Dagelijks Brood, lezingen van de dag 14 – 19 september 2020

kruisverheffing-constantijn-elena-olv-ter-nood-heiloo
Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi. Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 14 – 19 september 2020

24e week door het jaar  

Maandag 14 september Kruisverheffing, Feest

Eerste lezing (Num. 21, 4-9)

Ieder die door een slang was gebeten en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven Van de berg Hor trokken de Israëlieten in de richting van de Rietzee, want zij wilden om Edom heentrekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. Het keerde zich tegen God en tegen Mozes: “Hebt gij ons uit Egypte gevoerd om te sterven in de woestijn? “Er is geen brood, er is geen water en dat minderwaardige eten staat ons tegen.” Toen zond de Heer giftige slangen op het volk af. Deze beten de Israëlieten en velen van hen vonden de dood. Nu kwam het volk naar Mozes en zei: “Wij hebben gezondigd, want wij hebben ons tegen de Heer en tegen u gekeerd. Bid de Heer, dat hij die slangen van ons wegneemt.” Toen bad Mozes voor het volk en de Heer zei tot hem: “Maak zo’n giftige slang en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is en ernaar opziet, zal in leven blijven.” Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal. Ieder die door een slang was gebeten en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven. Ofwel: 

Eerste lezing (Fil. 2, 6-11)

Hij heeft zichzelf ontledigd, daarom heeft God Hem hoog verheven Broeders en zusters, Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend, die boven alle namen is. Opdat bij het noemen van zijn naam, zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde; en iedere tong zou belijden, tot eer van God de Vader Jezus Christus is de Heer.

Tussenzang (Ps. 78, 1-2.34-35.36-37.38)

Refrein: Laten wij nooit vergeten wat God heeft gedaan. Luister, mijn volk, naar mijn onderrichting, open uw oren voor wat Ik u zeg. Een wijze les zal Ik u verhalen die in het verleden verborgen ligt. Zij zochten Hem enkel wanneer Hij hen sloeg, dan zochten zij Hem rouwmoedig; dan wisten ze weer dat de Heer hun rots was, de Allerhoogste hun redder. Maar met hun mond bedrogen zij Hem, zij logen Hem voor met hun tong; want innerlijk waren zij niet oprecht, geloofden niet in zijn verbond. Toch was Hij barmhartig, vergaf hun zonden en roeide hen niet geheel uit. Telkens opnieuw bedwong Hij zijn toorn en hield Hij zijn gramschap in toom.

Vers voor het evangelie

Alleluia. Wij aanbidden en loven U, Christus, omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld hebt verlost. Alleluia.

Evangelie (Joh. 3, 13-17)

De Mensenzoon moet omhoog geheven worden In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: “Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.”

Dinsdag 15 september Onze lieve Vrouw van Smarten

Eerste lezing (1 Kor. 12, 12-14.27-31a)

Gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam Broeders en zusters, het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken te zamen één lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden, en allen werden wij gedrenkt met één Geest. Een lichaam bestaat nu eenmaal niet uit één lid. Welnu, gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam. Nu heeft God in de kerk allerlei mensen aangesteld: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars; voorts zijn er wonderkrachten, dan gaven van genezing, hulpbetoon, bestuur en velerlei taal. Zijn soms allen apostelen, allen profeten, allen leraars, allen wonderdoeners? Hebben allen gaven van genezing? Spreken allen in vervoering? Kunnen allen uitleg geven? Gij moet naar de hoogste gaven streven.

Tussenzang (Ps. 100, 2.3.4.5)

Refrein: Wij zijn de kudde van de Heer, zijn volk. Juicht voor de Heer, alle landen, dient met blijdschap de Heer. Treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn; waarlijk, de Heer is God. Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde, zijn volk. Trekt met een lied door zijn poorten, komt in zijn voorhof met zang. Zegent zijn Naam en eert Hem, Hij is ons goed gezind. Eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht.

Vers voor het evangelie (2 Tim. 1, 10b)

Alleluia. Onze Heiland, Christus Jezus, heeft de dood vernietigd, en onvergankelijk leven doen aanlichten door het evangelie. Alleluia.

Evangelie (Lc. 7, 11-17)

Jongeling, Ik zeg je: sta op In die tijd begaf Jezus zich naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee. Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen, toen daar een dode werd uitgedragen, de enige zoon van zijn moeder, die weduwe was. Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar. Toen de Heer haar zag, gevoelde Hij medelijden met haar en sprak: “Schrei maar niet.” Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij sprak: “Jongeling, Ik zeg je: sta op!” De dode kwam overeind zitten en begon te spreken en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug. Allen werden door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God en zeiden: “Een groot profeet is onder ons opgestaan,” en “God heeft genadig neergezien op zijn volk.” En dit verhaal over Hem deed de ronde door heel het joodse land en de wijde omtrek.

Woensdag 16 september HH. Cornelius, paus / Cyprianus, bisschop, martelaren

Eerste lezing (1 Kor. 12, 31 – 13, 13)

Nu blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste Broeders en zusters, gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg, die verheven is boven alles. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen, als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet, als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood, als ik de liefde niet heb, baat het mij niets. De liefde is lankmoedig en goedertieren, de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer. De gave der profetie zal verdwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen. Want ons kennen is stukwerk en stukwerk ons profeteren. Maar wanneer het volmaakte komt, heeft het onvolmaakte afgedaan. Toen ik een kind was sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; nu ik man geworden ben, heb ik het kinderlijke afgelegd. Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals God mij kent. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste.

Tussenzang (Ps. 33, 2-3.4-5.12.22)

Refrein: Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen. Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp. Zingt voor de Heer een nieuw gezang, een schoon en schallend refrein. Oprecht is immers het woord van de Heer en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid. Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen. Geef ons dus, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen.

Vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)

Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

Evangelie (Lc. 7, 31-35)

Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben een treurlied gezongen, en gij hebt niet gehuild In die tijd zei Jezus: “Waarmee zal Ik de mensen van dit geslacht vergelijken? Op wie gelijken ze? Ze gelijken op kinderen, die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben een treurlied gezongen en gij hebt niet gehuild. Immers: Johannes de Doper is gekomen, eet geen brood en drinkt geen wijn en gij zegt: hij is van de duivel bezeten! En de Mensenzoon is gekomen, hij eet en drinkt wel en gij zegt: Kijk, die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars! Maar de Wijsheid vindt rechtvaardiging bij al haar kinderen.”

Donderdag 17 september

Eerste lezing (1 Kor. 15, 1-11)

Dát verkondigen wij en dát hebt gij geloofd Broeders en zusters, ik vestig uw aandacht op het evangelie, dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoordingen heb ik het u verkondigd? Ik neem aan, dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. Op de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd, wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte. Ja, ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd. Maar door de genade van God ben ik wat ik ben en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen, niet ik, maar de genade van God met mij. Maar of zij het nu zijn of ik, dát verkondigen wij en dát hebt gij geloofd.

Tussenzang (Ps. 118, 1-2.16ab-17.28)

Refrein: Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig. Of: Alleluia. Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen! Herhaalt het, stammen van Israël: eindeloos is zijn erbarmen! De Heer greep in met krachtige hand, de hand van de Heer heeft mij opgericht, de hand van de Heer was machtig. Ik zal niet sterven, maar blijven leven en alom verhalen het werk van de Heer. Mijn God zijt Gij en ik dank U, mijn God, ik verkondig uw roem.

Vers voor het evangelie (Jak. 1, 21)

Alleluia. Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan, dat in u werd geplant, en de kracht bezit uw zielen te redden. Alleluia.

Evangelie (Lc. 7, 36-50)

Haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele, want zij heeft veel liefde betoond Een van de Farizeeën vroeg Jezus eens bij zich te eten. Jezus trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen. Een vrouw nu, die in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen dat Jezus in het huis van de Farizeeër te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. Toen de Farizeeër, die Hem uitgenodigd had, dit zag, zei hij bij zichzelf: “Als dit een profeet was, zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is, die Hem aanraakt; het is immers een zondares.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Simon, Ik heb u iets te zeggen.” Waarop deze zei: “Zeg het, Meester.” “Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig tienlingen schuldig. Omdat zij die niet konden teruggeven, schold hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?” “Ik veronderstel,” -antwoordde Simon- “diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden.” Jezus zei tot hem: “Uw oordeel is juist.” Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: “Ge ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; gij hebt niet eens water over mijn voeten gegoten, maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren afgedroogd. Gij hebt Mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield, sinds Ik binnenkwam, niet op mijn voeten te kussen. Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Daarom zeg Ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele, want zij heeft veel liefde betoond. Weinig liefde betoont hij aan wie weinig wordt vergeven.” Daarop sprak Hij tot haar: “Uw zonden zijn vergeven.” De medeaanliggenden vroegen zich af: “Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?” Jezus zei tot de vrouw: “Uw geloof heeft u gered: ga in vrede.”

Vrijdag 18 september

Eerste lezing (1 Kor. 15, 12-20)

Als Christus niet is verrezen is uw geloof zonder grond Broeders en zusters, als wij verkondigen, dat Christus uit de doden is opgewekt, hoe kunnen dan sommigen onder u beweren, dat er geen opstanding van de doden bestaat? Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen. En als Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof zonder grond. Dan volgt zelfs, dat wij over God een vals getuigenis hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij Christus ten leven heeft gewekt, wat Hij niet gedaan heeft, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen. Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen, en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn verloren. Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar zo is het niet! Christus is opgewekt uit de doden als eersteling van hen, die ontslapen zijn.

Tussenzang (Ps. 17, 1.6-7.8b.15)

Refrein: Uw aanblik, Heer, verzadigt mij als ik ontwaak. Luister, Heer, want mijn zaak is rechtvaardig, let op mijn luid geroep. Wil mijn gebed aanhoren; mijn lippen bedriegen U niet. Nu roep ik U aan, want Gij zult mij verhoren, wend dus uw oor naar mij, hoor naar mijn stem. Toon mij de grootheid van uw erbarmen, redder van ieder die vlucht in uw hand. Verberg mij onder de schuts van uw vleugels, want ik ben rechtschapen en mag U aanschouwen; uw aanblik verzadigt mij als ik ontwaak.

Vers voor het evangelie (1 Petr. 1, 25)

Alleluia. Het woord des Heren blijft in eeuwigheid; en dit woord is de boodschap, die u in het evangelie is verkondigd. Alleluia.

Evangelie (Lc. 8, 1-3)

Vrouwen vergezelden de Heer; zij zorgden voor Hem uit eigen middelen In die tijd trok Jezus predikend rond door stad en dorp en verkondigde de Blijde Boodschap van het Rijk Gods. De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen, die van boze geesten en ziekten verlost waren: Maria, die Magdalena wordt genoemd, uit wie zeven duivels waren weggegaan, Johanna, de vrouw van Herodes’ rentmeester Chuzas, Susanna en vele anderen, die uit eigen middelen voor hen zorgden.

Zaterdag 19 september

Eerste lezing (1 Kor. 15, 35-37.42-49)

Wat gezaaid wordt in vergankelijkheid verrijst in onvergankelijkheid Broeders en zusters, iemand zal vragen: “Hoe verrijzen de doden, met wat voor lichaam?” Een dwaze vraag! Ook wat gij zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt, en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets dergelijks, en het heeft nog niet de vorm, die het zal krijgen. Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. In deze zin staat er geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levend wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel. Zoals die eerste mens van aarde, zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse Mens, zullen alle hemelsen zijn. En gelijk wij het beeld van de aardse mens hebben gedragen, zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse Mens.

Tussenzang (Ps. 56, 10c-11.12-13)

Refrein: Ik kan voortgaan voor Gods Aanschijn, in het licht dat alle levenden verlicht. Ja, ik weet het, God verlaat mij niet! Op de Heer en zijn belofte, op de Heer vertrouw ik zonder vrees; hoe zou dan een mens mij deren? Wat ik beloofd heb, God, zal ik volbrengen, U breng ik het offer van mijn lof. Want door U ben ik de dood ontkomen, Gij behoedt mijn voeten voor de val. Daardoor kan ik voortgaan voor Gods Aanschijn in het licht dat alle levenden verlicht.

Vers voor het evangelie (1 Joh. 2, 5)

Alleluia. Wie het woord van de Heer bewaart, in hem is waarlijk Gods liefde volkomen. Alleluia.

Evangelie (Lc. 8, 4-15)

Het zaad in de goede aarde zijn zij die het woord bewaren en vrucht voorbrengen door hun standvastigheid In die tijd verzamelde zich een grote menigte en uit de steden stroomden de mensen naar Jezus toe. Toen sprak Hij in een gelijkenis: “De zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel een gedeelte op de weg; het werd vertrapt en de vogels uit de lucht aten het op. Een ander gedeelte viel op de rotsgrond; het schoot wel op, maar droogde uit, omdat het geen vocht had. Weer een ander gedeelte viel tussen de distels, maar tegelijkertijd schoten de distels op en verstikten het. Nog een ander gedeelte viel op goede grond; het schoot op en bracht honderdvoudige vrucht voort.” En met luide stem voegde Hij er aan toe: “Wie oren heeft om te horen, hij luistere.” Zijn leerlingen vroegen Hem wat die gelijkenis wel betekende. Hij antwoordde: “Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk Gods te kennen, maar de overigen ontvangen ze in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet begrijpen. Welnu, de betekenis van de gelijkenis is deze: Het zaad is het woord van God. Die op de weg, zijn zij die geluisterd hebben. Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg, opdat ze niet door te geloven gered worden. Die op de rots zijn zij die het woord met blijdschap ontvangen, wanneer zij het horen, maar zij hebben geen wortel; zij geloven voor een ogenblik, maar ten tijde van de beproeving vallen zij af. Wat onder de distels viel, zijn zij die wel geluisterd hebben, maar die gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstikt raken en niet tot rijpheid komen. Het zaad in de goede aarde zijn zij, die het woord dat zij hoorden in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom via Ideal op onze doneerpagina of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99 t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood. Hartelijk dank voor uw gave. Verdere info: www.olvternood.nl

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood, Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon. Daarom komen wij vol vertrouwen tot u en wij vragen door U aan de Heer: Bevrijd heel de wereld van de Corona-epidemie, genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen. Sta alle mensen bij die lijden onder de gevolgen van deze crises. Geef wijsheid aan onze bestuurders. Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet. Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten, geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen, geef ons licht waar het donker is en geef dat wij elkaar spoedig weer in vrijheid en vreugde nabij kunnen zijn. Maria, bescherm ons en onze dierbaren, geef ons overgave aan de wil van de Vader en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon. Amen

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen

Angelus ad Virginem

℣. Angelus Domini nuntiavit Mariae ℟.Et concepit de Spiritu Sancto Ave Maria Gratia plena, Dominus tecum Benedicta tu in mulieribus Et benedictus fructus ventris tui, Jesus Sancta Maria, Mater Dei. Ora pro nobis peccatoribus Nunc et in hora mortis nostrae. Amen. ℣.Ecce ancilla Domini ℟.Fiat mihi sectundum verbum tuum Ave Maria . . . ℣.Et Verbum caro factum est ℟.Et habitavit in nobis Ave Maria . . . ℣.Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix, ℟.Ut digni efficiamur promissionibus Christi Oremus Gratiam tuam, quaesumus, Domine mentibus nostris infunde ut, qui, Angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus per passionem eius et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur Per Christum Dominum nostrum. Amen

De Engel des Heren

℣.De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt ℟.En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest Wees gegroet, Maria Vol van genade, de Heer is met U Gij zijt de gezegende onder de vrouwen En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons, zondaars nu en in het uur van onze dood. Amen. ℣.Zie de dienstmaagd des Heren ℟.Mij geschiede naar uw woord Wees gegroet, Maria . . . ℣.En het Woord is vlees geworden ℟.En Het heeft onder ons gewoond Wees gegroet, Maria . . . ℣.Bid voor ons, heilige Moeder van God, ℟.opdat wij de beloften van Christus waardig worden Laat ons bidden Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen Wij bidden U stort uw genade in onze harten opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis Door Christus, onze Heer. Amen.