Dagelijks Brood 2 t/m 7 juli 2018

ongelovige-tomas-olv-ter-nood-heiloo

Dagelijks Brood is een klein boekje met de lezingen van de dagen door de week. Zodat u, ook wanneer u op doordeweekse dagen naar de H. Mis gaat, de lezingen, het Woord van God, goed kunt volgen. De titel is ontleend aan een Italiaanse uitgave (Pane Quotidiano) van de gemeenschap Paus Johannes XXIII, gesticht door de dienaar Gods Don Oreste Benzi.

Dat het Woord van God u extra mag raken en voeden op deze wijze!

Lezingen van maandag t/m zaterdag 2 – 7 juli 2018 (week 13, tijd door het jaar)

U kunt hier deze week downloaden in PDF

Maandag 2 juli

Eerste lezing (Am. 2, 6-10.13-16)
Zo spreekt de Heer: “Na de herhaalde misdaden van Israël ,kom Ik niet op mijn besluit terug! Omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen, de arme voor een paar schoenen, omdat zij de geringen als het stof van de aarde vertrappen en het recht van de armen verkrachten. Vader en zoon gaan naar dezelfde meid en ontwijden zo mijn heilige Naam. Op de als pand aanvaarde kleren leggen zij zich neer bij de altaren en zij drinken met boetegeld betaalde wijn in het huis van hun God. En Ik, Ik heb toch voor hun ogen de Amoriet verdelgd, zo hoog als een ceder, zo – sterk als een eik; Ik heb hem toch uitgeroeid van onder tot boven, met wortel en tak! Ik, Ik heb u uit Egypte gevoerd, u door de woestijn geleid, veertig jaar lang, en het land van die Amoriet aan u gegeven. Welnu, Ik zal het doen wankelen onder uw voeten, zoals een wagen wankelt, die te hoog met schoven beladen is. Dan krijgt zelfs de snelle loper geen kans om te vluchten, de sterke heeft niets aan zijn kracht en de dappere redt zijn leven niet. De boogschutter houdt geen stand, de hardloper ontkomt niet en geen ruiter redt zijn leven. Zelfs de dapperste onder de strijders zal naakt moeten vluchten, die dag.” Zo spreekt de almachtige Heer.

Tussenzang (Ps. 50/49)
Refrein: Verstaat het toch, gij die aan God niet denkt.
Wat spreekt ge aldoor over mijn geboden en hebt ge mijn verbond steeds op de tong? Gij die van tucht een afkeer hebt en nimmer acht slaat op mijn woorden.
Ziet gij een dief dan gaat ge met hem stelen, met hen die echtbreuk plegen gaat ge om. Voor slechtheid opent gij uw mond, ge roert uw tong om te bedriegen.
Ge zet u neer om van uw broeder kwaad te spreken, uw moeders zoon belastert gij. Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet? Of meent ge soms dat Ik aan u gelijk ben? Ik klaag u aan. Ik leg u alles voor.
Verstaat het toch, gij die aan God niet denkt, want anders grijp Ik u en niemand zal u redden. Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk, wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

Vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)
Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

Evangelie (Mt. 8, 18-22)
In die tijd zag Jezus een grote menigte om zich heen en Hij gaf bevel om naar de overkant te gaan. Een schriftgeleerde trad op Hem toe en zei: “Meester, ik zal U volgen waar Gij ook heen gaat.” Jezus sprak tot hem: “De vossen hebben hun holen en de vogels uit de lucht hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.” Een andere van zijn leerlingen zei tot Hem: “Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven.” Jezus zei hem: “Volg Mij; laat de doden hun doden begraven.”

Dinsdag 3 juli – H. Tomas, apostel

Eerste lezing (Ef. 2, 19-22)
Broeders en zusters, gij zijt geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt. In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. In Hem wordt ook gij mee opgebouwd tot een woonstede van God, in de Geest.

Tussenzang (ps. 117/116)
Refrein: Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie.
Looft nu de Heer, alle naties der aarde, huldigt de Heer alle volken rondom; omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft; de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

Vers voor het evangelie (Joh. 20, 29)
Alleluia. Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben. Alleluia.

Evangelie (Joh. 20, 24-29)
Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelde hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot Hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.”

Woensdag 4 juli – H. Elisabeth van Portugal

Eerste lezing (Am. 5, 14-15.21-24)
Zoekt het goede en niet het kwade: dan zult gij leven, dan zal God, de Heer van de hemelse machten, met u zijn, zoals gij altijd zegt. Haat het kwade, hebt het goede lief en handhaaft het recht in de stadspoort; misschien zal dan de Heer, de God van de hemelse machten, zich over de rest van Jozef ontfermen. Want zo spreekt de Heer: “Ik haat, Ik verfoei uw feesten, uw vieringen kan Ik niet luchten. De brandoffers en meeloffers, die gij Mij brengt, behagen Mij niet; uw vredeoffers van gemeste kalveren kan Ik niet meer aanzien. Spaart Mij het lawaai van uw liederen, de klank van uw harpen wil Ik niet meer horen! Neen, het recht moet stromen als water, de gerechtigheid als een nooit uitdrogende beek.”

Tussenzang (Ps. 50/49)
Refrein: Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.
Hoor nu, mijn volk, wat Ik u zeggen ga, hoor, Israël, waarvan Ik u beschuldig, want Ik ben God, uw God!
Ik maak u over offers geen verwijt, uw offerdieren zie Ik aldoor branden. Ik wil geen stier meer hebben uit uw huizen en rammen uit uw schaapskooi vraag Ik niet.
Want Mij behoren alle dieren in het woud, de duizenden die op mijn bergen zwerven. De vogels in de lucht, Ik ken ze allen, van Mij is al wat rondloopt op het veld.
Ik zou het u niet zeggen als Ik honger had, Ik kan beschikken over al wat leeft op aarde. Zou Ik soms vlees van stieren eten of bloed van bokken nuttigen als drank?
Wat spreekt ge aldoor over mijn geboden en hebt ge mijn verbond steeds op de tong? Gij die van tucht een afkeer hebt en nimmer acht slaat op mijn woorden?

Vers voor het evangelie (cf. Lc. 8, 15)
Alleluia. Zalig zij die het woord Gods dat zij hoorden in een goed en edel hart bewaren, en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid. Alleluia.

Evangelie (Mt. 8, 28-34)
Toen Jezus aan de overkant van het meer gekomen was in het land der Gadarenen, liepen Hem twee bezetenen tegemoet. Ze kwamen uit de grafspelonken te voorschijn en waren zeer gevaarlijk, zodat niemand daarlangs kon gaan. Plotseling begonnen ze te schreeuwen: “Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen of ons vóór de tijd te kwellen?” Een eind van hen vandaan was men een grote kudde zwijnen aan het hoeden. De duivels nu smeekten Hem: “Als Gij ons uitdrijft, stuur ons dan in die kudde zwijnen.” Hij zei hun: “Gaat heen.” En zij verlieten hen. Nauwelijks hadden zij bezit genomen van de zwijnen, of de hele kudde stortte zich van de steile oever in het meer en kwam in het water om. De zwijnenhoeders namen de vlucht, en in de stad gekomen vertelden zij alles, ook wat er met de bezetenen gebeurd was. Daarop liep de hele stad uit, Jezus tegemoet; en toen zij Hem zagen verzochten zij Hem hun streek te verlaten.

Donderdag 5 juli – H. Antonius Maria Zaccaria, priester

Eerste lezing (Am. 7, 10-17)
In die dagen stuurde Amasja, de priester van Betel, aan Jerobeam, de koning van Israël, deze boodschap: “Binnen uw eigen Israël smeedt Amos een complot tegen u; het land is tegen al die dreigementen van hem niet bestand. Want hij, Amos, zegt: Jerobeam zal sterven door het zwaard en Israël wordt van zijn eigen grond verbannen.” En tot Amos zei Amasja: “Ziener, gij moet maken dat ge wegkomt! Verdwijn naar Juda en verdien daar uw brood maar met profeteren! Hier in Betel moogt ge niet meer profeteren, want dit heiligdom is van de koning en dit gebouw van het rijk.” Amos gaf Amasja ten antwoord: “Ik ben geen profeet of lid van een profetengilde, ik ben veehoeder en vijgenkweker. Maar de Heer heeft mij achter mijn beesten weggehaald en het is de Heer die mij gezegd heeft: Trek als profeet naar mijn volk Israël. Daarom, luister naar het woord van de Heer. Gij zegt wel: Je mag tegen Israël niet profeteren, tegen het huis Israël niet schuimbekken. Maar de Heer zegt: Uw vrouw zal in deze stad ontucht plegen, uw zonen en dochters zullen omkomen door het zwaard, uw eigen grond zal met het meetsnoer verkaveld worden; zelf zult gij op onreine grond moeten sterven en Israël wordt van zijn eigen grond verbannen.”

Tussenzang (Ps. 19/18)
Refrein: De uitspraken van de Heer zijn waarachtig, rechtvaardig in iedere zaak.
De wet van de Heer is volkomen, zij sterkt de onzekere geest. Zijn voorschriften zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs.
Rechtmatig zijn al zijn bevelen, bevredigend voor het gemoed. Glashelder zijn zijn geboden, zij zijn een licht voor het oog.
Het woord van de Heer is eerlijk, het blijft in eeuwigheid waar. Zijn uitspraken zijn waarachtig, rechtvaardig in iedere zaak.
Gezocht meer dan goud of juwelen, welsmakend als honingzeem.

Vers voor het evangelie (1 Sam. 3, 9; Joh. 6, 69b)
Alleluia. Spreek, Heer, uw dienaar luistert; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Evangelie (Mt. 9, 1-8)
In die tijd ging Jezus in een boot, stak over en kwam in zijn stad. Men bracht een lamme, die op een bed lag, naar Hem toe. Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme: “Heb goede moed mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.” Enkele schriftgeleerden zeiden nu bij zichzelf: “Die man spreekt godslasterlijk.” Maar Jezus kende hun gedachten en zei: “Waarom denkt gij kwaad bij uzelf? Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of Sta op en loop? Welnu, opdat ge zult weten dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven – en nu sprak Hij tot de lamme: – Sta op, neem uw bed en ga naar huis” En de lamme stond op en ging naar huis. Toen de menigte dit zag, werd zij door ontzag bevangen en zij verheerlijkte God, die zulk een macht gegeven had aan mensen.

Vrijdag 6 juli – H. Maria Goretti, maagd en martelares

Eerste lezing (Am. 8, 4-6.9-12)
“Hoort dit, gij die strikken spant voor de armen om de misdeelden in het land te verdelgen, gij die redeneert: Wanneer is de nieuwe maan voorbij? Dan kunnen wij ons koren verkopen! En wanneer de Sabbat? Dan kunnen wij ons graan uitstallen. Dan verkleinen wij de korenmaat, dan verhogen wij de prijs en bedriegen wij met een vervalste weegschaal. Dan kopen wij de kleine man voor geld, de arme voor een paar schoenen, en verhandelen wij zelfs het uitschot van ons koren.” Op die dag – zo luidt de godsspraak van de Heer – doe Ik de zon ondergaan op het middaguur, verduister Ik de aarde op klaarlichte dag. Dan verkeer Ik uw feesten in rouw, al uw liederen in weeklachten; om alle heupen leg Ik een rouwkleed en alle hoofden scheer Ik kaal. Ik zal het land doen rouwen als over een enig kind; de laatste dag van dit land zal bitter zijn. Zie, de dagen komen – zo luidt het orakel van God de Heer – dat Ik honger breng in het land, geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar honger en dorst om het woord van de Heer te horen. Dan zullen zij zwerven van zee naar zee, dwalen van het noorden naar het oosten, overal zoekend naar het woord van de Heer, maar zij zullen het niet vinden.”

Tussenzang (Ps. 119/118)
Refrein: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt (Mt. 4, 4b).
Gelukkig die acht slaan op wat God verordent, Hem zoeken met heel hun hart. Met heel mijn hart richt ik mij tot U, laat mij niet afwijken van uw geboden.
Mijn geest wordt verteerd van verlangen naar alles wat Gij hebt bepaald. Ik heb de weg van de trouw gekozen, ik houd mij aan wat Gij bepaalt.
Zie, ik verlang uw bevelen te volgen; laat mij dan leven, rechtvaardige God. Mijn mond sper ik hijgend open, zo snak ik naar uw gebod.

Vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13)
Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord der prediking, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

Evangelie (Mt: 9, 9-13)
In die tijd ging Jezus verder, Hij zag iemand aan het tolhuis zitten, die Matteüs heette, en Hij zei tot hem: “Volg Mij.” De man stond op en volgde Hem. Terwijl Hij nu in diens, woning aan tafel aanlag, kwamen ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen aanliggen. Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: “Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?” Hij hoorde dit en zei: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen, maar zondaars te roepen.”

Zaterdag 7 juli – Heilige Maagd Maria Zoete Moeder van Den Bosch

Eerste lezing (Am. 9, 11-15)
Zo spreekt de Heer: “Op die dag herstel Ik de bouwvallige hut van David, dicht Ik haar scheuren, zet Ik weer overeind wat is neergehaald en bouw Ik haar op als weleer. Wat er is overgebleven van Edom en van al de volken waarover mijn Naam is uitgeroepen, dat nemen zij dan in bezit” – zo luidt de godsspraak van de Heer, die dit voltrekt. “Zie de dagen komen – zegt de Heer – dat de ploeger de maaier op de voet volgt en de druiventreder de zaaier, dat de bergen stromen van de most en alle heuvels ervan druipen. Dan herstel Ik mijn volk Israël in zijn vroegere staat, dan herbouwen zij de verwoeste steden en bewonen die weer, dan planten zij wijngaarden en drinken hun wijn, leggen zij boomgaarden aan en eten hun vruchten. Ik zal hen planten in hun eigen grond en zij worden niet meer weggerukt uit de grond die Ik hun heb gegeven.” Zo spreekt de Heer, uw God.

Tussenzang (Ps. 85/84)
Refrein: Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening.
Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening. Een woord voor zijn volk, voor alwie Hem dient, voor elk die zijn hart voor Hem opent.
Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan, als vrede en recht elkander omhelzen; dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten, en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.
Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken en draagt ons land rijke vrucht. Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan en voorspoed zijn schreden volgen.

Vers voor het evangelie (Ps. 19/18)
Alleluia. Uw voorschriften, Heer, zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs. Alleluia.

Evangelie (Mt. 9, 14-17)
Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes tot Jezus met de vraag: “Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?” Jezus sprak tot hen: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet bedroefd zijn, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen; dan zullen zij vasten. Niemand gebruikt voor een oud kleed een verstellap van ongekrompen stof; want het ingezette stuk trekt aan het kleed en de scheur wordt nog groter. Ook doet men geen jonge wijn in oude zakken, anders bersten de zakken, de wijn loopt er uit en de zakken gaan verloren. Maar jonge wijn doet men in nieuwe zakken; dan blijven beide behouden.”

“Uw Woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”
(Psalm 119)

Dagelijks Brood is een uitgave van het heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Giften voor het heiligdom zijn van harte welkom
via Ideal op onze doneerpagina
of IBAN NL42 RABO 0120 5023 99
t.n.v. Dioc. Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Hartelijk dank voor uw gave.
Verdere info: www.olvternood.nl

share