Dagelijks brood, lezingen van de dag 15 – 20 juni 2020

olv-ter-nood-heiloo-onbevlekte-ontvangenis-maria-rubens

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 15 – 20 juni 2020

11e week door het jaar

Je kunt het boekje downloaden via deze link.

Viert met ons mee de Heilige Mis via YouTube kanaal OLV ter Nood

 

Maandag 15 juni H. Vitus, martelaar

Eerste lezing (1 Kon. 21, 1-16)

Nabot, de Jizreëliet, bezat een wijngaard, gelegen te Jizreël, naast het paleis van Achab, de koning van Samaria. Op een dag richtte Achab tot Nabot het verzoek: “Sta mij uw wijngaard af; dan maak ik er een moestuin van, want hij ligt vlak naast mijn paleis. Ik zal u er een betere wijngaard voor in de plaats geven, of als u dat liever hebt, zal ik hem voor geld kopen.” Maar Nabot zei tot Achab: “De Heer beware mij ervoor, dat ik het erfdeel van mijn vaderen aan u zou afstaan.” Toen ging Achab naar huis, somber gestemd en toornig vanwege het antwoord dat Nabot de Jizreëliet hem gegeven had: Ik sta u het erfdeel van mijn vaderen niet af. Hij ging op bed liggen, wendde zijn gezicht af en wilde niets eten. Daarop kwam zijn vrouw Izebel bij hem en vroeg: “Waarom ben je toch zo somber gestemd en wil je niets eten?” Achab antwoordde: “Ik heb Nabot, de Jizreëliet, verzocht mij zijn wijngaard te verkopen, of als hij dat liever had, tegen een andere te ruilen. Maar hij heeft mij geantwoord: “Ik sta u mijn wijngaard niet af.” Toen zei zijn vrouw Izebel tot hem: “Ben jij nu de man, die in Israël de koningsmacht uitoefent? Sta op, eet wat, dan knap je weer op; ik zal zorgen dat je die wijngaard van Nabot, de Jizreëliet, krijgt.” Ze schreef een brief onder de naam van Achab, verzegelde die met zijn zegel en zond hem aan de oudsten en notabelen, die in dezelfde stad woonden als Nabot. In die brief had ze geschreven: “Kondig een vasten af en zet Nabot bij de vergadering van het volk vooraan. Laat dan een paar gemene kerels tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en majesteitsschennis. Voer hem dan buiten de stad en stenig hem dood.” De medeburgers van Nabot, de oudsten en de notabelen, die in dezelfde stad woonden als hij, deden alles wat Izebel hun had opgedragen en wat geschreven stond in de brief, die ze hun had gestuurd. Ze kondigden een vasten af en lieten Nabot bij de volksvergadering vooraan plaatsnemen. Toen kwamen er twee gemene kerels, die tegenover Nabot gingen zitten en ten aanhoren van al het volk verklaarden: “Nabot heeft God en de koning vervloekt.” Ze voerden Nabot buiten de stad en stenigden hem dood. Toen berichtten ze Izebel: “Nabot is gestenigd: hij is dood.” Zodra Izebel vernam dat Nabot doodgestenigd was, zei ze tot Achab: “Sta op, neem bezit van de wijngaard van Nabot de Jizreëliet, die hij je niet wilde verkopen, want Nabot is niet meer in leven; hij is dood.” Zodra Achab hoorde dat Nabot dood was, begaf hij zich op weg om de wijngaard van Nabot de Jizreëliet in bezit te nemen.

Tussenzang (Ps. 5)

Refrein:  Sla acht, Heer, op mijn smartelijk zuchten.

Heer, luister naar wat ik U zeggen wil, sla acht op mijn smartelijk zuchten.

Aanhoor de stem die uw aandacht vraagt, want Gij zijt mijn God en mijn koning.

Reeds vroeg in de morgen hoort Gij mijn stem, reeds vroeg mijn hoop en verlangen.

Gij zijt toch geen God, die onrecht verdraagt, bij U kan geen booswicht vertoeven.

Geen zondaar kan U in de ogen zien, Gij haat hen die onrecht bedrijven.

Die leugentaal spreken vernietigt Gij, Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid.

Vers voor het evangelie (Ps. 95, 8ab)

Alleluia. Luistert heden naar de stem van de Heer en weest niet halsstarrig. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 38-42)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Oog om oog, tand om tand. Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht, doch als iemand u op de rechterwang slaat keert hem dan ook de andere toe. En als iemand u voor het gerecht wil dagen, en uw onderkleed afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed. En als iemand u vordert één mijl met hem te gaan, gaat er twee met hem. Geeft aan wie u vraagt en wendt u niet af als iemand van u lenen wil.” 

 

Dinsdag 16 juni                                                                                             

Eerste lezing (1 Kon. 21, 17-28)

Na de dood van Nabot kwam het woord van de Heer tot Elia de Tisbiet: “Ga naar Achab, de koning van Israël, die in Samaria woont; hij is naar de wijngaard van Nabot gegaan om hem in bezit te nemen. Zeg hem: Zo spreekt de Heer: Komt gij na een moord het erfgoed in bezit nemen? “Zeg hem dan: Zo spreekt de Heer: Op de plaats waar de honden het bloed van Nabot hebben opgelikt zullen ze ook het uwe oplikken.” Toen zei Achab tot Elia: “Heeft mijn vijand mij weer weten te vinden?” Elia antwoordde: “Ja, dat heb ik, omdat ge u hebt laten gebruiken voor dat wat de Heer mishaagt. Daarom – zo spreekt de Heer – ga Ik onheil over u brengen en vaag u weg. Al wat man is in het huis van Achab zal Ik van hoog tot laag uit Israël verdelgen. Ik zal met uw huis hetzelfde doen als Ik gedaan heb met het huis van Jerobeam, de zoon van Nebat, en met dat van Baësa, de zoon van Achia, omdat gij Mij getergd hebt en de Israëlieten tot zonden verleid. En over Izebel zegt de Heer: “De honden zullen Izebel verslinden bij de stadsmuur van Jizreël. Wie van het huis van Achab in de stad sterft zal door de honden verslonden worden, en wie op het open veld sterft wordt verslonden door de vogels van de hemel.” Nog nooit heeft iemand zich zo laten gebruiken om te doen wat de Heer mishaagt als Achab, daartoe verleid door zijn vrouw Izebel. Hij heeft zich schandelijk gedragen door de afgoden te dienen, juist zoals de Amorieten dat gedaan hadden, die de Heer voor de Israëlieten verjaagd heeft. Toen Achab deze woorden hoorde, scheurde hij zijn kleren, trok een boetekleed aan over zijn blote lijf en vastte; hij liep terneergeslagen rond en legde zich in zijn boetekleed te ruste. Daarom kwam het woord van de Heer tot Elia de Tisbiet: “Hebt gij gezien hoe Achab zich voor Mij vernederd heeft? Omdat hij zich voor Mij vernederd heeft, zal Ik het onheil op zijn huis niet tijdens zijn leven doen neerkomen, maar wel tijdens het leven van zijn zoon.”

Tussenzang (Ps. 51)

Refrein:  God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.

Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Wend uw ogen af van mijn gebreken, scheld mij al mijn schulden kwijt.

Houd mij ver van bloedschuld, God mijn redder, dan bezingt mijn tong uw wijs beleid.

Vers voor het evangelie (Ps. 27)

Alleluia. Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand, leid mij langs effen paden. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 43-48)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar Ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als gij bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan? Doen de tollenaars niet hetzelfde? En als gij alleen uw broeder groet, wat voor buitengewoons doet gij dan? Doen de heidenen dat ook niet? Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is”

 

Woensdag 17 juni                                                                                        

Eerste lezing (2 Kon. 2, 1.6-14)

Kort voordat de Heer Elia in een stormwind ten hemel zou opnemen, vertrok deze met Elisa uit Gilgal. Elia sprak tot Elisa: “Blijf hier, want de Heer zendt mij naar de Jordaan.” Elisa antwoordde: “Zowaar de Heer leeft en zowaar gij leeft: ik verlaat u niet.” Toen gingen zij samen verder. Vijftig leden van de profetengilde volgden hen, maar bleven op enige afstand staan, toen Elia en Elisa aan de Jordaan samen stilhielden. Nu nam Elia zijn mantel, rolde hem op en sloeg ermee op het water. Het water verdeelde zich naar links en rechts en beiden liepen door de droge bedding naar de overkant. Daar aangekomen zei Elia tot Elisa: “Doe een laatste verzoek, voordat ik van u word weggenomen.” Elisa antwoordde: “Geef mij een dubbel deel van uw geest.” Elia antwoordde: “Gij vraagt iets moeilijks, maar als ge mij zult zien, wanneer ik word opgenomen, zal uw bede verhoord worden; ziet ge mij niet, dan wordt uw bede niet verhoord.” Terwijl zij nu pratend verder gingen, kwam er opeens een wagen van vuur met paarden van vuur, die hen van elkaar scheidde, en in een stormwind werd Elia ten hemel opgenomen. Elisa zag het en riep uit: “Vader, vader, Israëls strijdwagens en zijn ruiterij!” Toen hij hem niet meer zag, greep hij zijn kleren en scheurde ze doormidden. Daarna raapte hij de mantel op, die Elia had laten vallen, keerde terug en bleef staan aan de oever van de Jordaan; hij nam de mantel van Elia, sloeg ermee op het water en riep uit: “Waar is de Heer dan toch, de God van Elia?” Weer sloeg Elisa op het water, en nu verdeelde het zich naar links en naar rechts, zodat hij kon oversteken.

Tussenzang (Ps. 31)

Refrein:  Schept moed en weest onverschrokken, gij allen die hoopt op de Heer.

Hoe groot zijn uw weldaden, Heer, die Gij hebt bestemd voor hen, die U vrezen.

Gij schenkt ze aan ieder die tot U komt, voor alle mensen waarneembaar.

De glans van uw Aanschijn beschermt hem altijd als mensen zich tegen hem keren.

Gij neemt hem op in uw tent, beschut tegen kwade tongen.

Bemint dan de Heer, al zijn vromen, de Heer behoedt alwie trouw blijft aan Hem.

Maar wie zich in hoogmoed tegen Hem keert betaalt Hij met woeker terug.

Vers voor het evangelie (Ps. 119, 27)

Alleluia. Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer, dan zal ik uw daden indachtig zijn. Alleluia.

Evangelie (Mt. 6, 1-6.16-18)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen, om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader, die in de hemel is. Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuint het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft; laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, gaat dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u, en bidt tot uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht, zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen, dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalft dan uw hoofd en wast uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien, dat gij vast, maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Donderdag 18 juni                                                                                       

Eerste lezing (Sir. 48, 1-14)

Elia, de profeet, stond op als een vuur; zijn woord brandde als een fakkel; hij bracht hongersnood over het volk en in zijn ijveren voor de Heer maakte hij het weinig in aantal. Door het woord van de Heer sloot hij de hemel toe, en evenzo liet hij driemaal vuur neerdalen. Hoe roemrijk werd gij, Elia, door uw wonderwerken: wie mag zich als gij beroemen? Gij, die een gestorvene uit de dood hebt opgewekt, uit het dodenrijk, door het woord van de Allerhoogste; die koningen in het verderf hebt gevoerd, en aanzienlijken van hun legerstede in de dood; die op de Sinaï een terechtwijzing hoorde en op de Horeb oordelen der wraak; die koningen zalfde om vergelding te voltrekken en profeten als uw opvolgers; die werd opgenomen in een wervelstorm van vuur op een wagen met vurige paarden; van wie geschreven staat, dat hij bestemd is voor de tijd waarop hij de toorn Gods zal stillen vóórdat hij ontbrandt, het hart van de vaderen zal keren tot de zoon en de stammen van Jakob zal oprichten. Gelukkig zij die u gezien hebben en in liefde zijn ontslapen. Want ook wij zullen zeker leven. Dit was Elia, die in een wervelstorm aan het oog werd onttrokken. Maar Elisa werd vervuld met zijn geest; in zijn dagen heeft hij voor geen heerser gesidderd en niemand ter wereld heeft hem overweldigd. Niets ging zijn krachten te boven en nog in de doodsslaap profeteerde zijn lichaam; bij zijn leven deed hij wonderen en bij zijn dood waren zijn werken wonderbaar.

Tussenzang (Ps. 97)

Refrein:  Weest blij in de Heer, gij vromen.

De Heer is koning, de aarde mag juichen, blij zijn de landen rondom de zee.

Donkere wolken vormen zijn lijfwacht, recht en gerechtigheid dragen zijn troon.

Laaiende vlammen draven vooruit, verslinden rondom zijn bestrijders.

Bliksemschichten verlichten zijn pad, de aarde ziet toe met ontzetting.

Bergen smelten als was voor de Heer, de heerser van heel de wereld.

De hemel verkondigt zijn heiligheid en alle volken aanschouwen zijn glorie.

Die beelden aanbidden worden beschaamd, zij die op hun afgoden groot gaan.

Voor Hem werpen alle goden zich neer.

Vers voor het evangelie (Ps. 111, 8ab)

Alleluia. Het werk van de Heer is goed en betrouwbaar, al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast. Alleluia.

Evangelie (Mt. 6, 7-15)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als gij bidt, gebruikt dan geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want deze menen, dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden. Volgt hun voorbeeld dus niet na, want vóórdat gij Hem vraagt, weet uw Vader wat gij nodig hebt. Gij moet daarom zo bidden: Onze Vader die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd; uw Rijk kome, uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring, maar behoed ons voor het kwaad. Want als gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar als gij niet vergeeft aan de mensen, zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven.”

 

Vrijdag 19 juni HEILIG HART VAN JEZUS, Hoogfeest

Eerste lezing (Deut. 7, 6-11)

In die dagen sprak Mozes tot het volk: “Gij zijt een volk, dat aan de Heer uw God gewijd is. U heeft Hij uit alle volken op aarde uitverkoren om zijn eigen volk te zijn. Niet omdat gij talrijker zijt dan de andere volken heeft de Heer zich aan u verbonden en u uitverkoren, want gij zijt het kleinste van alle volken; maar omdat de Heer u liefhad en Hij de eed aan uw vaderen gestand wilde doen; daarom heeft Hij u met sterke hand uit het land van de slavernij geleid en u verlost uit de macht van Farao, de koning van Egypte. Erken dan dat de Heer uw God inderdaad God is, de getrouwe God, die het verbond gestand doet, die vol erbarmen is voor wie Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden tot in het duizendste geslacht, maar die allen die Hem verwerpen, in hun eigen persoon straft en te gronde richt, hen persoonlijk. Hij wacht niet: iemand die Hem verwerpt, straft Hij, hem persoonlijk. Volbreng dus de geboden, voorschriften en bepalingen die ik u heden voorschrijf.”

Tussenzang (Ps. 103)

Refrein:  Gods erbarmen blijft altijd en eeuwig.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!

Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen.

Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet, Hij laat de verdrukten recht wedervaren.

Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, Hij toonde zijn werken aan Israëls zonen.

De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren.

Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld.

Tweede lezing (1 Joh. 4, 7-16)

Vrienden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde komt van God. Iedereen die liefheeft is een kind van God, en kent God. De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde. En de liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons het leven te brengen. Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen. Vrienden, als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons volmaakt geworden. Dit is het bewijs dat wij in Hem verblijven zoals Hij verblijft in ons, dat Hij ons deel heeft gegeven aan zijn Geest. En wij, wij hebben gezien en wij getuigen, dat de Vader zijn Zoon heeft gezonden om de Heiland van de wereld te zijn. Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is, woont God in hem en woon hij in God. Zo hebben wij de liefde leren kennen, die God voor ons heeft, en wij geloven in haar. God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem.

Vers voor het evangelie (Mt. 11, 29ab)

Alleluia. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Alleluia.

Evangelie (Mt. 11, 25-30)

In die tijd sprak Jezus: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon, tenzij de Vader, en niemand kent de Vader, tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” 

 

Zaterdag 20 juni Onbevlekt Hart van Maria

Eerste lezing (2 Kron. 24, 17-25)

Na de dood van de priester Jojada kwamen de aanzienlijken van Juda en betuigden koning Joas hun hulde. En de koning luisterde naar hen. In die dagen verwaarloosde het volk de tempel van de Heer, de God van zijn vaderen, en het vereerde heilige palen en afgodsbeelden. Om deze zonde kwam een hevige toorn over Juda en Jeruzalem. De Heer stuurde profeten op hen af om hen tot inkeer te brengen; dezen waarschuwden hen, maar zij wilden niet luisteren. Toen kwam de geest van God over Zekarja, de zoon van Jojada, de priester. Hij ging voor het volk staan en sprak tot hen: “Zo spreekt God: Waarom overtreedt gij de geboden van de Heer zonder enig voordeel daarbij te vinden? Omdat gij de Heer in de steek gelaten hebt, heeft Hij u in de steek gelaten!” Maar het volk spande samen tegen Zekarja en op bevel van de koning stenigden zij hem in de voorhof van de tempel van de Heer. Zo weinig dacht koning Joas nog aan alle weldaden, die Jojada hem bewezen had, dat hij diens zoon, Zekarja, liet vermoorden. Stervend riep deze nog: “De Heer moge het zien en het wreken!” Bij de jaarwisseling rukte het leger der Arameeën tegen Joas uit; ze trokken Juda en Jeruzalem binnen, brachten alle aanzienlijken van het volk om het leven, en stuurden alles wat zij buit gemaakt hadden naar de koning van Damascus. Want ofschoon het leger der Arameeën slechts uit weinigen bestond, liet de Heer hun zeer veel buit in handen vallen, omdat zij de Heer, de God van hun vaderen, in de steek gelaten hadden. Ook aan Joas voltrokken zij het strafgericht. Want toen ze hem met hevige pijnen hadden achtergelaten, zwoeren zijn hovelingen tegen hem samen om het bloed van Jojada’s zoon te wreken. Zij vermoordden hem in zijn bed. Hij werd begraven in de Davidstad, maar niet in de graven der koningen.

Tussenzang (Ps. 89)

Refrein:  Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade.

Ik heb met David een verbond gesloten, mijn uitverkoren dienaar met een eed beloofd:

Ik zal uw nageslacht in stand houden voor eeuwig, in alle tijden blijft uw troon bestaan.

Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade, voor immer blijft mijn bond met hem van kracht.

Ik zal aan zijn geslacht geen einde maken, noch aan zijn troon, zolang de hemel dagen heeft.

Indien zijn zonen ontrouw worden aan mijn wet en niet meer leven volgens mijn geboden;

indien zij mijn verordeningen schenden, aan mijn bevelen niet voldoen;

dan zal Ik hun vergrijpen met de roede straffen, met slagen hen doen boeten voor hun schuld.

Maar hem zal Ik mijn gunsten niet ontnemen, aan wat Ik beloofd heb blijf Ik trouw.

Vers voor het evangelie (Ps. 119, 18)

Alleluia. Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer, de heerlijkheid van uw wet. Alleluia.

Evangelie (Lc. 2, 41-51)

Zijn ouders reisden ieder jaar, bij gelegenheid van het paasfeest, naar Jeruzalem. En overeenkomstig het gebruik bij dit feest gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was. Maar na afloop van die dagen bleef het kind Jezus, terwijl zij terugkeerden, in Jeruzalem achter, zonder dat zijn ouders het wisten. In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden. Omdat zij Hem niet vonden, keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug. Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij te midden van de leraren zat, naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde. Allen die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden. Toen zij Hem daar opmerkten, stonden zij verslagen. Zijn moeder zei tot Hem: ‘Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht.’ Maar Hij antwoordde: ‘Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde. Hij ging met hen mee naar Nazaret en was aan hen onderdanig. Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

Noveengebed

om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood,
Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven
en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon.
Daarom komen wij vol vertrouwen tot u
en wij vragen door U aan de Heer:
Bevrijd ons land van de Corona-epidemie,
genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen.
Geef wijsheid aan onze bestuurders en geef dat wij spoedig
weer kunnen samenkomen om ons geloof te vieren.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet.
Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten,
geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen,
geef ons licht waar het donker is.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren,
geef ons overgave aan de wil van de Vader
en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon.
Amen

Imprimatur: Haarlem, 14 maart 2020 +Johannes Hendriks

 

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen

Angelus ad Virginem

℣. Angelus Domini nuntiavit Mariae
℟.Et concepit de Spiritu Sancto

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus Sancta Maria, Mater Dei.
Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ecce ancilla Domini
℟.Fiat mihi sectundum verbum tuum

Ave Maria . . .

℣.Et Verbum caro factum est
℟.Et habitavit in nobis

Ave Maria . . .

℣.Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix,
℟.Ut digni efficiamur promissionibus Christi

Oremus
Gratiam tuam, quaesumus, Domine mentibus nostris infunde ut, qui, Angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus per passionem eius et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur Per Christum Dominum nostrum. Amen

De Engel des Heren

℣.De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt
℟.En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Zie de dienstmaagd des Heren
℟.Mij geschiede naar uw woord

Wees gegroet, Maria . . .

℣.En het Woord is vlees geworden
℟.En Het heeft onder ons gewoond

Wees gegroet, Maria . . .

℣.Bid voor ons, heilige Moeder van God,
℟.opdat wij de beloften van Christus waardig worden

Laat ons bidden

Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen Wij bidden U stort uw genade in onze harten opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis Door Christus, onze Heer. Amen.