Weekbrief - Woord van de rector


De seminaristen hebben na Pasen altijd vakantie, we doen hiermee niet mee met de tegenwoordige Nederlandse vakantieroosters, maar sluiten meer aan bij wat internationaal gangbaar is. Het grote feest van Pasen verdient het natuurlijk ook om met een vakantie extra gevierd te worden.

Het gaf mij gelegenheid de afgelopen weken om wat extra op het heiligdom te zijn. Wat is het toch mooi in deze tijd! De bomen beginnen zo mooi in het groen te raken, en sommige bomen bloeien zelfs, prachtig! Ook de natuur barst van het nieuwe leven wat we met Pasen gevierd hebben. Christus is verrezen om ons het nieuwe leven te brengen, en de natuur doet hier uitbundig in mee.

In de Bijbel staat hier nog wat interessants over, in Romeinen 1,19-22 lezen we:

“Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen. Want zij is onderworpen aan een zinloos bestaan, niet omdat ze het zelf wil, maar door de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft. Maar zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Wij weten immers, dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door.”

Paulus betrekt het nieuwe leven waar wij hier al deel aan hebben, maar nog niet in zijn volheid, ook op de schepping, de natuur. Wij hebben hier nog met lijden te maken, zo ook de natuur, en ook de natuur zal ooit delen in het onvergankelijk leven, ‘in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods’.

Wij verwachten de wederkomst van de Heer en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (vgl. Ap 21,1). Dat is de heerlijkheid die ons ooit getoond zal worden, waar we ooit deel aan zullen hebben. En dus niet alleen wij, maar ook de natuur die nu nog ‘kreunt en barensweeën lijdt.’ Is daarom misschien het zendingsbevel van de Heer aan zijn leerlingen zo universeel: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping”(Mc 16,15). Van de heilige Franciscus wordt wel gezegd dat hij dit letterlijk deed en het Evangelie zo bijvoorbeeld ook aan de vogels verkondigde.

Niet dat u dit mij nu morgen direct in het park ziet doen hoor, er zouden nog vreemde verhalen van komen, maar toch, heel bijzonder om er zo eens over na te denken.

Zowel wij als de natuur zijn door God geschapen, we hebben dezelfde oorsprong, en we zullen ook beiden ooit delen in dezelfde heerlijkheid. Hoe verschillend natuurlijk de mens en de overige natuur ook zijn. De mens is voor God het hoogtepunt in de schepping, want op de zesde scheppingsdag zei God: “Nu gaan Wij (!) de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten, en over al het gedierte wat over de grond kruipt” (Gen 1,26).

God heeft de mens een bijzondere plek in de schepping gegeven, en na de zondeval heeft Hij er voor gekozen om door Zijn menswording, de mens, maar ook de gehele overige schepping van de vergankelijkheid te verlossen. Om ooit beide te delen in heerlijkheid die ons te wachten staat. In de schoonheid van de natuur in deze dagen, mogen we daar soms een licht voorproefje van zien.

¬ terug naar boven


Rector J. de Wit


Rector Jeroen de Wit, Heiligdom OLV ter Nood, Heiloo