Dagelijks Brood 12 – 17 februari 2018

sacrament-boete-en-verzoening-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi. De teksten worden genomen van de website van de Dionysiusparochie in Heerhugowaard.

Wij proberen dit boekje iedere week zondagavond, of uiterlijk maandagmorgen, beschikbaar te stellen op onze site. Wanneer u het print kunt u het als A5 boekje printen door de indeling te kiezen ‘boekbinding’.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag t/m zaterdag 12 – 17 februari 2018

Download hier deze week (aswoensdag incl) in PDF formaat

Maandag 12 februari

Eerste lezing (Jak. 1, 1-11)
Jakobus, dienstknecht van God en de Heer Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de Verstrooiing. Broeders en zusters, acht uzelf heel gelukkig, wanneer u allerlei beproevingen overkomen, want gij weet dat zulk een beproeving van uw geloof, standvastigheid voortbrengt; en de standvastigheid moet zich ten volle verwerkelijken, zodat gij volmaakt en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet. Schiet iemand van u te kort in wijsheid, dan moet hij haar vragen aan God en zij zal hem gegeven worden, want God geeft aan allen zonder voorbehoud en zonder verwijt. Maar hij moet wel bidden met vertrouwen, zonder te weifelen. Wie weifelt, lijkt op de golven van de zee, die door de wind heen en weer geslingerd worden. Zo iemand, innerlijk verdeeld als hij is en ongestadig in heel zijn gedrag, moet niet menen, dat hij iets van de Heer zal verkrijgen. De arme christen moet trots zijn op zijn hoge stand en de rijke op zijn geringheid! Want de rijke zal vergaan als een bloem in het gras. De zon komt op met haar verzengende hitte; zij doet het gras verdorren, de bloem valt af en heel haar luister is verdwenen. Zo vergaat het ook de rijke: midden in zijn ondernemingen zal hij verwelken.

Tussenzang (Ps. 119/118)
Refrein: Door uw barmhartigheid, Heer, moge ik leven.
Voordat ik vernederd werd, was ik in dwaling, maar nu houd ik aan uw uitspraken vast. Goedgunstig zijt Gij en goed zijn uw daden; laat mij slechts weten wat Gij beschikt.
De kwelling was mij een weldaad: zo leerde ik wat Gij beschikt. De wet uit uw mond is mij meer waard, dan schatten van zilver en goud.
Rechtvaardig is wat Gij bepaalt, Heer, ik weet het, Gij hebt mij terecht gestraft; maar laat uw erbarmen mij nu vertroosten, zoals Gij uw dienaar eens hebt beloofd.

Vers voor het evangelie (cf. Lc. 8, 15)
Alleluia. Zalig zij, die het Woord Gods dat zij hoorden in een goed en edel hart bewaren, en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid. Alleluia.

Evangelie (Mc. 8, 11-13)
In die tijd daagden de Farizeeën op en begonnen met Jezus te redetwisten. Om Hem op de proef te stellen verlangden ze van Hem een teken uit de hemel. Hij slaakte een zucht uit het diepste van zijn hart en zei: “Wat verlangt dit geslacht toch een teken? Voorwaar, Ik zeg u: in geen geval zal aan dit geslacht een teken gegeven worden”. Hij liet hen staan, stapte weer in de boot en keerde naar de overkant terug.

Dinsdag 13 februari

Eerste lezing (Jak. 1, 12-18)
Broeders en zusters, zalig de mens, die standhoudt in de beproeving. Heeft hij de toets doorstaan, dan zal hij de zegekrans van het leven ontvangen, die God beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. Niemand mag zeggen als hij bekoord wordt: “Ik word door Gods toedoen bekoord.” God brengt niemand in verzoeking, zo min als Hijzelf door het kwade kan worden bekoord. Wordt iemand bekoord, dan is het altijd door het trekken en lokken van zijn eigen begeerte. Daarna, als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde en de zonde, eenmaal volgroeid, baart de dood. Geliefde broeders en zusters, laat u niet misleiden: elke goede gave, elk volmaakt geschenk, daalt neer van boven, van de Vader der hemellichten, bij wie geen verandering is of verduistering door omwenteling. Uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door het woord der waarheid, zodat wij in zekere zin de eerstelingen onder zijn schepselen zijn.

Tussenzang (Ps. 94/93)
Refrein: Gelukkig de man, die Gij wijsheid geeft, Heer.
Gelukkig de man, die Gij wijsheid geeft, Heer, die Gij in uw wet onderwijst. Na kwade dagen geeft Gij hem rust.
Want nooit zal de Heer zijn volk verstoten, zijn erfdeel geeft Hij niet op. Eens zullen de rechters rechtvaardig beslissen en alle rechtvaardigen vallen het bij.
Wanneer ik reeds denk: nu struikel ik zeker, dan houdt uw genade, Heer, mij overeind. Wanneer in mijn hart de zorgen drukken, dan beurt uw vertroosting mij op.

Vers voor het evangelie (Joh. 6, 64b.69b)
Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Mc. 8, 14-21)
In die tijd hadden de leerlingen vergeten brood mee te nemen, zodat zij niet meer dan één brood bij zich in de boot hadden. Toen gaf Jezus hun deze waarschuwing: “Let op, wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën en het zuurdeeg van Herodes!” Zij spraken daarover onder elkaar: “Dat zegt Hij, omdat we geen brood hebben.” Maar Hij bemerkte het en sprak: “Wat bespreekt ge daar onderling? Dat Ik dit gezegd heb, omdat ge geen brood hebt? Begrijpt en verstaat ge het dan nog niet? Is uw geest dan zo verblind? Ge hebt toch ogen: ziet ge dan niets? Ge hebt toch oren: hoort ge dan niets? En herinnert ge u niet hoeveel korven vol brokken gij hebt opgehaald, toen Ik voor de vijfduizend, die vijf broden heb gebroken?” Zij antwoordden Hem: “Twaalf.” En hoeveel manden vol brokken hebt gij opgehaald, toen met die zeven voor de vierduizend?” En zij antwoordden: “Zeven.” Daarop zei Hij hun: “Begrijpt ge het dan nog niet?”

Veertigdagentijd

Aswoensdag 14 februari

Eerste lezing (Joël 2,12-18)
Zo spreekt God de Heer:
“Keert tot Mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht.
Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil.
Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor de Heer, uw God!
Blaast de bazuin op Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen! Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek. Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft hun God? Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.”

Tussenzang (Ps. 51/50)
Refrein: God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.
Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen. Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan.
Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid. Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen.

Tweede lezing (2 Kor. 5,20-6,2)
Broeders en zusters,
wij zijn gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.
Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorgt dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.

Vers voor het evangelie (Ps. 51/50,12a.14a)
Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer de weelde van uw zegen.

Evangelie (Mt. 6,1-6.16-18)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen, om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader, die in de hemel is.
Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden.
Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve; en uw Vader, die in het verborgene ziet zal het u vergelden.
Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen.
Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht, zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.
Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien, dat gij vast, maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Donderdag 15 februari

Eerste lezing (Deut. 30, 15-20)
Mozes nam het woord en sprak tot het volk: “Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar ook de dood en het ongeluk. Als gij luistert naar de geboden van de Heer uw God, die ik u heden geef, als gij de Heer uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en bepalingen nakomt, dan zult gij leven en talrijk worden en zal de Heer uw God u zegenen in het land, dat ge in bezit gaat nemen. Maar als uw hart afdwaalt, als ge niet luistert en u laat verleiden, zodat gij u voor andere goden neerbuigt en die vereert, dan kondig ik u heden aan, dat gij zult omkomen en dat ge niet lang zult leven op de grond, die ge na de overtocht van de Jordaan in bezit gaat nemen. Ik neem heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u. Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek. Kies dan het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw God te beminnen, naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven. Want daarvan hangt het af, of gij zult leven en of gij lang zult
wonen op de grond, die de Heer aan uw vaderen, aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft toegezegd.”

Tussenzang (Ps. 1)
Refrein: Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt (Ps. 40/39, 5a).
Gelukkig de man die weigert te doen, wat goddelozen hem raden; die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters.
Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd; des zomers verdorren zijn bladeren niet, maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.
De goddelozen vergaat het zo niet: de wind blaast hen weg als kaf. De Heer immers let op de weg der gerechten, de weg van de zondaars loopt dood.

Vers voor het evangelie (Ps. 95/94, 8ab)
Luistert heden naar de stem van de Heer, en weest niet halsstarrig.

Evangelie (Lc. 9, 22-25)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “De Mensenzoon, moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht zal Hij op de derde dag verrijzen.” Maar tot allen sprak Hij: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als hij zichzelf hierdoor zijn ondergang en dood berokkent?”

Vrijdag 16 februari

Eerste lezing (Jes. 58, 1-9a)
Zo spreekt God de Heer: “Roep het luide uit, houd u niet in, laat uw stem schallen als een trompet; en openbaar mijn volk zijn overtredingen, het huis van Jakob zijn zonden. Zeker, zij raadplegen Mij van dag tot dag, beijveren zich om mijn wil te kennen, als waren zij een volk dat gerechtigheid oefent en de wet van zijn God niet veracht. Zij vragen Mij om gerechte vonnissen, hunkeren naar de tegenwoordigheid van hun God. Wij vasten, waarom ziet Gij het niet? Wij vernederen ons, waarom slaat Gij er geen acht op? Zie, terwijl gij vast, zijt gij uit op eigen gewin en buit gij uw arbeiders uit. Het is met twist en ruzie dat gij vast, en driftig slaat gij met de vuist. Als gij zo moet vasten, vindt uw gebed in de hemel geen gehoor. Is dit soms een vasten dat Mij behaagt, is zo de dag dat de mens zich vernederen moet: het hoofd laten hangen als een riet, op zak en as zich neerleggen? Noemt gij dát vasten, noemt gij dát soms de dag aan de Heer aangenaam? Het vasten dat Ik wens is dit: zondige boeien slaken, de bomen van het juk verbreken, de verdrukten in vrijheid laten gaan, elk juk in stukken slaan, uw brood verdelen met de hongerigen, de dakloze zwervers opnemen in uw huis, de naakten die gij ziet, kleden, en u niet afkeren van uw eigen vlees. Dan zal uw licht stralen als de dageraad, uw genezing zal voorspoedig zijn; uw gerechtigheid zal voor u uitgaan, de glorie van de Heer u op de voet volgen. Wanneer gij dan tot de Heer bidt, zal Hij u verhoren, wanneer gij dan tot Hem roept, zal Hij antwoorden: Hier ben Ik! Zo spreekt de almachtige Heer.

Tussenzang (Ps. 51/50)
Refrein: Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.
Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen. jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan.
In geschenken hebt Gij geen behagen, wat ik U ook bied, Gij wilt het niet. Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

Vers voor het evangelie (Ps. 130/129, 5.7)
Op de Heer stel ik mijn hoop, op zijn woord vertrouw ik; want de Heer is steeds barmhartig, zijn genade onbeperkt.

Evangelie (Mt. 9, 14-15)
Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes tot Jezus met de vraag “Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?” Jezus sprak tot hen: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten.”

Zaterdag 17 februari

Eerste lezing (Jes. 58, 9b-14)
Zo spreekt God de Heer: “Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert en de dreigende vingers en de kwaadsprekerij, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan straalt uw licht in de duisternis, dan wordt uw nacht als de middag. Dan zal de Heer u blijven geleiden; Hij zal u in dorre streken verzadigen en aan uw gebeente zal Hij kracht geven. Als een gesproeide tuin zult gij dan worden, als een bron, waarvan het water nooit wegblijft. Dan bouwt gij de oude ruïnes weer op en herstelt gij de fundamenten van vroeger. ‘De bressendichter’ zal men u noemen, ‘degene die weer leven brengt in de straten’. Wanneer gij op de sabbat geen reis meer onderneemt en op mijn heilige berg niet langer uw voordeel najaagt, wanneer gij de sabbat uw vreugde noemt en de heilige dag van de Heer eerbiedigt, wanneer gij die dag in ere houdt door niet uw zaken na te gaan en niet uw voordeel te zoeken en geen handel te drijven, dan zult gij vreugde vinden in de Heer; dan voer Ik u alle bergen van de aarde over en laat Ik u genieten van het erfdeel van Jakob, uw vader.” Waarlijk, door de mond van de Heer is dit woord gesproken!

Tussenzang (Ps. 86/85)
Refrein: Leer mij uw weg, Heer, om die trouw te volgen.
Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren, ik ben ongelukkig en arm. Bescherm mij, want U ben ik toegewijd, draag zorg voor uw dienaar, hij rekent op U.
Mijn God zijt Gij toch, heb erbarmen met mij, voortdurend roep ik tot U. Verblijd het hart van uw dienaar. Heer, ik richt mij tot U vol vertrouwen.
Gij zijt immers goed en genadig, Heer, barmhartig voor elk die U aanroept. Luister dan, Heer, naar mijn bidden, geef acht op mijn smekende stem.

Vers voor het evangelie (Ez. 18, 31)
Werpt alle overtredingen, die gij begaan hebt, van u weg, zegt de Heer, en vernieuwt uw hart en uw geest.

Evangelie (Lc. 5, 27-32)
In die tijd, bij het tolhuis gekomen, richtte Jezus zijn blik op een tollenaar die daar zat, een zekere Levi. Hij zei tot hem: “Volg Mij.” De man stond op, liet alles achter en volgde Hem. Levi nu bood Hem in zijn huis een groot feestmaal aan, waarbij onder anderen talrijke tollenaars met hen aanlagen. De Farizeeën, met name de schriftgeleerden onder hen, morden daarover tegen zijn leerlingen: “Waarom – zeiden ze – eet en drinkt gij met tollenaars en zondaars?” .Maar Jezus nam het woord en sprak: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaars, opdat ze zich bekeren.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten,
een licht op mijn pad” (Psalm 119)

Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl
(teksten: www.dionysiusparochie.nl)

Deel