dagen ging Saulus, wiens ziedende woede nog steeds de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde, naar de hogepriester aan wie hij brieven vroeg voor de synagogen in Damascus, om er alle aanhangers van de Weg die hij zou vinden, mannen zowel als vrouwen, gevangen naar Jeruzalem te mogen voeren. Toen hij op zijn tocht Damascus naderde, omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel. Hij viel ter aarde en hoorde een stem die hem zei: “Saul, Saul, Waarom vervolgt gij Mij?” Hij sprak: “Wie zijt gij Heer?” Hij antwoordde: “Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in, daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.” Zijn reisgezellen stonden sprakeloos, want zij hoorden wel de stem, maar zagen niemand. Saulus stond van de grond op, maar hoewel zijn ogen open waren, zag hij niets. Zij namen hem dus bij de hand en brachten hem Damascus binnen. Drie dagen lang kon hij niet zien en at of dronk hij niet. Nu woonde er in Damascus een leerling die Ananias heette en tot hem sprak de Heer in een visioen: “Ananias.” Hij antwoordde: “Hier ben ik, Heer.” De Heer vervolgde: “Begeef u naar de Rechte Straat en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus, hij is juist in gebed.” Deze zag reeds in een visioen een man, Ananias, binnenkomen en hem de handen opleggen opdat hij weer zou zien. Maar Ananias wierp tegen: “Heer, ik heb van velen gehoord hoeveel kwaad die man uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Ook hier heeft hij van de hogepriesters volmacht om allen, die uw Naam aanroepen, in boeien te slaan.” De Heer beval hem: “Ga, want die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen en onder de zonen van Israël. Ik zal hem laten zien hoeveel hij om mijn Naam moet lijden.” Toen begaf Ananias zich naar het huis, trad binnen en legde hem de handen op met de woorden: “Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden, Jezus die u op de weg hierheen verschenen is, opdat ge weer zien moogt en vervuld moogt worden van de heilige Geest.” Op hetzelfde ogenblik vielen hem als het ware de schellen van de ogen. Hij zag weer en terstond liet hij zich dopen. Hij nam voedsel tot zich en kwam weer op krachten.   Enige tijd bleef hij bij de leerlingen in Damascus. Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei: “Deze is de Zoon Gods.” Alle toehoorders stonden verbaasd en zeiden: “Is dat niet de man, die in Jeruzalem de belijders van deze Naam uitroeide, en is hij niet hier gekomen om hen geboeid naar de hogepriesters te voeren?” Maar Saulus werd met steeds groter kracht bezield en bracht de joden die in Damascus woonden in verwarring door te bewijzen: Deze is de Messias. 

Tussenzang (Ps. 117)

Refrein:  Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.  (Mc. 16, 15)

Of: Alleluia.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde, huldigt de Heer, alle volken rondom.

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft; de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

Vers voor het evangelie (Joh. 15, 16)

Alleluia. Ik heb u uitgekozen en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Alleluia.

Evangelie (Mc. 16, 15-18)

Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie

In die tijd verscheen Jezus aan de elf en zei: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen, zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen zullen dezen genezen zijn.”

Dinsdag 26 januari HH. Timóteüs en Titus, bisschoppen 

Eerste lezing (2 Tim. 1, 1-8)

Uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest

Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is, aan Timóteüs, zijn geliefd kind. Genade, barmhartigheid en vrede voor u vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus! Het is met dankbaarheid jegens God, die ik evenals mijn voorouders met een zuiver geweten tracht te dienen, dat ik uw naam noem in mijn gebeden, zonder ophouden, dag en nacht. Als ik denk aan uw tranen, verlang ik vurig u weer te zien om weer helemaal gelukkig te zijn. En uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest, dat geloof dat eerst uw grootmoeder Loïs en uw moeder Eunike bezield heeft en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u. Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade, die in u is door de oplegging van mijn handen. Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene. Draag uw deel in het lijden voor het evangelie door de kracht van God.

Ofwel:

Eerste lezing (Tit. 1, 1-5)

Paulus aan Titus, zijn wettig kind in het gemeenschappelijk geloof Van Paulus, dienstknecht van God en apostel van Jezus Christus, om Gods uitverkorenen te brengen tot het geloof en de kennis van de ware godsdienst, in de hoop op het eeuwig leven. Reeds lang geleden heeft God die niet liegt, eeuwig leven beloofd en nu, te zijner tijd, heeft Hij zijn woord openbaar gemaakt in de verkondiging die mij is toevertrouwd door een opdracht van God onze Heiland. Paulus aan Titus, zijn wettig kind in het gemeenschappelijk geloof: Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en Christus Jezus onze Heiland! Ik heb u op Kreta achtergelaten met de bedoeling, dat gij de organisatie van de kerk zoudt voltooien door in elke stad presbyters aan te stellen volgens de richtlijnen die ik u heb gegeven. 

Tussenzang (Ps. 96, 1-2a.2b-3.7-8a.10)

Refrein:  Meldt aan de naties Gods heerlijkheid, zijn wondere daden aan alle volken.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer, alle landen.

Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.

Verkondigt zijn heil alle dagen, meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn wondere daden aan alle volken.

Huldigt de Heer, alle stammen en volken, huldigt de Heer om zijn glorie en macht, huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.

Zegt tot elkander: de Heer regeert!

Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen, de volken bestuurt Hij met billijkheid.

Vers voor het evangelie (Ps. 130, 5)

Alleluia. Op de Heer stel ik mijn hoop, op zijn woord vertrouw ik. Alleluia.

Evangelie (Mc. 3, 31-35)

Mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil van God volbrengen

Eens kwamen Jezus’ moeder en zijn broeders, en terwijl zij buiten bleven staan, stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen. Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf: “Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U.” Hij gaf hun ten antwoord: “Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders?” En terwijl Hij zijn blik liet gaan over de mensen, die in een kring om Hem heen zaten zei Hij: “Ziehier mijn moeder en mijn broeders. Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij, die de wil van God volbrengen.”

Woensdag 27 januari H. Angela Merici, maagd

Eerste lezing (Hebr. 10, 11-18)

Christus heeft door één offer voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht

Broeders en zusters, iedere priester verricht dagelijks staande de dienst en draagt telkens weer dezelfde offers op die nooit de zonden kunnen wegnemen. Christus daarentegen is voor altijd gezeten aan de rechterhand van God na één enkel offer voor de zonden te hebben gebracht, nog slechts wachtend op het ogenblik dat zijn vijanden worden gemaakt tot een voetbank voor zijn voeten. Want door één offer heeft Hij voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht. We hebben hiervoor ook het getuigenis van de heilige Geest. Eerst zegt Hij: “Dit is het verbond dat Ik met hen zal sluiten, na die dagen zegt de Heer: Ik zal mijn wetten in hun hart leggen. Ik grif ze in hun geest.” En hieraan voegt Hij toe: “Ik zal hun zonden en ongerechtigheden niet langer gedenken.” En waar deze vergeven zijn is geen zoenoffer meer nodig.

Tussenzang (Ps 110, 1.2.3.4)

Refrein:  Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

De Heer sprak tot mijn heer: zit aan mijn rechterhand; lk leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten.

Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht; regeer te midden van uw tegenstanders.

Uw volk staat om u heen in blanke wapenrusting, de jongemannen op het veld als morgendauw.

Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen: Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

Vers voor het evangelie (Ps. 145, 13cd)

Alleluia. Waarachtig is God in al zijn woorden en heilig in al wat Hij doet. Alleluia.

Evangelie (Mc. 4, 1-20)

Eens ging een zaaier uit om te zaaien

In die tijd begon Jezus te leren aan de oever van het meer. Zeer veel volk verzamelde zich bij Hem, zodat Hij in een boot die op het water lag moest stappen om daar plaats te nemen, terwijl al het volk zich langs het meer op het land bevond. Hij leerde hun vele dingen door middel van gelijkenissen, en in zijn onderrichting zei Hij tot hen: “Luistert. Eens ging een zaaier uit om te zaaien. Toen hij aan het zaaien was viel een gedeelte op de weg en de vogels kwamen het opeten. Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken waar het niet veel aarde had, het schoot snel op omdat het in ondiepe grond lag. Maar toen de zon was opgekomen kreeg het te lijden van de hitte, zodat het verdorde bij gebrek aan wortel. Weer een ander gedeelte viel onder de distels en deze schoten op zodat het zaad verstikte en geen vrucht opleverde. Een ander gedeelte tenslotte viel op goede grond en doordat het opschoot en zich ontwikkelde, leverde het vrucht op en bracht het dertig-, zestig- en honderdvoudige voort.” En Hij voegde er aan toe: “Wie oren heeft om te horen, hij luistere.” Toen Hij weer alleen was stelde zijn omgeving, ook de twaalf, Hem vragen omtrent de gelijkenissen. Hij antwoordde hun: “Aan u is het geheim van het Rijk Gods geschonken maar zij die erbuiten staan, krijgen alles in gelijkenissen, opdat zij wel scherp kijken met hun ogen, maar niet zien, en wel luisteren met hun oren, maar niet verstaan, opdat zij zich niet zouden bekeren en vergiffenis krijgen.” En Hij vervolgde: “Begrijpt ge deze gelijkenis niet? Hoe zult ge dan alle gelijkenissen verstaan? De zaaier zaait het woord. Die op de weg – waar het woord gezaaid wordt – zijn de mensen bij wie als zij het gehoord hebben, terstond de satan komt en het woord wegrooft dat gezaaid ligt in hun binnenste. Op dezelfde manier zijn zij die op de rotsachtige plekken gezaaid worden de mensen die als zij het woord gehoord hebben, het terstond met blijdschap opnemen, maar zij hebben geen wortel geschoten, leven bij het ogenblik, en als zij omwille van het woord onderdrukt of vervolgd worden, komen zij onmiddellijk ten val. Die tussen distels gezaaid worden zijn weer anderen, die het woord wel gehoord hebben, maar wanneer de zorgen van de wereld, de begoocheling van de rijkdom en de begeerten naar al het andere binnendringen, verstikken deze het woord en zo blijft het zonder vrucht. De in de goede grond gezaaiden zijn de mensen die het woord horen, het in zich opnemen en vrucht dragen: dertig-, zestig- en honderdvoudig.”

Donderdag 28 januariH. Thomas van Aquino, priester en kerkleraar

Eerste lezing (Hebr. 10, 19-25)

Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop en met elkaar wedijveren in liefde

Broeders en zusters, door het bloed van Jezus hebben wij vrije toegang gekregen tot het heiligdom. In zijn eigen lichaam heeft Hij voor ons de nieuwe, levende weg gebaand dwars door het voorhangsel heen. We hebben nu ‘die grote priester die over het huis van God is aangesteld’. Laten we dan dichterbij komen, maar met een oprecht hart en in de volle overtuiging van ons geloof, ons hart rein gesprenkeld van alle schuldbesef, ons lichaam gewassen met zuiver water. Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de beloften deed is betrouwbaar. Laten we elkaar in het oog houden om met elkaar te wedijveren in liefde en daden van liefde. Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen, laten wij elkaar moed inspreken, en dit te meer naarmate gij de grote dag dichterbij ziet komen.

Tussenzang (Ps. 24, 1-2.3-4ab.5-6)

Refrein:  Dit is het geslacht dat zich richt tot de Heer, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont;

want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee.

Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan?

Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.

Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser.

Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Vers voor het evangelie (cf. Hand 16, 14b)

Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon. Alleluia.

Evangelie (Mc. 4, 21-25)

De maat die gij gebruikt zal men ook voor u gebruiken

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Komt er soms een lamp, om onder de korenmaat of onder de rustbank gezet te worden of juist om op de standaard te worden geplaatst? Niets is verborgen dat niet openbaar gemaakt zal worden, en niets is geheim dat niet aan het licht zal komen. Als iemand oren heeft om te horen, hij luistere.” Verder zei Hij: “Let op wat gij hoort. De maat die gij gebruikt zal men ook voor u gebruiken, zelfs een toemaat zal men u geven. Aan wie heeft zal gegeven worden, maar wie niet heeft hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft.”

Vrijdag 29 januari                                                                                  

Eerste lezing (Hebr. 10, 32-39)

Gij hebt een zware proef doorstaan; gooi uw vertrouwen nu niet overboord.

Broeders en zusters, herinnert u de dagen van vroeger, toen gij het licht hebt ontvangen en aanstonds een zware proef van lijden moest doorstaan. Sommigen van u werden openlijk gehoond en vervolgd, terwijl anderen hen trouw in hun nood hebben bijgestaan. Want ge zijt solidair gebleven met hen die gearresteerd waren. Gij hebt zelfs blijmoedig verdragen dat men uw bezittingen in beslag nam. Ge waart u immers bewust iets te bezitten dat meer waard is en dat nooit verloren gaat. Gooit dat vertrouwen nu niet overboord, het wordt zo rijk beloond! Wat ge nodig hebt is volharding, om Gods wil te doen en de beloften binnen te halen. Want, zegt de Schrift: “Nog een heel korte tijd en Hij die komen moet zal komen, zonder uitstel. Mijn rechtvaardige zal door trouw geloof zijn leven redden, maar wie terugdeinst kan Mij niet behagen.” Maar wij behoren niet tot hen die terugdeinzen en verloren gaan, wij hebben geloof en winnen door geloof het leven.

Tussenzang (Ps. 37, 3-4.5-6.23-24.39-40)

Refrein:  Het heil van de vromen komt van de Heer.

Vertrouw op de Heer en doe wat goed is, dan zult gij veilig uw land bewonen.

Zoek uw geluk bij de Heer, Hij geeft wat uw hart begeert.

Vertrouw aan de Heer uw levensweg toe, verlaat u op Hem, Hij zal er voor zorgen.

Uw eerzaamheid zal als de dageraad stralen, uw recht als de middagzon.

De tred van de mens krijgt zijn kracht van God, zijn weg wordt bewaakt door de Heer.

Ook als hij struikelt zal hij niet vallen, want God ondersteunt zijn hand.

Het heil van de vromen komt van de Heer, Hij is hun toevlucht in tijden van kwelling.

De Heer staat hen bij en bevrijdt hen, Hij redt die zich tot Hem wenden.

Vers voor het evangelie (Mt. 4, 4b)

Alleluia. Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt. Alleluia.

Evangelie (Mc. 4, 26-34)

De zaaier zaait, hij slaapt en staat op,  en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait, hij slaapt en staat op, ‘s nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe. Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar. Zodra de vrucht het toelaat slaat hij er de sikkel in, want het is tijd voor de oogst.” En verder: “Welke vergelijking kunnen we vinden voor het Rijk Gods en in welke gelijkenis zullen we het voorstellen? Het lijkt op een mosterdzaadje. Wanneer dat gezaaid wordt in de grond, is het wel het allerkleinste zaadje op aarde, maar eenmaal gezaaid schiet het op en het wordt groter dan alle tuingewassen, en het krijgt grote takken, zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.” In vele dergelijke gelijkenissen verkondigde Hij hun zijn leer op de wijze, die zij konden verstaan. Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet tot hen, maar eenmaal met zijn leerlingen alleen, gaf Hij van alles uitleg.

Zaterdag 30 januari Maria op zaterdag

Eerste lezing (Hebr. 11, 1-2.8-19)

Abraham zag uit naar een stad waarvan God de ontwerper en bouwer is

Broeders en zusters, wat is het geloof? Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Om hun geloof zijn de ouden met ere vermeld. Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roeping van God, en ging hij op weg naar een land dat bestemd was voor hem en zijn erfgenamen; hij vertrok zonder te weten waarheen. Door het geloof heeft hij als vreemdeling vertoefd in het land dat hem beloofd was, hij woonde er in tenten, evenals Isaäk en Jakob, die dezelfde belofte erfden, want hij zag uit naar de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwer is. Door het geloof heeft ook Sara, ofschoon haar tijd al lang voorbij was de kracht tot vruchtbaarheid ontvangen, want zij wist dat Hij die de belofte had gedaan zijn woord zou houden. Daarom is  dan ook aan één man, en nog wel in zijn hoge ouderdom, een nageslacht ontsproten, talrijk als de sterren aan de hemel, ontelbaar als de  zandkorrels aan het strand van de zee. In geloof zijn zij allen gestorven zonder te hebben ontvangen wat hun beloofd was. Zij hebben het heil alleen uit de verte gezien en begroet. Zij hebben zichzelf vreemdelingen en passanten op aarde genoemd. Wie zo spreken, geven duidelijk te kennen dat zij op zoek zijn naar een vaderland. Hadden zij heimwee gehad naar het land van hun herkomst, dan hadden zij gemakkelijk kunnen terugkeren, maar hun verlangen ging uit naar een beter vaderland, het hemelse. Daarom schaamt God zich niet hun God genoemd te worden, want Hij heeft voor hen een stad gebouwd. Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef gesteld werd, Isaäk ten offer gebracht. Hij, die de beloften had ontvangen, stond op het punt zijn enige zoon te offeren, van wie hem gezegd was: “Alleen zij die van Isaäk afstammen, zullen gelden als uw nageslacht.” Want hij was ervan overtuigd dat God zelfs de macht heeft om doden ten leven te wekken, en uit de dood heeft hij, om zo te zeggen zijn zoon ook teruggekregen.

Tussenzang (Lc. 1, 69-70.71-72.73-75)

Refrein:  Geprezen zij de Heer, de God van Israël, omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt.

Een redder heeft Hij ons verwekt in het geslacht van David, zijn getrouwe,

zoals Hij reeds van oudsher had verklaard bij monde van zijn heilige profeten:

Verlossing uit de macht van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten.

Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn, zijn heilige verbond gestand doen;

De eed aan onze vader Abraham gezworen, ons eenmaal te verlenen

om aan de greep van vijanden ontrukt Hem zonder vrees te dienen,

in vroomheid en gerechtigheid al onze dagen voor zijn Aanschijn.

Vers voor het evangelie (Mt. 11, 25)

Alleluia. Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen hebt geopenbaard aan kinderen. Alleluia.

Evangelie (Mc. 4, 35-41)

Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?

Tegen het vallen van de avond sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Laten we oversteken.” Zij stuurden het volk weg en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat; andere boten begeleidden Hem. Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot zodat hij al vol liep. Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: “Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?” Hij stond op, richtte zich met een dwingend woord tot de wind en sprak tot het water: “Zwijg stil!” De wind ging liggen en het werd volmaakt stil. Hij sprak tot hen: “Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?” Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar: “Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom via Ideal op onze doneerpagina of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99 t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.

Hartelijk dank voor uw gave.

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood, Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon. Daarom komen wij vol vertrouwen tot u en wij vragen door U aan de Heer:

Bevrijd heel de wereld van de Corona-epidemie, genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen. Sta alle mensen bij die lijden onder de gevolgen van deze crises. Geef wijsheid aan onze bestuurders.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet. Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten, geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen, geef ons licht waar het donker is en geef dat wij elkaar spoedig weer in vrijheid en vreugde nabij kunnen zijn.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren, geef ons overgave aan de wil van de Vader en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon. Amen.

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen.

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Angelus ad Virginem

℣. Angelus Domini nuntiavit Mariae
℟.Et concepit de Spiritu Sancto

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ecce ancilla Domini
℟.Fiat mihi secundum verbum tuum

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Et Verbum caro factum est
℟.Et habitavit in nobis

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix
℟.Ut digni efficiamur promissionibus Christi

Oremus. Gratiam tuam, quaesumus, Domine mentibus nostris infunde ut, qui, Angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus per passionem eius et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

De Engel des Heren

℣.De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt
℟.En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Zie de dienstmaagd des Heren
℟.Mij geschiede naar uw woord

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.En het Woord is vlees geworden
℟.En Het heeft onder ons gewoond

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Bid voor ons, heilige Moeder van God, ℟.opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden. Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen Wij bidden U stort uw genade in onze harten opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis. Door Christus, onze Heer. Amen.