Dagelijks Brood 21 – 26 mei 2018

jezus-hogepriester-olv-ter-nood

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag t/m zaterdag 21 – 26 mei 2018 (week na Pinksteren)

U kunt hier deze week downloaden in PDF

Maandag 21 mei – Maria Moeder van de Kerk, Feest

Eerste lezing (Hand 1, -12- 14)
Nadat Jezus ten hemel was opgenomen keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug. Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar zij verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Thomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus. Zij bleven allen eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

Tussenzang (psalm 87 (86) , 1-2.3 en 5.6- 7)
Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd, Jeruzalem, stad van God!
Zijn stad op de heilige bergen: de Heer heeft haar lief; de poorten van Sion veel meer dan alle tenten van Jakob.
Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd, Jeruzalem, stad van God! Zij zullen dan zeggen: ‘Mijn moeder is zij, uit haar zijn wij allen geboren.’ En Hij zal het zelf verklaren,de Allerhoogste, de Heer.
Hij zal in het boek der volkeren schrijven:‘Ook dezen horen daar thuis.’ Dan zullen zij dansen en zingen: ‘De bron van ons leven zijt Gij!’

Vers voor het evangelie
Alleluia, O gelukkige Maagd, die de Heer ter wereld heeft gebracht; heilige Moeder van de Kerk, die in ons de Geest van uw Zoon, Jezus Christus, bevordert. Alleluia

Evangelie (Joh 19, 25-34)
In die tijd stonden bij het kruis van Jezus: zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus de moeder zag en bij haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot de moeder: ‘Vrouw, zie uw zoon.’ Vervolgens zei Hij tot de leerling: ‘Zie uw moeder.’ En vanaf dat uur af nam de leerling haar bij zich op. Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift zou worden volbracht, zei Jezus: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze staken dus een spons vol zure wijn op en hysopstengel, en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus dan van die zure wijn genomen had, zei Hij: ‘Het is volbracht’, en nadat Hij het hoofd had gebogen, gaf Hij de geest. Aangezien het voorbereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis bleven op sabbat – want het was de grote dag van die sabbat – vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen werden gebroken en zij zouden worden weggehaald. Daarop kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem was gekruisigd. Toen zij echter bij Jezus kwamen braken zij zijn benen niet; maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans en onmiddellijk kwam er bloed en water uit.

Dinsdag 22 mei

Eerste lezing (Jak. 4, 1-10)
Broeders en zusters, waar komen bij u die vechtpartijen en die ruzies vandaan? Toch alleen van uw eigen hartstochten, die u niet met rust laten? Gij begeert dingen, die gij niet kunt krijgen. Gij moordt en benijdt en kunt uw doel niet bereiken. Dan gaat gij vechten en strijden. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. En als gij bidt, krijgt ge het niet, omdat gij verkeerd bidt, met de bedoeling namelijk om wat ge krijgt uit te geven voor uw boze lusten. Trouwelozen, weet ge niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God betekent? Wie met de wereld bevriend wil zijn, maakt zich tot vijand van God. Of meent ge dat de Schrift zonder reden zegt: “De geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid?” Des te rijker is dan ook de genade, die Hij ons geeft, volgens het woord van de Schrift: God weerstaat de hovaardigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.” Onderwerpt u dus aan God. Biedt weerstand aan de duivel en hij zal voor u vluchten. Nadert tot God en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars; gij wankelmoedigen, zuivert uw hart. Erkent uw ellende, treurt en weent. Laat uw lachen in rouw en uw vreugde in droefheid verkeren. Vernedert u voor de Heer en Hij zal u verheffen.

Tussenzang (Ps. 55/54)
Laat God voor u zorgen, want Hij is uw steun.
Wie geeft mij de vleugels van een duif, dan vloog ik weg en ging rusten. Dan vluchtte ik zeker ver hier vandaan en bleef ik in de woestijn.
Daar zou ik mij wel een toevluchtsoord zoeken voor wervelwind en orkaan. Verstrooi hen, Heer, en maak hen oneens.
Geweld en tweedracht beheersen de stad. Bij dag en nacht gaan zij rond op de muren, en binnen de stad heersen onrecht en druk.
Laat God voor u zorgen, want Hij is uw steun, Hij laat de vrome niet vallen.

Vers voor het evangelie (Joh. 14, 5)
Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer; niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij. Alleluia.

Evangelie (Mc. 9, 30-37)
Na de gedaanteverandering op de berg, gingen Jezus en zijn leerlingen daar weg en trokken Galilea door; maar Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, want Hij was bezig zijn leerlingen te onderrichten. Hij zeide hun: “De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen der mensen en ze zullen Hem doden; maar drie dagen na zijn dood zal Hij weer opstaan.” Zij begrepen die woorden wel niet, maar schrokken ervoor terug Hem te ondervragen. Zij kwamen in Kafarnaüm en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen: “Waar hebt ge onderweg over getwist?” Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag wie de grootste was. Toen zette Hij zich neer, riep de twaalf bij zich en zei tot hen: “Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen en de dienaar van allen zijn.” Hij nam een kind en zette het in hun midden; Hij omarmde het en sprak tot hen: “Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.”

Woensdag 23 mei

Eerste lezing (Jak. 4, 13-17)
Broeders en zusters, gij die zegt: “Vandaag of morgen gaan wij naar die en die stad, wij zullen er een jaar doorbrengen en handel drijven en geld verdienen.” gij weet niet eens wat de dag van morgen u zal brengen! Wat is uw leven? Een nevel die een ogenblik verschijnt om weldra te verdwijnen. Gij zoudt moeten zeggen: “Als de Heer het wil, zullen wij in leven zijn en dit of dat doen.” In plaats daarvan bluft en snoeft ge vol overmoed; al die grootspraak is verkeerd. Wie goed zou kunnen doen, maar het nalaat, doet zonde.

Tussenzang (Ps. 49/48)
Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Luistert, volken, naar deze woorden, gij aardbewoners, wilt het verstaan; eenvoudige lieden, aanzienlijke heren, rijken en armen, wie ge ook zijt.
Waarom zou ik vrezen voor slechte tijden, wanneer ik door booswichten word belaagd? Door mensen die rekenen op hun rijkdom en die zich beroemen op hun bezit.
Er is toch geen mens die zich vrij kan kopen, zijn eigen losgeld betalen aan God? Te hoog is de prijs voor een eeuwig leven, nooit is er genoeg om de dood te ontgaan.
We zien dat ook wijzen eens moeten sterven, met dommen en dwazen gaan zij te niet. Zij moeten hun rijkdom aan vreemden laten, het graf zal voor altijd hun woning zijn.

Vers voor het evangelie (Joh. 14, 23)
Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen. Alleluia.

Evangelie (Mc. 9, 38-40)
In die tijd zei Johannes tot Jezus: “Meester, we hebben iemand die ons niet volgt, in uw Naam duivels zien uitdrijven, en we hebben getracht het hem te beletten, omdat hij geen volgeling van ons was.” Maar Jezus zei: “Belet het hem niet, want iemand die een wonder doet in mijn Naam zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken. Wie niet tegen ons is, is voor ons.”

Donderdag 24 mei – Onze Heer Jezus Christus, eeuwige Hogepriester, Feest

Eerste lezing (Jer. 31, 31-34 (vgl. B 52)
Er komt een tijd – godspraak van de Heer – dat Ik met Israël een nieuw verbond sluit. Geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb, toen Ik hen bij de hand heb genomen om hen uit Egypte te leiden. Want dat verbond hebben zij verbroken, ofschoon Ik hun meester was – godspraak van de Heer -. Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israël sluit: Ik leg mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden: Leer de Heer kennen. Want iedereen, groot en klein, kent Mij dan – godsspraak van de Heer-. Dan vergeef Ik hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.

Tussenzang (Ps. 110 (109), 1b-e.2.3 (vgl. lI 29)
Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.
De Heer sprak tot mijn heer: zit aan mijn rechterhand; Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten.
Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht: regeer te midden van uw tegenstanders.
Uw volk staat om u heen in blanke wapenrusting, de jongemannen op het veld als morgendauw.
Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen:Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

Vers voor het evangelie (Hebr. 5, 8-9)
Alleluia. Hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil. Alleluia.

Evangelie (Mc. 14, 22-25 (vgl. B 112)
Op de eerste dag van het ongedesemde brood, de dag waarop men het paaslam slacht, nam Jezus onder de maaltijd brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun, met de woorden: “Neemt, dit is mijn Lichaam.” Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken allen daaruit. En Hij sprak tot hen: “Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen. Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt , tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van God.”

Vrijdag 25 april

Eerste lezing (Jak. 5, 9-12)
Broeders en zusters, klaagt elkaar niet aan; dan valt ge zelf onder het oordeel. Denkt eraan: de rechter staat al voor de deur. Neemt een voorbeeld aan de lijdzaamheid en het geduld van de profeten, die gesproken hebben in de Naam van de Heer; wij prijzen hen gelukkig, omdat ze hebben standgehouden. Ge hebt ook gehoord van de standvastigheid van Job en ge weet hoe de Heer hem in het eind behandeld heeft, want de Heer is rijk aan barmhartigheid en ontferming. Vóór alles, broeders en zusters, legt geen eden af; zweert niet bij de hemel of bij de aarde of waarbij dan ook. Zegt eenvoudig ja of nee, dan zult gij niet onder Gods oordeel vallen.

Tussenzang (Ps. 103/102)
De Heer is barmhartig en welgezind.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen! Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!
Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen. Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen.
De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren. Hij blijft niet voortdurend verwijten maken, Hij is niet voor eeuwig vertoornd.
Zo wijd als de hemel de aarde omspant, zo alomvattend is zijn erbarmen. Zo ver als de afstand van oost tot west, zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.

Vers voor het evangelie (Cf. Hand. 16, 14b)
Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon. Alleluia.

Evangelie (Mc. 10, 1-12)
In die tijd vertrok Jezus en ging naar het gebied van Judea en het Overjordaanse. Ook daar kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe en als naar gewoonte onderrichtte Hij hen. Er kwamen ook Farizeeën die Hem vroegen: “Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?” Daarmee wilden zij Hem op de proef stellen. Hij antwoordde hun met een wedervraag: “Wat heeft Mozes u voorgeschreven?” Zij zeiden: “Mozes heeft toegestaan een scheidingsbrief op te stellen en haar weg te zenden.” Doch Jezus antwoordde hun: “Om de hardheid van uw hart heeft hij die bepaling voor u neergeschreven. Maar in het begin, bij de schepping, heeft God hen als man en vrouw gemaakt. Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen één vlees worden. Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn. Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.” Thuis ondervroegen de leerlingen Jezus nogmaals daarover. Hij sprak tot hen: “Wie zijn vrouw wegzendt en een andere huwt, maakt zich tegenover haar schuldig aan echtbreuk. En wanneer zij haar man verlaat en een andere huwt, begaat zij echtbreuk.”

Zaterdag 26 mei

Eerste lezing (Jak. 5, 13-20)
Broeders en zusters, heeft iemand van u te lijden? Laat hij bidden. Is iemand welgemoed? Laat hij een loflied zingen. Is iemand onder u ziek? Laat hij de presbyters van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de Naam des Heren. En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing moogt vinden. Het vurig gebed van een rechtvaardige vermag veel. Elia was een mens van gelijke aard als wij. Hij bad met aandrang dat het niet zou regenen en er viel geen regen op het land, drie jaar en zes maanden lang. Hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en het land bracht zijn vrucht voort. Broeders en zusters, als iemand onder u van de waarheid afdwaalt en een ander brengt hem tot inkeer, weet dan dat hij die een zondaar van zijn dwaalweg bekeert, zijn ziel zal redden van de dood en tal van zonden zal bedekken.

Tussenzang (Ps. 141/140)
Laat mijn bidden tot U opstijgen als wierook.
Heer, ik roep U aan, kom mij toch helpen, luister naar mijn stem als ik U roep. Laat mijn bidden tot U opstijgen als wierook, mijn geheven handen U een avondoffer zijn.
Zet een wachtpost bij mijn mond, o Heer, wakers bij de stadspoort van mijn lippen. Want tot U, Heer, God, richt ik mijn ogen, tot U vlucht ik, pleng mijn leven niet!

Vers voor het evangelie (Joh. 15, 15b)
Alleluia. Ik heb u vrienden genoemd, zegt de Heer, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Alleluia.

Evangelie (Mc. 10, 13-16)
In die tijd brachten de mensen kinderen bij Jezus met de bedoeling, dat Hij ze zou aanraken. Maar bars wezen de leerlingen ze af. Toen Jezus dat zag, zei Hij verontwaardigd: “Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen. Want aan hen, die zijn zoals zij, behoort het Koninkrijk Gods. Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.” Daarop omarmde Hij ze en zegende hen, terwijl Hij hun de handen oplegde.

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share