Dagelijks Brood 3 t/m 8 september 2018

gregorius-de-grote-paus

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag 3 t/m zaterdag 8 september 2018, 22e week door het jaar

U kunt hier deze week downloaden in PDF.

Maandag 3 september – H. Gregorius de Grote, paus en kerkleraar

Eerste lezing (1 Kor. 2, 1-5)
Broeders en zusters, toen ik, Paulus, u het getuigenis van God kwam verkondigen, deed ik dat niet met vertoon van welsprekendheid of geleerdheid. Ik had mij voorgenomen u geen enkele wetenschap te brengen dan die van Jezus Christus en zijn kruis. Bovendien gevoelde ik mij toen zwak, nerveus en angstig. Het woord dat ik u verkondigde, had niets te danken aan de overredingskracht van de wijsheid, maar het getuigde van de kracht van de Geest: uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God.

Tussenzang (Ps. 119/118)
Refrein: Hoe zeer is uw wet mij lief, Heer.
Hoe zeer is uw wet mij lief, Heer, de hele dag denk ik daaraan. Mijn vijanden overtref ik in wijsheid, want uw gebod blijft mij bij.
Verstandiger ben ik dan zij die mij leerden, omdat ik aan uw verordening denk. Mijn inzicht is groter dan dat van grijsaards, omdat ik steeds let op wat Gij beveelt.
Van slechte wegen weerhoud ik mijn schreden, om steeds aan uw woord te voldoen. Nooit wijk ik van uw bepalingen af, want Gij hebt mij wijsheid gegeven.
Vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13) Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

Evangelie (Lc. 4, 16-30)
In die tijd kwam Jezus in Nazaret, waar Hij was grootgebracht. Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond: “De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd. Toen begon Hij hen toe te spreken: “Het Schriftwoord, dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.” Allen betuigden Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden. Ze zeiden: “Is dat dan niet de zoon van Jozef?” Hij zei hun: “Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden: Geneesheer, genees uzelf: doe al wat, naar wij hoorden in Kafarnaüm gebeurd is, nu ook hier in uw vaderstad.” Maar Hij gaf er dit antwoord op: “Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad. En het is waar wat Ik u zeg: in de tijd van Elia immers, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef en een grote hongersnood uitbrak over het hele land, waren er veel weduwen in Israël; toch werd Elia tot niemand van haar gezonden dan tot een weduwe te Sarepta, in het gebied van Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa, waren er vele melaatsen in Israël; toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syriër Naäman.” Toen ze dit hoorden werden allen, die in de synagoge waren, woedend. Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten. Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.

Dinsdag 4 september

Eerste lezing (1 Kor. 2, 10b-16)
Broeders en zusters, de Geest van God doorgrondt alles, zelfs de diepste geheimen van God. Ook onder ons, mensen, wordt iemand alleen gekend door zijn eigen geest in hem, niet door een ander. Zo kent niemand het wezen van God dan alleen de Geest van God. Wij echter hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt. Hij doet ons inzien al wat God ons in zijn genade gegeven heeft. En daarover spreken wij, niet met woorden ontleend aan menselijke wijsheid, maar onderricht door de Geest, geestelijke gaven uitleggend aan geestelijke mensen. Een ongeestelijk mens aanvaardt niet wat komt van de Geest van God; het is dwaasheid voor hem, hij is niet in staat deze dingen te vatten, want ze kunnen alleen beoordeeld worden in het licht van de Geest. Een geestelijk mens kan alles beoordelen, maar niemand oordeelt over hem. Wie kent de gedachte van de Heer? Wie kan Hem raad geven? Maar onze gedachte is de gedachte van Christus.

Tussenzang (Ps. 145/144)
Refrein: De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen.
De Heer is vol liefde en medelijden, lankmoedig en zeer goedgunstig. De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk. Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
Waarachtig is God in al zijn woorden en heilig in al wat Hij doet. De Heer ondersteunt die dreigen te vallen, richt alwie gebukt gaat weer op.

Vers voor het evangelie (Joh. 10, 27)
Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en zij volgen Mij. Alleluia.

Evangelie (Lc. 4, 31-37)
In die tijd ging Jezus naar Kafarnaüm, een stad in Galilea en trad daar op de sabbat voor de mensen als leraar op. Zij waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, omdat Hij sprak met gezag. Eens bevond zich in de synagoge een man die bezeten was door een onreine geest en die luid begon te schreeuwen: “Jezus van Nazaret, wat hebben wij met elkaar te maken? Zijt Ge gekomen om ons in het verderf te storten? Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods.” Jezus voegde hem toe: “Zwijg stil en ga van hem weg.” De boze geest slingerde hem tussen de mensen en ging van hem weg, zonder hem enig letsel te hebben toegebracht. Ze stonden allen met verbazing geslagen en zeiden tot elkaar: “Wat is dat voor een woord, dat met gezag en macht aan de onreine geesten een bevel geeft, dat ze weggaan?” En zijn faam verspreidde zich over alle plaatsen van die streek.

Woensdag 5 september

Eerste lezing (1 Kor. 3, 1-9)
Broeders en zusters, het was mij destijds niet mogelijk tot u te spreken als waart gij reeds geestelijk en niet langer egoïstisch. In Christus waart gij nog zo jong! Melk moest ik u geven, geen vaste spijs; die kon gij nog niet verdragen. Zelfs nu kunt gij het niet, want gij laat u nog altijd leiden door zelfzucht. Of is het geen uiting van egoïsme en klein-menselijk gedrag dat er onder u naijver en twist voorkomt? Als de een zegt: “Ik ben voor Paulus”, en de ander: “Ik voor Apollos”, zijt gij dan niet al te menselijk? Wat zijn Apollos en Paulus eigenlijk? Niet meer dan ondergeschikten, die behulpzaam waren bij uw bekering, en wel ieder van ons op zijn eigen manier, zoals de Heer het ons vergund heeft: ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei. Noch hij die plant betekent iets, noch hij die begiet, maar alleen God die de wasdom geeft. Die plant en die begiet staan op één lijn, al ontvangt wel ieder loon naar eigen arbeid. Wij zijn Gods medewerkers, gij zijt Gods akker, Gods bouwwerk.

Tussenzang (Ps. 33/32)
Refrein: Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.
Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen. Hoog uit de hemel schouwt God omlaag, blikt neer op de zonen der mensen.
Scherp ziet Hij toe van de plaats waar Hij woont op alle bewoners der aarde. Hij heeft de harten van allen gevormd en let op hun doen en laten.
Daarom vertrouwt ons hart op de Heer, is Hij ons een schild en een helper. Daarom is Hij de vreugd van ons hart, zijn heilige Naam onze toevlucht.

Vers voor het evangelie (Joh. 14, 5)
Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer; niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij. Alleluia.

Evangelie (Lc. 4, 38-44)
In die tijd verliet Jezus de synagoge van Kafarnaüm en ging het huis van Simon binnen. Omdat de schoonmoeder van Simon hoge koorts had, riepen ze voor haar zijn hulp in. Hij kwam aan het hoofdeinde van haar bed staan en gaf een streng bevel aan de koorts. Zij werd ervan bevrijd en ogenblikkelijk stond zij op en bediende hen. Bij zonsondergang brachten allen hun zieken naar Hem toe; die zieken leden aan velerlei kwalen. Hij genas hen door ze een voor een de handen op te leggen. Uit velen gingen ook duivels weg, die schreeuwden: “Gij zijt de Zoon van God.” Hij gaf een streng bevel en liet niet toe dat zij spraken, want zij wisten dat Hij de Messias was. Toen het dag geworden was, ging Hij naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats. De mensen zochten Hem echter, kwamen waar Hij was en poogden Hem vast te houden om te verhinderen, dat Hij hen zou verlaten. Maar Hij sprak tot hen: “Ik moet ook aan andere steden de Blijde Boodschap van het Godsrijk brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.” En Hij predikte in de synagogen van het Joodse Land.

Donderdag 6 september

Eerste lezing (1 Kor. 3, 18-23)
Broeders en zusters, laat niemand zichzelf iets wijs maken. Als iemand onder u wijs meent te zijn – wijs namelijk volgens de normen van deze tijd die voorbijgaat – dan moet hij dwaas worden om de ware wijsheid te leren. De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Er staat immers geschreven: “Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid” en elders: “De Heer kent de gedachten van de wijzen, Hij weet hoe waardeloos ze zijn.” Laat daarom niemand zijn heil zoeken bij mensen. Want alles is het uwe, of het nu Paulus is of Apollos of Kefas, wereld, leven of dood, heden of toekomst, alles is van u, maar gij zijt van Christus en Christus is van God.

Tussenzang (Ps. 24/23)
Refrein: Aan God hoort de aarde en al wat er op is.
Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont; want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee.
Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan? Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.
Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser. Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Vers voor het evangelie (Joh. 14, 23)
Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen. Alleluia.

Evangelie (Lc. 5, 1-11)
Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennésaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen. Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten. Hij stapte in een van de boten, die van Simon, en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk. Toen Hij zijn toespraak had geëindigd, zei Hij tot Simon: “Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.” Simon antwoordde: “Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen; maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.” Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten dat deze dreigden te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren, vulden zij de beide boten tot zinkens toe. Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: “Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.” Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en van allen, die bij hem waren, vanwege de vangst, die ze gedaan hadden. Zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus echter sprak tot Simon: “Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.” Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.

Vrijdag 7 september

Eerste lezing (1 Kor. 4, 1-5)
Broeders en zusters, zo moet men ons beschouwen: als helpers van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen. Welnu, van een beheerder wordt geëist, dat hij betrouwbaar blijkt. Mij is echter heel weinig gelegen aan uw oordeel of dat van enige menselijke instantie. Ik oordeel niet eens over mijzelf. Want al ben ik mij van niets bewust, daarom ga ik nog niet vrijuit. De Heer is het, die over mij oordeelt. Oordeelt dus niet voorbarig, voordat de Heer gekomen is. Hij zal wat in het duister verborgen is aan het licht brengen en openbaar maken wat er in de harten omgaat. Dan zal ieder van God de lof ontvangen die hem toekomt.

Tussenzang (Ps. 37/36)
Refrein: Het heil van de vromen komt van de Heer.
Vertrouw op de Heer en doe wat goed is, dan zult gij veilig uw land bewonen. Zoek uw geluk bij de Heer, Hij geeft wat uw hart begeert.
Vertrouw aan de Heer uw levensweg toe, verlaat u op Hem, Hij zal er voor zorgen. Uw eerzaamheid zal als de dageraad stralen, uw recht als de middagzon.
Blijf ver van het kwaad en doe wat goed is, dan moogt ge voor eeuwig hier wonen; want God bemint de gerechtigheid, verlaat zijn getrouwen niet.
Het heil van de vromen komt van de Heer; Hij is hun toevlucht in tijden van kwelling. De Heer staat hen bij en bevrijdt hen, Hij redt die zich tot Hem wenden.

Vers voor het evangelie (Joh. 15, 15b)
Alleluia. Ik heb u vrienden genoemd, zegt de Heer, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb vernomen. Alleluia.

Evangelie (Lc. 5, 33-35)
In die tijd zeiden de schriftgeleerden en Farizeeën tot Jezus: “De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en verrichten gebeden; die van de Farizeeën doen dat ook, maar de uwen eten en drinken.” Jezus antwoordde: “Kunt gij soms de vrienden van de bruidegom laten vasten, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen is weggenomen en dan, in die tijd, zullen ze vasten.” Hij gaf hun ook nog een gelijkenis: “Niemand scheurt een lap van een nieuw kleed om daarmee een oud te verstellen; anders verscheurt hij immers niet alleen het nieuwe kleed, maar de lap uit het nieuwe past bovendien niet bij het oude. En niemand doet jonge wijn in oude zakken; anders doet de jonge wijn de zakken bersten, hij loopt eruit en de zakken gaan verloren. Maar jonge wijn moet men in nieuwe zakken doen. En niemand die oude wijn gedronken heeft wenst jonge; hij zal zeggen: de oude is best.”

Zaterdag 8 september

Eerste lezing (Mich. 5, 1-4a)
Dit zegt de Heer: “Gij, Betlehem Efrata, het kleinste onder Juda’s geslachten, uit u zal geboren worden hij die over Israël moet heersen. In het verre verleden ligt zijn oorsprong, in lang vervlogen dagen.” Daarom zal de Heer hen niet langer overlaten aan hun lot dan tot de tijd, dat de moeder haar kind gebaard heeft. Dan komt de rest van zijn broeders weer samen met de zonen van Israël. Dan neemt hij de macht in handen en zal hen hoeden door de kracht van de Heer, door de verheven Naam van de Heer zijn God. In veiligheid zullen zij wonen, omdat zijn macht zal reiken tot aan de uiteinden der aarde. Hij zal een man van vrede zijn.

Ofwel:

Eerste lezing (Rom. 8, 28-30)
Broeders en zusters, wij weten, dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben, van hen, die volgens zijn raadsbesluit geroepen zijn. Want die Hij te voren heeft gekend, heeft Hij ook te voren bestemd tot gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon, opdat Deze de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt.

Tussenzang (Ps 13/12, 6)
Refrein: Ik zal juichen en jubelen in de Heer.
Ik rekende op uw genade, Heer. Maak Gij mij door uw bijstand blij van hart, dan zal ik steeds uw weldaden bezingen.

Vers voor het evangelie Alleluia.
Gelukkig zijt gij, heilige maagd Maria, en alle lof waardig; want uit u is geboren de zon der gerechtigheid, Christus, onze Heer. Alleluia.

Evangelie (Mt. 1, 1-16.18-23)
Geslachtslijst van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. Abraham was de vader van Isaak, Isaak van Jakob, Jakob van Juda en zijn broers; Juda was de vader van Peres en Zerach, die uit Tamar geboren werden; Peres was de vader van Chesron. Chesron van Aram. Aram van Amminadab, Amminadab van Nachson, Nachson van Salmon, Salmon van Boaz, die uit Rachab geboren werd; Boaz was de vader van Obed, geboren uit Ruth; Obed was de vader van Isaï en Isaï van David, de koning. David was de vader van Salomo, die geboren werd uit de vrouw van Uria; Salomo was de vader van Rechabeam, Rechabeam van Abia, Abia van Asa, Asa van Josafat, Josafat van Joram, Joram van Uzzia, Uzzia van Jotam, Jotam van Achaz, Achaz van Hizkia, Hizkia van Manasse, Manasse van Amon, Amon van Josia, Josia van Jechonja en zijn broers, in de tijd van de Babylonische ballingschap. Na de Babylonische ballingschap werd Jechonja de vader van Sealtiël, Sealtiël van Zerubabel, Zerubabel van Abihud, Abihud van Eljakim, Eljakim van Azor, Azor van Sadok, Sadok van Achim, Achim van Eliud, Eliud van Eleazar, Eleazar van Mattan, Mattan van Jakob. Jakob nu was de vader van Jozef, de man van Maria, en uit haar werd geboren Jezus, die Christus genoemd wordt. De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze. Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer, die tot hem sprak: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd, Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een Zoon ter wereld brengen, die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.” Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt: “Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en men zal Hem de naam Immanuël geven.” Dat is in vertaling: God met ons.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share