Dagelijks Brood 20 t/m 25 augustus 2018

heilige-maagd-maria-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag 20 t/m zaterdag 25 augustus 2018, 20e week door het jaar

U kunt hier deze week downloaden in PDF.

Maandag 20 augustus – H. Bernardus, abt en kerkleraar

Eerste lezing (Ez. 24, 15-24)
Het woord van de Heer werd tot mij gericht: “Mensenkind, met een plotselinge slag ga Ik u thans de lust van uw ogen ontnemen. Gij moogt echter niet jammeren, gij moogt niet schreien en geen tranen storten. Gij moogt alleen zwijgend zuchten, maar rouwmisbaar moogt ge niet maken. Bind uw hoofddoek om, doe uw schoenen aan uw voeten, bedek niet uw baard en eet niet het brood dat de mensen u brengen.” ‘s Morgens had ik tot het volk gesproken en ‘s avonds stierf mijn vrouw. De volgende morgen deed ik wat mij was opgedragen. Toen vroeg het volk mij: “Wilt gij ons niet eens uitleggen, wat die dingen die ge daar doet, voor ons betekenen?” Ik zei tot hen: “Het woord van de Heer werd tot mij gericht: Zeg aan het volk Israël: Zo spreekt God de Heer: Nu ga Ik mijn heiligdom ontwijden, die sterkte waarop gij zo trots zijt, de lust van uw ogen, het verlangen van uw hart. En uw zonen en dochters, die gij hebt moeten achterlaten, zullen vallen door het zwaard. En dan zult gij moeten doen, wat Ik nu gedaan heb: uw baard niet bedekken, het brood niet eten dat de mensen u brengen, uw hoofddoek om het hoofd dragen en uw schoenen aan uw voeten. Gij moogt dan niet jammeren en niet schreien. Gij zult wegkwijnen om uw schuld en gij zult onder elkander zuchten. Ezechiël zal voor u een teken zijn; wanneer het komt, moet gij juist zo doen als hij gedaan heeft. Dan zult gij erkennen, dat Ik de Heer ben.”

Tussenzang (Deut. 32)
Refrein: De rots die u voortbracht hebt ge verlaten!
De rots die u voortbracht hebt ge verlaten, vergeten de God die u heeft verwekt! De Heer zag het aan en in toorn ontbrand verwierp Hij zijn zonen en dochters.
Hij sprak: mijn gelaat verberg Ik voor hen, Ik wil eens zien hoe dit afloopt. Het is een geslacht dat verdorven is, het zijn onbetrouwbare lieden.
Zij tarten Mij met hun goden van niets, zij tergen Mij met armzalige wezens; dan tart Ik hen ook met een volk van niets, dan terg Ik hen ook met armzalige mensen.

Vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13)
Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord, niet als een woord van mensen maar – als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

Evangelie (Mt. 19, 16-22)
Eens kwam iemand naar Jezus toe om te vragen: “Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” Hij zei hem: “Waarom wilt ge van Mij weten wat goed is? Eén slechts is er goed. Als gij het Leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden.” “Welke,” vroeg hij? Jezus antwoordde: “De bekende: Gij zult niet doden, gij. zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, eer uw vader en uw moeder en gij zult uw naaste beminnen als uzelf. “Dat heb ik allemaal onderhouden,” verklaarde de jongeman, “waarin schiet ik nog tekort?” Jezus sprak tot hem: “Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen.” Maar toen de jongeman deze raad hoorde, ging hij ontdaan heen, omdat hij vele goederen bezat.

Dinsdag 21 augustus – H. Pius X, paus

Eerste lezing (Ez. 28, 1-10)
Het woord van de Heer werd tot mij gericht: “Mensenkind, tot de vorst van Tyrus moet gij het volgende zeggen: Zo spreekt God de Heer: Uw hart is hoogmoedig geworden en gij hebt gezegd: Ik ben een god, ik zit op een godenzetel, omgeven door de zee! En terwijl gij een mens zijt, geen god, stelt gij in uw hart u gelijk met een god! Zeker, gij zijt wijzer dan Daniël, en geen geheim is voor u verborgen! Met uw wijsheid en uw doorzicht hebt gij u macht verworven en hebt gij goud en zilver bijeengebracht in uw kluizen. Met uw overvloed aan wijsheid en met uw koopmanschap hebt gij uw macht vergroot, en toen is uw hart hoogmoedig geworden vanwege uw macht. Daarom spreekt God de Heer aldus: Omdat gij in uw hart u met een god gelijk hebt gesteld, daarom laat Ik vreemden op u los, de hardhandigste onder de volken. Zij zullen hun zwaarden trekken tegen de luister van uw wijsheid en uw heerlijkheid zullen zij besmeuren. Zij stoten u de grafkuil in en gij zult sterven de bittere dood van de verslagenen, daar, door de zee omgeven! Zult gij dan nog blijven zeggen, dat gij een god zijt in het gezicht van hem die u doodt? En dat terwijl gij een mens zijt, geen god, overgeleverd aan hem die u neerslaat! De dood van de onbesnedene zult gij sterven door de hand van vreemden, omdat Ik het heb gezegd.” Zo spreekt God de Heer.

Tussenzang (Deut. 32)
Refrein: Ik dood en maak levend, Ik sla en genees.
Zo zou Ik hen zeker hebben verstrooid, hun naam geschrapt hebben onder de volken; indien Ik de spot van de vijand niet duchtte, dat die het verkeerd zou verstaan.
Dan zouden zij snoeven: wij hebben gewonnen, het was niet de Heer die dit alles deed. Het zijn immers mensen zonder verstand, zij hebben er geen begrip voor.
Hoe kan het dat één man er duizend doet vluchten, dat twee er tienduizend verslaan; wanneer hun God hen niet overlevert, wanneer de Heer zijn volk niet verkoopt?
De dag van hun ondergang komt al nader, nabij is het treurige lot dat hen wacht. De Heer staat borg voor het recht van zijn volk, Hij zal zich ontfermen over zijn dienaars.

Vers voor het evangelie (2 Tim. 1, 10b)
Alleluia. Onze Heiland Christus Jezus heeft de dood vernietigd, en onvergankelijk leven doen aanlichten door het evangelie. Alleluia.

Evangelie (Mt. 19, 23-30)
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, Ik zeg u: voor een rijke is het moeilijk het Rijk der hemelen binnen te gaan. Nog sterker: voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.” Toen de leerlingen dit hoorden, stonden zij verbijsterd en vroegen: “Wie kan er nu eigenlijk gered worden?” Jezus keek hen aan en zei: “Dit ligt niet in de macht der mensen, maar voor God is alles mogelijk.” Waarop Petrus zei: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?” Jezus sprak tot hen: “Voorwaar, Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijkheid, zult ook gij die Mij gevolgd zijt, gezeten zijn op twaalf tronen en heersen over de twaalf stammen van Israël. En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen. Veel eersten zullen laatsten en veel laatsten zullen eersten zijn.”

Woensdag 22 augustus – Heilige Maagd Maria, Koningin

Eerste lezing (Ez. 34, 1-11)
Het woord van de Heer werd tot mij gericht: “Mensenkind, gij moet een profetie laten horen tegen de herders van Israël, gij moet een profetie laten horen en aldus tot hen, de herders, spreken: Zo spreekt God de Heer: Wee de herders van Israël, die alleen maar voor zichzelf zorgen! Moeten de herders niet voor de schapen zorgen? Gij drinkt hun melk op, gij kleedt u in hun wol, gij slacht het vetgemeste dier, maar voor de schapen zorgen doet gij niet. Het verzwakte dier sterkt gij niet, het zieke geneest gij niet, het gewonde verbindt gij niet, het verdwaalde brengt gij niet terug en naar het verlorene gaat gij niet zoeken. Gij beheert de dieren met hardheid en geweld. Zo raken zij verstrooid, bij gebrek aan een herder, en ze worden de prooi van alle wilde dieren van het veld waar ze verstrooid zijn. Op alle bergen en overal op de hoge heuvels dolen mijn schapen rond; over heel de aardbodem zijn mijn schapen verstrooid en er is niemand, die naar ze vraagt, en er is niemand die naar ze zoekt. Daarom, herders, hoort naar het woord van de Heer! Zo waar Ik leef – spreekt God de Heer – Ik zal ze krijgen! Omdat mijn schapen geroofd zijn, omdat mijn schapen, bij gebrek aan herder, de prooi zijn geworden van alle wilde dieren van het veld, omdat mijn herders niet naar de schapen hebben gezocht en de herders alleen voor zichzelf hebben gezorgd en niet voor mijn schapen, daarom, herders, moet gij nu het woord van de Heer horen. Zo spreekt God de Heer: Ik zal ze krijgen, de herders! Ik zal mijn schapen van hen opeisen en Ik zal een einde maken aan hun zorg voor mijn schapen. De herders zullen zichzelf niet langer bevoordelen. Ik red mijn schapen uit hun tanden, zodat ze geen prooi meer worden van die herders. Want, zo spreekt God de
Heer: Nu is het zo ver, dat Ik zelf naar mijn schapen ga vragen en zelf naar hen ga omzien.”

Tussenzang (Ps. 23/22)
Refrein: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Hij laat mij weiden op groene velden. Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten, Hij geeft mij weer frisse moed.
Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam. Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt. Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen.
Gij nodigt mij aan uw tafel tot ergernis van mijn bestrijders. Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol.
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit, elke dag van mijn leven. Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 105)
Alleluia. Uw woord is een lamp voor mijn voeten, Heer, het is een licht op mijn pad. Alleluia.

Evangelie (Mt. 20, 1-16a)
In die tijd verhaalde Jezus volgende gelijkenis: “Met het Rijk der hemelen is het als met een landeigenaar, die vroeg in de morgen uitging om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. Hij werd het met de arbeiders eens voor een tienling per dag en stuurde ze naar zijn wijngaard. Rond het derde uur ging hij er weer op uit en zag nog anderen werkeloos op de markt staan tot wie hij zei: Gaat ook naar mijn wijngaard en ik zal u geven wat billijk is. En zij gingen. Rond het zesde en negende uur ging hij nog eens uit en deed hetzelfde. Rond het elfde uur ging hij opnieuw uit en vond er weer anderen staan. Hij zei tot hen: Wat staat ge hier heel de dag werkeloos? Ze antwoordden hem: Niemand heeft ons gehuurd. Daarop zei hij tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Bij het vallen van de avond sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders en betaal hun uit, te beginnen met de laatsten en zo tot de eersten. Toen de arbeiders van het elfde uur kwamen kregen zij elk een tienling; toen nu ook de eersten kwamen, meenden dezen dat zij meer zouden krijgen, maar ook zij kregen ieder de overeengekomen tienling. Ze namen hem wel aan, maar begonnen tegen de landeigenaar te morren en zeiden: Dezen hier, die het laatst gekomen zijn, hebben maar één uur gewerkt, en gij stelt ze gelijk met ons, die de last van de dag en de brandende hitte hebben gedragen. Maar hij antwoordde een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht? Zijt gij niet met mij overeengekomen voor een denarie? Neem wat u toekomt en ga heen. Ik wil aan degene, die het laatst gekomen is, evenveel geven als aan u. Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies, of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.”

Donderdag 23 augustus – H. Rosa van Lima, maagd

Eerste lezing (Ez. 36, 23-28)
Zo spreekt de Heer: “Ik zal heiligen mijn grote Naam, die onder de heidenvolken ontheiligd is, die tegenover hen door u ontheiligd is. Dan zullen de heidenvolken erkennen, dat Ik de Heer ben – zo spreekt God de Heer – wanneer Ik tegenover hen aan u mijn heiligheid bewijzen zal. Ik zal u uit de heidenvolken weghalen en uit alle landen u samenbrengen en u laten terugkeren naar uw eigen grond. Ik zal u met zuiver water besprenkelen en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen. Ik geef u een nieuw hart en een nieuwe geest in uw binnenste: uw hart van steen haal Ik uit u weg en Ik geef u een hart van vlees. Mijn geest stort Ik in uw binnenste en Ik bewerk dat gij gaat wandelen naar mijn wetten en dat gij mijn geboden nauwgezet naleeft. Dan zult gij wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult mijn volk zijn en Ik uw God.”

Tussenzang (Ps. 51/50)
Refrein: Ik zal u met zuiver water besprenkelen en gij zult rein worden van al uw onreinheden.
Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid. Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren, alle schuldigen terugvoeren tot U.
In geschenken hebt Gij geen behagen, wat ik U ook bied, Gij wilt het niet. Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

Vers voor het evangelie (1 Sam. 3, 9; Joh. 6, 69b)
Alleluia. Spreek, Heer, uw dienaar luistert; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Mt. 22, 1-14)
In die tijd nam Jezus het woord en sprak tot de hogepriesters en de oudsten van het volk in gelijkenissen. Hij zei: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning, die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Zie, ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft. Maar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Toen sprak hij tot zijn dienaars: Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft. Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten. Toen nu de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op, die niet voor een bruiloft gekleed was. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed? Maar de man bleef het antwoord schuldig. Toen sprak de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.”

Vrijdag 24 augustus – H. Bartolomeüs, apostel

Eerste lezing (Apok. 21, 9b-14)
Een engel kwam naar mij toe en zei: „Kom ! Ik zal u de Bruid van het Lam tonen.” En hij bracht mij in de geest op een zeer hoge berg en toonde mij de heilige Stad, Jeruzalem, terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde, stralend van de heerlijkheid Gods zij schitterde als het kostbaarste gesteente en als kristalklare jaspis. De Stad was omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten en aan de poorten stonden twaalf engelen; namen waren daarop gegrift, de namen van de twaalf stammen van Israël. Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden, drie op het zuiden en drie op het westen. En de stadsmuur had twaalf grondstenen en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.

Tussenzang (Ps. 145/144)
Refrein: Uw heiligen, Heer, maken uw kracht aan de mensen bekend.
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk. Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen, en heilig in al wat Hij doet. Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept, voor elk die oprecht tot Hem bidt.

Vers voor het evangelie (Joh. 1, 49b)
Alleluia. Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning van Israël. Alleluia.

Evangelie (Joh. 1, 45-51)
In die tijd ontmoette Filippus Natanaël en zei hem: „Degene over wie Mozes in de Wet geschreven heeft en ook de profeten, Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.” Natanaël smaalde: „Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?” Waarop Filippus antwoordde: „Kom dan kijken.” Jezus zag Natanaël naar zich toekomen en zei, doelend op hem: ;,Dat is waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is!” Natanaël zei tot Hem: „Hoe kent Gij mij ?” Jezus gaf hem ten antwoord: „Voordat Filippus u riep zag Ik u onder de vijgenboom zitten.” Toen zei Natanaël tot Hem: „Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods. Gij zijt de Koning van Israël.” Jezus antwoordde: „Omdat Ik u zei dat Ik u onder de vijgenboom zag, gelooft ge? Gij zult grotere dingen zien dan deze.” En Hij voegde er aan toe: „Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u gij zult de hemel open zien en de engelen Gods zien opstijgen en neerdalen in dienst van de Mensenzoon.”

Zaterdag 25 augustus – H. Lodewijk; H. Jozef de Calasanz, priester

Eerste lezing (Ez. 43, 1-7a)
In die tijd bracht de engel mij naar de poort, naar de poort die op de Oostkant ligt, en daar zag ik, Ezechiël, de heerlijkheid van de God van Israël uit het Oosten aankomen. Het klonk als het gedruis van geweldige wateren en de aarde straalde van zijn heerlijkheid. Het visioen dat ik zag, was als het visioen dat ik gezien had, toen de Heer kwam om de stad te vernielen, en als het visioen, dat ik gezien had aan de rivier, de Kebar. Ik wierp mij neer, met mijn aangezicht op de grond. De heerlijkheid van de Heer ging door de poort, die op de Oostkant ligt, de tempel binnen. De geest nam mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof. Daar zag ik hoe de heerlijkheid van de Heer de tempel vervulde. Toen hoorde ik uit de tempel iemand tot mij spreken, terwijl de engel nog naast mij stond. Hij zei tot mij: “Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon en de plaats van mijn voetzolen, de plaats waar Ik wil wonen onder de zonen van Israël, voor altijd!”

Tussenzang (Ps. 85/84)
Refrein: De Glorie des Heren komt weer bij ons wonen.
Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening. Een woord voor zijn volk, voor alwie Hem dient, voor elk die zijn hart voor Hem opent. Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen, zijn Glorie komt weer bij ons wonen.
Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan, als vrede en recht elkander omhelzen; dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten, en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.
Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken en draagt ons land rijke vrucht. Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan en voorspoed zijn schreden volgen.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 88)
Alleluia. Wees mij barmhartig en laat mij leven, Heer, dan blijf ik aan wat Gij verordent trouw. Alleluia.

Evangelie (Mt. 23, 1-12)
In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot zijn leerlingen: “Op de leerstoel van Mozes hebben de schriftgeleerden en de Farizeeën plaats genomen. Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen, maar handelt niet naar hun werken; want zelf handelen ze niet naar hun woorden. Zij maken bundels van zware, haast ondraaglijke lasten en leggen die de mensen op de schouders, maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken. Alles wat zij doen, doen zij om bij de mensen op te vallen; zij maken immers hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden en de voornaamste zetels in de synagogen, ze laten zich graag groeten op de markt en willen door de mensen rabbi genoemd worden. Maar gij moet u geen rabbi laten noemen. Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders. En noemt niemand van u op aarde vader; gij hebt maar één Vader, de hemelse. En laat u ook geen leraar noemen; gij hebt maar één leraar, de Christus. Wie de grootste onder u is moet uw dienaar zijn. Alwie zichzelf verheft zal vernederd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share