Dagelijks Brood 11 t/m 16 juni 2018

heilige-barnabas-apostel-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag t/m zaterdag 4 t/m 9 juni 2018 (week 9, tijd door het jaar)

U kunt hier deze week downloaden in PDF

Maandag 11 juni – H. Barnabas, Apostel

Eerste lezing (Ha 11, 21b-26, 13,1-3)
De hand des Heren was met hen, zodat een groot aantal het geloof aannam en zich tot de Heer bekeerde. Het gerucht over hun optreden kwam ook de Kerk van Jeruzalem ter ore en men vaardigde Barnabas af naar Antiochië. Toen deze daar aankwam en Gods genade zag, verheugde hij zich en wekte allen op met hart en ziel de Heer trouw te blijven. Hij was een goed man, vol van heilige Geest en geloof. Veel mensen werden voor de Heer gewonnen. Daarop vertrok hij naar Tarsus om Saulus te gaan zoeken. Toen hij hem gevonden had, bracht hij hem naar Antiochië. Een vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeente en gaven onderricht aan een grote menigte. Het was in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd. In de gemeente van Antiochië waren er profeten en leraren: Barnabas, Simon die Niger genoemd werd, Lúcius uit Cyrene, Manaën, jeugdvriend van viervorst Herodes, en Saulus. Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten en vastten, sprak de heilige Geest: “Zonder Mij Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen heb geroepen.” Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op en lieten hen vertrekken.

Tussenzang (Psalm 98(97), 1.2-3ab.3c-4.6-6)
Refrein: De Heer deed de volkeren zijn gerechtigheid kennen.
Zingt voor de Heer een nieuw lied, want wonderen heeft Hij gedaan; triomf heeft zijn hand Hem gebracht, overwinning zijn heilige arm.
De Heer openbaarde zijn heil; Hij heeft voor de ogen der volken onthuld zijn gerechtigheid; zijn goedheid bleef Hij, zijn trouw jegens het huis Israël indachtig:
Alle einden der aarde aanschouwen het heil van Hem, onze God. Juich, aarde alom, voor de Heer, zet de zang in, speelt op de snaren,
Psalmzingt de Heer bij de cither, bij de cither, bij tokkelmuziek; met trompetten, met helle bazuin schalt triomf voor de koning, de Heer.

Vers voor het evangelie (1 Joh. 2, 5)
Alleluia. Wie het woord van de Heer bewaart, in hem is waarlijk Gods liefde volkomen. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 1-12)
Toen Jezus de menigte zag ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil. Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd, die vóór u geleefd hebben.”

Dinsdag 12 juni – H. Odulfus, priester

Eerste lezing (1 Kon. 17, 7-16)
In die dagen droogde de beek uit waar Elia zich ophield, want het had op de aarde niet meer geregend. Toen kwam het woord van de Heer tot Elia: “Vertrek naar Sarefat, dat onder Sidon valt, en ga daar wonen; Ik heb daar een weduwe bevolen voor u te zorgen.” Hij vertrok dus naar Sarefat. Toen hij bij de stadspoort kwam, was daar een weduwe hout aan het sprokkelen. Hij riep tot haar: “Wees zo goed en haal in uw kruik een beetje water voor mij; ik zou graag wat drinken.” Toen zij het ging halen, riep hij haar na: “Wees zo goed en breng ook een stuk brood mee.” De vrouw antwoordde: “Zowaar de Heer uw God leeft, ik heb geen brood meer; alleen nog maar een handvol meel in de pot en een beetje olie in de kruik. Ik sprokkel nu wat hout en ga dadelijk naar huis om voor mij en mijn zoon voor het laatst eten klaar te maken; daarna wacht ons de dood.” Elia antwoordde: “Vrees niet, ga naar huis en doe wat u van plan zijt, maar maak van het meel en de olie eerst een broodje voor mij en breng mij dat; voor uzelf en uw zoon kunt u daarna zorgen. Want – zo zegt de Heer, de God van Israël – de pot met meel raakt niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput, totdat de Heer het weer laat regenen.” Toen ging zij heen en deed wat Elia gezegd had, en dag aan dag hadden zij te eten, hij, zij en haar gezin. De pot met meel raakte niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput naar het woord dat de Heer gesproken had door Elia.

Tussenzang (Ps. 4)
Refrein: Gij, Heer, hebt mijn hart met vreugde vervuld.
Als ik U roep, geef mij antwoord, God, die mij recht verschaft. Gij die mij redt uit verdrukking, wees mij genadig, verhoor mijn gebed! Vrienden, hoe lang blijft uw hart nog gesloten, hecht gij aan voosheid en zoekt gij bedrog?
Ziet hoe de Heer zijn getrouwen begunstigt: altijd verhoort Hij mij als ik Hem roep. Vreest Hem en hoedt u voor zonde, wat ge bedenkt in doorwaakte nachten, spreekt het niet uit.
Gij hebt mijn hart met vreugde vervuld, meer dan een rijke oogst mij kan geven. Als ik mij neerleg slaap ik gerust, Gij maakt mij vrij van zorgen.

Vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 88)
Alleluia. Wees mij barmhartig en laat mij leven, Heer, dan blijf ik aan wat Gij verordent trouw. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 13-16)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt. Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen, die in huis zijn. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is”

Woensdag 13 juni – H. Antonius van Padua, priester en kerkleraar

Eerste lezing (1 Kon. 18, 20-39)
In die dagen zond koning Achab een boodschap aan alle Israëlieten en liet alle profeten op de berg Karmel bijeenkomen. Elia verscheen voor heel het volk en vroeg: “Hoe lang blijft gij nog op twee gedachten hinken? Als de Heer God is, volg Hem dan; is het Baal, volg dan Baäl.” Maar de mensen gaven hem geen antwoord. Toen zei Elia tot het volk: “Ik ben de enige profeet van de Heer, die overgebleven is; de profeten van Baäl zijn vierhonderd man sterk. Geef ons twee stieren. Laat de profeten van Baäl een van beide stieren uitkiezen, hem aan stukken houwen en op het hout leggen; ze mogen het hout echter niet aansteken. Dan zal ik de andere stier klaarmaken en op het hout leggen, maar ook het hout niet aansteken. Roep dan de naam van uw god aan; ik zal de Naam van de Heer aanroepen; de god die door vuur antwoordt is de ware god.” En heel het volk riep: “Dat is goed.” Toen zei Elia tot de profeten van Baäl: “Begint gij maar met het uitkiezen van de stier en met hem klaar te maken, want ge zijt met velen. Roept dan de naam van uw god aan; maar ge moogt geen vuur aansteken.” Zij namen dus de stier, die hun gegeven werd, maakten hem klaar en riepen van de ochtend tot de middag de naam van Baäl aan: “Baäl, geef ons antwoord!” Maar er klonk geen geluid en er kwam geen antwoord, hoe zij ook sprongen rond het altaar, dat zij gebouwd hadden. Toen het middag geworden was, riep Elia ze spottend toe: “Roept toch wat harder; hij is immers een god. Hij is zeker in gedachten verzonken of hij heeft zich afgezonderd of is op reis; misschien slaapt hij wel en moet hij gewekt worden.” Toen riepen ze nog harder, en kerfden zich naar gewoonte met zwaarden en speren, tot het bloed langs hun lijf droop. Het middaguur verstreek, maar zij gingen uitzinnig ermee door tot de tijd van het avondoffer; maar er klonk geen geluid en er kwam geen antwoord: zij vonden geen gehoor. Nu zei Elia tot het volk: “Kom dichterbij.” En allen kwamen dichter bij hem staan. Toen richtte hij het altaar van de Heer, dat omvergehaald was, weer op. Hij nam twaalf stenen, overeenkomstig het aantal stammen van de zonen van Jakob, tot wie de Heer gezegd heeft: Israël zult gij heten. Van die stenen bouwde hij een altaar voor de Heer, maakte rondom het altaar een geul met een inhoud van twee maten zaaikoren, stapelde de houtblokken op elkaar, hakte de stier in stukken en legde die op het hout. Toen zei hij: “Vul vier kruiken met water en giet die uit over het brandoffer en het hout.” Daarna zei hij: “Doe het nogmaals.” En toen ze het nogmaals gedaan hadden, zei hij: “Nu voor de derde keer.” Toen ze het voor de derde keer gedaan hadden, stroomde het water langs alle kanten van het altaar af; ook de geul liet hij met water vullen. Toen het uur van het avondoffer gekomen was, trad de profeet Elia naar voren en zei: “Heer, God van Abraham, Isaäk en Israël, toon heden, dat Gij God zijt in Israël en dat ik, uw dienaar, dit alles op uw bevel heb gedaan. Geef antwoord, Heer, geef antwoord, opdat dit volk erkent dat Gij, Heer, de ware God zijt, en keer zo hun hart weer tot U.” Toen sloeg het vuur van de Heer neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof; het likte zelfs het water in de geul op. Toen de mensen dit zagen, wierpen ze zich voorover op de grond en riepen: “De Heer is de ware God! De Heer is de ware God!”

Tussenzang (Ps. 16/15)
Refrein: Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht.
Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht; Gij zijt mijn Heer, ik erken het.
Maar hij stort zichzelf in het ongeluk, die vreemde afgoden naloopt. Ik zal ze geen plengoffers brengen van bloed, hun naam komt mij niet over mijn lippen.
De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij.
Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde.

Vers voor het evangelie (Ps. 25/24, 4c.5a)
Alleluia. Leer mij uw paden kennen, Heer; leid mij volgens uw woord. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 17-19)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van die voorschriften, zelfs de geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”

Donderdag 14 juni – H. Lidwina, maagd – feest

Eerste lezing (2 Kor. 5,14-17)
Broeders en zusters, de liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven! En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die ter wille van hen is gestorven en verrezen. Daarom beoordelen wij voortaan niemand meer naar de oude maatstaven. En al hebben wij Christus ooit op zulke wijze beoordeeld, dan nu toch niet meer. Zo is dus wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen.

Tussenzang (Ps. 63/62)
Refrein: Naar U dorst mijn ziel, Heer, en hunkert mijn hart.
God, mijn God zijt Gij, ik zoek U met groot verlangen. Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart als dorre akkers na regen.
Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont, beschouw ik uw macht en uw glorie. Meer waard dan het leven is mij uw genade, mijn mond verkondigt uw lof.
Ik zal U prijzen zolang ik leef, mijn handen uitstrekken naar U. Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs, mijn mond zal U jubelend danken.
Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest, ik koester mij onder uw vleugels. Met heel mijn hart houd ik vast aan U, het is uw hand die mij steunt.

Vers voor het evangelie (Gal. 2,19b-20a)
Alleluia. Met Christus ben ik gekruisigd. Ik leef niet meer, Christus leeft in mij. Alleluia.

Evangelie (Joh. 12,24-26)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen; maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort. Wie zijn leven bemint, verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren. Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij volgen; waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren.

Vrijdag 15 juni – H. Vitus

Eerste lezing (1 Kon. 19, 9a.11-16)
Toen Elia bij de berg Horeb kwam, ging hij er een grot binnen en overnachtte daar. Toen kwam het woord van de Heer tot hem: “Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg.” Toen trok de Heer voorbij. Voor de Heer uit ging een zeer zware storm, die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries. Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel, ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot. En toen klonk er een stem die hem vroeg: “Wat doet ge hier, Elia?” Hij antwoordde: “Ik heb vurig geijverd voor de Heer, de God der hemelse machten. De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood; ik alleen ben overgebleven en nu staan ze mij ook naar het leven.” Toen zei de Heer tot hem: “Keer terug op uw schreden en ga door de woestijn naar Damascus; als ge daar gekomen zijt, moet ge Hazaël zalven tot koning van Aram. Jehu, de zoon van Nimsi, moet ge zalven tot koning van Israël, en Elisa, de zoon van Safat uit Abel-Mechola, moet ge zalven tot uw opvolger als profeet.”

Tussenzang (Ps. 27/26)
Refrein: Uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.
Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem, heb medelijden en wil mij verhoren. Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op.
Uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien. Wil uw gelaat niet verbergen voor mij, verstoot mij, uw dienaar, niet in uw gramschap, want Gij zijt mijn helper, verjaag mij dus niet.
Ik reken er op nog tijdens mijn leven de weldaden van de Heer te ervaren. Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

Vers voor het evangelie (Ps. 95/94, 8ab)
Alleluia. Luistert heden naar de stem van de Heer en weest niet halsstarrig. Alleluia.

Evangelie (Mt 5, 27-32)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen. Maar Ik zeg u: Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. Indien uw rechteroog u tot zonde dreigt te brengen, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u, dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen. En als uw rechterhand u tot zonde dreigt te brengen, hak ze af en werp ze van u weg; want het is beter voor u dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt. Ook is er gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven. Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht, brengt haar ertoe echtbreekster te worden; en wie een verstoten vrouw huwt begaat echtbreuk.”

Zaterdag 16 juni – H. Lutgardis, maagd

Eerste lezing (1 Kon. 19, 19-21)
In die dagen keerde Elia van de berg terug en trof Elisa, de zoon van Safat, terwijl die aan het ploegen was. Twaalf koppels ossen gingen voor hem uit; hijzelf bevond zich bij het twaalfde. Toen Elia langs kwam, wierp hij hem zijn mantel toe. Elisa liet de ossen in de steek, liep Elia achterna en zei: “Laat mij eerst afscheid nemen van mijn vader en moeder; dan zal ik u volgen.” Hij antwoordde hem: “Ga maar weer terug; heb ik je soms tot iets verplicht?” Hierop ging Elisa naar de ossen terug, nam zijn koppel, slachtte het, kookte het vlees op het hout van de jukken en gaf het aan zijn werkvolk te eten. Daarna vertrok hij, volgde Elia en werd zijn dienaar.

Tussenzang (Ps. 16/15)
Refrein: De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker.
Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht; Gij zijt mijn Heer, ik erken het. De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand.
Ik dank de Heer, die mij altijd geleid heeft, Hij spreekt ook des nachts in mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij.
Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan ik rustig gaan slapen. Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf.

Vers voor het evangelie (Ps. 19/18, 9)
Alleluia. Uw voorschriften, Heer, zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs. Alleluia.

Evangelie (Mt. 5, 33-37)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders gezegd is: Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden. Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren; noch bij de hemel, want dat is de troon van God; noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank; noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning. Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren, want gij kunt niet één haar wit of zwart maken. Maar uw ja moet ja zijn en uw neen neen; en wat daar nog bij komt is uit den boze.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share