Dagelijks Brood, lezingen van de dag 14 februari – 20 februari 2020

aswoensdag-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 14 februari – 20 februari 2020

6e week door het jaar

Begin van de Veertigdagentijd

Zondag 14 februari                                                                                

Eerste lezing (Lev. 13, 1-2.45-46)

Wie huidziekte heeft moet apart wonen en buiten het kamp blijven

De Heer sprak tot Mozes: “Heeft iemand een gezwel, uitslag of een vlek op zijn huid en gaat het lijken op huidziekte, dan moet men hem bij de priester Aäron of bij een priester van diens geslacht brengen. Degene, die aan huidziekte lijdt, moet in gescheurde kleren lopen en zijn haren los laten hangen; hij moet zijn baard bedekken en roepen: Onrein, onrein! Zolang de ziekte duurt is hij onrein; hij moet apart wonen en buiten het kamp blijven.”

Tussenzang (Ps. 32, 1-2.5.11)

Refrein:  Mijn toevlucht zijt Gij, mijn Redder in nood, Gij hult mij in voorspoed en vreugde.

Gelukkig degene wiens fout werd vergeven, wiens zonde door God werd bedekt.

Gelukkig de mens die geen schuld heeft bij God, wiens hart geen misdaad verbergt.

Toen heb ik mijn zonde beleden voor U, mijn schuld niet langer ontkend.

Ik sprak: voor de Heer beken ik mijn fout; toen hebt Gij mijn zonde vergeven.

Want talrijke rampen treffen de zondaar, maar God beschermt die vertrouwen op Hem.

Weest blij in de Heer, alle vromen, verheugt u en jubelt, oprechten van hart.

Tweede lezing (1 Kor. 10, 31 – 11, 1)

Weest mijn navolgers zoals ik het ben van Christus

Broeders en zusters, of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods. Geeft geen aanstoot noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan Gods Kerk; ook ik tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn en ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van de gemeenschap, opdat allen gered worden. Weest mijn navolgers zoals ik het ben van Christus.

Vers voor het evangelie (Joh. 8, 12)

Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer, wie Mij volgt zal het licht des levens bezitten. Alleluia.

Evangelie (Mc. 1, 40-45)

De melaatsheid verdween en hij was gereinigd

In die tijd kwam er eens een melaatse bij Jezus, die op zijn knieën viel en Hem smeekte: “Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen.” Door medelijden bewogen, stak Hij de hand uit, raakte hem aan en sprak tot hem: “Ik wil, word rein.” Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd. Terwijl Hij hem wegstuurde, vermaande Hij hem met klem: “Zorg ervoor, dat ge aan niemand iets zegt, maar ga u laten zien aan de priester en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven, om ze het bewijs te leveren.” Eenmaal vertrokken begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen en ruchtbaarheid aan de zaak te geven, met het gevolg, dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef. Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

Maandag 15 februari                                                                            

Eerste lezing (Gen. 4, 1-15.25)

Kaïn viel zijn broer aan en vermoordde hem

De mens had gemeenschap met zijn vrouw Eva; zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld, en zij sprak: “Door de gunst van de Heer heb ik een mannelijk kind voortgebracht.” Vervolgens baarde zij Abel, zijn broer. Abel werd schaapherder en Kaïn landbouwer. Na verloop van tijd bracht Kaïn een offer aan de Heer van de vruchten van de grond. Ook Abel bracht een offer, de eerstgeborenen van zijn beste schapen. De Heer zag genadig neer op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Een wilde woede greep Kaïn aan, en zijn gezicht werd grimmig. Nu zei de Heer tot Kaïn: “Waarom zijt gij woedend en waarom staat uw gezicht zo grimmig? “Als gij het goede doet, is er  opgewektheid; maar doet gij het goede niet, dan loert de zonde als belager aan uw deur, begerig u te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven?” Daarop zei Kaïn tot zijn broer Abel: ”Laten we gaan wandelen.” En toen zij buiten waren, viel Kaïn zijn broer aan en vermoordde hem. Nu zei de Heer tot Kaïn: “Waar is uw broer Abel?” Kaïn antwoordde: “ Ik weet het niet. Moet ik dan op mijn broer passen?” Toen zei de Heer: “Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broer roept uit de grond tot Mij! Daarom zult gij vervloekt zijn, verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend om uit uw hand het bloed van uw broer te ontvangen! De grond die gij bewerkt zal niets meer opbrengen, een zwerver en een vagebond zult ge zijn op de aarde!” Toen zei Kaïn tot de Heer: “Die straf is te zwaar om te dragen. Gij verdrijft mij van de bebouwde grond, en ik zal ver van U moeten blijven. Ik zal een zwerver en een vagebond zijn op de aarde, en ieder die mij ontmoet kan mij doden.” Maar de Heer antwoordde hem: “Neen! Wie het ook is die Kaïn doodt, hij zal het zevenvoudig boeten!” En de Heer gaf Kaïn een merkteken, om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette hem doden zou. Adam had opnieuw gemeenschap met zijn vrouw; zij baarde een zoon en noemde hem Set. Want, zei ze, God heeft mij een andere zoon geschonken in de plaats van Abel, die door Kaïn is vermoord.

Tussenzang (Ps. 50, 1.8.16bc-17.20-21)

Refrein:  Brengt God het offer van uw lof.

De Heer, de God der goden, spreekt, Hij roept de aarde van het oosten tot het westen:

Ik maak u over offers geen verwijt: uw offerdieren zie Ik aldoor branden.

Wat spreekt ge aldaar over mijn geboden en hebt ge mijn verbond steeds op de tong?

Gij die van tucht een afkeer hebt en nimmer acht slaat op mijn woorden.

Ge zet u neer om van uw broeder kwaad te spreken, uw moeders zoon belastert gij.

Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet? of meent ge soms dat Ik aan u gelijk ben?

Ik klaag u aan, Ik leg u alles voor.

Vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)

Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

Evangelie (Mc. 8, 11-13)

Wat verlangt dit geslacht toch een teken?

In die tijd daagden de Farizeeën op en begonnen met Jezus te redetwisten. Om Hem op de proef te stellen verlangden ze van Hem een teken uit de hemel. Hij slaakte een zucht uit het diepste van zijn hart en zei: “Wat verlangt dit geslacht toch een teken? Voorwaar, Ik zeg u in geen geval zal aan dit geslacht een teken gegeven worden.” Hij liet hen staan, stapte weer in de boot en keerde naar de overkant terug.

Dinsdag 16 februari                                                                              

Eerste lezing (Gen. 6, 5-8 + 7, 1-5.10)

Ik ga de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen

Toen God de Heer zag hoezeer op de aarde de boosheid van de mensen was toegenomen en hoezeer de begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade uitging, kreeg Hij spijt dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en Hij was er zeer verdrietig om. En God zei: “Ik ga de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen, zowel de mens als het vee en de kruipende dieren en de vogels in de lucht, want het spijt Mij dat Ik ze gemaakt heb.” Alleen Noach vond genade in de ogen van de Heer. God de Heer zei tot Noach: “Ga in de ark die gij gemaakt hebt, gij met heel uw gezin, want van dit geslacht zijt gij de enige, die in mijn ogen rechtschapen is. Neem van alle reine dieren zeven paar, telkens een mannetje en een wijfje; maar van de onreine dieren één paar, telkens een mannetje en een wijfje, ook van de vogels in de lucht zeven paar, telkens een mannetje en een wijfje. Zo zult gij hun soort in stand houden op de gehele aarde. Want over zeven dagen laat Ik het regenen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten, en Ik ga alles wat bestaat, alles wat Ik gemaakt heb, van de aardbodem wegvagen.” En Noach deed alles wat de Heer hem geboden had. En op de zevende dag stortte het water van de vloed over de aarde neer.

Tussenzang (Ps. 29, 1a.2.3ac-4.3b.9b-10)

Refrein:  De Heer zegent zijn volk met vrede.

Huldigt de Heer, alle zonen van God, huldigt de Heer om zijn glorie en macht.

Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam, knielt voor Hem neer om zijn heilige luister.

De stem van de Heer schalt over het water, Gods majesteit roept van over de zee.

De stem van de Heer met dreunend geweld, de stem van de Heer, ontzagwekkend!

De stem van de Heer schudt de kruinen der eiken, ontbladert de trots van het woud.

De Heer troont hoven het firmament, daar zetelt Hij eeuwig als koning.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 16a.17c)

Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen; dankt God de Vader door Hem. Alleluia.

Evangelie (Mc. 8, 14-21)

Wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën en het zuurdeeg van Herodes

In die tijd hadden de leerlingen vergeten brood mee te nemen, zodat zij niet meer dan één brood bij zich in de boot hadden. Toen gaf Jezus hun deze waarschuwing: “Let op, wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën en het zuurdeeg van Herodes!” Zij spraken daarover onder elkaar: “Dat zegt Hij, omdat we geen brood hebben.” Maar Hij bemerkte het en sprak: “Wat bespreekt ge daar onderling? Dat Ik dit gezegd heb, omdat ge geen brood hebt? Begrijpt en verstaat ge het dan nog niet? Is uw geest dan zo verblind? Ge hebt toch ogen, ziet ge dan niets? Ge hebt toch oren, hoort ge dan niets? En herinnert ge u niet hoeveel korven vol brokken gij hebt opgehaald, toen Ik voor de vijfduizend die vijf broden heb gebroken?” Zij antwoordden Hem: “Twaalf” “En hoeveel manden vol brokken hebt gij opgehaald, toen met die zeven voor de vierduizend?” En zij antwoordden: “zeven.” Daarop zei Hij hun: “Begrijpt ge het dan nog niet?”

Woensdag 17 februari Aswoensdag

Eerste lezing (Joël 2, 12-18)

Scheurt uw hart en niet uw kleren

Zo spreekt God de Heer: “Keert tot Mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor de Heer, uw God! Blaast de bazuin op Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen! Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek. Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft hun God? Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.”

Tussenzang (Ps. 51, 3-4.5-6a.12-13.14.17)

Refrein:  God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.

Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest.

Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid.

Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen.

Tweede lezing (2 Kor. 5, 20 – 6, 2)

Laat u met God verzoenen, want nu is het de gunstige tijd

Broeders en zusters, wij zijn gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden. Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorgt dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.

Vers voor het evangelie (Ps. 51, 12a.14a)

Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer de weelde van uw zegen.

Evangelie (Mt. 6, 1-6.16-18)

Uw Vader, die in het verborgene ziet,  zal het u vergelden

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen, om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader, die in de hemel is. Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve; en uw Vader, die in het verborgene ziet zal het u vergelden. Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht, zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien, dat gij vast, maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Donderdag 18 februari Donderdag na Aswoensdag

Eerste lezing (Deut. 30, 15-20)

Zie, ik houd u vandaag leven en geluk voor

Mozes nam het woord en sprak tot het volk: “Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar ook de dood en het ongeluk. Als gij luistert naar de geboden van de Heer uw God, die ik u heden geef, als gij de Heer uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en bepalingen nakomt, dan zult gij leven en talrijk worden en zal de Heer uw God u zegenen in het land, dat ge in bezit gaat nemen. Maar als uw hart afdwaalt, als ge niet luistert en u laat verleiden, zodat gij u voor andere goden neerbuigt en die vereert, dan kondig ik u heden aan, dat gij zult omkomen en dat ge niet lang zult leven op de grond, die ge na de overtocht van de Jordaan in bezit gaat nemen. Ik neem heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u. Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek. Kies dan het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven. Want daarvan hangt het af, of gij zult leven en of gij lang zult wonen op de grond, die de Heer aan uw vaderen, aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft toegezegd.”

Tussenzang (Ps. 1, 1-2.3-4.6)

Refrein:  Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt (Ps. 40/39, 5a).

Gelukkig de man die weigert te doen, wat goddelozen hem raden;

die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters.

Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd;

des zomers verdorren zijn bladeren niet, maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet: de wind blaast hen weg als kaf.

De Heer immers let op de weg der gerechten, de weg van de zondaars loopt dood.

Vers voor het evangelie (Ps. 95, 8ab)

Luistert heden naar de stem van de Heer, en weest niet halsstarrig.

Evangelie (Lc. 9, 22-25)

Wie zijn leven verliest omwille van Mij zal het redden

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “De Mensenzoon, moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht zal Hij op de derde dag verrijzen.” Maar tot allen sprak Hij: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als hij zichzelf hierdoor zijn ondergang en dood berokkent?”

Vrijdag 19 februari Vrijdag na Aswoensdag

Eerste lezing (Jes. 58, 1-9a)

Is dit soms een vasten dat Mij behaagt

Zo spreekt God de Heer: “Roep het luide uit, houd u niet in, laat uw stem schallen als een trompet; en openbaar mijn volk zijn overtredingen, het huis van Jakob zijn zonden. Zeker, zij raadplegen Mij van dag tot dag, beijveren zich om mijn wil te kennen, als waren zij een volk dat gerechtigheid oefent en de wet van zijn God niet veracht. Zij vragen Mij om gerechte vonnissen, hunkeren naar de tegenwoordigheid van hun God. Wij vasten, waarom ziet Gij het niet? Wij vernederen ons, waarom slaat Gij er geen acht op? Zie, terwijl gij vast, zijt gij uit op eigen gewin en buit gij uw arbeiders uit. Het is met twist en ruzie dat gij vast, en driftig slaat gij met de vuist. Als gij zo moet vasten, vindt uw gebed in de hemel geen gehoor. Is dit soms een vasten dat Mij behaagt, is zo de dag dat de mens zich vernederen moet: het hoofd laten hangen als een riet, op zak en as zich neerleggen? Noemt gij dát vasten, noemt gij dát soms de dag aan de Heer aangenaam? Het vasten dat Ik wens is dit: zondige boeien slaken, de bomen van het juk verbreken, de verdrukten in vrijheid laten gaan, elk juk in stukken slaan, uw brood verdelen met de hongerigen, de dakloze zwervers opnemen in uw huis, de naakten die gij ziet, kleden, en u niet afkeren van uw eigen vlees. Dan zal uw licht stralen als de dageraad, uw genezing zal voorspoedig zijn; uw gerechtigheid zal voor u uitgaan, de glorie van de Heer u op de voet volgen. Wanneer gij dan tot de Heer bidt, zal Hij u verhoren, wanneer gij dan tot Hem roept, zal Hij antwoorden: Hier ben Ik! Zo spreekt de almachtige Heer.

Tussenzang (Ps. 51, 3-4.5-6a.18-19)

Refrein:  Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.

Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan.

In geschenken hebt Gij geen behagen, wat ik U ook bied, Gij wilt het niet.

Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

Vers voor het evangelie (Ps. 130, 5 + 7)

Op de Heer stel ik mijn hoop, op zijn woord vertrouw ik; want de Heer is steeds barmhartig, zijn genade onbeperkt.

Evangelie (Mt. 9, 14-15)

Wanneer de bruidegom van hen is weggenomen, dan zullen zij vasten

Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes tot Jezus met de vraag “Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?” Jezus sprak tot hen: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten.”

Zaterdag 20 februari Zaterdag na Aswoensdag

Eerste lezing (Jes. 58, 9b-14)

Wanneer gij niet langer uw voordeel najaagt, zult gij vreugde vinden in de Heer

Zo spreekt God de Heer: “Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert en de dreigende vingers en de kwaadsprekerij, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan straalt uw licht in de duisternis, dan wordt uw nacht als de middag. Dan zal de Heer u blijven geleiden; Hij zal u in dorre streken verzadigen en aan uw gebeente zal Hij kracht geven. Als een gesproeide tuin zult gij dan worden, als een bron, waarvan het water nooit wegblijft. Dan bouwt gij de oude ruïnes weer op en herstelt gij de fundamenten van vroeger. ‘De bressendichter’ zal men u noemen, ‘degene die weer leven brengt in de straten’. Wanneer gij op de sabbat geen reis meer onderneemt en op mijn heilige berg niet langer uw voordeel najaagt, wanneer gij de sabbat uw vreugde noemt en de heilige dag van de Heer eerbiedigt, wanneer gij die dag in ere houdt door niet uw zaken na te gaan en niet uw voordeel te zoeken en geen handel te drijven, dan zult gij vreugde vinden in de Heer; dan voer Ik u alle bergen van de aarde over en laat Ik u genieten van het erfdeel van Jakob, uw vader.” Waarlijk, door de mond van de Heer is dit woord gesproken!

Tussenzang (Ps. 86, 1-2.3-4.5-6)

Refrein:  Leer mij uw weg, Heer, om die trouw te volgen.

Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren, ik ben ongelukkig en arm.

Bescherm mij, want U ben ik toegewijd, draag zorg voor uw dienaar, hij rekent op U.

Mijn God zijt Gij toch, heb erbarmen met mij, voortdurend roep ik tot U.

Verblijd het hart van uw dienaar. Heer, ik richt mij tot U vol vertrouwen.

Gij zijt immers goed en genadig, Heer, barmhartig voor elk die U aanroept.

Luister dan, Heer, naar mijn bidden, geef acht op mijn smekende stem.

Vers voor het evangelie (Ez. 18, 31)

Werpt alle overtredingen, die gij begaan hebt, van u weg, zegt de Heer, en vernieuwt uw hart en uw geest.

Evangelie (Lc. 5, 27-32)

Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars, opdat ze zich bekeren

In die tijd, bij het tolhuis gekomen, richtte Jezus zijn blik op een tollenaar die daar zat, een zekere Levi. Hij zei tot hem: “Volg Mij.” De man stond op, liet alles achter en volgde Hem. Levi nu bood Hem in zijn huis een groot feestmaal aan, waarbij onder anderen talrijke tollenaars met hen aanlagen. De Farizeeën, met name de schriftgeleerden onder hen, morden daarover tegen zijn leerlingen: “Waarom – zeiden ze – eet en drinkt gij met tollenaars en zondaars?”. Maar Jezus nam het woord en sprak: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaars, opdat ze zich bekeren.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom via Ideal op onze doneerpagina of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99 t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.

Hartelijk dank voor uw gave.

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood, Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon. Daarom komen wij vol vertrouwen tot u en wij vragen door U aan de Heer:

Bevrijd heel de wereld van de Corona-epidemie, genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen. Sta alle mensen bij die lijden onder de gevolgen van deze crises. Geef wijsheid aan onze bestuurders.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet. Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten, geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen, geef ons licht waar het donker is en geef dat wij elkaar spoedig weer in vrijheid en vreugde nabij kunnen zijn.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren, geef ons overgave aan de wil van de Vader en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon. Amen.

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen.

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Angelus ad Virginem

℣. Angelus Domini nuntiavit Mariae
℟.Et concepit de Spiritu Sancto

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ecce ancilla Domini
℟.Fiat mihi secundum verbum tuum

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Et Verbum caro factum est
℟.Et habitavit in nobis

Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

℣.Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix
℟.Ut digni efficiamur promissionibus Christi

Oremus. Gratiam tuam, quaesumus, Domine mentibus nostris infunde ut, qui, Angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus per passionem eius et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

De Engel des Heren

℣.De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt
℟.En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Zie de dienstmaagd des Heren
℟.Mij geschiede naar uw woord

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.En het Woord is vlees geworden
℟.En Het heeft onder ons gewoond

Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen.

℣.Bid voor ons, heilige Moeder van God, ℟.opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden. Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen Wij bidden U stort uw genade in onze harten opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis. Door Christus, onze Heer. Amen.