Dagelijks Brood, lezingen van de dag 11 – 17 april 2021

beloken-pasen-ongelovige-tomas-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood, lezingen van de dag is een klein boekje met de lezingen voor de heilige Mis van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Dagelijks Brood, lezingen van de dag 11 – 17 april 2021

Beloken Pasen (Barmhartigheids Zondag) en 2e week van de Paastijd

Gebed tot de heilige Jozef

 

Tot U, Heilige Jozef nemen wij onze toevlucht in onze noden. En na de hulp van uw zeer heilige Bruid te hebben ingeroepen smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af.
Wij bidden U ootmoedig: zie met goedheid neer op het erfdeel dat Jezus Christus door zijn bloed heeft verworven en help ons in onze noden door uw machtige bijstand. dat vragen wij U omwille van de liefde die U heeft verbonden met de onbevlekte Maagd en Moeder van God en omwille van de vaderlijke tederheid waarmee Gij het Kind Jezus hebt aanvaard zorgzame bewaarder van het heilig Huisgezin bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus.
Liefdevolle vader, houdt ons ver van dwaling en zedenbederf. Machtige beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis
En zoals Gij weleer het Kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered zo verdedig nu ook de heilige Kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking neem ieder van ons in uw blijvende bescherming opdat wij naar uw voorbeeld en gesteund door uw hulp heilig leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in de hemel verkrijgen
Amen

Zondag 11 april – Beloken Pasen en Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid, Feest

Eerste lezing (Hand. 4, 32-35)
Eén van hart en één van ziel

De menigte, die het geloof had aangenomen, was één van hart en één van ziel en er was niemand, die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde, integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk. Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen. Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen, die landerijen of huizen bezaten, deze verkochten en de opbrengst ervan meebrachten om aan de voeten van de apostelen neer te leggen. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte.

Tussenzang (Ps. 118, 2-4.16ac-18.22-24)
Refrein: Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen!

Stammen van Israël, dankt de Heer, eindeloos is zijn erbarmen! Herhaalt het dienaren van de Heer:

De Heer greep in met krachtige hand, de hand van de Heer was machtig.

Geslagen, getuchtigd heeft mij de Heer, maar niet ten dode gedoemd.

De steen die de bouwers hebben versmaad, die is tot hoeksteen geworden.

Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt, wij zullen hem vieren in blijdschap.

Tweede lezing (1 Joh. 5, 1-6)
Alles wat uit God geboren is, overwint de wereld

Vrienden, iedereen die gelooft, dat Jezus de verlosser is, is een kind van God. Welnu, wie de vader liefheeft, bemint ook het kind. Willen wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden, dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf. God beminnen wil zeggen zijn geboden onderhouden, want ieder die uit God geboren is, overwint de wereld. En het wapen waarmee wij de wereld overwinnen, is geen ander dan ons geloof. Niemand kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is. Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus.

Sequens / Sequentie
Victimae paschali laudes immolent Christiani. Agnus redemit oves: Christus innocens Patri reconciliavit peccatores. Mors et vita duello conflixere mirando: dux vitae mortuus regnat vivus. Dic nobis, Maria, quid vidisti in via? Sepulcrum Christi viventis: et gloriam vidi resurgentis. Angelicos testes, sudarium et vestes. Surrexit Christus spes mea: praecedet suos in Galilaeam. Scimus Christum surrexisse a mortuis vere: tu nobis, victor Rex, miserere.

Laten de christenen aan het Paaslam huldezangen wijden. Het Lam heeft nu de schapen vrijgekocht; en Christus, die zonder zonden was, heeft de zondaars met de Vader weer verzoend. Dood en leven streden een wondere strijd; de vorst des levens, die gestorven was, heerst nu in onvergankelijkheid. Zeg ons, Maria, wat hebt gij op uw weg gezien? Ik zag het graf van de levende Christus en de heerlijkheid van de Verrezene; zijn engelen zag ik als getuigen en ook de zweetdoek en het grafkleed. Christus, mijn hoop, is verrezen! Hij zal de zijnen voorgaan naar Galilea. Nu weten wij, dat Christus uit de doden is verrezen. Gij, overwinnaar Koning, ontferm u over ons.

Vers voor het evangelie (Joh. 20, 29)
Alleluia. Omdat gij gezien hebt, Tomas, gelooft gij, zegt de Heer; zalig die geloven en niet gezien hebben. Alleluia.

Evangelie (Joh. 20, 19-31)
Na acht dagen kwam Jezus

In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u”. Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Wier zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven, en wier zonden gij niet vergeeft, hun zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas:
“Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend, opdat gij moogt geloven, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.

Maandag 12 april – H. Egbertus, abt

Eerste lezing (Hand. 4, 23-31)
Na een gebed werden allen vervuld van de heilige Geest en verkondigden vrijmoedig het woord Gods

In die dagen gingen Petrus en Johannes na hun vrijlating naar hun eigen mensen, en brachten verslag uit over alles wat de hogepriesters en oudsten tot hen gezegd hadden. Toen zij dit hoorden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God en baden: “Heer, Gij zijt het die hemel en aarde, de zee en alles wat daarin is gemaakt hebt, die door de heilige Geest bij monde van David, uw dienaar, gezegd hebt: Waarom tieren de volken en zinnen de naties op ijdele plannen? De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heer en tegen zijn Gezalfde. Inderdaad, ze hebben in deze stad samengespannen tegen uw heilige dienaar Jezus, die Gij gezalfd hebt: zowel Herodes als Pontius Pilatus, te zamen met de heidenen en de stammen van Israël, om alles te doen wat uw hand en raadsbesluit tevoren bepaald had dat geschieden moest. Maar nu Heer, schenk aandacht aan hun bedreigingen, en geef uw dienaren dat zij in alle vrijmoedigheid uw woord mogen verkondigen, en laat door het uitstrekken van uw hand genezingen en wondertekenen geschieden door de Naam van uw heilige dienaar Jezus.” Na hun gebed beefde de plaats waar ze bijeen waren. Allen werden vervuld van de heilige Geest en verkondigden vrijmoedig het woord Gods.

Tussenzang (Ps. 2, 1-3.4-6.7-9)
Refrein: Gelukkig degenen die de Heer vereren. Of: Alleluia.

Waarom zijn de volken rumoerig, beramen de naties verzet? De heersers der aarde komen in opstand, de machthebbers vinden elkaar tegen de Heer en zijn gezalfde. Laat ons hun boeien verbreken, hun ketenen werpen wij af!

Die woont in de hemel, Hij lacht, de Heer drijft de spot met hen. Dan vaart Hij uit in zijn gramschap en slaat hen met schrik voor zijn toorn: Ik zelf heb mijn koning aangesteld op Sion, mijn heilige berg.

Dit is het besluit van de Heer: Hij sprak tot mij; gij zijt mijn zoon, lk heb u heden verwekt. Vraag Mij, Ik geef u de volken als erfdeel, schenk u de aarde als eigendom. Breek hun verzet met ijzeren scepter, sla hen in stukken als potten van klei.

Vers voor het evangelie (Lc. 24, 46)
Alleluia. Christus moest lijden en sterven en opstaan uit de doden, en aldus binnengaan in zijn heerlijkheid. Alleluia.

Evangelie (Joh. 3, 1-8)
Als iemand niet herboren wordt, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan

Er was onder de Farizeeën iemand die Nikodémus heette. Hij behoorde tot de voornaamsten van de Joden. Eens kwam deze in de nacht bij Hem en zei: “Rabbi, wij weten dat Gij van Godswege als leraar gekomen zijt, want niemand kan die tekenen doen die Gij verricht als God niet met hem is.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet wedergeboren wordt kan hij het Rijk Gods niet zien.” Nikodémus zei tot Hem: “Hoe kan een mens geboren worden als hij al oud is? “Kan hij soms in de schoot van zijn moeder terugkeren en opnieuw geboren worden?” Jezus antwoordde: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet geboren wordt uit water en geest kan hij het Rijk Gods niet binnengaan. Wat geboren is uit het vlees is vlees en wat geboren is uit de Geest is geest. Verwonder u niet dat Ik u zei: gij moet opnieuw geboren worden. De wind blaast waarheen hij wil; gij hoort wel zijn gesuis, maar weet niet waar hij vandaan komt, en waar hij heen gaat; zo is het met ieder die geboren is uit de Geest.”

Dinsdag 13 april – H. Martinus I, paus en martelaar

Eerste lezing (Hand. 4, 32-37)
Eén van hart en één van ziel

De menigte die het geloof had aangenomen was één van hart en één van ziel en er was niemand, die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk. Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen. Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of huizen bezaten deze verkochten en de opbrengst ervan meebrachten om aan de voeten van de apostelen neer te leggen. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte. Zo bezat Jozef, een leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen – dit betekent: zoon van vertroosting – een akker die hij verkocht en waarvan hij het geld meebracht om het aan de voeten van de apostelen neer te leggen.

Tussenzang (Ps. 93, 1ab.1c-2.5)
Refrein: De Heer is koning, met luister omkleed. Of: Alleluia.

De Heer is koning, met luister omkleed, met macht heeft de Heer zich omgord.

Zo vast als de aarde, onwankelbaar, zo vast staat uw troon door de eeuwen, van eeuwigheid, God, zijt Gij!

Betrouwbaar is alles wat Gij betuigt, uw huis zij heilig in lengte van dagen.

Vers voor het evangelie (Rom. 6, 9)
Alleluia. Christus, eenmaal van de doden verrezen sterft niet meer; de dood heeft geen macht meer over Hem. Alleluia.

Evangelie (Joh. 3, 7-15)
Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij moet opnieuw geboren worden. De wind blaast waarheen hij wil; gij hoort wel zijn gesuis, maar weet niet waar hij vandaan komt, en waar hij heen gaat: zo is het met ieder die geboren is uit de Geest.” Nikodémus gaf Hem ten antwoord: “Hoe kan dat geschieden?” Daarop zei Jezus weer: “Gij zijt een leraar van Israël en weet dat niet eens? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken over wat Wij weten, en Wij getuigen van wat Wij gezien hebben, maar onze getuigenis aanvaardt gij niet. Wanneer ge zelfs niet gelooft als Ik u spreek over dingen, die op aarde reeds bekend zijn, hoe zult gij dan geloven als Ik u spreek over dingen, die nog in de hemel verborgen zijn? Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.”

Woensdag 14 april

Eerste lezing (Hand. 5, 17-26)
Treedt weer op in de tempel en predikt aan het volk al deze woorden des Levens

In die dagen werden de hogepriester en heel zijn aanhang, die de partij der Sadduceeën vormden met hevige afgunst vervuld. Zij grepen de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. Maar in de nacht ontsloot een engel des Heren de deuren van de gevangenis, leidde hen naar buiten en zei: “Gaat, treedt weer op in de tempel en predikt aan het volk al deze woorden des Levens.” Zij gaven hieraan gehoor, gingen tegen de morgen naar de tempel en gaven er onderricht.
Toen nu de hogepriester kwam met de zijnen riepen zij het Sanhedrin bijeen, de raad der oudsten van het volk van Israël en stuurden dienaren naar de gevangenis om hen te halen. Maar bij aankomst vonden de dienaren hen niet meer in de kerker. Zij keerden terug met het bericht: “Wij vonden de gevangenis stevig op slot en de wachten voor de deuren op hun post, maar toen wij opendeden troffen wij niemand aan.” Toen zij dit vernamen vroegen de tempelcommandant en de hogepriesters – ongerust daarover – zich af wat voor gevolgen dit zou kunnen hebben. Maar iemand kwam hun melden: “De mannen, die gij in de kerker hebt gezet, bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk.” Daarop ging de bevelhebber met zijn dienaren hen halen, maar zonder geweld te gebruiken, uit angst door het volk gestenigd te worden.

Tussenzang (Ps. 34, 2-3.4-5.6-7.8-9)
Refrein: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer. Of: Alleluia.

De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur. Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.

De engel van God legt een schans om hen heen, om elk die God vreest te beschermen. Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Vers voor het evangelie (Kol. 3, 1)
Alleluia. Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Alleluia.

Evangelie (Joh. 3, 16-21)
God heeft zijn Zoon naar de wereld gezonden, opdat de wereld door Hem zou worden gered

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: “Zozeer heeft God de wereld lief gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft is al geoordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods. Hierin bestaat het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren. Ieder die slecht handelt heeft een afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden. Maar wie de waarheid doet gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.”

Donderdag 15 april

Eerste lezing (Hand. 5, 27-33)
Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest

In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber de apostelen mee en brachten hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon hen te ondervragen: “Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in die Naam onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.” Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.” Toen zij dit hoorden, ontstaken zij in woede en besloten hen te doden.

Tussenzang (Ps. 34, 2.9.17-18.19-20)
Refrein: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer. Of: Alleluia.

De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af, zij worden op aarde vergeten. Naar vromen die roepen luistert de Heer en redt hen uit iedere nood.

De Heer is nabij voor rouwmoedige harten, Hij helpt wie zijn schuld erkent. Veel rampen zullen de vrome bedreigen, uit elk daarvan redt hem de Heer.

Vers voor het evangelie
Alleluia. Hij die alles riep in het bestaan en zich ontfermde over ons, zijn mensen, Hij is verrezen, Christus de Heer! Alleluia.

Evangelie (Joh. 3, 31-36)
De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: “Wie van boven komt, staat boven allen. Wie van de aarde is behoort tot de aarde en spreekt de taal van de aarde. Wie uit de hemel komt staat boven allen. Hij legt getuigenis af van wat Hij zag en hoorde, maar toch aanvaardt niemand zijn getuigenis. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bezegelt daarmee dat God waarachtig is. Want Hij, die door God gezonden is spreekt Gods eigen woorden: zo mateloos schenkt God zijn Geest. De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft heeft het eeuwig leven. Wie weigert in de Zoon te geloven zal het leven niet zien, integendeel, de toorn Gods blijft op hem.”

Vrijdag 16 april

Eerste lezing (Hand. 5, 34-42)
Zij gingen heen, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de naam van Jezus

In die dagen was er in het Sanhedrin een Farizeeër, Gamaliël, een wetgeleerde, die bij het gehele volk in aanzien stond. Hij liet de apostelen een ogenblik naar buiten brengen. Daarop zei hij: “Mannen van Israël, bedenkt wel wat gij met deze mannen gaat doen. Vóór onze tijd immers trad Teudas op, die beweerde dat hij iemand van betekenis was en bij wie zich een groep van ongeveer vierhonderd man aansloot. Hij werd gedood en allen die op hem vertrouwden, werden uiteengejaagd. Na hem, in de dagen van de volkstelling, trad Judas de Galileeër op en sleepte veel volk mee, en allen die op hem vertrouwden, werden verstrooid. Wat ons geval betreft zeg ik u: bemoeit u niet met deze mensen, maar laat ze hun gang gaan. Gaat deze opzet of dit werk van mensen uit, dan zal het op niets uitlopen. Gaat het echter van God uit, dan zult gij hen niet uiteen kunnen slaan; anders zou misschien blijken dat gij tegen God in verzet zijt.” Zij lieten zich door hem overreden. Zij riepen de apostelen, lieten hen geselen, verboden hun te spreken in de Naam van Jezus en stelden hen in vrijheid. De apostelen verlieten het Sanhedrin, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de Naam van Jezus. Zij gingen door met dagelijks in de tempel en in de huizen onderricht te geven en de blijde Boodschap te verkondigen dat Jezus de Messias is.

Tussenzang (Ps. 27, 1.4.13-14)
Refrein: Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen: dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef. Of: Alleluia.

De Héer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen: de Heer is de schuts van mijn leven, voor wie zou ik bang zijn?

Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen: dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef. Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren, zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

lk reken er op nog tijdens mijn leven de weldaden van de Heer te ervaren. Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

Vers voor het evangelie
Alleluia. Christus stond op uit het graf en werd een Licht voor allen, die Hij vrijkocht in zijn bloed. Alleluia.

Evangelie (Joh. 6, 1-15)
Hij liet de broden en de vissen uitdelen onder de mensen die daar zaten, zoveel men maar wilde

In die dagen begaf Jezus zich naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias. Een grote menigte volgde Hem, omdat zij de tekenen zagen, die Hij aan de zieken deed. Jezus ging de berg op en zette zich daar met zijn leerlingen neer. Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden. Toen Jezus zijn ogen opsloeg en zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam vroeg Hij aan Filippus: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?” Dit zeide Hij om hem op de proef te stellen, want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen. Filippus antwoordde Hem: “Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen, dan is voor tweehonderd denariën brood nog te weinig.” Een van zijn leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, merkte op: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo’n aantal?” Jezus echter zei: “Laat de mensen gaan zitten.” Er was daar namelijk veel gras. Zij gingen dan zitten; het aantal mannen bedroeg ongeveer vijfduizend. Toen nam Jezus de broden en na het dankgebed gesproken te hebben, liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten, alsmede de vissen, zoveel men maar wilde. Toen ze erzadigd waren, zei Hij tot zijn leerlingen: “Haalt nu de overgebleven brokken op om niets verloren te laten gaan.” Zij haalden ze op en vulden van de vijf gerstebroden twaalf manden met brokken, welke door de mensen na het eten overgelaten waren. Toen de mensen het teken zagen, dat Hij had gedaan zeiden ze: “Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.” Daar Jezus begreep, dat zij zich van Hem meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij zich weer in het gebergte terug, geheel alleen.

Zaterdag 17 april

Eerste lezing (Hand. 6, 1-7)
De apostelen kozen zeven mannen, vol geloof en heilige geest

In die dagen, toen het aantal leerlingen steeds toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden. De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: “Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning. Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van geest en wijsheid. Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden, terwijl wij onszelf zullen blijven wijden aan het gebed en aan de bediening van het woord.” Dit voorstel vond instemming bij de gehele vergadering en zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige geest, Filippus, Próchorus, Nikánor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden. Het woord Gods breidde zich uit en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof.

Tussenzang (Ps. 33, 1-2.4-5.18-19)
Refrein: Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen. Of: Alleluia.

Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven. Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp.

Oprecht is immers het woord van de Heer en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid.

God is het die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen. Dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden.

Vers voor het evangelie
Alleluia. Christus stond op uit het graf, Hij die voor ons stierf op een kruis. Alleluia.

Evangelie (Joh. 6, 16-21)
Zij zagen Jezus wandelen op het meer

Toen het avond werd daalden de leerlingen van Jezus naar het meer af. Zij gingen scheep en zetten koers naar de overkant van het meer in de richting van Kafarnaüm. Toen de duisternis reeds was ingevallen, was Jezus nog niet bij hen gekomen. Het meer werd woelig, want er stond veel wind. Na ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën geroeid te hebben, zagen zij Jezus te voet over het meer tot vlak bij de boot komen en zij werden bevreesd. Maar Jezus sprak tot hen: “Ik ben het, weest niet bang.” Zij wilden Hem aan boord nemen, maar vlak daarop bereikte de boot de kust waarheen zij op weg waren.

 

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad” (Psalm 119)

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom via Ideal op onze doneerpagina of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99 t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.

Hartelijk dank voor uw gave.

Noveengebed om bescherming tegen het coronavirus

O goede Moeder, Onze Lieve Vrouw ter Nood, Wij geloven in uw zorg, in uw medeleven en uw voorspraak bij Jezus uw Zoon. Daarom komen wij vol vertrouwen tot u en wij vragen door U aan de Heer:

Bevrijd heel de wereld van de Corona-epidemie, genees en sterk de zieken en zegen hen die zorg voor hen dragen. Sta alle mensen bij die lijden onder de gevolgen van deze crises. Geef wijsheid aan onze bestuurders.

Bevrijd ons van onrust en angst, verlicht ons in pijn en verdriet. Geef ons hoop waar wij het niet meer zien zitten, geef ons kracht als wij er niet tegenop kunnen, geef ons licht waar het donker is en geef dat wij elkaar spoedig weer in vrijheid en vreugde nabij kunnen zijn.
Maria, bescherm ons en onze dierbaren, geef ons overgave aan de wil van de Vader en leid ons veilig naar Jezus, uw Zoon. Amen.

Gebed van de Vrouwe van alle volkeren

Heer Jezus Christus, zoon van de Vader zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de heilige Maagd Maria, onze voorspreekster zijn. Amen.

Gebed tot de Aartsengel Michaël

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doet gevoelen en Gij, vorst der hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Regina Caeli

℣. Regina caeli, laetare, alleluia.
℟. Quia quem meruisti portare, alleluia.

℣. Resurrexit, sicut dixit, alleluia.
℟. Ora pro nobis Deum, alleluia.

℣. Gaude et laetare Virgo María, alleluia.
℟. Quia surrexit Dominus vere, alleluia.

Oremus:
Deus, qui per resurrectionem Filii tui, Domini nostri Iesu Christi, mundum laetificare dignatus es: praesta, quaesumus; ut, per eius Genetricem Virginem Mariam, perpetuae capiamus gaudia vitae. Per eundem Christum Dominum nostrum. Amen.

Gloria Patri, et Fili, et Spiritui Sancto. Sicut erat in principio, et nunc et semper, et in saeccula saeculorum. Amen. (3x)